Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA7871

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
231414 / HA ZA 05-180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering wegens openstaande facturen ter zake van geleverde groenten en fruit. Als primair verweer heeft gedaagde aangevoerd dat nadere afspraken over de betaling zijn gemaakt. Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid? Als subsidiair verweer is aangevoerd dat de geleverde producten niet voldeden aan de verwachte kwaliteit en versheid. Tekortkoming? Beoordeling naar Weens Koopverdrag. De rechtbank gelast een comparitie voor nadere inlichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 231414 / HA ZA 05-180

Uitspraak: 23 mei 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht in de plaats van vestiging

ALBATROS FRUITSERVICE S.R.L.,

gevestigd te Milaan, Italië,

eiseres in conventie,

hierna te noemen: Albatros,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. J.J. Borsboom,

tegen

1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1],

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

vennoot van [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

vennoot van [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [gedaagde 3],

gedaagden,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [gedaagden],

procureur mr. A.P. van Elswijk,

advocaat mr. A. Kara.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding van 7 januari 2005, met producties 1 tot en met 3;

- akte tot vermindering van eis tevens akte houdende overlegging producties, met producties 4 en 5;

- incidentele conclusie houdende oproeping in vrijwaring;

- akte tot referte in het incident;

- vonnis van deze rechtbank in het incident van 17 augustus 2005;

- conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke eis in reconventie;

- tussenvonnis van deze rechtbank van 28 september 2005, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 28 juni 2006;

- akte houdende overlegging producties zijdens Albatros van 5 juli 2006, met producties 6 tot en met 17;

- akte overlegging productie antwoord akte zijdens [gedaagden] van 9 augustus 2006, met producties 1 tot en met 9;

- antwoordakte zijdens Albatros van 6 september 2006.

1.2 Bij het tussenvonnis van 17 augustus 2005 is het [gedaagden] toegestaan om [persoon 1] in vrijwaring te dagvaarden tegen de zitting van woensdag 28 september 2005. Op die zitting is de vrijwaringzaak niet aanhangig gemaakt. Evenmin is een verzoek tot uitstel ontvangen. De beslissing over de proceskosten in het vrijwaringincident is in het vonnis van 17 augustus 2005 aangehouden.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn vennoten van [gedaagde 1].

2.2 Albatros heeft in de periode van 3 juni tot en met 31 augustus 2004 aan [gedaagde 1] groenten en fruit verkocht en geleverd. Zij heeft ter zake facturen gestuurd, te weten:

factuur datum bedrag

1505 3 juni 2004 € 227,17 (restbedrag)

1546 3 juni 2004 € 4.752,52

1564 10 juni 2004 € 6.371,56

1596 12 juni 2004 € 7.764,46

1602 14 juni 2004 € 9.126,24

1633 18 juni 2004 € 4.902,00

1644 19 juni 2004 € 10.115,96

1688 26 juni 2004 € 3.226,83

1691 26 juni 2004 € 3.587,29

1718 12 juli 2004 € 7.867,60

1965 25 augustus 2004 € 2.304,00

2008 31 augustus 2004 € 2.339,00

totaal € 62.584,63

2.3 Bij ‘debit note’ nummer 008 van 27 oktober 2004 heeft Albatros aan [gedaagden] een bedrag van € 1.647,68 aan vertragingsrente in rekening gebracht.

2.4 [persoon 1] (hierna: [persoon 1]) was tot 2 november 2004 bij Albatros in dienst als verkoper. [persoon 1] en [gedaagde 2] hebben een overeenkomst ondertekend, waarin onder meer is opgenomen:

“Overeenkomst Documentatie

Betreffende de openstaande posten (facturen) in de periode van 3 maart 2004 tot 31 augustus 2004 is er een bespreking plaatsgevonden d.d. 28 september 2004 met dhr. [persoon 1], de vertegenwoordiger van Albatros Fruits Service. Inzake openstaande posten wordt bedoeld; dat de producten geleverd door Albatros Fruit Service aan [gedaagde 1] niet behoren zijn naar de verwachte kwaliteit en versheid. Bijgevolg is er kontact opgenomen met de firma Albatros om de verkoop prijs te herzien.

