Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA7836

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-06-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
284043 / FT RK 07-287
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 67 Fw. Verzoek om curatoren te verbieden de door hen in de failliete boedels (van Novacap c.s.) aangetroffen vorderingen, die merendeels in rechte aanhangig zijn gemaakt, geheel of ten dele te verkopen via een (door curatoren voorgestelde) niet openbare veilingprocedure, is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak- / rekestnummer: 284043 / FT RK 07-287

Insolventienummers: 06/871 F - 06-872 F - 06/873 F - 06/910 F

Datum uitspraak: 21 juni 2007

BESCHIKKING van de meervoudige kamer op het op 15 mei 2007 ingekomen beroepschrift ex artikel 67 Fw. van:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

TOMORROW'S TULIPS B.V.,

IMPORT BLUMEX EXPORT B.V.,

BLUMEX TULIPS SELECT B.V.,

BLUMEX HOLDING B.V.,

D.P. VAN DER VELDEN B.V.,

P.A. VAN DER VELDEN B.V.,

allen gevestigd te Aalsmeer,

[C],

[E],

[F],

allen wonende te [woonplaats],

appellanten,

(hierna aan te duiden als “Blumex c.s.”),

procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

advocaat mr. G.A. van Meeteren,

tegen de in de faillissementen van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOVACAP AGRICOLA B.V.

statutair gevestigd te Rotterdam,

en

de commanditaire vennootschap

NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS 2004 C.V. in liquidatie

statutair gevestigd te Rotterdam,

en haar enig beherend vennoot

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS BEHEER B.V.

statutair gevestigd te Rotterdam,

en

de stichting

STICHTING BEWAARDER NOVACAP FLORALIS TERMIJNFONDS

gevestigd te Rotterdam,

(hierna gezamenlijk aan te duiden als “Novacap c.s.”),

waarin mr. M.R.B. Gorsira en mr. F.H. Tiethoff tot curatoren zijn benoemd (hierna: “de curatoren”),

verweerders,

procureur mr. M.R.B. Gorsira,

gegeven beschikking d.d. 10 mei 2007 ex artikel 69 Fw.

1 Ontvangen documenten

• Bij brief d.d. 6 maart 2007 heeft Blumex c.s. een verzoek ex artikel 69 Fw. ingediend in de faillissementen van Novacap c.s. bij de rechter-commissaris van Novacap c.s. (hierna: “de rechter-commissaris”).

• Bij brief d.d. 4 mei 2007 hebben de curatoren aan de rechter-commissaris een reactie op dit verzoek gegeven.

• Op 10 mei 2007 heeft de rechter-commissaris bij beschikking het verzoek van Blumex c.s. afgewezen (hierna: “de beschikking”).

• Op 15 mei 2007 heeft Blumex c.s. beroep ex artikel 67 Fw. tegen deze beschikking aangetekend.

• Bij aanvullend beroepschrift d.d. 25 mei 2007 heeft Blumex c.s. voor het beroep nadere gronden aangevoerd. Tevens is op 25 mei 2007 een aanvullende productie overgelegd.

• De curatoren hebben op 25 mei 2007 een verweerschrift ingediend.

• Op 29 mei 2007 heeft de mondelinge behandeling van het beroep plaatsgevonden. De raadsman van Blumex c.s. en de curatoren hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling pleitaantekeningen overgelegd.

• Tijdens de mondelinge behandeling hebben de curatoren “Ontwerp (8) - 29 mei 2007 van de Voorwaarden voor verkoop bij niet-openbare inschrijving” en “Bijlage 1 bij inschrijvingsvoorwaarden, concept 29 mei 2007” overgelegd (hierna: “de veilingvoorwaarden”). De raadsman van Blumex c.s. heeft dit concept tijdens de mondelinge behandeling bekeken.

• De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de beroepen van Hollandsche Bank-Unie N.V., Holland Bolroy Markt B.V., Holland Blumen Markt Holland B.V., Holland Blumen Markt HBM Holding B.V., Holland Iris Select B.V., de heer [A] en de heer [B] tegen beschikkingen van de rechter-commissaris betreffende (grotendeels) hetzelfde onderwerp.

