Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB1555

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-08-2007
Datum publicatie
10-08-2007
Zaaknummer
278429 / F1 RK 07-271
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grootmoeder-voogdes geen belanghebbende bij verzoek vader tot vervangende toestemming erkenning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 9 augustus 2007

Zaak- / Rekestnummer: 278429 / F1 RK 07-271

Beschikking in de zaak van:

[man], verzoeker,

hierna te noemen: de man,

[woonplaats],

procureur mr. H.E. Schweers.

In deze zaak is als bijzondere curator opgetreden:

[curator], advocaat en procureur te Rotterdam,

hierna te noemen: de bijzondere curator.

Het verloop van de procedure

De man heeft een verzoekschrift ingediend ertoe strekkende voor zover mogelijk uitvoer bij voorraad:

- een bijzondere curator te benoemen over na te noemen minderjarige en

- hem ingevolge artikel 1:204, lid 3 BW vervangende toestemming te verlenen de minderjarige te erkennen.

Bij beschikking van deze rechtbank van 2 maart 2007 (zaak- / rekestnummer: 278433 / F2 RK 07-272) is [curator] benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige.

Van de zijde van de bijzondere curator is een brief ingekomen, gedateerd 2 april 2007, inhoudende onder meer de mededeling het verzoek van de man toe te wijzen.

De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft op 4 april 2007 geconcludeerd tot inwilliging van het verzoek.

De zaak is behandeld op 26 juli 2007, alwaar zijn verschenen de man, zijn raadsvrouw, mevrouw [grootmoeder], haar raadsvrouw en de bijzondere curator.

De vaststaande feiten

Uit [moeder], de moeder, die op 12 februari 2006 te Rotterdam is overleden, is op

28 juli 2003 te Rotterdam geboren: [kind].

Bij beschikking van deze rechtbank, sector kanton, van 4 oktober 2006 is [grootmoeder], de grootmoeder, benoemd tot voogdes over de minderjarige.

De beoordeling

De voogdes is overeenkomstig het procesreglement overige (boek 1) zaken opgeroepen ter zitting te verschijnen. Ter zitting is namens de voogdes gesteld dat de grootmoeder in haar hoedanigheid van voogdes over de minderjarige tegen de verzochte vervangende toestemming tot erkenning bezwaar kan maken, indien de erkenning de belangen van de grootmoeder bij een ongestoorde verhouding met de minderjarige zou schaden.

In een procedure ingevolge artikel 1:204, lid 3 BW tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning zijn echter naar het oordeel van de rechtbank alleen als belanghebbenden aan te merken het kind, de man die het kind wil erkennen en de moeder. Andere belanghebbenden in deze procedure bestaan niet. Weliswaar is de grootmoeder benoemd tot voogdes over de minderjarige, maar dat maakt haar nog niet tot belanghebbende bij de erkenning. De grootmoeder is dan ook niet-ontvankelijk in haar bezwaar. De door de grootmoeder genoemde belangen, wat daarvan verder zij, komen derhalve in deze procedure niet aan bod.

De man heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij de verwekker van de minderjarige is. Hij heeft altijd voor de minderjarige gezorgd en er bestaat tussen hem en de minderjarige family life in de zin van artikel 8 EVRM. Nu de moeder is overleden is er sprake van onmogelijkheid tot het verlenen van toestemming tot erkenning.

De bijzondere curator is van mening dat het in het belang van de minderjarige is dat familierechtelijke betrekking wordt vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat alle feiten en omstandigheden in dit geval rechtvaardigen dat aan de man vervangende toestemming wordt verleend.

Gelet op het vorenstaande zal worden beslist als volgt.

De beslissing

Verklaart de grootmoeder-voogdes niet-ontvankelijk in haar bezwaar.

Verleent de man vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Groot, rechter tevens kinderrechter, in bijzijn van Brasser, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift door tussenkomst van een procureur ter griffie van het Gerechtshof te Den Haag.

Door de verzoeker en de verschenen belanghebbenden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.