Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB1240

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-06-2007
Datum publicatie
07-08-2007
Zaaknummer
266642 / HA ZA 06-2184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft niet voldaan aan haar stel- en substantiëringsplicht (artikel 111 lid 2 en lid 3 Rv). Voorts heeft eiseres een onvolledig en onjuist beeld geschetst van de feiten en daarmee gehandeld in strijd met artikel 21 Rv. Gelet op de proceshouding van eiseres en de summiere en ogenschijnlijk tegenstrijdige wijze waarop zij uiteindelijk haar stellingen heeft uitgewerkt, waardoor deze de rechtbank niet aannemelijk voorkomen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering van eiseres moet worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 266642 / HA ZA 06-2184

Uitspraak: 20 juni 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap NATIONALE SCHILDERWERKEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. R.M. Prins,

- tegen -

1. de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1],

gevestigd te [gemeente],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [gemeente],

vennoot van gedaagde sub 1,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [gemeente],

vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagden,

procureur mr. R.W.J.M. te Pas,

Partijen worden hierna aangeduid als "Nationale Schilderwerken" respectievelijk "[de v.o.f.]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 25 juli 2006 en de door Nationale Schilderwerken overgelegde producties;

- conclusie van antwoord met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 25 oktober 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- voorafgaand aan de comparitie toegestuurde “akte” vermeerdering van eis d.d.

28 december 2006 met producties;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 17 januari 2007;

- akte na comparitie aan de zijde van Nationale Schilderwerken, met producties;

- antwoordakte aan de zijde van [de v.o.f.], met producties.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Op 4 april 2005 heeft er een aanbesteding plaatsgevonden van buitenschilderwerk voor Com-wonen aan het complex 107 en 108 Vreewijk te Rotterdam. Nationale Schilderwerken, [de v.o.f.], alsmede twee andere schildersbedrijven hebben op deze aanbesteding ingeschreven. [De v.o.f.] was de laagste inschrijver bij de aanbesteding met een bedrag van

€ 247.396,-, gevolgd door Nationale Schilderwerken.

2.2

Nationale Schilderwerken heeft in opdracht van [de v.o.f.] schilderswerkzaamheden verricht aan genoemde complexen. Hiertoe is een overeenkomst gesloten tussen [gedaagde sub 3], directeur van [de v.o.f.], en [X], bedrijfsleider van Nationale Schilderwerken.

2.3

In een door [X] ondertekend (ongedateerd) faxbericht, staat:

“Werk [de v.o.f.] project 107 en 108 in Vreewijk te Rotterdam.

De afspraak tussen Nationale Schilderwerken B.V. en [de v.o.f.] is dat de verrekening van bovengenoemd werk op basis van eenheden plaats vindt.”

2.4

In een factuur van 10 april 2006 van Nationale Schilderwerken aan [de v.o.f.] staat:

“Betreft: Complex 107 en 108 Vreewijk te Rotterdam

Geleverd personeel voor schilderswerkzaamheden

1902,75 uur à € 36,00 € 68.499,00

klein materieel 6% € 4.109,94

Totaal: € 72.608,94

reeds betaald 5 termijnen à €10.000,00 € 50.000,00-

Nog te betalen € 22.608,94”

3 De vordering

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [de v.o.f.] te veroordelen, des dat de één betalend de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van € 23.855,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 april 2006 met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Nationale Schilderwerken aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

Nationale Schilderwerken heeft in opdracht van [de v.o.f.] schilderswerkzaamheden verricht aan het complex 107 en 108 Vreewijk te Rotterdam.

3.2

De aanneemsom van het gehele project bedroeg € 247.396,-. De prijs per vierkante meter bedroeg € 20,86, zijnde de aanneemsom gedeeld door het totaal aantal vierkante meters. Nationale Schilderwerken heeft 3807 vierkante meter uitgevoerd, zodat de vergoeding bedraagt een bedrag van € 79.414,-, min 7% verf is een bedrag van € 73.855,-. Als het voorschot van € 50.000,- hiervan wordt afgetrokken, resteert te betalen een bedrag van

€ 23.855,-.

3.3

Nationale Schilderwerken maakt aanspraak op wettelijke handelsrente vanaf 25 april 2006, zijnde 14 dagen na de factuurdatum.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Nationale Schilderwerken in de kosten van het geding.

