Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB3491

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-08-2007
Datum publicatie
13-09-2007
Zaaknummer
247467 / HA ZA 05-2845
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot vergoeding schade ingesteld door aantal venootschappen van een groepsmaatschappij jegens vennootschap van een andere groepsmaatschappij.

Vordering tot vergoeding schade op grond van toerekenbare tekortkoming afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat er tussen partijen op "holdingniveau" een overkoepelende samenwerkingsovereenkomst bestaat.

Vordering tot vergoeding schade ingesteld jegens wederpartij van een failliete dochtervennootschap, eveneens afgewezen aangezien van onrechtmatige daad jegens (indirecte) aandeelhouder(s) dan wel het gehele concern niet is gebleken. Verwijzing naar Poot/ABP (HR 2 december 1994, NJ 1995, 288).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2007/263
JIN 2007/519
JRV 2007, 772
JOR 2007/263

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 247467 / HA ZA 05-2845

Uitspraak: 15 augustus 2007

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTIPLAN VASTGOED B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTIPLAN GROUP B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTIPLAN B.V.

allen gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

eiseressen,

procureur mr. O.E. Meijer,

advocaten mr. W. Hendriksen en mr. J.C. Toorman te Amsterdam,

- tegen -

de naamloze vennootschap

VASTNED OFFICES / INDUSTRIAL N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. R.B. Gerretsen,

advocaten mr. H.E. Schweers en mr. D.A.M.H.W. Strik te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als "Multiplan Vastgoed", “Multiplan Group” en “Multiplan”, respectievelijk "VastNed". Eiseressen gezamenlijk worden ook aangeduid als “Multiplan c.s.”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft partijen gehoord en heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding en de door Multiplan c.s. overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek;

- conclusie van dupliek, met producties;

- brieven aan de zijde van VastNed van 14 en 20 november 2006, met producties;

- de bij gelegenheid van de pleidooien overgelegde pleitnotities;

- brief aan de zijde van VastNed van 11 december 2006, met akte overlegging producties;

- brief aan de zijde van Multiplan c.s. van 13 december 2006, met akte overlegging producties.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Multiplan c.s. behoren tot een conglomeraat van verschillende vennootschappen (hierna: “de Multiplan-groep”). Eén van deze vennootschappen was Ravenswade Ontwikkeling B.V. (hierna: “Ravenswade”). Enig aandeelhouder van Ravenswade is (en was ook in de relevante periode steeds) Multiplan Vastgoed.

Multiplan Group is (en was ook in de relevante periode steeds) op haar beurt aandeelhouder van Multiplan Vastgoed en aldus indirect aandeelhouder van Ravenswade.

De namen van de verschillende vennootschappen in de Multiplan-groep zijn verschillende malen gewijzigd. Teneinde verwarring te voorkomen zal de rechtbank de bovengenoemde namen aanhouden, ook al hadden de vennootschappen op de beschreven momenten nog een andere naam.

2.2

VastNed legt zich toe op beleggingen in kantoor- en bedrijfsgebouwen. Bestuurder van VastNed is VastNed Management B.V. (hierna: “VastNed Management”). VastNed Management is tevens bestuurder van VastNed Retail N.V. (hierna: “VastNed Retail”), welke vennootschap zich toelegt op beleggingen in winkelpanden.

2.3

De Multiplan-groep en VastNed werkten sedert lange tijd samen aan de ontwikkeling van vastgoedprojecten. De Multiplan-groep ontwikkelde op eigen naam projecten, waarbij VastNed de ontwikkeling financierde en het eindproduct kocht.

2.4

In 1997 is een convenant (hierna: “het convenant”) opgesteld tussen VastNed Management en Multiplan Vastgoed omtrent hun samenwerking, waarbij onder meer is opgenomen dat beide partijen voornemens zijn gezamenlijk projectontwikkelingsactiviteiten aan te gaan waarbij de structuur van deze activiteiten in het convenant zijn vastgelegd. Tevens is opgenomen dat Multiplan voor een vennootschap zorg zal dragen die als doel heeft uitsluitend ontwikkelingsactiviteiten te ontplooien. Deze vennootschap was Ravenswade. Het convenant is uitsluitend door Multiplan Vastgoed getekend.

