Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB6075

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-09-2007
Datum publicatie
19-10-2007
Zaaknummer
278199 / HA ZA 07-400
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

incident. bevoegdheid rechtbank. toepasselijkheid van de Wtbz. Nu de declaraties zien op (overwegend) door (kandidaat)notarissen verrichte werkzaamheden zijn artikel 32 en verder van de Wtbz niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 278199 / HA ZA 07-400

Uitspraak: 26 september 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

de naamloze vennootschap NAUTADUTILH N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

procureur mr. R.B. Gerretsen,

advocaten mrs. A. Oorthuys en H.E. Schweers,

- tegen -

de naamloze vennootschap DE VRIES ROBBE GROEP N.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. P.J. de Waal,

advocaat mr. J.G. Princen.

Partijen worden aangeduid als “NautaDutilh” en “DVRG”.

Het procesverloop blijkt uit het griffiedossier, waar de rechtbank kennis van heeft genomen.

1. Het geschil en de beoordeling daarvan in het incident

1.1 DVRG heeft gevorderd dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart van de vorderingen van NautaDutilh kennis te nemen en NautaDutilh in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, omdat de in de artikelen 32 en verder van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) neergelegde procedure dient te worden gevolgd.

1.2 NautaDutilh heeft de vordering gemotiveerd betwist.

1.3 Niet in geschil is dat indien artikel 32 en verder van de Wtbz van toepassing is, deze rechtbank onbevoegd is van de vorderingen van NautaDutilh kennis te nemen.

Tevens is niet in geschil dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd door de op de declaraties genoemde personen.

1.4 Artikel 32 en verder van de Wtbz is van toepassing indien een geschil de hoogte van het bedrag van een declaratie van een advocaat betreft.

Meer specifiek moet sprake zijn van een geschil over het salaris voor werkzaamheden verricht door Nederlandse advocaten die overeenkomstig artikel 1 van de Advocatenwet zijn ingeschreven bij een Nederlandse rechtbank en onderworpen zijn aan het toezicht van de in artikel 22 van de Advocatenwet bedoelde Raden van Toezicht.

1.5 Nu de declaraties zien op (overwegend) door (kandidaat)notarissen verrichte werkzaamheden zijn artikel 32 en verder van de Wtbz niet van toepassing.

1.6 Op grond van het voorgaande wordt de incidentele vordering afgewezen, met veroordeling van DVRG in de kosten.

1.7 Er zal thans beraad plaatsvinden of een comparitie van partijen zal worden bevolen. Iedere beslissing in hoofdzaak zal daartoe worden aangehouden.

2. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt DVRG in de kosten in het incident, tot aan de uitspraak aan de zijde van NautaDutilh begroot op € 452,00 aan salaris voor de procureur;

in de hoofdzaak

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. de Loor-Alwin

Uitgesproken in het openbaar.

1634/1548