Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB1625

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
13-08-2007
Zaaknummer
285619/KG ZA 07-520
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 6:114 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 285619/KG ZA 07-520

Uitspraak: 13 juli 2007

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de stichting STICHTING POLDERPOORT,

gevestigd te Vlaardingen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POLDERPOORT VLAARDINGEN B.V.,

gevestigd te Vlaardingen,

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. D.J. van de Weerdt,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. L.P. Quist.

Eiseressen in conventie, verweersters in voorwaardelijke reconventie, worden hierna samen aangeduid als “Polderpoort c.s.” en afzonderlijk als “Stichting Polderpoort” respectievelijk “Polderpoort B.V.”. Gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, wordt hierna aangeduid als “[gedaagde]”.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 11 juni 2007;

- producties van mr. Van de Weerdt;

- pleitnotities en producties van mr. Quist.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 4 juli 2007.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden, alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in dit kort geding van de volgende feiten worden uitgegaan.

2.1

Stichting Polderpoort is gerechtigd tot het recht van erfpacht betreffende de onroerende zaak aan de [onroerende zaak], kadastraal bekend [kadastrale gegevens] (hierna: “de onroerende zaak”), alwaar een multifunctioneel sportcentrum is gevestigd (hierna: “het sportcentrum”). Polderpoort B.V. exploiteert het sportcentrum. Stichting Polderpoort voert de directie over Polderpoort B.V.

2.2

Tussen Stichting Polderpoort en [gedaagde] heeft een arbeidsovereenkomst bestaan die, nu Stichting Polderpoort bij brief van 27 februari 2007 aan [gedaagde] het door haar op 25 sep-tember 2006 aan [gedaagde] gegeven ontslag op staande voet heeft ingetrokken, uit hoofde van een beschikking ex artikel 7:685 BW van 19 december 2006 van deze rechtbank, sector kanton, locatie Schiedam (zaaknummer: 770080\VZ VERZ 06-828) met ingang van 30 de-cember 2006 is ontbonden onder toekenning aan [gedaagde] van een ontbindingsvergoeding van € 34.020,-- bruto. [gedaagde] was algemeen manager/enig bestuurder van Stichting Pol-derpoort.

2.3

Polderpoort B.V. heeft ten tijde van het dienstverband tussen Stichting Polderpoort en [gedaagde] ten behoeve van [gedaagde] met een leasemaatschappij een leaseovereenkomst gesloten ter zake van de personenauto merk Audi, type A3, kenteken [XX-XX-XX]. De betaling van het salaris aan [gedaagde] vond steeds plaats door Polderpoort B.V.

2.4

[gedaagde] heeft op 11 april 2007 ten laste van Stichting Polderpoort executoriaal beslag doen leggen op de onroerende zaak, ter verzekering en teneinde betaling te krijgen van hetgeen Stichting Polderpoort aan [gedaagde] uit hoofde van de beschikking van 19 december 2006 verschuldigd is. Op 12 april 2007 is het op 11 april 2007 uit krachte van de daarbij gerela-teerde executoriale titel opgemaakt proces-verbaal houdende relaas van executoriaal beslag aan Stichting Polderpoort betekend (hierna: “het beslag”).

2.5

Polderpoort c.s., althans Polderpoort B.V., hebben tegen rentedatum van 10 mei 2007 een bedrag van € 16.329,60 als netto equivalent van de bruto ontbindingsvergoeding op een ten name van [gedaagde] staande privérekening met nummer [rekeningnummer] overgemaakt, alsmede een bedrag van € 912,41 aan beslagkosten en rente (de hoogte van dit laatste bedrag hebben Polderpoort c.s. gebaseerd op een brief van de deurwaarder aan Stichting Polderpoort van 18 april 2007 en met betrekking tot de betekeningskosten van 28 december 2006 op een e-mail van 7 mei 2007 te 14.59 uur van de raadsman van [gedaagde] aan de raadsman van Pol-derpoort c.s.).