2.5

Op 25 juni 1999 is een algemene samenwerkingsovereenkomst getekend tussen VastNed Management (in opdracht van VastNed Retail en VastNed) en Ravenswade.

2.6

Op 15 juli 1999 is er vervolgens een samenwerkingsovereenkomst (hierna: “de samenwerkingsovereenkomst”) getekend tussen Ravenswade en VastNed betreffende de ontwikkeling van een terrein in Nieuwegein (hierna: “Trinovium”)

2.7

Vervolgens zijn geschillen ontstaan tussen VastNed en Ravenswade omtrent de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst. Deze geschillen hadden - onder meer - betrekking op de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, betalingen die, naar Ravenswade stelde, VastNed diende te doen, het ontbreken van een (tijdig beschikbare) bouwvergunning en gebreken in de bouw. Tussen partijen zijn hieromtrent procedures gevoerd.

2.8

Op 31 mei 2004 is Ravenswade op verzoek van VastNed failliet verklaard, met benoeming van mr. A.A.M. Deterink tot curator.

3 Het geschil

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad VastNed te veroordelen tot betaling van € 103.024.772,-, met veroordeling van VastNed in de kosten van deze procedure.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben Multiplan c.s. aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

Tussen partijen bestond op “holdingniveau” een overkoepelende samenwerkings-overeenkomst. Multiplan c.s. zijn hun verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst nagekomen. VastNed heeft welbewust haar verplichting om uitvoering te geven aan die overeenkomst geschonden. VastNed is jegens Multiplan c.s. aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit.

3.2

Multiplan c.s. hebben schade geleden door het bewust en te kwader trouw toerekenbaar tekortschieten van VastNed jegens Ravenswade. Dit levert een onrechtmatige daad jegens Multiplan c.s. op.

3.3

De schade bestaat uit de gemiste winst met betrekking tot Trinovium (€ 78.345.540,=) en uit diverse kosten, waaronder de onverhaalbaarheid van de leningen die aan Ravenswade zijn verstrekt, die niet door VastNed zijn vergoed (€ 7.712.260,=). Ook derven Multiplan c.s. winst nu zij de opbrengst uit Ravenswade niet hebben kunnen inzetten voor de financiering van andere projecten (€ 16.966.972,=).

De bedragen zijn gebaseerd op de winst die Ravenswade zou hebben gemaakt en vervolgens aan Multiplan c.s. zou hebben afgedragen bij voltooiing van het project.

3.4

VastNed heeft de vordering van Multiplan c.s. gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Multiplan c.s. in de kosten.

Op het verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1 Contractuele aansprakelijkheid

4.1.1

Tussen partijen is niet in geschil dat de onder 2.6 bedoelde samenwerkingsovereenkomst was gesloten en gold tussen Ravenswade en VastNed en dat tussen deze twee partijen procedures zijn gevoerd omtrent het nakomen van de samenwerkingsovereenkomst. Eerst na het faillissement van Ravenswade hebben Multiplan c.s. gesteld dat ook zij een overeenkomst hadden met VastNed; Multiplan c.s. zijn nimmer partij geweest bij de gevoerde procedures.

Tussen partijen is evenmin in geschil dat er al gedurende een langere periode een relatie bestond tussen VastNed en de Multiplan-groep. Tussen partijen is echter wel in geschil of deze langdurige relatie kan worden beschouwd als een overkoepelende samenwerkings-overeenkomst, in de nakoming waarvan VastNed toerekenbaar tekort zou zijn geschoten en op grond waarvan Multiplan c.s. VastNed aansprakelijk kunnen stellen. Nu het bestaan van deze overeenkomst door VastNed uitdrukkelijk wordt betwist, is de vraag die als eerste voorligt of er tussen partijen een dergelijke overkoepelende samenwerkingsovereenkomst is gesloten.