2 Het beroep en de grondslag daarvan

Blumex c.s. heeft beroep ingesteld tegen de beschikking waarin de rechter-commissaris het verzoek van Blumex c.s. ex artikel 69 Fw. heeft afgewezen. Het verzoek van Blumex c.s. kwam er -kort gezegd- op neer dat de rechter-commissaris geen toestemming diende te verlenen voor de voorgestelde veiling van vorderingen in de faillissementen van Novacap c.s. Tegen deze beschikking heeft Blumex c.s. zeven grieven aangevoerd:

1. er is sprake van een motiveringsgebrek in de beschikking van de rechter-commissaris, nu hetgeen Blumex c.s. aan haar verzoek ten grondslag had gelegd, niet is behandeld;

2. in de beschikking wordt voorbijgegaan aan de op de crediteurenvergadering d.d. 19 april 2007 in de faillissementen van Novacap c.s. naar voren gebrachte argumenten en informatie;

3. in de beschikking wordt voorbij gegaan aan de zorgplicht van de curatoren jegens derden;

4. in de beschikking worden verschillende aspecten, waaronder aspecten die tot de conclusie leiden dat een veiling tot een verdere ontwrichting van de relevante markt leidt alsmede tot onnodige procedurele complicaties die nadelig zijn voor zowel Blumex c.s. als de boedel, buiten beschouwing gelaten en wordt slechts het argument ‘het verkrijgen van de opbrengst voor de boedel’ aangehaald;

5. in de beschikking wordt eraan voorbij gegaan dat op eenvoudige wijze is vast te stellen dat er geen grondslag bestaat met betrekking tot de vorderingen die de curatoren wensen te veilen. De rechter-commissaris had bij zijn belangenafweging moeten overwegen dat de te verwachten opbrengst niet in verhouding staat tot het belang van Blumex c.s. om te worden gevrijwaard van de negatieve gevolgen van een veiling;

6. in de beschikking wordt ten onrechte geconcludeerd dat er onvoldoende middelen zijn om procedures tegen externe partijen voort te zetten;

7. de vaststelling in de beschikking dat de mogelijkheid dat één der vroegere bestuurders op indirecte wijze de vorderingen zou kunnen kopen niet van een dusdanig belang is om daarmee beperkingen in de veiling aan te brengen, is onjuist en in strijd met de redelijkheid en billijkheid, de strekking van de Faillissementswet en het maatschappelijk belang.

De curatoren hebben de grieven gemotiveerd weersproken.

3 De beoordeling

3.1 Ontvankelijkheid

De curatoren hebben aangevoerd dat een verzoek ex artikel 69 Fw. slechts openstaat voor een schuldeiser, een commissie van schuldeisers en de gefailleerde, terwijl van Blumex c.s. alleen Blumex Tulip Select B.V. aan dat vereiste voldoet, wier vordering bovendien door verrekening teniet is gegaan. Blumex c.s. kan dus niet worden toegelaten tot de rechtsgang van artikel 69 Fw.

Blumex c.s. is in haar verzoek ex artikel 69 Fw. door de rechter-commissaris bij beschikking d.d. 10 mei 2007 (waartegen thans beroep wordt aangetekend) ontvankelijk verklaard, waarbij is overwogen dat Blumex c.s. schuldeiser is, hetgeen Blumex c.s. ter zitting ook uitdrukkelijk heeft verklaard en niet meer door de curatoren is betwist. Ter zitting is de rechtbank niet anders gebleken, zodat dit verweer van de curatoren niet slaagt.