3 Het geschil in conventie

3.1

Op gronden als in de dagvaarding vermeld en ter terechtzitting nader toegelicht, vorderen Polderpoort c.s., verkort en zakelijk weergegeven, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te veroordelen:

- de executie van de beschikking van 19 december 2006 van deze rechtbank, sector kan-ton, locatie Schiedam, te staken en gestaakt te houden en het beslag door te halen;

- binnen 24 uur na betekening van een daartoe strekkend vonnis, tegen behoorlijk bewijs van ontvangst, de personenauto merk Audi, type A3, kenteken [XX-XX-XX] met alle daar-bij behorende zaken, de laptop van het merk Toshiba, type Tecra A2 PM-715, de laptop van het merk Dell, type onbekend, en de kluis- en toegangssleutels van het sportcentrum bij Polderpoort B.V. in te leveren, en alle administratieve en boekhoudkundige beschei-den die [gedaagde] uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst met Stichting Polderpoort on-der zich heeft gekregen en nog onder zich heeft bij Polderpoort c.s. in te leveren,

een en ander op straffe van een dwangsom, onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1

Op gronden als in de pleitaantekeningen van de raadsman van [gedaagde] vermeld en ter te-rechtzitting nader toegelicht vordert [gedaagde], indien en voor zover de vorderingen van Pol-derpoort c.s. in conventie worden toegewezen, Stichting Polderpoort en Polderpoort B.V. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van een voorschot ter zake van de afre-kening van zijn dienstverband voor een bedrag van € 34.020,-- bruto, met veroordeling van Polderpoort c.s. in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen.

4.2

Polderpoort c.s. voeren gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden be-sproken.

5 De beoordeling

in conventie

5.1

Ingevolge artikel 6:114 BW is een schuldenaar van een verbintenis tot betaling van een geldsom bevoegd die verbintenis te voldoen door het verschuldigde bedrag te doen bij-schrijven op een ten name van de schuldeiser staande rekening voor girale betalingen, tenzij de schuldeiser betaling op die rekening geldig had uitgesloten. De verbintenis wordt niet voldaan wanneer de schuldenaar ondanks een geldige uitsluiting het verschuldigde bedrag doet bijschrijven op de uitgesloten rekening. De schuldeiser is bevoegd een dergelijke beta-ling te weigeren. Indien hij zulks doet zal de schuldenaar de verbintenis alsnog moeten na-komen en de schade dienen te vergoeden die de schuldeiser mocht hebben geleden doordat het hem toekomende bedrag is voldaan met vertraging of op een wijze die tot gevolg heeft gehad dat hij niet over dit bedrag heeft kunnen beschikken op de voet waarop hij dit bij be-taling op een niet uitgesloten rekening had kunnen doen.

Naar de mening van [gedaagde] heeft betaling van de door Polderpoort c.s. uit hoofde van de beschikking van 19 december 2006 verschuldigde ontbindingsvergoeding, alsmede de ver-schuldigde beslagkosten en rente, plaatsgevonden op een door hem geldig uitgesloten reke-ning, zodat Polderpoort c.s. niet aan hun verbintenis jegens [gedaagde] hebben voldaan. Pol-derpoort c.s. hebben dit uitdrukkelijk betwist.

In de onderhavige procedure staat vast dat Polderpoort c.s. een bedrag van € 16.329,60 als netto equivalent van de bruto ontbindingsvergoeding en een bedrag van € 912,41 aan be-slagkosten en rente hebben voldaan op de rekening van [gedaagde] met nummer [rekeningnummer], naar welke rekening door Polderpoort B.V. voorheen steeds het salaris van [gedaagde] werd overgemaakt, in plaats van op het door de raadsman van [gedaagde] aan de raadsman van Pol-derpoort c.s. in zijn e-mail van 7 mei 2007 te 14.59 uur opgegeven rekeningnummer van zijn kantoor (Nb. niet zijnde de derdengeldrekening van het advocatenkantoor Quist & Es-kes en ook niet zijnde een rekening van [gedaagde]).