4.1.2

De rechtbank stelt voorop dat toen de Multiplan-groep en VastNed / VastNed Management een relatie aangingen, meer in het bijzonder met betrekking tot Trinovium, zij er uitdrukkelijk voor hebben gekozen om dit met een aparte juridische entiteit te doen, Ravenswade.

Als uitgangspunt heeft dan te gelden dat Ravenswade een rechtspersoon is die zelfstandig, als drager van eigen rechten en verplichtingen, aan het rechtsverkeer deelneemt. Dit geldt ook indien zij door één aandeelhouder wordt beheerst, in dit geval Multiplan Vastgoed. Derhalve is VastNed in beginsel, als zij wanpresteert onder de samenwerkings-overeenkomst, op die grond alleen jegens Ravenswade schadeplichtig en niet jegens derden. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan om te oordelen dat VastNed jegens andere vennootschappen van de Multiplan-groep aansprakelijk is. Naar de rechtbank begrijpt, beroepen Multiplan c.s. zich op zo’n uitzonderlijke situatie en zou deze uitzondering gelegen zijn in het feit dat de overeenkomst tussen VastNed en Ravenswade onderdeel uitmaakt van een grote en overkoepelende overeenkomst, die zou bestaan tussen Multiplan c.s. en VastNed, zodat VastNed in die zin ook heeft gewanpresteerd jegens Multiplan c.s.

Deze overkoepelende samenwerkingsovereenkomst is niet op schrift gesteld, maar de inhoud zou blijken uit de feitelijke gang van zaken en uit de bij dagvaarding onder 3 tot en met 9 overgelegde producties, aldus Multiplan c.s.

4.1.3

Hoewel voor het bestaan van een overeenkomst niet noodzakelijk is dat deze op schrift is gesteld, is wel vereist dat de betrokken partijen zich jegens elkaar hebben verbonden. Meer specifiek moet er wilsovereenstemming bestaan over alle essentiële elementen van de overeenkomst, zodat de inhoud van de overeenkomst voldoende duidelijk is en vastgesteld kan worden (ook door partijen) wie welke rechten en welke verplichtingen heeft. Dat bestaan van bepaalde (althans bepaalbare) specifieke rechten en verplichtingen over en weer, kenmerkt het verschil tussen een - in rechte afdwingbare - overeenkomst en een vrijblijvende relatie. Het enkele feit dat er contacten waren tussen de Multiplan-groep en VastNed in combinatie met een contractuele relatie tussen Ravenswade en VastNed is onvoldoende om een dergelijke wilsovereenstemming op essentiële elementen aan te kunnen nemen tussen Multiplan c.s. en VastNed.

Ook uit het door Multiplan Vastgoed ondertekende convenant, welk convenant kennelijk bedoeld was om af te sluiten met VastNed Management, kan niet worden opgemaakt dat er sprake is (geweest) van zo’n overkoepelende overeenkomst tussen VastNed en Multiplan c.s.

Als productie 5 bij dagvaarding is nog overgelegd een brief van VastNed Management aan Multiplan. Deze brief is een bevestiging van het bestaan van de samenwerking voor de planontwikkeling van onroerend-goed projecten voor de beleggingsfondsen van VastNed, VastNed Management en VastNed Retail, maar kan (omdat zij de hiervoor bedoelde vereiste duidelijkheid omtrent de daaruit voortvloeiende verplichtingen mist) niet beschouwd worden als een overeenkomst tussen Multiplan c.s. en VastNed Management, laat staan als een overeenkomst tussen VastNed en Multiplan c.s. Uit de overige door Multiplan c.s. in dit kader genoemde overgelegde producties blijkt dat er een zekere relatie bestond tussen de Multiplan-groep en VastNed en VastNed Management, maar niet dat er sprake was van een overeenkomst tussen Multiplan c.s. enerzijds en VastNed anderzijds.

