Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA3259

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
18-04-2007
Zaaknummer
30557 / HA ZA 94-3293
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

letselschade- geen berekening toekomstige materiele schade (verlies arbeidsvermogen) tegen kapitalisatiedatum die meer dan 10 jaar in het verleden ligt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 30557 / HA ZA 94-3293

Uitspraak: 21 maart 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te Nootdorp,

eiser,

procureur mr. G.C.Haulussy,

advocaat mr. B.Fluit te Amsterdam,

- tegen -

de naamloze vennootschap SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ ERASMUS N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. H.J.Smit,

advocaat mr. W.A.Luiten te Rotterdam.

Partijen blijven aangeduid als “[eiser]” en “Erasmus”.

1. Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 30 augustus 2006 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- akte zijdens [eiser], met productie;

- antwoordakte zijdens Erasmus.

2. De verdere beoordeling

2.1

Bij voormeld vonnis zijn diverse beslissingen genomen en enige reeds eerder genomen beslissingen gerecapituleerd. Partijen zijn het er inmiddels over eens dat de onder 2.2 gesignaleerde discrepantie op een vergissing berust en dat het totaal van de, wegens materiele schade, reeds in eerdere vonnissen toegewezen schadeposten € 13.316,29 bedraagt.

[eiser] verzoekt inmiddels een belastinggarantie en Erasmus is bereid die af te geven.

2.2

Bij voormeld tussenvonnis was [eiser] in de gelegenheid gesteld een schadeberekening te laten opstellen. Helaas is wel overleg tussen partijen gevoerd over NRL als degene die die berekening heeft opgesteld, doch niet over de (details van) de instructies aan die deskundige.

Thans blijkt, dat NRL op instructie van [eiser] is uitgegaan van een kapitalisatiedatum van de arbeidsvermogensschade per 1 januari 1994; Erasmus heeft daartegen terecht bezwaar gemaakt.

Bij materiele schade, zoals hier aan de orde, dient de reeds geleden, dat wil zeggen de ten opzichte van het maken van de berekening in het verleden opgekomen schade -te weten € 6.290,27 op jaarbasis- eenvoudig te worden opgeteld en verrekend te worden met de voorschotten; voor zover de voorschotten niet toereikend zijn moet over het niet vergoede bedrag rente worden vergoed (en wel wettelijke rente naar oud recht, dus enkelvoudig te berekenen). Dat is bij de schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid ook zo gedaan. Die berekeningswijze voorziet er immers in dat de daadwerkelijk geleden schade geheel wordt voldaan, maar niet meer dan dat, hetgeen het uitgangspunt van de wet is.

De omstandigheid, dat [eiser] in 1994 bij dagvaarding heeft aangegeven dat hij als gevolg van het ongeval blijvend letsel heeft opgelopen en dat zijn verdienvermogen is aangetast doet daaraan niet af.

Daarnaast is er uiteraard wel ruimte voor kapitalisatie van de arbeidsvermogenschade voor dat deel van de schade, dat in de toekomst naar redelijke verwachting zal worden geleden, terwijl daarvan vergoeding door middel van een betaling (in een keer) kort na het vonnis wordt verlangd. In zoverre dient de kapitalisatiedatum dan gesteld te worden op heden (dat wil in het algemeen in de praktijk zeggen, per een datum rond het moment van de berekening). Het betreft hier in feite geen begroting van daadwerkelijk vast te stellen schade, maar een rekenkundige benadering van de huidige waarde van in beginsel eerst in de toekomst als vergoeding van dan te lijden schade te betalen bedragen, zodat gewerkt moet worden met aannames ten aanzien van bijvoorbeeld de te verwachten duur van het arbeidzaam leven, de inflatie en de rente.

2.3

Dat betekent, dat een nieuwe berekening zal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van het vorenstaande. De rechtbank gaat er van uit dat partijen, hoewel Erasmus voor het overige geen bezwaar tegen het rapport heeft gemaakt,, om verdere nodeloze werkzaamheden en kosten te voorkomen, overleggen over de exacte aan het NRL voor te leggen opdracht. In elk geval kan, gelet op de aktes, uitgegaan worden van berekening van verlies arbeidsvermogen tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.

In aanmerking genomen hetgeen Erasmus, op zichzelf terecht, onder 7 van haar antwoordakte heeft gesteld, te weten dat zij geen rente verschuldigd is vanaf 25 oktober 2006 over het totale schadebedrag, nu oud recht van toepassing is en in genoemd totaal schadebedrag reeds rente is begrepen, dienen partijen voorts het NRL te verzoeken de totale rente-component apart op te geven.

[eiser] zal bedoeld rapport per akte kunnen overleggen. Erasmus zal daarop zo nodig vier weken later kunnen reageren.

3. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen:

verwijst de zaak naar de rol van 25 april 2006 voor het nemen van een akte zijdens [eiser] als onder 2.3 bedoeld.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T.Hofmeijer-Rutten

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

106