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de overgelegde e-mailwisseling niet zonder meer behoeft te volgen dat betaling door Polderpoort c.s. op de rekening van [gedaagde] met nummer [rekeningnummer] is uitgesloten in de zin van artikel 6:114 BW. Dit aspect behoeft evenwel geen nader onderzoek. Immers, het door Polderpoort c.s. overgemaakte bedrag is ter beschikking van [gedaagde] gekomen. De bank heeft bedoeld bedrag aangewend om de debetstand op (een aan) de rekening van [gedaagde] met nummer [rekeningnummer] (gekoppelde flexibel kredietrekening) te verminderen. Daarmee is bedoeld bedrag in het vermogen van [gedaagde] gevloeid. Dat [gedaagde] vanwege de verhouding met zijn bank niet de vrijelijke be-schikking over het overgemaakte bedrag heeft gekregen doet aan het voorgaande niet af. [gedaagde] zal dan ook betaling op zijn rekening met nummer [rekeningnummer] in beginsel slechts kunnen weigeren met terugbetaling van hetgeen waarmee hij aldus is gebaat. Ook zal Pol-derpoort c.s. dan de hun ter zake hiervan toekomende vordering kunnen verrekenen met de schuld die zij bedoeld hebben te voldoen. Nu beide vorderingen vatbaar zijn voor verreke-ning kan voorshands tot de conclusie gekomen worden dat Polderpoort c.s. in het kader van dit kort geding per saldo aan hun betalingsverplichting jegens [gedaagde] hebben voldaan. [gedaagde] dient dan ook de executie van de ten processe bedoelde beschikking van 19 de-cember 2006 van deze rechtbank, sector kanton, locatie Schiedam, te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter begrijpt dat de vordering van Polderpoort c.s. er mede toe strekt het uit krachte van bedoelde executoriale titel gelegde beslag op te heffen. [gedaagde] zal dan ook veroordeeld worden het beslag op te heffen en door te halen, op de wijze als hierna in het dictum bepaald. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaxi-meerd.

Dat door Polderpoort c.s. op de bruto ontbindingsvergoeding een te hoog bedrag aan loon-heffing zou zijn ingehouden (52% in plaats van 42%) en dat door Polderpoort c.s. in ver-band met een mogelijk gelegd bankbeslag een bedrag van afgerond € 110,-- te weinig aan beslagkosten zou zijn voldaan, leidt niet tot een ander oordeel. Immers, nu [gedaagde] de mo-gelijkheid heeft de eventueel teveel ingehouden loonheffing bij de belastingdienst terug te vorderen, terwijl hij zijn - door Polderpoort c.s. betwiste - stelling met betrekking tot de hoogte van de beslagkosten niet heeft onderbouwd met stukken, dient het belang dat Polder-poort c.s. bij opheffing stellen te hebben te prevaleren boven het belang van [gedaagde] bij zekerheid voor verhaal van een nog onzekere en mogelijk - voor wat betreft de loonheffing - elders verhaalbare restantvordering.

5.2

De leaseauto, de laptop van het merk Toshiba en de kluis- en toegangssleutels zijn in het kader van de tussen Stichting Polderpoort en [gedaagde] gesloten arbeidsovereenkomst door Polderpoort B.V. aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat Polderpoort B.V. rechthebbende is op de leaseauto, de laptop van het merk Toshiba en de kluis- en toegangssleutels van het sportcentrum. [gedaagde] heeft zich ter zake van de vorde-ring tot afgifte enkel beroepen op een retentierecht.

