Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA6232

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2007
Datum publicatie
04-06-2007
Zaaknummer
10/610093-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In strikt juridische zin is door de daar daartoe bij uitstek geschikt geachte functionaris, de rechter-commissaris, het juiste en enig mogelijke rechtsgevolg, de onmiddellijke invrijheidstelling, verbonden aan het verzuim dat in casu kleeft aan het bevel tot toepassing van het vrijheidsbenemende dwangmiddel. De verdachte is echter vervolgens rauwelijks in bewaring gesteld op grond van de de voorliggende vordering tot inbewaringstelling, de ernst van de in die vordering omschreven strafbare feiten, alsmede de daarin door de officier van justitie opgevoerde (onderzoeks)gronden. Hierdoor ontstaat de op zichzelf genomen onwenselijke situatie dat het verzuim (thans) de facto zonder enig rechtsgevolg blijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM, SECTOR STRAFRECHT

MOTIVERING BIJ TOETSING INVERZEKERINGSTELLING EN BEVEL BEWARING

Parketnummer: 10/610093-07

RC-nummer: 07/1337

X,

geboren te Y op [ ] 1983,

wonende te [ ].

De raadsman van de verdachte merkt het volgende op.

In het dossier ontbreekt een machtiging tot binnentreden in de zin van art. 2 van de Algemene wet op het binnentreden (hierna: Awbi) voor het pand waar verdachte is aangehouden. De enkele verwijzing in het proces-verbaal van aanhouding dat een machtiging tot binnentreden was afgegeven is onvoldoende, omdat de juistheid van die verwijzing door het ontbreken van de machtiging niet kan worden getoetst.

Daarnaast is verdachte in de avond van 30 mei 2007 in verzekering gesteld en is de piketcentrale pas in de late middag van de 31e mei 2007 via een fax in kennis gesteld van deze inverzekeringstelling. In strijd met art. 40 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is derhalve verzuimd onverwijld over te gaan tot de melding van de inverzekeringstelling. Verdachte heeft hierdoor geruime tijd rechtsbijstand moeten ontberen.

Gelet op deze verzuimen dient de inverzekeringstelling onrechtmatig te worden geoordeeld en verdachte onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld.

Indien wordt toegekomen aan de beslissing op de vordering tot inbewaringstelling refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechter-commissaris.

Machtiging binnentreden

In het proces-verbaal van aanhouding wordt verwezen naar een machtiging tot binnentreden in de zin van de Awbi. In het dossier bevindt zich ook een dergelijke machtiging tot binnentreden. Deze machtiging is echter niet afgegeven voor de woning waar de verdachte is aangehouden maar voor een woning die in het kader van hetzelfde (opsporings)onderzoek is binnengetreden.

Gelet op het feit dat meerdere verdachten in hetzelfde opsporingsonderzoek vandaag worden voorgeleid is zeer wel mogelijk sprake van een misslag en is bij vergissing de verkeerde machtiging in het dossier gevoegd. Gelet op het tijdstip van de voorgeleiding is nader onderzoek naar deze vermoedelijke misslag niet mogelijk. In het kader van de toetsing van de inverzekeringstelling moet het er dan ook voor worden gehouden dat de machtiging tot binnentreden ontbreekt.

Dit raakt echter niet de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van de verdachte. Het belang dat deze overtreden norm beoogt te beschermen, bescherming van het huisrecht, komt namelijk slechts toe aan de (hoofd)bewoners van het huis waarin verdachte is aangehouden en niet aan verdachte, aangezien hij geen bewoner van het huis is.

Aanmelding piketcentrale

Uit het dossier volgt dat de verdachte op 30 mei 2007 te 21:20 uur in verzekering is gesteld. Het meldingsformulier aan de piketcentrale is op 31 mei 2007 te 15:14 uur per fax verzonden, zo blijkt uit het bij het meldingsformulier gevoegde verzendrapport. De verdachte is op 30 mei 2007 te 20:16 uur verhoord. In dit verhoor heeft de verdachte tot 2 maal toe gevraagd naar een advocaat en heeft hij zich overigens in materiële zin op zijn zwijgrecht beroepen.

Vooropgesteld moet worden dat de piketcentrale niet onverwijld op de hoogte is gebracht van de inverzekeringstelling van de verdachte zoals omschreven in art. 40 lid 2 Sv. Pas na ±18 uur vindt de melding plaats. Hiermee is een belangrijk strafvorderlijk voorschrift; dat een verdachte die in verzekering is gesteld snel rechtsbijstand krijgt, in aanzienlijke mate geschonden. Dit klemt temeer nu de verdachte in zijn verhoor tijdens het ophouden voor onderzoek reeds tot 2 maal toe om rechtsbijstand heeft gevraagd.

Hoewel de verdachte, gelet op het tijdstip van dat verhoor (nog voorafgaand aan de inverzekeringstelling) en de proceshouding van de verdachte (waardoor het kennelijk bij dit korte verhoor is gebleven) door het verzuim niet in zijn procesbelang is geschaad, strekken de belangen die een in verzekering gestelde verdachte heeft bij een spoedige rechtsbijstand echter verder dan alleen het procesbelang.

Gelet op het voorgaande en het feit dat de verdachte in laatstgenoemde belangen wel degelijk is geschaad dient de inverzekeringstelling onrechtmatig te worden geoordeeld en dient de verdachte (in formeel juridische zin) onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. Gezien het feit dat thans echter ook een vordering tot inbewaringstelling voorligt, de ernst van de in die vordering omschreven strafbare feiten, alsmede de daarin door de officier van justitie opgevoerde (onderzoeks)gronden wordt feitelijk van de invrijheidstelling van de verdachte afgezien en wordt overgegaan tot de (rauwelijkse) inbewaringstelling van de verdachte.

Met vooromschreven gang van zaken wordt in strikt juridische zin door de volgens vaste jurisprudentie daartoe bij uitstek geschikt geachte functionaris, de rechter-commissaris, het juiste en enig mogelijke rechtsgevolg, de onmiddellijke invrijheidstelling, verbonden aan een verzuim dat kleeft aan een bevel tot toepassing van een vrijheidsbenemend dwangmiddel. Hierdoor ontstaat echter ook de op zichzelf genomen onwenselijke situatie dat het verzuim (thans) de facto zonder enig rechtsgevolg blijft.

J. Stolle, mr. J.H. Janssen, griffier rechter-commissaris