Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB7418

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-10-2007
Datum publicatie
08-11-2007
Zaaknummer
2655776 / HA ZA 06-2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

hennepkwekerij, vordering energiebedrijf, verbruik buiten de meter om geschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 2655776 / HA ZA 06-2016

Uitspraak: 3 oktober 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO ENERGIE SERVICES B.V. h.o.d.n. ENECO ENERGIE,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. T.A. Vermeulen,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. H. Bouwmeister-Overbeek.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eneco" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 14 juli 2006;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 27 september 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 19 januari 2007;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemoti¬veerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Eneco is lasthebber van, factureert, incasseert en is gemachtigd om in rechte op te treden namens – onder andere – Eneco Energie Retail B.V. en Eneco Netbeheer B.V.

2.2 Eneco Energie Retail heeft in de periode van 3 juli 2001 tot 13 februari 2002 energie geleverd aan het pand [..]straat 13 te [gemeente] (hierna: het pand). Eneco Netbeheer heeft de energie in die periode naar dit pand getransporteerd. Hieraan lag een overeenkomst tussen Eneco, in haar gemelde hoedanigheid, en [gedaagde] ten grondslag. Op deze overeenkomst zijn de Algemene leveringsvoorwaarden Eneco elektriciteit 2001 voor huishoudelijke verbruikers (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.

2.3 [gedaagde] heeft in de betreffende periode het pand niet bewoond. Hij heeft het pand destijds verhuurd aan J.A. [betrokkene].

2.4 Op de energierekening voor het pand d.d. 9 oktober 2001 met betrekking tot het verbruik van 3 juli 2001 tot 13 september 2001 is vermeld:

(…)

Omschrijving Eindstand Beginstand Verbruik Bedrag in f

(…)

Laag tarief

à f 0,0888 / kWh

8539*

8051

488 kWh

56,38

Normaal tarief à f 0,2035 / kWh 79958* 79495 463 kWh 43,33

(…) (…)

In rekening gebrachte termijnbedragen (totaal: F 2.772,00) t.w.: AF: ontvangen bedragen tot 5-10-2001 2.772,00

aug sept

1386 1386 Saldo - 1.861,32

(…)

DOOR U TE ONTVANGEN 1.021,32

Omgerekend in Euro’s zou dit € 463,46 bedragen.

Dit bedrag wordt op uw rekening 1180853 gestort.

* Meterstand is geschat

(…)

2.5 Op 13 februari 2002 is Eneco in het bijzijn van de politie Rotterdam-Rijnmond het pand binnengetreden en heeft daar een hennepkwekerij aangetroffen. Eneco heeft een onder¬zoek ingesteld naar de elektrische installatie. De kwekerij bestond uit: in de kelder twee grote ruimtes als hennepkwekerij, een bevloeiingsruimte, een droogkamer, een stekken¬ruimte en een knipruimte. In het pand werden aangetroffen: 1210 hennepplanten, ongeveer 8 kilo gedroogde hennep¬toppen, 122 assimilatielampen 400 Watt, 122 transformatoren, 8 afzuiginstallaties c.q. aanjagers, 18 koolstoffilters, waarvan 8 als voorraad in verpakking, 3 dompelpompen, 1 voedingscomputer, 5 ventilatoren, 1 digitale pH-meter, 2 lucht¬bevochtigers, 2 schakelkasten beveiligingsapparatuur, een grote hoeveelheid jerrycans c.q. flacons vloeistoffen (zuren en basen) met geconcentreerde groeibevorderingsmiddelen en 2 vloeistofbassins met een geschatte inhoud van 140 liter voedingswater.

2.6 In het (handgeschreven) rapport van de fraude-inspecteur van Eneco, H. Poots, die ter plaatse aanwezig was, is (voor zover leesbaar) vermeld:

(…) 13-2-2002 2100 v.v. politie hennepkwekerij

ZegelsHA(rb:?) weg zegels klemmendeksel + lab gemanipuleerd 2xzegelverbr.