Als uitkomst op de bijeenkomst is afgesproken en bepaald dat, zoals in de tabel hieronder, de gespecificeerde datum en factuur bedragen van de verkoop prijzen te reviseren, en betreft het genoemde periode de nog te betalen posten door [gedaagde 1] aan Albatros te berekenen.

Factuur

Datum Factuur

Bedrag

€ Gecorrigeerd

Factuur Bedrag

€ Betaal

Datum Betaald

Bedrag

(…) (…) (…) (…) (…)

Totaal 69.852,51 53.300 22.500,00

Stand van zaken:

Nog te betalen 53.300,00

Reeds betaald 22.500,00

Nog open (schuldenlast) 30.800,00

Deze is formeel geacht en ondertekend door [persoon 1], de vertegenwoordiger van Albatros Fruit Service, en Yusuf [gedaagde 2], de vertegenwoordiger van Hoogerbrugge & Zn.”

2.5 Op 11 januari 2005 hebben [gedaagden] een bedrag van € 5.000,- aan Albatros betaald. Op 17 februari 2005 is een bedrag van € 5.000,- betaald. Op 8 augustus 2006 is nog een bedrag van € 800,- betaald.

3 De vordering in conventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de hoofdsom van € 64.232,31 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 27 oktober 2004 althans vanaf 20 december 2004, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele vergoeding en betaling van een bedrag van € 1.542,- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, een en ander met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de procedure. Albatros heeft haar vordering verminderd met de onder 2.5 genoemde betalingen van achtereenvolgens € 5.000,-, € 5.000,- en € 800,-. Deze bedragen dienen volgens Albatros om te beginnen in mindering te worden gebracht op de kosten, vervolgens op de verschenen rente en ten slotte op de hoofdsom en de lopende rente.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Albatros aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [gedaagden] hebben de onder 2.2 en 2.3 genoemde (factuur)bedragen voor het grootste deel onbetaald gelaten. Uit de administratie van Albatros blijkt dat het openstaande saldo per 6 november 2004 € 64.232,31 was. [gedaagden] moeten dit alsnog betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente.

3.2 [gedaagden] dienen aan Albatros een vergoeding te betalen voor buitengerechtelijke incassokosten, in overeenstemming met rapport Voorwerk II begroot op € 1.542,-.

3.3 [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen van [gedaagde 1].

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Albatros in de kosten van het geding.

[gedaagden] hebben daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Primair: namens Albatros heeft [persoon 1] met [gedaagden] afgesproken dat voor de onder 2.2 genoemde facturen in totaal een bedrag van € 53.300,- zou worden betaald. Deze afspraak is neergelegd in de (onder 2.4 genoemde) “Overeenkomst Documentatie”, die op 28 september 2004 tot stand is gekomen.

4.2 In de Overeenkomst Documentatie is verder neergelegd dat [gedaagden] reeds € 22.500,- van het openstaande factuurbedrag hadden voldaan. Na het tekenen van die Overeenkomst Documentatie hebben [gedaagden] nog

€ 26.500,- betaald, plus (op 30 september 2004) een bedrag van € 3.500,00 via Western Union en (het onder 2.5 genoemde) bedrag van € 800,-. Het ingevolge de Overeenkomst Documentatie resterende bedrag van € 30.800,- is dus voldaan.

4.3 Subsidiair: de geleverde producten voldeden niet aan de verwachte kwaliteit en versheid. Daardoor is Albatros tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Op grond van deze tekortkoming moeten de koopovereenkomsten die ten grondslag liggen aan de onder 2.2 genoemde facturen, (gedeeltelijk) ontbonden worden.

4.4 Albatros heeft geen buitengerechtelijke incassokosten gemaakt. De werkzaamheden waarvoor een vergoeding wordt gevorderd, moeten gezien worden als handelingen ter voorbereiding van een procedure die onder proceskosten vallen.

5 De vordering in voorwaardelijke reconventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de onder 4.3 genoemde overeenkomsten tot levering van groente en fruit (gedeeltelijk) te ontbinden, met veroordeling van Albatros om aan [gedaagden] te voldoen de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de verzenddatum van de afzonderlijke facturen, althans de dag der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening, een en ander met veroordeling van Albatros in de kosten van de procedure.