Ook het beroep van de curatoren op niet-ontvankelijkheid omdat de vordering van Blumex Tulip Select B.V. op Novacap c.s. verrekend kan worden of reeds verrekend zou zijn met de gepretendeerde vordering van Novacap c.s. op Blumex Tulip Select B.V. slaagt niet. Deze laatste vordering is door Blumex Tulip Select B.V. betwist en partijen procederen over de verschuldigdheid van deze vordering. Dit beroep op verrekening is gebaseerd op de artikelen 6:127 e.v. BW omdat een beroep op artikel 53 Fw. is voorbehouden aan de schuldenaar / schuldeiser van gefailleerde. De gegrondheid van de vordering van Novacap c.s. op Blumex Tulip Slecect B.V. is niet op eenvoudige wijze vast te stellen, zodat verrekening niet kan worden aangenomen.

De curatoren hebben voorts aangevoerd dat Blumex c.s. niet in haar beroepschrift ex artikel 67 Fw. kan worden ontvangen, nu uit dat artikel blijkt dat geen hoger beroep mogelijk is tegen een beschikking van de rechter-commissaris houdende toestemming tot (onderhandse) verkoop van activa in een faillissement en het onderhavige verzoek een verbod tot verkoop van actief in een faillissement betreft.

Blumex c.s. is ontvankelijk in haar beroep. De boedel bevindt zich nog niet in staat van insolventie. De verkoop geschiedt derhalve op basis van artikel 101 Fw. (en niet op basis van artikel 176 Fw., nu dit artikel ziet op verkoop na insolventie). Tegen de beschikking van de rechter-commissaris waarin de toestemming tot verkoop al dan niet wordt verleend, waarvan in casus sprake is, staat beroep open, waar dit een beschikking is op grond van artikel 69 Fw., die is gegeven op een verzoek van Blumex c.s. in haar hoedanigheid van schuldeiser.

3.2 Grieven 1 t/m 5

Blumex c.s. heeft gesteld dat de rechter-commissaris de beschikking waarin het verzoek van Blumex c.s. is afgewezen, onvoldoende heeft gemotiveerd. Hij is voorbijgegaan aan de op de crediteurenvergadering d.d. 19 april 2007 in de faillissementen van Novacap c.s. naar voren gebrachte argumenten en informatie en aan de zorgplicht van de curatoren jegens derden. Ook heeft de rechter-commissaris aspecten en feitelijkheden buiten beschouwing gelaten die tot de conclusie behoren te leiden dat een veiling van de vordering tot een verdere ontwrichting van de relevante markt leidt alsmede tot onnodige procedurele complicaties die nadelig zijn voor zowel Blumex c.s. als de boedel. Blumex c.s. wordt in haar belangen onevenredig benadeeld. Blumex c.s. stelt voorts dat op eenvoudige wijze is vast te stellen dat er geen grondslag bestaat met betrekking tot de vorderingen die de curatoren wensen te veilen en dat zij slechts summier onderzoek hebben ingesteld naar de evidentheid van deze vorderingen. De vorderingen liggen voor afwijzing gereed.

De curatoren hebben daar tegenin gebracht dat van een motiveringsgebrek geen sprake is, en dat de rechter-commissaris rekening heeft gehouden met alle ter zake relevante feiten en omstandigheden.

De curatoren hebben bovendien aangevoerd dat de procedure ex artikel 69 Fw. er niet is om het debiteurenbelang van Blumex c.s. veilig te stellen. De curatoren hebben voorts aangegeven dat zij zich hebben ingelezen in de processtukken van de verschillende procedures en erover hebben gesproken met verschillende betrokkenen bij Novacap c.s. Voorts hebben zij aangegeven dat zij de beschikking hebben gekregen over (een deel van?) een proces-verbaal van de Fiod-ECD en andere van diverse zijden ontvangen informatie, waaronder de rapporten van de door de AFM benoemde stille curatoren. Na kennisneming van deze stukken en gehoord hebbend de diverse betrokkenen zijn de curatoren van oordeel dat de procedures volstrekt niet kansloos zijn. Echter, de curatoren hebben aangegeven dat zij niet in staat zijn al deze procedures over te nemen. Daarvoor is het aantal procedures te groot en het aanwezige boedelactief te klein. Omdat de belangen van de crediteuren gebaat zijn bij een efficiënte liquidatie van het actief, waaronder de vorderingen waarover procedures aanhangig zijn, is gekozen voor een veiling van de betreffende vorderingen, aldus de curatoren.