(…) zekeringen, kabel, meter zeer warm door hoog

vermogen 2 kwekerijen 2x12 uur + drogerij en stekkenkwekerij

vermoedelijk meter teruggedraaid narekenen svp (3 oogsten)

Om 2130 D 85027,1 en om 2300 D 85057,1 kwekerij I brandde toen(…)

zegel relais ook gemanipuleerd.(…)

Op 14-2-2002 (rb:?) 236 bijna zover om af te sluiten (…)

Om 500 besloten om te stoppen.(…)

15-2-2002 1230 sleutel halen pb IJsselmonde

elek mtr afgenomen stand N 13416

D. 85076(…)

10 uurbon

meters(…)

2.7 Op de energierekening voor het pand d.d. 20 februari 2002 met betrekking tot het verbruik van 14 september 2001 tot 14 februari 2002 is vermeld:

(…)

Omschrijving Eindstand Beginstand Verbruik Bedrag in €

(…)

Laag tarief

à € 0,0401/ kWh

13416

8539*

4877 kWh

195,39

Normaal tarief à € 0,0866 / kWh 85076 79958* 5118 kWh 442,99

(…) (…)

In rekening gebrachte termijnbedragen (totaal:€ 1.905,54) t.w.: AF: ontvangen bedragen 1.905,54

okt nov dec jan feb

381,18 381,18 381,18 381,00 381,00 Saldo - 69,38

Nog te ontvangen betalingen** 30.135,62

DOOR U TE BETALEN 30.066,24

Dit bedrag wordt omstreeks 07-03-2002 van uw rekening 1180853 afgeschreven.

* Meterstand is geschat

** Voor de nog niet ontvangen betalingen verwijzen wij naar de hierover met u gevoerde correspondentie.

(…)

2.8 Op of omstreeks 11 maart 2002 heeft [gedaagde] een energierekening van Eneco ontvangen (gedateerd 20 februari 2002) voor een bedrag van € 30.066,24. Bij faxbericht van 21 maart 2002 heeft [gedaagde] aan Eneco verzocht hem in het bezit te stellen van de resultaten (rapportage) van het onderzoek van de meetinrichting, die door Eneco uit het pand was weggehaald, evenals een schriftelijke specificatie van het bedrag van € 30.066,24. Tevens heeft [gedaagde] Eneco verzocht de meetinrichting beschikbaar te houden voor nader onderzoek.

2.9 Eneco heeft bij brief van 29 maart 2002 aan [gedaagde] medegedeeld dat zij, op grond van de door de politie en haar fraudemedewerker geconstateerde feiten, artefacten en omstandigheden, een nota heeft doen opmaken op basis van twee kweken, die in totaal € 19.868,90 bedraagt en dat zij [gedaagde] als contractant op grond van de algemene voorwaarden aansprakelijk stelt voor deze kosten.

2.10 Bij brief van 4 april 2002 heeft [gedaagde] aan Eneco nogmaals verzocht om een specificatie en een schriftelijke rapportage van de resultaten van het onderzoek naar de meetinrichting. Ook heeft [gedaagde] herhaald dat Eneco de meetinrichting beschikbaar moet houden voor een eventuele contra-expertise.

2.11 Op 18 april 2002 heeft [gedaagde] ten gunste van Eneco een bankgarantie gesteld voor een bedrag van € 25.000,00.

2.12 Bij brief van 9 december 2005 heeft Eneco [gedaagde] tot betaling gesommeerd. De nadien gevoerde correspondentie tussen partijen heeft hen niet tot andere inzichten gebracht. De door [gedaagde] ingestelde vordering in kort geding tot vrijgave van de bankgarantie heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij vonnis van 27 juli 2006 afgewezen.

3. De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen om aan Eneco te betalen de somma van € 23.282,69 met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Eneco aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Op of omstreeks 13 februari 2002 is geconstateerd dat met de energiemeetinriching in het pand is gemanipuleerd. De meetinrichting was beschadigd en de zegels waren verbroken om verbruik buiten de meter om mogelijk te maken ten behoeve van een hennepkwekerij.

3.2 Ingevolge de van toepassing zijnde algemene voorwaarden is de afnemer gehouden tot betaling van de geleverde energie evenals de transportkosten indien buiten de meter om energie is gebruikt. Voorts heeft Eneco in dat geval het recht om het verbruik te schatten indien de meetapparatuur is gemanipuleerd en daardoor het verbruik niet volledig kan worden geregistreerd.

3.3 Eneco heeft het verbruik geschat aan de hand van het aantal kilowatt dat door de aangetroffen apparatuur wordt gebruikt en het aantal uren dat deze apparatuur is gebruikt. Dit aantal uren is geschat op basis van de aangetroffen restanten. Er zijn twee kwekerijen aangetroffen en een drogerij. Eneco is uitgegaan van twee hennepkweken. Eén kweek duurt volgens heet rapport van de Wageningen Agricu¬ltural University van 21 februari 1997, 70 dagen. Voorts zijn bij [gedaagde] in rekening gebracht de kosten die door de lastgevers van Eneco zijn gemaakt in verband met het verwijderen en herplaatsen van de apparatuur, evenals de contractuele boete die verschuldigd is geworden wegens het manipuleren van de meetapparatuur. In totaal is [gedaagde] € 19.018,72 verschuldigd.