[De v.o.f.] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1

Nationale Schilderwerken is niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de vennoten afzonderlijk nu de dagvaarding alleen is betekend aan het zakenadres van de vennootschap.

4.2

Nationale Schilderwerken heeft het werk conform afspraak uitgevoerd en daarvoor conform afspraak betaald gekregen. [De v.o.f.] is aan Nationale Schilderwerken niets meer verschuldigd.

4.3

[De v.o.f.] heeft de originele factuur van Nationale Schilderwerken voor het bedrag van

€ 22.608,94 nooit ontvangen. [De v.o.f.] heeft eerst op 12 april 2006 een brief ontvangen van de advocaat van Nationale Schilderwerken met daarbij een kopie van genoemde factuur, met het verzoek deze te betalen vóór 27 april 2005.

5 De beoordeling

5.1

Tussen partijen is in geschil wat zij zijn overeengekomen ter betaling van de schilderswerkzaamheden die Nationale Schilderwerken voor [de v.o.f.] heeft verricht.

Het meest verstrekkende verweer van [de v.o.f.] is dat Nationale Schilderwerken niet aan haar stel- en substantiëringsplicht van respectievelijk het tweede en derde lid van artikel 111 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft voldaan. Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

Ingevolge artikel 111, derde lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vermeldt het exploot van dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor. Nationale Schilderwerken heeft in het geheel niet aan deze verplichting voldaan, hoewel zij wel bij machte was daaraan te voldoen. Bij comparitie geeft Nationale Schilderwerken immers aan dat na het uitbrengen van de dagvaarding er besprekingen tussen partijen zijn geweest, waarna de (eerste) dagvaarding is ingetrokken, doch dat deze besprekingen niet tot een oplossing hebben geleid, waarna opnieuw is gedagvaard. Een en ander betekent dat Nationale Schilderwerken derhalve op de hoogte was van de verweren van [de v.o.f.]. In de (opnieuw) uitgebrachte dagvaarding is daarvan echter op geen enkele wijze melding gemaakt.

5.2

Het voorgaande klemt te meer gelet op de wijze waarop Nationale Schilderwerken in haar dagvaarding de grondslag van haar vordering feitelijk heeft onderbouwd. Nationale Schilderwerken stelt slechts dat er sprake is van een opdracht. Uit de ten bewijze daarvan overgelegde (onder 2.4 vermelde) factuur moet worden afgeleid dat het gevorderde bedrag is gebaseerd op een berekening in manuren. Vervolgens wijzigt Nationale Schilderwerken de grondslag van haar vordering bij een voorafgaand aan de comparitie toegestuurde “akte” vermeerdering eis. De vordering is niet langer gebaseerd op een berekening in manuren, maar op “verrekening” per vierkante meter, welke herberekening bovendien leidt tot een vermeerdering van eis. Op basis van de aanneemsom komt Nationale Schilderwerken tot een prijs per vierkante meter van € 20,86. Wederom is de vordering uiterst summier onderbouwd. Niet duidelijk is welke “aanneemsom” bedoeld is. Uit de hoogte van het bedrag maakt de rechtbank op dat gedoeld is op het bedrag waarmee [de v.o.f.] op de aanbesteding heeft ingeschreven. Echter, niet is toegelicht waarom bij de berekening van de prijs per vierkante meter dient te worden uitgegaan van dat bedrag. Voorts wordt geen opgave gedaan van het totale aantal vierkante meters van het project hetgeen voor de bepaling van de prijs per vierkante meter wel relevant is, terwijl het aantal vierkante meters dat door Nationale Schilderwerken zou zijn uitgevoerd niet verder is toegelicht.

Bij de comparitie geeft Nationale Schilderwerken vervolgens aan dat tussen partijen is overeengekomen dat gefactureerd zou worden op basis van een vaste prijs per vierkante meter, zich daarbij beroepend op het (onder 2.3 vermelde) faxbericht, waarbij “eenheden” begrepen dienen te worden als “vierkante meters”. Vervolgens is Nationale Schilderwerken in de gelegenheid gesteld de door haar gestelde aanneemsom, de prijs per vierkante meter en het aantal uitgevoerde vierkante meters bij akte nader te onderbouwen.