De rechtbank overweegt dat de rechter-commissaris bij het nemen van de beslissing een afweging heeft gemaakt van de relevante feiten en omstandigheden en daarvan -zij het summier- ook blijk heeft gegeven.

In beginsel staat het de curatoren vrij de betreffende vorderingen te veilen. Zij behoren daarbij te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Daartoe behoort ook dat de curatoren, zij het globaal, de procedures over de vorderingen die naar hun oordeel voor veiling in aanmerking komen, dienen te bekijken.

Het feit dat op dit moment Novacap c.s. enkele procedures in eerste aanleg heeft verloren, en het feit dat enkele beslagen die waren gelegd naar aanleiding van enkele andere vorderingen zijn opgeheven, leidt niet zonder meer tot de conclusie dat de verschillende procedures bij voorbaat volledig kansloos zijn en dat de betreffende vorderingen niet voor veiling in aanmerking zouden komen. Niet is duidelijk geworden dat de bewuste procedures kansloos zijn noch dat de betreffende vorderingen ongegrond zijn. Voor een verdere toetsing daarvan is in deze beroepsprocedure geen plaats.

Blumex c.s. heeft gesteld dat Novacap c.s. in de procedure die zij heeft aangespannen in Amsterdam heeft gehandeld op een bedenkelijke wijze en dat strafaangiftes zijn gedaan tegen bestuurders van Novacap c.s. Zolang niet in rechte of anderszins vaststaat dat Novacap c.s. in de procedures zich heeft bediend van oneigenlijke middelen -hetgeen niet het geval is-, behoeven, naar het oordeel van de rechtbank, de curatoren daarvan niet uit te gaan en behoeven zij zich daardoor niet te laten weerhouden om de vorderingen te veilen wanneer naar hun oordeel, gebaseerd op globale bestudering, de vorderingen voor veiling in aanmerking komen. Ter zitting is overigens gesteld noch gebleken dat er thans strafrechtelijke procedures aanhangig zijn betreffende Novacap c.s.

De wijze waarop de veiling plaats zal dienen te vinden, is ter discretie aan de curatoren. Zij behoren daarbij te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Gelet ook op wat de curatoren hieromtrent hebben verklaard, is niet gebleken dat de curatoren hierin zijn tekortgeschoten, terwijl vooralsnog evenmin aannemelijk is dat zij hierin tekort zullen schieten.

Ter zitting heeft Blumex c.s. naar voren gebracht dat veiling waarschijnlijk een lagere opbrengst voor de boedel tot gevolg zal hebben en zal leiden tot claims. Uitgangspunt is dat de afweging hoe de activa het beste kunnen worden uitgewonnen het beheer en de vereffening van de failliete boedel betreft, een taak waarmee de curatoren zijn belast. De curatoren hebben gemotiveerd aangegeven dat door een veiling op de wijze als door hen voorgestaan de belangen van de boedel en de betrokkenen het best worden behartigd. Niet is gebleken dat deze zienswijze van de curatoren onjuist is.

Dat de boedel mogelijk aansprakelijk wordt gesteld voor het handelen van de curatoren, is geen reden om op voorhand veiling van vorderingen te verbieden. Wanneer de curatoren handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht, kan hen niets verweten worden.

Ter zitting heeft Blumex c.s. gesteld dat het risico bestaat dat de koper van de vorderingen waarover een procedure loopt als hij in de proceskosten wordt veroordeeld geen verhaal biedt. De curatoren hebben hierop aangegeven dat zonder verkoop er in ieder geval geen enkele zekerheid zou zijn voor voldoening van een vordering op de boedel. De stelling van Blumex c.s. geven geen reden om de curatoren te verbieden de veiling doorgang te doen vinden.