4.1.4

Voor het overige zijn door Multiplan c.s. geen concrete feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat er tussen Multiplan c.s. en VastNed een specifieke op “holdingniveau” overkoepelende overeenkomst bestond op grond waarvan VastNed zich jegens zowel Multiplan Vastgoed, Multiplan Group als Multiplan, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, verplicht heeft nadere overeenkomsten te sluiten met aan Multiplan c.s. gelieerde vennootschappen en deze juist uit te voeren, zodat daaruit verplichtingen voortvloeien en zij zich bij onjuiste of onvolledige uitvoering daarvan schuldig zou maken aan een toerekenbare tekortkoming jegens Multiplan c.s. Bij gebreke daarvan komt de rechtbank er reeds om deze reden niet aan toe Multiplan c.s. van het bestaan van de overeenkomst bewijs op te dragen. Dat geldt met name nu de Multiplan-groep bestaat uit een groot aantal vennootschappen die elk hun eigen doel, rechten en verplichtingen hebben en er kennelijk voor gekozen is om per project aparte (samenwerkings)overeenkomsten aan te gaan tussen specifieke vennootschappen uit de beide groepen en Multiplan c.s. geenszins hebben aangegeven waarom er in dit verband dan juist met Multiplan Vastgoed, Multiplan Group en Multiplan enerzijds en VastNed anderzijds, zo’n overkoepelende overeenkomst zou bestaan.

4.1.5

Nu Multiplan c.s. aldus onvoldoende hebben gesteld om het bestaan van een overkoepelende overeenkomst met VastNed aan te kunnen nemen, dient de vordering van Multiplan c.s., voor zover hierop gestoeld te worden afgewezen.

4.2 Onrechtmatig handelen

4.2.1

Subsidiair hebben Multiplan c.s. hun vordering gebaseerd op onrechtmatig handelen van VastNed jegens Multiplan Vastgoed als enig aandeelhoudster van Ravenswade en jegens Multiplan Group als enig aandeelhoudster van Multiplan Vastgoed.

Bij een vordering als de onderhavige heeft, naar op zich tussen partijen ook in confesso is, als uitgangspunt het navolgende te gelden (Poot/ABP, HR 02-12-9994, NJ 1995, 288, r.o. 3.4.1):

“Naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn rechtspersonen die zelfstandig, als dragers van eigen rechten en verplichtingen, aan het rechtsverkeer deelnemen, ook indien zij, zoals hier het geval is, door één persoon (enig directeur en enig aandeelhouder) worden beheerst. Het vermogen van een vennootschap is afgescheiden van dat van zijn aandeelhouders. Indien aan een vennootschap door een derde vermogensschade wordt toegebracht door het niet behoorlijk nakomen van contractuele verplichtingen jegens de vennootschap of door gedragingen die tegenover de vennootschap onrechtmatig zijn, heeft alleen de vennootschap het recht uit dien hoofde van de derde vergoeding van deze aan haar toegebrachte schade te vorderen.

Die vermogensschade van de vennootschap zal, zolang zij niet is vergoed, een vermindering van de waarde van de aandelen in de vennootschap meebrengen. In beginsel kunnen de aandeelhouders echter op grond van dit (aanvankelijk) voor hen ontstane nadeel niet een eigen vordering tot schadevergoeding tegen de bedoelde derde geldend maken. Het ligt op de weg van de vennootschap om ter bescherming van de belangen van allen die bij het in stand houden van haar vermogen belang hebben, van de derde schadevergoeding te vorderen; slaagt zij daarin, dan moet ook de met die schade corresponderende waardevermindering van de aandelen geacht worden ongedaan te zijn gemaakt. Zou de vennootschap het vorderen van schadevergoeding nalaten, dan behoeven de belanghebbenden daarin niet te berusten; het Nederlandse rechtsstelsel biedt dan voldoende mogelijkheden om het bestuur van de vennootschap tot het alsnog instellen van de vordering te nopen.

Er is geen grond om op dit punt onderscheid te maken tussen het geval van een vennootschap met een aantal aandeelhouders en dat van een vennootschap waarvan de aandelen in één hand zijn. Ook is in dit verband niet van belang in hoeverre bij een vennootschap met slechts één aandeelhouder deze laatste tevens als (enig) directeur het doen en laten van de vennootschap beheerst.”

