Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB7424

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-09-2007
Datum publicatie
08-11-2007
Zaaknummer
264896 / HA ZA 06-1916 en 265072 / HA ZA 06-1930
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot aanhouding van een Nederlandse verklaring voor recht-procedure inzake aansprakelijkheid van een wegvervoerder op grond van de CMR wegens een in Duitsland aanhangige procedure ter zake van hetzelfde voorval. Of artikel 28 EEX-Verordening (EEX-Vo), inzake samenhangende procedures (connexe procedures; connexiteit), kan worden toegepast omdat de CMR geen eigen regeling geeft voor gevallen van connexiteit, wordt door de rechtbank uitdrukkelijk in het midden gelaten, nu zij reeds van oordeel is dat niet voldoende duidelijk is dat is voldaan aan alle vereisten voor aanhouding op grond van artikel 28 EEX-Vo én dat aanhouding tevens opportuun is. Van belang is daarbij dat toepassing van Nederlands respectievelijk Duits recht in het kader van artikel 29 CMR tot sterk uiteenlopende resultaten kan leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummers: 264896 / HA ZA 06-1916 en 265072 / HA ZA 06-1930

Uitspraak: 19 september 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de gevoegde zaken:

met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HANDICO TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

verweerster in het incident tot aanhouding,

procureur mr. R.W.J.M. te Pas,

- tegen -

1. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van vestiging IHG LOGISTICS GMBH & CO. KG.,

gevestigd te Hilden, Duitsland;

2. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van vestiging IHG FASHION LOGISTICS GMBH,

gevestigd te Essen, Duitsland;

gedaagden,

eiseressen in het incident tot aanhouding,

eiseressen in het voorwaardelijk vrijwaringsincident,

procureur mr. H.T. Kernkamp,

advocaat mr. M. Muller,

en met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930 van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid R. DEKKER TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Tilburg;

2. [X],

wonende te [woonplaats],

eisers,

verweersters in het incident tot aanhouding,

procureur mr. B.S. Janssen,

advocaat mr. C.E. Vollebregt

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HANDICO TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. R.W.J.M. te Pas;

2. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van vestiging IHG LOGISTICS GMBH & CO. KG.,

gevestigd te Hilden, Duitsland,

gedaagde,

eiseres in het incident tot aanhouding,

eiseres in het voorwaardelijk vrijwaringsincident,

procureur mr. H.T. Kernkamp,

advocaat mr. M. Muller.

Eiseres in de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916, tevens gedaagde sub 1 in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930, zal hierna worden aangeduid als "Handico", gedaagde sub 1 in de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916, tevens gedaagde sub 2 in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930, als “IHG Logistics”, gedaagde sub 2 in de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916 als “IHG Fashion”, eiseres sub 1 in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930 als “Dekker” en eiser sub 2 in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930 als “[X]”. Daarnaast zullen IHG Logistics en IHG Fashion hierna gezamenlijk worden aangeduid als “IHG”.

1 Het verloop van het geding in beide zaken

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken in de zaak met

zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916:

- dagvaarding d.d. 24 februari 2006 en de door Handico overgelegde producties;

- incidentele conclusie van Handico tot voeging;

- incidentele conclusie van IHG tot voeging, aanhouding en voorwaardelijke oproeping in vrijwaring, met producties;

- akte tot referte van IHG;

- akte tot referte van Handico ten aanzien van het verzoek tot voeging;

- tussenvonnis d.d. 7 maart 2007, waarbij onder meer de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916 is gevoegd met de zaak met zaak-/nummer 265072 / HA ZA 06-1930;

- antwoordakte van Handico betreffende verzoek tot aanhouding tevens conclusie van antwoord in vrijwaring in reconventie;

- tussenvonnis d.d. 16 mei 2007, waarbij de beslissing in het incident tot aanhouding van de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916 is aangehouden tot het pleidooi in het aanhoudingsincident in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930, dat in beide aanhoudingsincidenten zal worden gehouden, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken, waaronder de antwoordakte d.d. 21 maart 2007 aan de zijde van Handico, waarbij deze zich ter zake van het voorwaardelijk vrijwaringsincident heeft gerefereerd.

