Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB6052

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-07-2007
Datum publicatie
19-10-2007
Zaaknummer
284982 / F2 RK 07-1140
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot benoeming van een tweede curator

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 383
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2008/12

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 27 juli 2007

Zaak- / Rekestnummer: 284982 / F2 RK 07-1140

Beschikking in de zaak van:

[verzoekster sub 1], wonende te [woonplaats],

en [verzoeker sub 2], wonende te [woonplaats],

procureur mr. W.H. Bernard.

Belanghebbende is:

[belanghebbende], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen

wonende te [woonplaats].

Het verloop van de procedure

Verzoekers hebben op 27 april 2007 een verzoekschrift ingediend tot benoeming van

[verzoeker sub 2] als tweede curator over [belanghebbende] wegens de vergevorderde leeftijd van curatrice [verzoekster sub 1].

Bij de stukken bevindt zich:

- Een bereidverklaring d.d. 24 april 2007 van [verzoeker sub 1];

- De beschikking van deze rechtbank d.d. 17 maart 1980 waarbij [belanghebbende] voornoemd onder curatele werd gesteld. Daarbij werd [verzoekster sub 1] als curatrice benoemd en [verzoeker sub 2] als toeziend curator.

De beoordeling

Verzoekers hebben gesteld dat het verzoek is ingegeven door de hoge leeftijd van de curatrice. Zij willen voorkomen dat er een vacuüm ontstaat indien zij, [verzoekster sub 1], zou komen te overlijden. Het verzoek is gebaseerd op het in artikel 1:383 BW bepaalde, met verwijzing naar HR 1 december 2000, NJ 2001, 390 en Hof Leeuwarden

17 september 2003, LJN nr. AL3148.

De rechtbank overweegt dat artikel 1:383 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in beginsel geen mogelijkheid geeft voor de benoeming van een tweede curator. De daarin gelegen ratio ziet op het voorkomen van onenigheid tussen de curatoren en daarmee op het belang van de curandus. Verzoekers hebben echter een beroep gedaan op eerder vermelde arresten.

Overwogen wordt dat het beroep op voormeld arrest van de Hoge Raad niet kan slagen, nu de omstandigheden van die zaak op wezenlijke punten afwijkt van de onderhavige zaak. Zo lag aan de Hoge Raad voor of een benoeming van één ouder als curator over een meerderjarig kind met een geestelijke handicap een inmenging is in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), gegeven de situatie dat beide ouders de curatele beschouwden als een voortzetting van het ouderlijk gezag. In de onderhavige zaak is daarvan geen sprake. De curatrice en de aspirant tweede curator zijn respectievelijk de zus en de broer van de curandus en hoewel laatstgenoemde woonachtig is bij zijn zus, leven de betrokkenen niet in gezinsverband samen.

Desondanks is in de jurisprudentie wel enige ruimte gegeven voor de benoeming van een tweede curator op een andere grond dan het vorenstaande, onder meer door het Gerechtshof Leeuwarden voornoemd dat – ten overvloede – overwoog dat het benoemen van twee curatoren juridisch niet op bezwaren behoeft te stuiten. Daarbij is door het gerechtshof een onderscheid gemaakt tussen de bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de curandus en de bescherming van diens niet-vermogensrechtelijke belangen waarbij genoemde taken gescheiden en afzonderlijk van elkaar door de twee curatoren worden uitgeoefend.

De rechtbank overweegt dat deze takenverdeling tegemoet komt aan de vrees van de wetgever voor onenigheid tussen de curatoren. Uit de zich thans in het dossier bevindende stukken blijkt echter niet dat verzoekers een dergelijke taakverdeling voorstaan. De rechtbank zal verzoekers in de gelegenheid stellen zich op dit punt alsnog uit te laten. Om die reden zal de behandeling van de zaak pro forma worden aangehouden tot 1 september 2007.

De beslissing

Bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot de zitting van

1 september 2007 pro forma,

met verzoek aan de procureur van verzoekers om uiterlijk 10 dagen voor genoemde datum aan de rechtbank over te leggen:

- het standpunt van verzoekers inzake de taakverdeling van het curatorschap.

Bepaalt dat partijen dan niet behoeven te verschijnen.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Gruijl-van Benthem, rechter, in bijzijn van

mr. Ligthart, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.