Een en ander neemt niet weg dat, op de voet van hetzelfde arrest, een aandeelhouder een derde op grond van een onrechtmatige daad aansprakelijk kan stellen indien door die derde jegens de aandeelhouder een (specifieke) zorgvuldigheidsnorm niet in acht is genomen. Het is hierbij onvoldoende om te stellen dat er sprake is wanprestatie of onzorgvuldig handelen door de derde jegens de vennootschap.

4.2.2

Multiplan c.s. hebben gesteld dat in het onderhavige geval jegens Multiplan Vastgoed en Multiplan Group als (indirecte) aandeelhouders sprake is van zo’n zelfstandige onrechtmatige daad. Daartoe is door Multiplan c.s. het volgende aangevoerd.

De specifieke zorgvuldigheidsnorm die VastNed jegens Multiplan Vastgoed en Multiplan Group heeft geschonden bestaat eruit dat VastNed doelbewust heeft aangestuurd op het faillissement van Ravenswade en het faillissement vervolgens ook heeft aangevraagd, hetgeen onrechtmatig is jegens de aandeelhouders omdat VastNed wist dat deze aandeelhouders, met wie VastNed reeds jarenlang een contractuele band onderhield, hierdoor ernstig werden benadeeld.

De afgeleide schade die hierdoor is geleden bestaat uit de schade die aan Ravenswade is toegebracht en die één op één kan worden doorberekend als schade van de (indirecte) aandeelhouders. Deze schade bestaat uit de gemiste winst met betrekking tot Trinovium en uit diverse kosten die niet door VastNed zijn vergoed. Ook derven Multiplan c.s. winst nu zij de opbrengst uit Ravenswade niet hebben kunnen inzetten voor de financiering van andere projecten. De bedragen zijn gebaseerd op de winst die Ravenswade zou hebben gemaakt en vervolgens aan Multiplan c.s. zou hebben afgedragen bij voltooiing van het project.

Deze niet-terugbetaling en daarmee ook de schade, is definitief geworden door het faillissement van Ravenswade dat door VastNed is aangevraagd. Gezien het faillissement van Ravenswade is Multiplan Vastgoed niet meer in staat Ravenswade te nopen de procedure tegen VastNed te continueren. De curator van Ravenswade heeft besloten om de (eerder geëntameerde) procedures tegen VastNed niet te continueren en heeft bovendien de vordering van VastNed op Ravenswade van EUR 22.520.640,- geplaatst op de lijst van voorlopig erkende crediteuren. De vordering van Multiplan c.s. op Ravenswade, die geheel gelijkluidend is aan hetgeen in onderhavige procedure wordt gevorderd, is door de curator opgenomen op de lijst van betwiste crediteuren in het faillissement van Ravenswade.

De curator heeft aangegeven dat hij geen vordering tegen VastNed zal instellen, zodat alleen de aandeelhouders nog vergoeding van deze schade kunnen vragen. Dat is ook de enige mogelijkheid om de schade vergoed te krijgen, nu de aandeelhouders hun vennootschappelijke bevoegdheden niet meer kunnen gebruiken om Ravenswade een vordering jegens VastNed te doen instellen.

4.2.3

Bij de beantwoording van de vraag of VastNed inderdaad een op de verhouding tussen VastNed en de (indirecte) aandeelhouders van Ravenswade te betrekken en aldus te specificeren zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden, stelt de rechtbank voorop dat de enkele “wetenschap van benadeling van de aandeelhouder” onvoldoende is om aan te nemen dat er ook een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens die aandeelhouders is geschonden. Door het aanvragen van het faillissement zijn de aandelen “waardeloos gemaakt” en is het winstpotentieel van Ravenswade verdwenen. Dit is in beginsel geen schending van een specifieke zorgvuldigheidsnorm, maar het logische gevolg van de aanvraag van een faillissement, welke aanvraag, zoals hieronder onder 4.2.6 zal worden overwogen, geen misbruik van recht is geweest. Het komt immers slechts uiterst zelden voor dat na aanvraag van het faillissement van een vennootschap de aandelen in de betreffende vennootschap nog waarde vertegenwoordigen, of dat de failliete vennootschap een winstpotentieel heeft. Het feit dat tussen de Multiplan-groep en VastNed gedurende een aantal jaar een relatie bestond en/of het feit dat de curator de procedures jegens VastNed niet heeft doorgezet dan wel geen vordering in zal stellen jegens VastNed, maakt deze situatie niet anders.