3.4 [gedaagde] is in weerwil van diverse aanmaningen en sommaties niet bereid gebleken de kosten van dit energieverbruik en transport aan Eneco te voldoen.

3.5 Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde] de buiten¬gerechtelijke incassokosten verschuldigd die Eneco heeft gemaakt. Eneco is met haar incassogemachtigde het tarief Voorwerk II overeengekomen, in dit geval een bedrag van € 904,00.

3.6 Eneco maakt aanspraak op de wettelijke rente vanaf de dag dat het verbruik is geëindigd, tot 14 juli 2006 bedragend € 3.359,97.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Eneco in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 [gedaagde] ontkent dat buiten de meter om energie is verbruikt, dat er illegaal is afgetapt, althans dat de energiemeetinrichting in het pand is gemanipuleerd, althans door middel van de cijferrollen de energie¬registratie is gemanipuleerd.

4.2 [gedaagde] heeft Eneco na ontvangst van de nota’s meteen verzocht om hem in het bezit te stellen van de resultaten van het onderzoek naar de meetinrichting, een specificatie van de vermeende schade en de meetinrichting beschikbaar te houden voor onderzoek. Na de ontvangst van de bankgarantie heeft Eneco drieënhalf jaar niets van zich laten horen. Eneco kan onder deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep doen op artikel 7 van de algemene voorwaarden, welk artikel de mogelijkheid geeft om een schatting te maken van het verbruik, indien de meter het gebruik niet juist aangeeft. Eneco heeft immers willens en wetens, ondanks herhaald verzoek, de meetinrichting niet voorhanden gehouden, geen onderzoek gedaan naar de meetinrichting, de eindstanden van de meter niet vastgelegd, en [gedaagde] niet in de gelegenheid gesteld om een contra-expertise te doen. Deze feiten en omstandigheden mogen niet ten nadele strekken van [gedaagde].

4.3 Er is geen sprake geweest van twee kweken. Uit de door Eneco overgelegde fotobladen bij het rapport van Ecoloss Project B.V. blijkt dat de aangetroffen hennepplanten niet volgroeid zijn, zodat er geen sprake kan zijn van een volledige kweek. Deze planten zijn ten hoogste vier weken oud. Dat hennep¬toppen zijn aangetroffen, betekent niet dat er in het pand een eerdere kweek heeft plaats¬gevonden. De henneptoppen kunnen ook elders zijn gekweekt. Niet vast staat dat de aangetroffen apparatuur 140 dagen in gebruik is geweest. De apparatuur kan ook tweedehands zijn gekocht.

4.4 Eneco hanteert een tarief van € 0,17493 inclusief BTW aan kosten Kwh. Niet duidelijk is waarop dit tarief is gebaseerd. Uit de door Eneco overgelegde eindnota van 20 februari 2002 blijkt dat destijds een laagtarief van € 0,0401 en een normaal tarief van € 0,0866 gold.

4.5 Betwist wordt dat een kweek gemiddeld zeventig dagen duurt, dat de apparatuur gemiddeld twaalf uur per dag c.q. 24 uur per dag heeft gewerkt.

4.6 [gedaagde] heeft in augustus en september 2001 een totaalbedrag van f 2.772,00 aan Eneco voldaan en over de periode oktober 2001 tot en met februari 2001 € 1.905,54. Niet blijkt dat deze bedragen op het geschatte verbruik van € 18.503,05 in mindering zijn gebracht.

4.7 Betwist wordt dat [gedaagde] een bedrag van € 431.97 voor tien manuren verschuldigd is. Dit bedrag is niet gespecificeerd. Evenmin is de grondslag voor deze vordering aangegeven. Het bedrag kan geen betrekking hebben op de werkzaamheden van Ecoloss, omdat Ecoloss in opdracht heeft gewerkt van de politie, niet van Eneco.

4.8 Betwist wordt dat [gedaagde] een bedrag van € 83,70 ter zake van EL meter verschuldigd is. Iedere grondslag voor deze vordering ontbreekt.