Aan deze vordering hebben [gedaagden] naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd (in het bijzonder onder 4.3), de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

5.1 [gedaagde 1] heeft tijdig gereclameerd over de onder 4.3 bedoelde gebreken. Dit blijkt uit de Overeenkomst Documentatie. Voor de gebrekkige producten is ten onrechte gefactureerd.

5.2 [gedaagden] hebben schade geleden door de tekortkoming van Albatros. De schade bestaat uit het verschil tussen de koopprijs zoals door Albatros gefactureerd en de normale waarde van het geleverde fruit in het handelsverkeer. Bovendien zou [gedaagde 1] een andere winstmarge hebben gehanteerd als het zou gaan om eerste kwaliteit groente en fruit.

6 Het verweer in voorwaardelijke reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [gedaagden] in de kosten van het geding.

Naast hetgeen Albatros in conventie heeft betoogd, heeft zij daartoe het volgende aangevoerd:

6.1 [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn geen contractspartij van Albatros, zodat zij niet kunnen worden ontvangen in hun vordering in voorwaardelijke reconventie jegens Albatros. In ieder geval dient hun vordering te worden afgewezen.

6.2 Er zijn geen termen voor ontbinding. Albatros heeft geen zaken geleverd die niet aan de overeenkomst hebben beantwoord. Er is dus geen sprake van een (wezenlijke) tekortkoming.

Zelfs als wel zaken zijn geleverd die niet aan de overeenkomst beantwoordden, heeft [gedaagde 1] ter zake haar rechten verspeeld doordat zij heeft verzuimd om Albatros hiervan binnen een redelijke termijn op de hoogte te stellen, onder opgave van de tekortkoming. Voor bederfelijke zaken als de onderhavige geldt een zeer korte klachttermijn; de branchevoorwaarden van Cofreurop bepalen dat binnen enkele uren moet worden gereclameerd.

6.3 [gedaagde 1] heeft geen schade geleden.

6.4 Er bestaat geen causaal verband tussen de gestelde wanprestatie en de beweerdelijk geleden schade.

6.5 [gedaagde 1] kan geen rente vorderen vanaf de vervaldatum van de facturen van Albatros.

7 De beoordeling

Omdat de vordering in conventie en in voorwaardelijke reconventie nauw met elkaar samenhangen, zal de rechtbank deze hierna gezamenlijk beoordelen.

7.1 Albatros heeft de onder 2.2 genoemde verkoop en levering van groenten en fruit aan haar vordering ten grondslag gelegd.

Het primaire verweer komt er kort gezegd op neer dat [gedaagden] nadere afspraken met Albatros zouden hebben gemaakt over de betaling, naar aanleiding van klachten over de geleverde kwaliteit. Die afspraken zijn volgens [gedaagden] neergelegd in de Overeenkomst Documentatie. Uit de stellingen van [gedaagden] begrijpt de rechtbank dat [gedaagden] zich erop beroepen dat zij er in de gegeven omstandigheden op mochten vertrouwen dat [persoon 1] een volmacht had om de Overeenkomst Documentatie aan te gaan. Als relevante omstandigheid hebben [gedaagden] aangevoerd dat zij in het verleden ook afspraken over de betaling van facturen met [persoon 1] hebben gemaakt. Ter onderbouwing daarvan hebben [gedaagden] verwezen naar een fax van [persoon 1] aan [gedaagde 1] van 23 maart 2004 (productie 8 zijdens [gedaagden]). Blijkens de toelichting van [gedaagden] zou [persoon 1] in die fax een korting van € 953,60 hebben gegeven op een factuur van 26 februari 2004. Verder hebben [gedaagden] als relevante omstandigheid gesteld dat het [persoon 1] was die akkoord gaf voor het verzenden van facturen. Dat blijkt uit de aantekening ‘OK Fatt V.K.’ op de laadadviezen die door Albatros als productie zijn overgelegd, aldus [gedaagden]