4.2.4

Multiplan c.s. hebben geen concrete feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot de conclusie zouden kunnen leiden dat VastNed ondanks en los van voorgaand beginsel toch een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens Multiplan Vastgoed en Multiplan Group als (indirecte) aandeelhouders heeft geschonden die tot vergoeding van de gevorderde schade kan leiden.

Daartoe wordt het volgende overwogen. Multiplan c.s. hebben mogelijk willen stellen dat VastNed het faillissement van Ravenswade heeft aangevraagd met als doel de (indirecte) aandeelhouder(s) van Ravenswade te benadelen. Dit is evenwel in het onderhavige geval niet gebleken. Voor zover Multiplan c.s. dat heeft willen stellen, heeft zij dat, gelet op het voorstaande, onvoldoende concreet en specifiek onderbouwd en strandt die stelling voorts op de aard van de schade, waarvan vergoeding wordt gevraagd.

Gemiste winst met betrekking tot Trinovium en het niet vergoed zijn van diverse kosten kan niet worden aangemerkt als schade die in voldoende nauw verband staat met het schenden van deze specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens Multiplan Vastgoed en Multiplan Group nu deze schade, indien en voor zover zij zou komen vast te staan, zoals Multiplan c.s. zelf ook stellen, afgeleide schade van Ravenswade zelf is, als gevolg van het door Ravenswade niet kunnen voltooien van de projecten. Van schade die daarvan los staat - en dus los staat van het waardeloos worden van de aandelen -, zoals bijvoorbeeld het aanspreken van door de aandeelhouders gestelde zekerheden, is in casu kennelijk geen sprake.

4.2.5

De rechtbank heeft voorts uit de stellingen van Multiplan c.s. afgeleid dat zij kennelijk ook nog hebben willen stellen, dat de handelswijze van VastNed een onrechtmatige daad oplevert jegens de Multiplan-groep als concern, waarvan Multiplan c.s. deel uitmaken, zodat ook in die zin onrechtmatig jegens hen is gehandeld.

Aangevoerd is namelijk dat VastNed een ‘ramkoers’ had ingezet jegens Ravenswade omdat VastNed van Ravenswade af wilde komen. De reden hiervoor was gelegen in het feit dat de vastgoedmarkt veel slechter was geworden en Trinovium een te grote negatieve weerslag op de balans van VastNed had, aldus Multiplan c.s. Om deze reden heeft VastNed Ravenswade bewust in financiële moeilijkheden gebracht door ten onrechte de financiering van Trinovium te staken waardoor de Multiplan-groep gedwongen werd deze financiering over te nemen. Doordat VastNed vervolgens in strijd met de met Ravenswade gemaakte afspraken de gebouwen niet afnam, werd het Ravenswade onmogelijk gemaakt haar schulden aan de Multiplan-groep te voldoen. Vervolgens heeft VastNed ook nog het faillissement van Ravenswade aangevraagd, zodat VastNed de gebouwen in Trinovium ook niet meer hoefde af te nemen. VastNed heeft derhalve te kwader trouw jegens Ravenswade en daarmee jegens de Multiplan-groep, waar Ravenswade deel van uitmaakte en die de financiering van Trinovium had overgenomen, gehandeld, aldus nog steeds Multiplan c.s.

4.2.6

Deze stellingen - kwade opzet van VastNed om de Multiplan-groep, via het faillissement van Ravenswade, te schaden en aldus door dat faillissement aan te vragen, misbruik van recht te maken - vinden echter onvoldoende steun in hetgeen is gesteld en gebleken.

VastNed had ten tijde van het aanvragen van het faillissement een aanzienlijke vordering op Ravenswade, die door Ravenswade niet betaald werd. Bovendien waren er meer schuldeisers en had VastNed betrekkelijk kort daarvoor nog aanvullende leningen van enkele miljoenen euro’s verstrekt. Zelfs als Multiplan c.s. gelijk zouden hebben waar zij stellen dat de non-betaling van Ravenswade mede het gevolg zou zijn van eerdere wanbetalingen door VastNed, dan nog kan dat hen niet baten.

