Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB3490

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-08-2007
Datum publicatie
13-09-2007
Zaaknummer
234548 / HA ZA 05-796
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs van levering energie niet geleverd. Rechtbank ziet geen aanleiding tot bevelen deskundigenonderzoek, nu onvoldoende gesteld en gebleken is dat daarmee het opgedragen bewijs geleverd kan worden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 156

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 234548 / HA ZA 05-796

Uitspraak: 8 augustus 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO ENERGIE SERVICES B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. G.E. Toxopeus,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. W.Th. van Dijk.

Partijen blijven verder aangeduid als "Eneco" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 12 april 2006 en de daaraan ten grondslag liggende

processtukken;

- brief van mr. Toxopeus d.d. 27 juni 2006;

- brief van mr. Van Dijk d.d. 11 juli 2006;

- brief van deze rechtbank d.d. 3 oktober 2006;

- akte aan de zijde van Eneco;

- akte aan de zijde van [gedaagde].

2. De verdere beoordeling

2.1

Bij voormeld vonnis is Eneco opgedragen te bewijzen dat [gedaagde] over de periode van 1997 tot en met maart 2000 een bedrag van € 3.626,78 verschuldigd is in verband met levering van energie.

2.2

Eneco heeft de rechtbank bericht dat zij met betrekking tot de bewijsvoering geen getuigen wenst te doen horen, maar het bewijs wil voeren door het ijken van de gas- en elektriciteitsmeter, die in 1997 in de woning van [gedaagde] is geplaatst en zich daar nog altijd bevindt, door een deskundige. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het inschakelen van een deskundige voor het ijken van de meter geen zin heeft, nu hij betwist dat de meter in 1997 op nul stond.

2.3

De rechtbank ziet geen aanleiding een onderzoek door deskundigen bevelen. Nadat Eneco bij bovengenoemde brief van deze rechtbank d.d. 3 oktober 2006 is verzocht gemotiveerd aan te geven hoe en op welke wijze een onderzoek door een deskundige kan aantonen dat [gedaagde] over de periode van 1997 tot en met maart 2000 voor € 3.626,78 aan energie geleverd heeft gekregen, heeft Eneco slechts aangevoerd dat indien door het ijken van de meter vastgesteld wordt dat de meter thans naar behoren functioneert, moet worden aangenomen dat ook in het verleden de meter goed heeft gefunctioneerd en dan aan de hand meterstanden zoals die uit productie 12 bij conclusie van repliek (hierna: productie 12) blijken het verschuldigde bedrag over de desbetreffende periode kan worden uitgerekend.

Eneco heeft echter niet onderbouwd gesteld, noch is daarvan gebleken hoe en op welke manier daaruit vervolgens de conclusie kan worden getrokken dat [gedaagde] ook over de periode van 1997 tot en met maart 2000 voor € 3.626,78 aan energie geleverd heeft gekregen. Daar komt bij dat uit productie 12 slechts de gasstanden blijken, dat [gedaagde] deze standen heeft betwist en ook heeft aangevoerd dat hij nimmer zelf standen aan Eneco heeft doorgeven. Eneco heeft verzuimd aan te geven op welke wijze deze uitdraai niettemin als bewijsmiddel voor het gehele bedrag van € 3.626,78 aan energie zou kunnen dienen. Het enkele juist functioneren van de meter in combinatie met productie 12 is derhalve onvoldoende om tot het bewijs te komen dat er in de periode van 1997 tot en met maart 2000 voor € 3.626,78 aan energie is geleverd.

2.4

Nu Eneco voor het overige geen aanbod heeft gedaan het bewijs nog op andere wijze te leveren, is de rechtbank van oordeel dat Eneco, hoewel zij daartoe gelegenheid heeft gehad, het opgedragen bewijs niet heeft geleverd.

De gevorderde € 3.626,78 zal dan ook worden afgewezen.

2.5

Nu Eneco nog niet in de gelegenheid is geweest de inlichtingen zoals bedoeld onder 5.5 van het tussenvonnis van 12 april 2006 van deze rechtbank te verschaffen, zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen teneinde Eneco in de gelegenheid stellen een akte te nemen om deze inlichtingen te verschaffen. [gedaagde] kan hier vervolgens op reageren.

3. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 5 september 2007 voor het nemen van een akte door Eneco.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk.

Uitgesproken in het openbaar.

544