Albatros heeft betwist dat [persoon 1] bevoegd was om Albatros bij het aangaan van de Overeenkomst Documentatie te vertegenwoordigen. Volgens Albatros hebben [gedaagden] niet vertrouwd en evenmin mogen vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Bij akte van 6 september 2006 heeft Albatros haar standpunt over de gestelde vertegenwoordiging nader uiteengezet. Volgens Albatros kan op de aanstelling van [persoon 1] als verkoper redelijkerwijs niet het vertrouwen gebaseerd worden dat [persoon 1] bevoegd was om een verstrekkende overeenkomst aan te gaan, waarbij Albatros afstand zou doen van haar rechten jegens [gedaagden] Evenmin kan dat gebaseerd worden op de – op zichzelf niet betwiste – omstandigheid dat [persoon 1] aan de administratie van Albatros heeft doorgegeven dat bepaalde facturen aan [gedaagden] konden worden verzonden, aldus Albatros.

7.2 Naar aanleiding van de akte van [gedaagden] van 9 augustus 2006, overweegt de rechtbank het volgende. In de toelichting op de fax van [persoon 1] van 26 april 2004 (productie 9 zijdens [gedaagden]) hebben [gedaagden] gesteld dat [persoon 1] heeft geschreven ‘dat hij de factuur van de ‘aubergines’ niet rechtgetrokken krijgt en (…) dat hij later – toekomstige facturen – met een bedrag van € 953,60 zal verminderen’. Voorts hebben [gedaagden] als toelichting bij productie 7 (fax van 18 februari 2004) geschreven dat [persoon 1] ‘de factuur betreffende de tomaten nog niet heeft kunnen regelen’. Hier lijkt uit te volgen dat [persoon 1] in het verleden aan [gedaagden] heeft laten weten dat hij niet zelfstandig dit soort beslissingen mocht nemen, hetgeen niet te rijmen zou zijn met de stelling van [gedaagden] dat zij erop mochten vertrouwen dat [persoon 1] bevoegd was om de Overeenkomst Documentatie aan te gaan namens Albatros.

7.3 De gestelde (schijn van) vertegenwoordiging is een belangrijk geschilpunt tussen partijen, dat zijdens Albatros voor het eerst uitvoerig aan de orde is geweest in de akte van 6 juli 2006. Op de inhoud van deze akte hebben [gedaagden] niet meer kunnen reageren. Daarom zal de rechtbank [gedaagden] in de gelegenheid te stellen om hun stellingen ter zake nader te onderbouwen en de (onder 7.2 aangegeven) onduidelijkheden in de feitelijke onderbouwing daarvan op te helderen. De rechtbank zal met dat doel een comparitie tot het geven van inlichtingen gelasten. Bij die gelegenheid kan tevens het volgende aan de orde komen. Albatros is in Italië gevestigd, hetgeen de vraag oproept naar welk recht de vraag of [persoon 1] Albatros heeft vertegenwoordigd bij het aangaan van de Overeenkomst Documentatie moet worden beantwoord. Met inachtneming van de artikelen 11, 12, 13 en 15 van het Haags Vertegenwoordigingsverdrag zou dat het Italiaanse recht kunnen zijn. Albatros is in haar stellingen uitgegaan van het Nederlandse recht, terwijl [gedaagden] zich hierover niet hebben uitgelaten. De rechtbank gaat er bij de beoordeling vanuit dat het Nederlandse en het Italiaanse recht op de relevante punten geen wezenlijke verschillen vertonen. De rechtbank zal de stellingen naar Nederlands recht beoordelen, tenzij partijen voorafgaand aan de comparitie voldoende gemotiveerd stellen dat ander recht van toepassing is alsmede wat de inhoud van dat recht is en op welke punten het afwijkt van het Nederlandse recht waarop Albatros zich beroept.