Nu tussen partijen vaststaat dat de arbeidsovereenkomst tussen Stichting Polderpoort en [gedaagde] is geëindigd, dient [gedaagde] tot teruggave van bedoelde zaken aan Polderpoort B.V. over te gaan. Weliswaar heeft [gedaagde] zich beroepen op een retentierecht, echter in het ka-der van dit kort geding is niet aannemelijk geworden dat [gedaagde] (nog) enige vordering op Polderpoort c.s. heeft in afwachting van de voldoening waarvan hij de nakoming van zijn verplichting tot afgifte gerechtvaardigd zou mogen opschorten. Immers, de netto ontbin-dingsvergoeding en de beslagkosten (inclusief rente) zijn naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter (in elk geval grotendeels) aan [gedaagde] voldaan en van het bestaan van afspraken tussen partijen met betrekking tot verrekening van een rekening-courant met een bonusregeling, op grond waarvan [gedaagde] ook na beëindiging van de arbeidsovereenkomst de leaseauto mocht blijven gebruiken om deze uiteindelijk voor een bedrag van € 10.000,-- te kopen, is niet gebleken. Mitsdien zal de vordering strekkende tot afgifte van de leaseauto, de laptop van het merk Toshiba en de kluis- en toegangssleutels van het sportcentrum wor-den toegewezen op de wijze als hierna in het dictum bepaald. De voorzieningenrechter zal daarbij de gevorderde dwangsom matigen en maximeren.

5.3

De vordering strekkende tot afgifte van de laptop van het merk Dell, type onbekend, zal worden afgewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde] deze laptop onder zich heeft (gehad). De vordering strekkende tot afgifte van alle administratieve en boekhoudkun-dige bescheiden zal eveneens worden afgewezen. Immers, om een dergelijke vordering in kort geding te kunnen toewijzen moet in elk geval concreet zijn omschreven van welke be-scheiden afgifte wordt gevorderd.

5.4

[gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de pro-ceskosten in conventie.

in voorwaardelijke reconventie

5.5

De vordering in voorwaardelijke reconventie zal worden afgewezen. Immers, niet inzichte-lijk is geworden of tussen partijen in het kader van het einde van het dienstverband van [gedaagde] nog enige afrekening dient plaats te vinden en, indien dit wel het geval is, welke pos-ten in die afrekening betrokken moeten worden en wat de omvang van die afrekening zal zijn. [gedaagde] heeft in dat verband gesteld dat hij recht heeft op betaling van een bedrag van € 23.241,19, gelijk aan 395,75 openstaande vakantie-uren, en een bedrag van € 7.043,27 aan bruto vakantiegeld, hetgeen Polderpoort c.s. hebben betwist. Dit vergt nader feitelijk onder-zoek en zal, gelet op de reikwijdte van dit kort geding, in de reeds door [gedaagde] bij de kan-tonrechter aanhangig gemaakte bodemprocedure moeten worden uitgemaakt. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in voorwaarde-lijke reconventie.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter,

in conventie

veroordeelt [gedaagde] de executie van de ten processe bedoelde beschikking van 19 decem-ber 2006 van deze rechtbank, sector kanton, locatie Schiedam (zaaknummer: 770080\VZ VERZ 06-828), te staken en gestaakt te houden en het uit hoofde van die executoriale titel ten laste van Stichting Polderpoort gelegde beslag op het recht van erfpacht met betrekking tot de onroerende zaak aan de [onroerende zaak], kadastraal be-kend gemeente Vlaardingen, sectie F, nummer 637, op te heffen en door te halen in de daar-toe bestemde registers, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, voor het geval [gedaagde] daarmede in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 200.000,--;

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, tegen behoorlijk be-wijs van ontvangst, bij Polderpoort B.V. in te leveren:

- de personenauto merk Audi, type A3, kenteken [XX-XX-XX], met alle daarbij behorende zaken, waaronder begrepen doch niet beperkt tot alle kenteken-, overschrijvings- en verzekeringspapieren;

- de laptop van het merk Toshiba, type Tecra A2 PM-715;

- de kluis- en toegangssleutels van het ten processe bedoelde sportcentrum,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.000,-- per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, voor het geval [gedaagde] daarmede geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,--;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Polderpoort c.s. bepaald op € 338,55 aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in voorwaardelijke reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Polderpoort c.s. bepaald op nihil aan verschotten en op € 408,-- aan salaris voor de pro-cureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.C.M. van Rheeden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1734/676