1.2

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken in de zaak met

zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930:

- dagvaarding d.d. 10 februari 2006 en de door Dekker en [X] overgelegde producties;

- incidentele conclusie van IHG tot voeging, aanhouding en voorwaardelijke oproeping in vrijwaring, met producties;

- akte tot referte aan de zijde van Dekker en [X] in het voegings- en voorwaardelijke vrijwaringsincident alsmede conclusie van antwoord in het aanhoudingsincident;

- de bij gelegenheid van de pleidooien d.d. 11 juni 2007 in het aanhoudingsincident overgelegde pleitnotities.

2 De vaststaande feiten in beide aanhoudingsincidenten

2.1

Tussen IHG Logistics als afzender en Handico als vervoerder is een overeenkomst gesloten tot het vervoer over de weg op 10 september 2004 van een container met 2.513 stuks leren jassen (hierna: de zending) van Rotterdam naar Essen in Duitsland, waar de zending moest worden afgeleverd aan IHG Fashion. IHG Logistics zou als vervoerder zijn ingeschakeld door Duitse ladingbelanghebbenden (Leather Sound Fashion GmbH).

2.2

Handico heeft op haar beurt Dekker opdracht gegeven tot het vervoer van de zending. Dekker heeft dit vervoer feitelijk uitgevoerd.

2.3

Nadat de chauffeur van Dekker, [X], de zending op 10 september 2004 met een vrachtwagencombinatie had opgehaald en deze combinatie met de zending op een parkeerterrein in Tilburg had geplaatst, bleek omstreeks 12 september 2004 dat 1.270 jassen uit de container waren gestolen.

2.4

Ter zake van de zending was door de ladingbelanghebbenden een verzekering afgesloten met Assekuranzkontor Friedrich Barkmann ohG (hierna: Barkmann) te Hamburg. Als gesubrogeerde verzekeraar is door Barkmann in Duitsland op 21 oktober 2005, tot vergoeding van de geleden schade, een Mahnverfahren gestart voor het Amtsgericht Hamburg tegen IHG Logistics, welke procedure geresulteerd heeft in een Mahnbescheid van 20 november 2005.

Nadat IHG Logistics in verzet (Widerspruch) was gekomen, is de behandeling van de zaak verwezen naar de Kammer für Handelssachen van het Landgericht Essen, welk gerecht de zaak onder dossiernummer 42 O 19/06 in behandeling heeft. Dit gerecht heeft de Klagebegründung van Barkmann bij beslissing d.d. 31 juli 2006 ter kennis gebracht van IHG Logistics. In het kader van die procedure heeft IHG Logistics op 15 augustus 2006 een Streitverkündung doen uitgaan aan Handico, Dekker en [X].

3. De vorderingen in de beide hoofdzaak

3.1

In de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916 vordert Handico dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart:

- primair: dat een eventuele vordering tot betaling van schadevergoeding van IHG Logistics en/of IHG Fashion is verjaard;

- subsidiair: dat Handico niet, althans tot niet meer dan de in artikel 23 juncto artikel 25 CMR genoemde limieten door IHG Logistics en/of IHG Fashion aansprakelijk kan worden gehouden,

met veroordeling van IHG Logistics en IHG Fashion in de kosten van het geding.

3.2

In de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930 vorderen Dekker en [X] dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart dat Dekker en [X] niet gehouden zijn tot betaling van enig bedrag aan schadevergoeding aan Handico en/of IHG Logistics, primair omdat de eventuele schadevergoedingsvordering van Handico en/of IHG Logistics is verjaard ex artikel 32 CMR, subsidiair omdat Dekker en/of [X] niet aansprakelijk zijn(is) voor de geleden schade, meer subsidiair omdat Dekker en/of [X] niet verder aansprakelijk zijn(is) jegens Handico en/of IHG Logistics dan tot het het bedrag van de CMR-beperking ex artikel 23 CMR. Tevens vorderen Dekker en [X] veroordeling van Handico en IHG Logistics in de proceskosten bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4 Het geschil in beide aanhoudingsincidenten

4.1

De incidentele vorderingen van IHG tot aanhouding luiden dat de rechtbank de onderhavige zaken aanhoudt totdat het Landgericht Essen in Duitsland vonnis heeft gewezen in de onder 2.4 bedoelde zaak van Barkmann tegen IHG Logistics, met dossiernummer 42 O 19/06.