Die voorgeschiedenis (waarin VastNed hoogstens ten onrechte gebruik zou hebben gemaakt van een opschortingrecht) kan immers in geen geval de conclusie rechtvaardigen dat VastNed, in de zojuist geschetste situatie, geen rechtens te respecteren belang had bij de faillissementsaanvraag en evenmin dat sprake zou zijn van een zo beperkt voordeel voor VastNed tegenover een zo groot nadeel bij Ravenswade (en Multiplan c.s.) dat die aanvraag om die reden als misbruik van recht is te beschouwen. Een dergelijke aanvraag brengt nu eenmaal altijd een zekere mate van nadeel voor derden - of dat nu andere schuldeisers of aandeelhouders van de failliet zijn - met zich. Ook VastNed is daarna geconfronteerd met een oninbare vordering van circa twintig miljoen euro. Hoewel die beslissing is gegeven in een andere procedure tussen andere partijen en partijen in deze zaak dus niet bindt, is illustratief dat in het kader van de faillissementsaanvraag Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch omtrent de positie van VastNed heeft overwogen onder 4.11:

“Voorts is niet gebleken dat VastNed geen belang zou hebben bij het faillissement van Ravenswade dan wel misbruik maakt van recht.

Hetgeen Ravenswade zowel in eerste aanleg als in hoger beroep in dit verband heeft aangevoerd levert daartoe onvoldoende grond op.”

Ook naar het oordeel van het Gerechtshof heeft VastNed derhalve geen misbruik van recht gemaakt. Tegen dit arrest is geen cassatie ingesteld door Ravenswade, noch hebben Multiplan c.s. tegen dit arrest derdenverzet ingesteld.

4.2.7

Dat het faillissement vervolgens ook meebracht dat Multiplan-groep als concern financieel nadeel leed omdat Ravenswade, zoals Multiplan c.s. stellen, door de handelwijze van VastNed gedwongen was extra financiering binnen de eigen groep aan te trekken en deze leningen niet terugbetaald werden dan wel winstpotentieel op langere termijn aan het concern werd onthouden, kan, nu zulks het direct en uitsluitend gevolg van het faillissement is, niet tot de conclusie leiden dat er door VastNed dus onrechtmatig jegens Multiplan-groep is gehandeld.

4.2.8

Multiplan c.s. hebben derhalve ook onvoldoende concrete en specifieke feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot de conclusie zouden kunnen leiden dat er toch sprake is geweest van misbruik van recht door VastNed of dat VastNed het er te kwader trouw (hetgeen de rechtbank begrijpt als: met het enkele oogmerk om Multiplan-groep te schaden) toe heeft geleid dat Ravenswade failleerde.

4.2.9

Nu Multiplan c.s. onvoldoende hebben gesteld om tot de conclusie te komen dat VastNed een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens Multiplan c.s. heeft geschonden die tot vergoeding van de gevorderde schade kan leiden, kan de vraag of VastNed onrechtmatig heeft gehandeld of wanprestatie heeft gepleegd jegens Ravenswade in het midden blijven. De vordering van Multiplan c.s. dient ook voor zover zij is gebaseerd op onrechtmatig handelen te worden afgewezen.

4.3 Voorts

4.3.1

Nu de vordering van Multiplan c.s. reeds bij gebreke van een deugdelijke grondslag als hiervoor overwogen wordt afgewezen, behoeft hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd, onder meer betreffende de door Multiplan c.s. gestelde en door VastNed betwiste schade en de omvang daarvan, geen bespreking.

4.3.2

Multiplan c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van Multiplan c.s.;

veroordeelt Multiplan c.s. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van VastNed bepaald op € 4.584,- aan vast recht en op € 12.844,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. J.C.A.T. Frima en

mr. M. Verkerk.

Uitgesproken in het openbaar.

1659/106/544