Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA4891

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-05-2007
Datum publicatie
11-05-2007
Zaaknummer
10/711009-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft het slachtoffer onverhoeds en met kracht een stomp gegeven tegen de linkerzijde van het hoofd in de nabijheid van diens slaap. Hierdoor heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen en was zijn opzet voorwaardelijk op dat gevolg gericht. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten bedrage van € 2.000,=.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 302
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2007/243
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 10/711009-07

Datum uitspraak: 2 mei 2007

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam],

[geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres] te [woonplaats],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Rijnmond, Huis van Bewaring Noordsingel, Noordsingel 115 te Rotterdam,

raadsman mr. L.M.M. Fruytier, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2007.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie, aangeduid als A1, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Bijl heeft gerequireerd tot:

- vrijspraak van het primair ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

VRIJSPRAAK

Het primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 22 december 2006 te Heenvliet, gemeente Bernisse,

(te weten [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een breuk in

de schedel en een bloeding op het harde hersenvlies), heeft toegebracht,

door deze opzettelijk met kracht tegen het hoofd te stompen.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Namens de verdachte is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, gericht is geweest op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Dit verweer wordt verworpen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte onverhoeds en met kracht een stomp heeft gegeven tegen de linkerzijde van het hoofd van het slachtoffer in de nabijheid van diens slaap. Hierdoor heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen en was zijn opzet voorwaardelijk op dat gevolg gericht.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

1 subsidiair.

zware mishandeling

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft het slachtoffer hard tegen de zijkant van zijn hoofd gestompt. Dit vond plaats nadat het slachtoffer, die op de fiets naar huis reed, door de verdachte en zijn vriend(en) de doorgang was belet, waarna een woordenwisseling ontstond.

Voor het slachtoffer waren de gevolgen enorm. Hij bleek door de vuistslag een breuk in de schedel en een bloeding in zijn hoofd te hebben opgelopen, waarvoor een risicovolle spoedoperatie noodzakelijk was. Door de behandeld arts is aangegeven dat sprake is geweest van potentieel dodelijk letsel. Indien er geen medisch ingrijpen had plaatsgevonden, had een dergelijke bloeding binnen enkele uren tot de dood kunnen leiden. Dankzij alert optreden van de familie van het slachtoffer is hij nog tijdig naar het ziekenhuis gebracht. Behalve een ziekenhuisopname en een risicovolle operatie heeft het gebeuren ook daarna nog vervelende consequenties gehad. Het slachtoffer moest nog weken rust houden, kon weken niet naar school en kan eerst onlangs weer een paar uur aan het werk. Hij is nog steeds niet volledig hersteld. Ook in psychisch opzicht heeft het handelen van de verdachte behoorlijk wat consequenties gehad, zowel voor het slachtoffer als voor zijn familie.

Mede uit generaal preventief oogpunt kan op een dergelijke vorm van zinloos geweld niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

De verdachte is blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 26 maart 2007, niet eerder veroordeeld.

Verder is in aanmerking genomen dat de verdachte nog betrekkelijk jong is en dat hij inziet dat hij fout heeft gehandeld. Hij lijkt welgemeende spijt te hebben van hetgeen hij het slachtoffer heeft aangedaan.

Er wordt daarom aanleiding gezien om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, mede om verdachte in de toekomst te weerhouden van het plegen van strafbare feiten.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,=.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment worden vastgesteld op € 2.000,=, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

- stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren;

- de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tegen kwijting aan [benadeelde partij], wonende te [adres] te [woonplaats], te betalen € 2.000,= (zegge: tweeduizend euro);

- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 2.000,= (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. Van Strien en De Knoop, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. De Koning, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 mei 2007.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.