Ter zitting heeft Blumex c.s. voorts gesteld dat de curatoren een procedure tegen voormalig bestuurders van Novacap c.s. dienen te entameren. De curatoren hebben aangegeven dat zij ter zake onderzoek doen. Alvorens mogelijk een procedure te entameren, dienen de curatoren zorgvuldig onderzoek te doen. Gedurende dit onderzoek dienen de curatoren er zorg voor te dragen dat er geen mogelijk ter zake relevant materiaal verloren gaat en dat mogelijke verjaringstermijnen niet verstrijken. Nu de curatoren hebben aangegeven dat zij bezig zijn met een onderzoek, dienen eerst de resultaten van dat onderzoek te worden afgewacht alvorens zij nadere informatie kunnen geven en kunnen beslissen of zij een procedure dienen te entameren.

De grief dat door een veiling de bloembollenmarkt verder wordt ontwricht waneer de betreffende vorderingen zouden worden geveild, is niet nader onderbouwd en is slechts een speculatie van Blumex c.s. Aan deze grief ontbreekt feitelijke grondslag en treft geen doel.

Op grond hiervan falen deze grieven.

3.3 Grief 6

Blumex c.s. heeft gesteld dat de rechter-commissaris ten onrechte heeft gesteld dat de boedel niet in staat zou zijn de procedures tegen externe partijen voort te zetten. De kosten van deze procedures zijn echter al gemaakt voor faillissementsdatum. En de procedure in Amsterdam kan op korte termijn worden afgerond aangezien alle conclusies zijn genomen zodat om vonnis kan worden gevraagd. Er kan niet worden geconcludeerd dat thans niet voldoende middelen meer aanwezig zouden zijn.

De curatoren hebben aangegeven dat het houden van pleidooi in de procedures in Amsterdam van doorslaggevend belang lijkt voor de uitkomst van deze procedures. Uitgangspunt is dat de afwegingen of in bepaalde procedures pleidooi of vonnis gevraagd dient te worden en of er voldoende middelen in de boedel aanwezig zijn om procedures te kunnen voortzetten het beheer en de vereffening van de failliete boedel betreffen, taken waarmee de curatoren zijn belast. De curatoren hebben aangegeven dat er onvoldoende middelen zijn om de lopende procedures op de gewenste wijze af te ronden. Gesteld noch gebleken is dat de zienswijze van de curatoren onjuist is. Op grond daarvan faalt deze grief.

3.4 Grief 7

Blumex c.s. heeft gesteld dat de overweging van de rechter-commissaris dat de mogelijkheid dat één der vroegere bestuurders op indirecte wijze de vorderingen zou kunnen kopen niet van een dusdanig belang is om daarmee beperkingen in de veiling aan te brengen, onjuist is en in strijd met de redelijkheid en billijkheid, de strekking van de Faillissementswet en het maatschappelijk belang.

De curatoren hebben aangegeven dat (voormalig) bestuursleden / aandeelhouders van Novacap c.s. niet zullen worden uitgenodigd om te bieden op de vorderingen. Naar ter zitting is gebleken wordt hiermee tevens bedoeld dat entiteiten waarbij (voormalig) bestuurders / aandeelhouders (financieel) zijn betrokken niet zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de veiling. Ter zitting hebben de curatoren verklaard dat -voor zover hen bekend is- er geen (voormalig) bestuurders / aandeelhouders van Novacap c.s. (financieel) betrokken zijn bij de Stichting Bolclaim. Tevens hebben zij verklaard dat -met inachtneming van het voorgaande- uitgenodigd worden voor de veiling diegenen die door Novacap c.s. als debiteur zijn aangemerkt en diegenen die reeds voor het faillissement bij de geschillen c.q. bij Novacap c.s. betrokken waren. Het feit dat mogelijk na veiling vorderingen aan een derde worden doorverkocht, is iets wat niet aan de curatoren kan worden verweten. Deze grief faalt.

4 De beslissing

De rechtbank,

verklaart Blumex c.s. ontvankelijk in haar beroep,

bekrachtigt de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 10 mei 2007.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.A.T. Frima, A.N. van Zelm van Eldik en

E.A. Vroom, rechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2007.

1659/10/1554