Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA3062

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-04-2007
Datum publicatie
27-04-2007
Zaaknummer
10/701038-06 TUL
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tenuitvoerlegging, bijzondere voorwaarde, proeftijd, gesloten uithuisplaatsing.

Bij gesloten uithuisplaatsing is veroordeelde rechtens van zijn vrijheid beroofd. Termijn van de proeftijd loopt niet wanneer de veroordeelde die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, minder dan een week ongeoorloofd afwezig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 176

Uitspraak

Parketnummer van de vordering TUL (bijzondere voorwaarde): 10/701038-06

Datum beslissing: 4 april 2007

BESLISSING

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, op de op 27 februari 2007 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank d.d. 1 juni 2006, waarbij:

[naam],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [GBA-adres],

thans verblijvende in de Rijksinrichting [verblijfadres],

is veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 10 maanden, met bevel dat een gedeelte van deze straf groot 5 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde vóór het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende de proeftijd niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarde, te weten dat de veroordeelde wordt geplaatst in een jeugdinrichting binnen een civielrechtelijk kader en dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Rotterdam/Zuid-Holland, zolang deze instelling dit noodzakelijk vindt, met opdracht aan voormelde instelling ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

PROCEDURE

De rechtbank heeft acht geslagen op de navolgende stukken:

- voormeld vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank;

- een faxbericht d.d. 18 december 2006 van Bureau Jeugdzorg, Stadsregio Rotterdam, waarin wordt aangegeven dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden omdat hij zich heeft onttrokken aan de civielrechtelijke behandeling op 15 december 2006;

- voormelde vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de proeftijd met één jaar met opdracht aan de reclassering dan wel de gezinsvoogd de begeleiding voort te zetten.

De rechtbank heeft ter openbare terechtzitting van 21 maart 2007 gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsman mr. Van den Eerden namens mr. Vrijhof.

De officier van justitie heeft bij deze gelegenheid naar voren gebracht dat de veroordeelde beide in het vonnis van 1 juni 2006 opgelegde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd door uit de Rijksinrichting voor jeugdigen weg te lopen. De officier van justitie heeft daarbij de vraag opgeworpen of in dat geval de proeftijd is gaan lopen, nu hij op een gesloten afdeling van een Rijksinrichting voor jeugdigen verblijft.

BEVOEGDHEID

De meervoudige strafkamer is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien de meervoudige strafkamer van deze rechtbank de straf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, heeft opgelegd.

BEOORDELING VAN DE VORDERING

De vordering is tijdig ingediend (artikel 77dd jo artikel 14g, vijfde lid, Sr).

De vordering heeft betrekking op de bij vonnis d.d. 1 juni 2006 opgelegde bijzondere voorwaarden. Gelet op het navolgende komt de rechtbank niet toe aan de vraag of één van die voorwaarden strijdig is met het bepaalde in artikel 77z Sr.

De rechtbank stelt voorop dat het vonnis de veroordeelde verplicht tot naleving van de bijzondere voorwaarde "gedurende de proeftijd".

Voor de beantwoording van de vraag of de proeftijd liep toen de veroordeelde was weggelopen uit [naam Rijksinrichting] zijn de volgende omstandigheden van belang:

- Ingevolge artikel 77y, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is in deze zaak de proeftijd ingegaan op 16 juni 2006, zijnde de vijftiende dag nadat de einduitspraak is gedaan.

- Ingevolge artikel 77y, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht loopt de proeftijd niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

- De veroordeelde verbleef krachtens een (verlenging van de) machtiging tot een gesloten uithuisplaatsing d.d. 31 januari 2006 op een gesloten afdeling van de Rijksinrichting [naam Rijksinrichting].

- De veroordeelde was van 15 tot 18 december 2006 ongeoorloofd afwezig uit de voornoemde Rijksinrichting.

De rechtbank is van oordeel dat de veroordeelde door de gesloten uithuisplaatsing rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Krachtens vaste jurisprudentie gaat het in artikel 14b, vierde lid, Sr niet alleen om strafrechtelijke vrijheidsbeneming, maar ook om vrijheidsbeneming op andere titel als bijvoorbeeld civielrechtelijke gijzeling en vreemdelingenbewaring. Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank evenzeer voor artikel 77y, derde lid, Sr. De plaatsing in een gesloten inrichting ex artikel 1:261, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek betreft een vrijheidsbeneming waarop artikel 5 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van toepassing is.

Dit brengt mee dat de proeftijd van twee jaar weliswaar formeel is ingegaan, maar dat die termijn niet liep gedurende de gesloten uithuisplaatsing van de veroordeelde. Naar het oordeel van de rechtbank wordt dit niet anders bij een ongeoorloofde afwezigheid van drie dagen. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 77s, zevende lid en onder b, van het Wetboek van Strafrecht dat de termijn van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet loopt wanneer de veroordeelde langer dan een week ongeoorloofd afwezig is uit de plaats die voor de tenuitvoerlegging van de maatregel is aangewezen (zo ook: artikel 38f Sr). De rechtbank past deze regel analoog toe in het onderhavige geval, met dien verstande dat de termijn van de proeftijd niet loopt wanneer de veroordeelde die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, minder dan een week ongeoorloofd afwezig is.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de proeftijd niet liep toen de veroordeelde was weggelopen van 15 tot 18 december 2006 en dat de veroordeelde dus niet, althans niet strafrechtelijk, kan worden tegengeworpen dat hij zich toen niet aan de bijzondere voorwaarde van het vonnis van 1 juni 2006 heeft gehouden.

Hiermee is de grondslag aan de vordering komen te ontvallen, zodat deze reeds daarom zal worden afgewezen.

De rechtbank heeft gelet op het artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd met één jaar.

Aldus gedaan door mr. Russell-van der Hoeven, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. Lamers-Wilbers en Van der Laan-Kuijt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Pastoors, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 april 2007.