5.3

Ook in haar akte na comparitie verschaft Nationale Schilderwerken niet de duidelijkheid die van haar in dit stadium van de procedure verwacht mocht worden. Zij overlegt een berekening van Van Nieuwenhuizen, bedrijfsleider bij Nationale Schilderwerken. Volgens deze berekening heeft Nationale Schilderwerken 3807 vierkante meters geschilderd, waarbij zij aangeeft dat van 779,4 vierkante meter niet vaststaat of deze door Nationale Schilderwerken of door [de v.o.f.] zijn geschilderd. Deze vierkante meters neemt Nationale Schilderwerken echter wel in haar berekening op. Tegelijkertijd stelt Nationale Schilderwerken dat er een herberekening heeft plaatsgevonden door een externe deskundige, zonder deze berekening overigens in het geding te brengen. Volgens de berekening van deze deskundige zou Nationale Schilderwerken 3642 vierkante meter hebben geschilderd. Over dit aantal vierkante meters bestaat volgens Nationale Schilderwerken tussen partijen geen verschil van mening. Het is de rechtbank niet duidelijk waarom Nationale Schilderwerken vervolgens de berekening van genoemde deskundige niet ten grondslag legt aan haar vordering. Zij stelt in dit verband slechts: “Dit verschil is overigens te veel op het gecalculeerde aantal vierkante meters”.

Wat de prijs per vierkante meter betreft, begrijpt de rechtbank dat Nationale Schilderwerken zich op het standpunt stelt dat - omdat het project te groot was voor één schildersbedrijf – reeds vóór de inschrijving op de aanbesteding tussen de vier partijen was overeengekomen dat van een gezamenlijke uitvoering van de werkzaamheden zou worden uitgegaan. Dat resulteerde in een voor alle partijen gelijke vierkante meterprijs op basis van de aanneemsom. Alleen het uitgevoerde aantal vierkante meters zou na uitvoering worden vastgesteld en afgerekend. Hoe deze in een vroegtijdig stadium gemaakte afspraak zich verhoudt tot de (onder 2.3 vermelde) afspraak dat verrekening op basis van “eenheden” zou plaats hebben, licht Nationale Schilderwerken verder niet toe.

5.4

Uit hetgeen in rechtsoverweging. 5.1 en 5.2 is overwogen, kan worden opgemaakt dat Nationale Schilderwerken in de dagvaarding niet alleen de grondslag van haar vordering zeer summier heeft weergegeven en heeft nagelaten daarin op het haar bekende verweer te responderen, maar ook een onvolledig en onjuist beeld heeft geschetst van de feiten en daarmee derhalve heeft gehandeld in strijd met artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De bij de comparitie gegeven verklaring voor voormelde handelwijze, namelijk dat bij de besprekingen is besloten te factureren op basis van gewerkte manuren om uit de impasse te komen en dat zij pas daarna de gegevens van [de v.o.f.] heeft verkregen, kan - wat daar ook van zij - Nationale Schilderwerken niet baten, reeds omdat zij ervoor had kunnen zorgen eerst de gegevens voorhanden te hebben alvorens een procedure op basis van een fictieve grondslag te starten. Echter eerst nadat [de v.o.f.] verweer heeft gevoerd, heeft Nationale Schilderwerken het nodig geoordeeld haar vordering een andere grondslag, namelijk niet meer op basis van het aantal gewerkte uren tegen een bepaalde uurprijs maar op basis van het aantal geschilderde vierkante meters, mee te geven zonder die gewijzigde grondslag overigens deugdelijk te onderbouwen. Juist nu deze feiten de kern van het geschil betroffen, had het op de weg van Nationale Schilderwerken gelegen haar vordering in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure deugdelijk en uitvoerig toegelicht te onderbouwen.

Gelet op de geschetste proceshouding van Nationale Schilderwerken en de summiere en ogenschijnlijk tegenstrijdige wijze waarop zij uiteindelijk haar stellingen heeft uitgewerkt, waardoor deze de rechtbank niet aannemelijk voorkomen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering van Nationale Schilderwerken moet worden afgewezen.

5.5

Nu de vordering van Nationale Schilderwerken zal worden afgewezen, behoeven de overige verweren van [de v.o.f.], waaronder het verweer dat de dagvaarding onjuist aan de vennoten afzonderlijk is betekend, geen afzonderlijke bespreking en beoordeling meer.

6 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van Nationale Schilderwerken;

veroordeelt Nationale Schilderwerken in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [de v.o.f.] bepaald op € 495,- aan vast recht en op € 1.447,50 aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis voorzover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.M. Ahsmann.

Uitgesproken in het openbaar.

1905/429