4.2

Aan deze incidentele vorderingen heeft IHG - kort gezegd - ten grondslag gelegd dat voorafgaande aan de onderhavige zaken reeds in Duitsland de onder 2.4 bedoelde procedure aanhangig was gemaakt en dat sprake is van samenhang als bedoeld in artikel 28 EEX-Vo van deze beide onderhavige zaken met deze Duitse procedure.

4.3

Handico enerzijds en Dekker en [X] anderzijds hebben de tegen hen ingestelde incidentele vordering gemotiveerd betwist.

5 De beoordeling van beide incidentele vorderingen tot aanhouding

5.1

Indien al zou kunnen worden aangenomen dat artikel 28 EEX-Vo kan worden toegepast omdat de CMR geen eigen regeling geeft voor gevallen van connexiteit - de rechtbank laat dit in het midden -, zal niet worden overgegaan tot aanhouding van beide onderhavige zaken, nu niet voldoende duidelijk is dat is voldaan aan alle vereisten die daarvoor gelden en dat aanhouding tevens opportuun is. Van belang is daarbij dat toepassing van Nederlands respectievelijk Duits recht in het kader van artikel 29 CMR tot sterk uiteenlopende resultaten kan leiden, hetgeen in feite de aanleiding zal zijn geweest voor Handico respectievelijk Dekker en [X] tot het aanhangig maken voor deze rechtbank van de onderhavige zaken. Het is voor een goede rechtsbedeling niet noodzakelijk dat eerst vorenbedoelde Duitse zaak wordt afgedaan door de Duitse rechter en vervolgens de onderhavige zaken door de Nederlandse rechter.

5.2

Daarmee liggen beide incidentele aanhoudingsvorderingen voor afwijzing gereed.

5.3

De uitspraken over de proceskosten zullen worden gereserveerd tot de einduitspraken in de hoofdzaken.

6 De beoordeling van beide incidentele vorderingen tot voorwaardelijke vrijwaring

6.1

Aan de voorwaarde waaronder deze incidenten zijn gestart, namelijk afwijzing van de incidentele vorderingen tot aanhouding, is voldaan.

6.2

De vorderingen van IHG tot oproeping van

Assekuranzkontor Friedrich Barkmann ohG

Neuer Wall 10

20354 Hamburg

Duitsland

zijn voor toewijzing vatbaar, nu deze niet zijn weersproken en op de wet zijn gegrond.

6.3

De uitspraken over de proceskosten zullen worden gereserveerd tot de einduitspraken in de hoofdzaken.

7 De beslissing

De rechtbank,

in de aanhoudingsincidenten

wijst de incidentele vorderingen af;

reserveert de uitspraak over de proceskosten tot de einduitspraak in de betreffende hoofdzaak,

in het voorwaardelijke vrijwaringsincident in de zaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916

staat IHG Logistics en IHG Fashion toe om

Assekuranzkontor Friedrich Barkmann ohG

Neuer Wall 10

20354 Hamburg

Duitsland

te dagvaarden tegen de roldatum van 14 november 2007 teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;

reserveert de uitspraak over de proceskosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak,

in het voorwaardelijke vrijwaringsincident in de zaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930

staat IHG Logistics toe om

Assekuranzkontor Friedrich Barkmann ohG

Neuer Wall 10

20354 Hamburg

Duitsland

te dagvaarden tegen de roldatum van 14 november 2007 teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;

reserveert de uitspraak over de proceskosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak,

in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer 264896 / HA ZA 06-1916

verwijst de zaak naar de rol van 31 oktober 2007 voor conclusie van antwoord,

in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer 265072 / HA ZA 06-1930

verwijst de zaak naar de rol van 31 oktober 2007 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

901/10