Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA6194

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
01-06-2007
Zaaknummer
271010 / HA ZA 06-2873
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van gedaagde tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseres in haar vordering wegens het niet voldoen aan substantiëringsplicht afgewezen, aangezien artikel 111 lid 3 Rv geen consequenties verbindt aan het niet voldoen aan de substantiëringsplicht en voor het overige geen bijzondere feiten/omstandigheden zijn gesteld die ertoe moeten leiden dat er in het onderhavige geval wel consequenties aan moeten worden verbonden. Voorts wordt eiseres opgedragen te bewijzen dat de overeenkomst waarop zij haar vordering grondt met gedaagde in privé is gesloten, nu gedaagde dit betwist door te stellen dat zij de overeenkomst heeft gesloten in haar hoedanigheid als directeur van een B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 271010 / HA ZA 06-2873

Uitspraak: 16 mei 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WESOTRONIC B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

procureur mr. K. Beumer,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J.M. Karstens.

Partijen worden hierna aangeduid als "Wesotronic" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 12 oktober 2006 en de door Wesotronic overgelegde producties;

- conclusie van antwoord;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 20 december 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- brief van mr. Beumer d.d. 28 februari 2007, met bijlagen;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 4 april 2007.

2 Het geschil

2.1 De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen om aan Wesotronic te betalen een bedrag van € 8.594,88 met rente en kosten.

2.2 Wesotronic heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] een brandmeldinstallatie heeft geleverd en aangelegd en dat [gedaagde] ondanks diverse sommaties onwillig blijft de betreffende facturen ad in totaal

€ 7.735,- aan Wesotronic te voldoen. Voorts maakt Wesotronic op grond van de toepasselijke Algemene Voorwaarden aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten ad € 662,-, alsmede op 1 % rente per maand vanaf de vervaldatum van de facturen, tot en met 28 september 2006 berekend op € 197,88.

2.3 [gedaagde] heeft de vordering van Wesotronic gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vordering van Wesotronic, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Wesotronic in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

3.1 Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat Wesotronic niet ontvankelijk in haar vordering dient te worden verklaard, aangezien er niet is voldaan aan de substantiëringsplicht.

3.2 In artikel 111 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is weliswaar bepaald dat het exploot van dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor vermeldt (de substantiëringsplicht), doch de wet verbindt geen consequenties aan het niet voldoen aan dit vereiste. Nu [gedaagde] voor het overige geen bijzondere feiten en/of omstandigheden heeft gesteld die ertoe moeten leiden dat aan het niet voldaan zijn van de substantiëringsplicht consequenties moeten worden verbonden, faalt voormeld verweer van [gedaagde]. Wesotronic is aldus ontvankelijk in haar vordering.

3.3 Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst waarvan Wesotronic nakoming verlangt met [gedaagde] privé is gesloten, nu [gedaagde] zulks heeft betwist door te stellen dat zij de overeenkomst heeft gesloten in haar hoedanigheid van directeur van de (inmiddels failliete) besloten vennootschap Het Raadhuis van Barendrecht B.V. (hierna: de B.V.) en de overeenkomst dus tot stand gekomen is met deze B.V.

Gelet op deze betwisting staat het bestaan van de overeenkomst met [gedaagde] thans niet vast. Wesotronic die zich op de rechtsgevolgen in haar voordeel (betaling van de facturen) beroept, draagt de bewijslast van het bestaan van de overeenkomst met [gedaagde]. De rechtbank zal haar tot deze bewijsvoering toelaten. Indien Wesotronic slaagt in het leveren van het bewijs, is [gedaagde] gehouden de onderhavige facturen te betalen.

3.4 Iedere verdere beslissing, ook die ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten en de rente, zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt Wesotronic op te bewijzen dat de overeenkomst tot het leveren en aanleggen van de brandmeldinstallatie in het pand aan de [adres] te [woonplaats] met [gedaagde] in privé is gesloten;

bepaalt dat indien Wesotronic dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter

mr. M. Verkerk;

bepaalt dat de procureur van Wesotronic binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden juni, juli en augustus 2007 en dat de procureur van [gedaagde] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk.

Uitgesproken in het openbaar.

1440/544