4.9 De berekening van de wettelijke rente is niet gespecificeerd, zodat [gedaagde] niet kan verifiëren of deze juist is berekend. De wettelijke rente loopt niet vanaf de vervaldatum van de eindafrekening van Eneco. Immers, Eneco heeft, ondanks herhaald verzoek, verzuimd [gedaagde] in het bezit te stellen van een specificatie. Het heeft jaren geduurd, voordat Eneco die specificatie verstrekte. De wettelijke rente is in ieder geval pas verschuldigd vanaf de datum van het verstrekken van de specificatie, zijnde de datum van de conclusie van repliek, 21 februari 2007.

4.10 [gedaagde] betwist buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn. De raadsman van Eneco heeft geen buitengerechtelijk incassowerkzaamheden verricht. Het incassobureau heeft slechts één brief gestuurd, waarin geen specificatie van de hoofd¬som was gegeven.

5. De beoordeling

5.1 In beginsel geldt dat [gedaagde] als contractant jegens Eneco aansprakelijk is voor de niet door de meter geregistreerde afname van elektriciteit ten behoeve van de op 13 februari 2002 in het pand aangetroffen hennepkwekerij. [gedaagde] heeft dit ook niet betwist. [gedaagde] heeft wel betwist dat sprake is geweest van een niet door de meter geregistreerde afname van elektriciteit.

5.2 Zoals uit de hierboven onder 2.7 weergegeven energienota blijkt, heeft de elektriciteitsmeter in het pand over de periode van 14 september 2001 tot 14 februari 2002 een verbruik geregistreerd van 4877 kWh (laag tarief) en 5118 kWh (hoogtarief), ofwel in totaal 9995 kWh. Indien [gedaagde] wordt gevolgd in diens standpunt dat de hennepkwekerij pas vier weken in bedrijf was, moet op grond van de berekeningen, die Eneco als producties 6 tot en met 8 heeft overgelegd en die als zodanig niet, althans onvoldoende gemotiveerd, zijn bestreden, de aangetroffen apparatuur tot een verbruik van ruim 23.000 kWh hebben geleid. Het is daarom onmogelijk dat de elektriciteitsmeter het juiste verbruik heeft laten zien. Vastgesteld moet daarom worden dat elektriciteit illegaal, buiten de meter om is afgenomen.

5.3 Hieruit volgt dat onderzoek aan de elektriciteitsmeter geen toegevoegde waarde heeft. Dat de meter – ondanks meerdere verzoeken van [gedaagde] om de meter voor onderzoek beschikbaar te houden – niet meer voorhanden is, is daarom geen omstandigheid op grond waarvan artikel 7 van de algemene voorwaarden – welk artikel schatting van verbruikte energie mogelijk maakt – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid buiten toepassing zou moet blijven. Dit geldt eveneens voor het tijdsverloop tussen de datum van het stellen van de bankgarantie door [gedaagde] en die van dagvaarding. Andere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Eneco is daarom gerechtigd de buiten de meter om verbruikte energie te schatten.

5.4 Met betrekking tot de in de rapporten van Eneco vastgelegde schattingen van de hoeveelheid verbruikte elektriciteit, welke schattingen [gedaagde] heeft bestreden, overweegt de rechtbank als volgt. Nu moet worden aangenomen dat de elektriciteit buiten de meter om is afgenomen, is Eneco bij de schatting van de afgenomen hoeveelheid elektriciteit toegewezen op de door haar in de rapporten genoemde maatstaven. 5.5 Ter onderbouwing van de berekening van de hoeveelheid buiten de meter om afgenomen energie heeft Eneco het vermogen van de in het pand aangetroffen, ten behoeve van de hennepkwekerij gebruikte, apparatuur en het aantal uren dat ieder apparaat, op grond van ervaringsregels, per kweek in werking is als uitgangspunt genomen. Eneco heeft zich daarbij gebaseerd op een rapport van 21 september 1997 van Wageningen Agricultural University. Deze gegevens heeft [gedaagde] niet althans onvoldoende gemotiveerd bestreden. Voorts is Eneco ervan uitgegaan dat met de in het pand aangetroffen apparatuur in totaal twee hennepkweken hebben plaatsgevonden. Het aantal van twee hennepkweken baseert Eneco onder andere op de geconstateerde vervuiling van de aangetroffen koolstoffilters en de aanslag in de bakken. Volgens Eneco geven die vervuiling en aanslag aanleiding te veronderstellen dat sprake is geweest van meer dan twee kweken. Daarnaast heeft Eneco zich gebaseerd op de in het pand aangetroffen gedroogde henneptoppen, die – naar zij onbestreden heeft gesteld – niet afkomstig zijn van de aangetroffen planten.