7.4 Indien de rechtbank uiteindelijk tot het oordeel komt dat Albatros niet gebonden is aan de Overeenkomst Documentatie, dan zal het subsidiaire verweer van [gedaagden] beoordeeld moeten worden. [gedaagden] hebben aangevoerd dat Albatros tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomsten doordat de geleverde producten niet voldeden aan de verwachte kwaliteit en versheid. Albatros is in haar stellingen uitgegaan van de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag op de koopovereenkomsten. Ter comparitie hebben [gedaagden] die toepasselijkheid betwist, op de grond dat de overeenkomsten tot koop altijd in Nederland werden gesloten en er in Nederland werd geleverd. Echter, ingevolge artikel 1, lid 1 onder a, van het Weens Koopverdrag is dat verdrag van toepassing op koopovereenkomsten betreffende roerende zaken die in verschillende Staten gevestigd zijn, wanneer die Staten Verdragssluitende Staten zijn. Zowel Nederland als Italië zijn partij bij het Weens Koopverdrag. [gedaagden] hebben de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag in het licht van het voorgaande onvoldoende gemotiveerd betwist. Het subsidiaire verweer (alsmede de daarop gebaseerde voorwaardelijke reconventionele vordering) zal daarom beoordeeld moeten worden aan de hand van het Weens Koopverdrag.

Voor deze beoordeling is van belang of en zo ja wanneer [gedaagden] hebben geklaagd over de kwaliteit van bepaalde leveranties. Artikel 39, lid 1, van het Weens Koopverdag bepaalt dat de koper het recht verliest om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de koopovereenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming. Bij bederfelijke waar zoals groente en fruit wordt doorgaans een zeer korte termijn als redelijk aangemerkt. De stelplicht en de bewijslast ter zake rusten bij [gedaagden]

[gedaagden] hebben gesteld dat uit de Overeenkomst Documentatie blijkt dat zij tijdig hebben gereclameerd. In de tekst van die overeenkomst staat echter alleen dat ‘er contact [is] opgenomen’ om de verkooppprijs te herzien. Die tekst biedt onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen of tijdig is geklaagd over de kwaliteit van (alle) relevante zendingen, als bedoeld in artikel 39, lid 1, Weens Koopverdrag. De rechtbank zal [gedaagden] daarom op grond van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevelen om voorafgaand aan de comparitie aan te geven over welke specifieke leveranties zij hebben geklaagd, wanneer zij over die leveranties hebben geklaagd, bij wie zij hebben geklaagd, wat de klacht inhield, welk vervolg er aan die klacht is gegeven en op welke wijze zij hun stellingen daaromtrent kunnen bewijzen. De rechtbank beveelt [gedaagden] in het bijzonder nader toe te lichten, hoe de (door Albatros bij akte van 5 juli 2006 gestelde en door [gedaagden] niet betwiste) prijsverlagingen op de facturen 1564, 1602, 1633 en 2008 zich verhouden tot de tekortkomingen waarover [gedaagden] tijdig geklaagd zouden hebben.

Verder is de aard van de tekortkoming van belang. Artikel 49, lid 1 onder a, van het Weens Koopverdrag bepaalt immers (kort gezegd) dat de koper de overeenkomst alleen ontbonden kan verklaren indien sprake is van een (wezenlijke) tekortkoming. [gedaagden] worden daarom verzocht een precieze opgave te doen van de onder 3 en 4 van de conclusie van antwoord gestelde tekortkomingen, waarbij [gedaagden] tevens dienen aan te geven hoe deze opgave zich verhoudt tot de (door Albatros betwiste) verklaring van [gedaagde 2] ter comparitie van 28 juni 2006 dat hij tweede klasse producten van Albatros heeft gekocht.

7.5 Indien de rechtbank uiteindelijk tot het oordeel komt dat Albatros wel aan de Overeenkomst Documentatie is gebonden, dan geldt het volgende. Voor de beoordeling van de Overeenkomst Documentatie is inhoudelijk (uitgaande van beoordeling naar Nederlands recht) van belang, hoe de daarin vastgestelde betalingen ad € 22.500,- zich verhouden tot de vordering. Immers, Albatros heeft het standpunt ingenomen dat zij niet kan worden gehouden aan de vaststelling dat [gedaagden] reeds € 22.500,- hebben betaald omdat uit haar boekhouding blijkt dat, rekening houdend met alle betaalde bedragen, een vordering resteert van € 64.232,31 (zijnde het totale factuurbedrag vermeerderd met de bij debit note in rekening gebrachte rente), zodat de Overeenkomst Documentatie op grond van dwaling over het openstaande bedrag moet worden vernietigd. Zij heeft daarbij verwezen naar productie 1 tot en met 3 bij dagvaarding.