5.6 Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat de schatting van de onttrokken elektriciteit afwijkt van de feitelijke onttrokken elektriciteit. Daartoe stelt [gedaagde] dat de aangetroffen hennepplanten maximaal vier weken oud waren en dat de aangetroffen gedroogde henneptoppen afkomstig kunnen zijn van een andere kwekerij. Ook zou de apparatuur tweedehands kunnen zijn aangeschaft volgens [gedaagde].

5.7 Nu Eneco echter bij repliek onweer¬sproken heeft gesteld, dat de koolstoffilters schoon in de kwekerij moeten zijn opgehangen, omdat, waar zij geen vuil hebben kunnen aanzuigen, spierwitte randen zichtbaar waren, moet worden aangenomen dat de vervuiling ter plaatse is ontstaan. Bij het afnemen, vervoer en vervolgens elders weer ophangen van vervuilde filters zouden dergelijke witte randen immers niet zijn voorgekomen. Nu Eneco voorts onweersproken heeft gesteld dat de geconstateerde vervuiling van de koolstoffilters duidt op meer dan twee kweken, is de weerlegging door [gedaagde] van de schatting van Eneco dat er sprake is geweest van in totaal twee kweken onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan dit verweer en uitgaan van de juistheid van de schatting van Eneco van de ten behoeve van de hennepkwekerij verbruikte elektriciteit.

5.8 Uit de onder 2.7 weergegeven energierekening blijkt dat destijds een laagtarief van € 0,0401 per kWh en een normaal tarief van € 0,0866 per kWh gold. [gedaagde] heeft bij dupliek als (subsidiair) verweer aangevoerd dat het door Eneco bij de schatting van de niet geregistreerde afgenomen elektriciteit gehanteerde tarief van € 0,17493 niet is onderbouwd en dat onduidelijk is waarop dit tarief is gebaseerd. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, teneinde Eneco de gelegenheid te bieden op dit verweer van [gedaagde] te reageren, nu zij daartoe processueel in een eerder stadium nog niet in staat is geweest.

5.9 Het verweer van [gedaagde] dat niet is gebleken dat zijn betalingen van f 2.772,00 over augustus en september 2001 en € 1.905,54 over oktober 2001 tot en met februari 2002 op het geschatte gebruik in mindering zijn gebracht, wordt gepasseerd. Uit de onder 2.4 en 2.7 weergegeven energierekeningen blijkt dat die betalingen in mindering zijn gebracht op de in rekening gebrachte kosten van het wél geregistreerde verbruik over de periode van 14 september 2001 tot 14 februari 2002.

5.10 Anders dan Eneco heeft gesteld heeft zij geen betaling van contractuele boete gevorderd. Aangezien [gedaagde] jegens Eneco toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met Eneco is hij de door Eneco gevorderde kosten ten gevolge van de frauduleuze handelingen verschuldigd. Eneco vordert in dit verband de kosten van 10 manuren, ad € 431,97 en de kosten van een elektriciteitsmeter ad € 83,70. Vast staat dat de elektriciteitsmeter door Eneco destijds is meegenomen, zodat de kosten van verwijderen en herplaatsen toewijsbaar zijn. Uit het onder 2.6 weergegeven frauderapport blijkt dat de fraudemedewerker van Eneco ter plaatse 10 uur werkzaam is geweest, zodat ook dit bedrag als onvoldoende (gemotiveerd) weersproken toewijsbaar is. Aan kosten zal bij eindvonnis daarom het gevorderde bedrag van € 515,67 worden toegewezen.

5.11 De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal bij eindvonnis worden afgewezen. Eneco heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat deze kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

5.12 Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] met ingang van de dag waarop het verbruik is geëindigd in verzuim is geraakt, zodat de rente bij eindvonnis zal worden toegewezen met ingang van de dag der dagvaarding.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 31 oktober 2007 voor het nemen van een akte door Eneco, waarin zij reageert op het verweer van [gedaagde] dat het bij de schatting van de niet geregistreerde afgenomen elektriciteit gehanteerde tarief van € 0,17493 niet is onderbouwd en dat onduidelijk is waarop dit tarief is gebaseerd, gelet op de destijds geldende tarieven van € 0,0401 per kWh (laagtarief) en € 0,0866 per kWh (hoogtarief).

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren.

Uitgesproken in het openbaar.

336