Uit productie 1 lijkt te volgen dat de betalingen van [gedaagden] zijn afgeboekt op openstaande facturen van vóór 3 juni 2004. Volgens het als productie 1 overgelegde overzicht stond op 3 juni 2004 (de datum van de eerste factuur die aan de vordering ten grondslag is gelegd) al een bedrag van € 64.767,42 open. Het is de rechtbank nog niet duidelijk welke betalingen volgens Albatros nu precies betrekking hadden op de facturen die aan de vordering ten grondslag zijn gelegd, zodat niet kan worden beoordeeld of sprake kan zijn van dwaling over het openstaande bedrag. Ter comparitie zal Albatros in de gelegenheid worden gesteld om haar stellingen ter zake nader toe te lichten. Ter voorbereiding op de comparitie wordt Albatros verzocht om een precieze opgave te doen van de betalingen die zij van [gedaagden] heeft ontvangen op de specifieke facturen die aan de vordering ten grondslag liggen, onderbouwd met (ten minste) een betalingsoverzicht vanaf de eerste factuur van 3 juni 2004. Albatros wordt voorts verzocht om de rechtbank kopieën te sturen van de correspondentie waarbij zij [gedaagden] heeft gewezen op de in haar visie in de loop van de tijd openstaande saldi en de wijze waarop zij de betalingen heeft verwerkt.

[gedaagden] worden verzocht om een kopie van de Overeenkomst Documentatie toe te zenden, waarop alle cijfers goed leesbaar zijn.

7.6 [gedaagden] hebben als verweer gevoerd dat zij het in de Overeenkomst Documentatie overeengekomen bedrag reeds hebben betaald. De vraag hoeveel [gedaagden] reeds betaald hebben, zal bij de beoordeling van belang zijn onafhankelijk van de vraag of Albatros aan de Overeenkomst Documentatie is gebonden. Daarbij zal ook het nadere debat over de betalingen zoals onder 7.5 bedoeld relevant zijn. [gedaagden] worden verzocht om voorafgaand aan de comparitie een precieze opgave te doen van de bedragen die zij hebben betaald op de specifieke facturen die aan de vordering ten grondslag liggen, zoveel als mogelijk onderbouwd met schriftelijke stukken (zoals betalingsbewijzen of bankafschriften, in het bijzonder schriftelijke bescheiden ter onderbouwing van de gestelde betaling van € 3.500,- via Western Union op 30 september 2004) en, voor zover zij in de gelegenheid willen worden gesteld haar eventueel betwiste stellingen hieromtrent te bewijzen, voorzien van een gespecificeerd bewijsaanbod.

7.7 Albatros heeft een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De verschuldigdheid daarvan is door [gedaagden] betwist. Albatros wordt verzocht om voorafgaand aan de comparitie een deugdelijke specificatie van de gestelde buitengerechtelijke verrichtingen aan de rechtbank toe te zenden, onderbouwd met bewijsstukken.

7.8 [gedaagden] hebben bij voorwaardelijke reconventionele vordering onder meer gevorderd schadevergoeding, nader op te maken bij staat. De door [gedaagden] aangevoerde feiten en omstandigheden wettigen echter niet de conclusie dat de door hen geleden schade nog niet (voldoende) kan worden vastgesteld. De rechtbank ziet daarom geen reden om voor de vaststelling van de schade te verwijzen naar een schadestaatprocedure. [gedaagden] worden daarom verzocht om voorafgaand aan de comparitie een precieze opgave te doen van de schade, een en ander onderbouwd door bewijsstukken en, voor zover die niet beschikbaar zijn, eventueel een gespecificeerd bewijsaanbod.

7.9 Samengevat wenst de rechtbank de volgende onderwerpen ter comparitie aan de orde te stellen en daartoe op voorhand de volgende informatie te ontvangen:

a) de (schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid van [persoon 1]. In dit kader hebben partijen in overweging 7.3 de gelegenheid gekregen om zich voorafgaand aan de comparitie uit te laten over het toepasselijke recht;

b) de vraag of [gedaagden] tijdig hebben geklaagd. In dit kader heeft de rechtbank [gedaagden] onder 7.4 bevolen om voorafgaand aan de comparitie aan te geven over welke specifieke leveranties zij hebben geklaagd, bij wie zij hebben geklaagd, wanneer zij over die leveranties hebben geklaagd, wat de klacht inhield, welk gevolg er aan die klacht is gegeven en op welke wijze zij hun stellingen daaromtrent kunnen bewijzen. In het bijzonder heeft de rechtbank [gedaagden] bevolen om toe te lichten hoe de prijsverlagingen op de facturen 1564, 1602, 1633 en 2008 zich verhouden tot de tekortkomingen waarover [gedaagden] tijdig geklaagd zouden hebben;

c) de aard van de gestelde tekortkoming van Albatros. In dit kader heeft de rechtbank [gedaagden] verzocht om een precieze opgave te doen van de onder 3 en 4 van de conclusie van antwoord gestelde tekortkomingen, waarbij [gedaagden] tevens dienen aan te geven hoe deze opgave zich verhoudt tot de (door Albatros betwiste) verklaring van [gedaagde 2] ter comparitie van 28 juni 2006 dat hij tweede klasse producten van Albatros heeft gekocht;

d) de betalingen door [gedaagden] De rechtbank heeft Albatros in overweging 7.5 verzocht om voorafgaand aan de comparitie een precieze opgave te doen van de betalingen die zij van [gedaagden] heeft ontvangen op de specifieke facturen die aan de vordering ten grondslag liggen, onderbouwd met (ten minste) een betalingsoverzicht vanaf de eerste factuur van 3 juni 2004. Albatros is voorts verzocht om de rechtbank kopieën te sturen van de correspondentie waarbij zij [gedaagden] heeft gewezen op de in haar visie in de loop van de tijd openstaande saldi en de wijze waarop zij de betalingen heeft verwerkt.

In 7.5 heeft de rechtbank [gedaagden] verzocht om een kopie van de Overeenkomst Documentatie toe te zenden, waarop alle cijfers goed leesbaar zijn. [gedaagden] zijn verder in 7.6 verzocht om voorafgaand aan de comparitie een precieze opgave te doen van de bedragen die zij hebben betaald op de specifieke facturen die aan de vordering ten grondslag liggen, zoveel als mogelijk onderbouwd met schriftelijke stukken (zoals betalingsbewijzen of bankafschriften, in het bijzonder schriftelijke bescheiden ter onderbouwing van de gestelde betaling van

€ 3.500,- via Western Union op 30 september 2004) en, voor zover zij in de gelegenheid willen worden gesteld hun eventueel betwiste stellingen hieromtrent te bewijzen, voorzien van een gespecificeerd bewijsaanbod;

e) de door Albatros gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Onder 7.7 heeft de rechtbank Albatros gevraagd om voorafgaand aan de comparitie een deugdelijke specificatie van de gestelde buitengerechtelijke verrichtingen aan de rechtbank toe te zenden, onderbouwd met bewijsstukken;

f) de door [gedaagden] gestelde schade. In overweging 7.8 heeft de rechtbank [gedaagden] verzocht om voorafgaand aan de comparitie een precieze opgave te doen van de schade, een en ander onderbouwd door bewijsstukken en, voor zover die niet beschikbaar zijn, eventueel vergezeld van een gespecificeerd bewijsaanbod.

7.10 Alle bescheiden waarop een partij zich ter terechtzitting wenst te beroepen, alsmede de hierboven genoemde bescheiden dienen uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechtbank en aan de wederpartij te worden toegezonden. Indien een partij verhinderd is op de hieronder vermelde datum, dient deze dat binnen twee weken na uitspraak van dit vonnis bij brief te melden aan planningsadministratie van de sector civielrecht van de rechtbank (adres hieronder weergegeven) en daarbij opgave te doen van de verhinderdata van beide partijen voor de komende drie maanden.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie en in voorwaardelijke reconventie

beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, vergezeld door hun raadslieden te verschijnen in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. A. Lablans, op 2 oktober 2007 om 13:30 tot 15:00 uur teneinde een schikking te beproeven en tot het geven van inlichtingen;

beveelt dat partijen de hiervoor (onder 7.9) bedoelde bescheiden uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - en aan de wederpartij zullen toezenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans.

Uitgesproken in het openbaar.

1488/1729