Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA2596

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-04-2007
Datum publicatie
10-04-2007
Zaaknummer
07/852
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De door verzoekers aangewezen brief van de havenmeester, gericht aan het Ministerie van VROM, gaat niet over het (niet) verbieden van het binnenkomen en het innemen van een ligplaats door het schip Otapan. Er is geen besluit genomen om geen verbod op te leggen. In het geval in het als bezwaarschrift aangeduide brief aan verweerder een verzoek tot het opleggen van een verbod gelezen kan worden, moet verweerder daarop eerst beslissen. Dat is (nog) niet gedaan. Tegen het niet of niet tijdig beslissen is geen bezwaar gemaakt. De op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en een bezwaar of beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet (tijdig) nemen van een besluit ontbreekt. De voorzieningenrechter is dan niet bevoegd. Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel kan geven over de aanwezigheid van het schip Otapan in de Waalhaven en de asbestverwijderingswerkzaamheden die daarin plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nr.: VBESLU 07/852 WILD

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

gedaan op 3 april 2007

naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen

Bewonersvereniging Werkgroep Oud Charlois,

Vereniging wijkbewoners Heijplaat en

Bewonersvereniging Wielewaal, verzoekers,

gemachtigde [naam],

en

het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, verweerder,

gemachtigde mr. E.J. Daalder, advocaat te Den Haag.

Aan het geding heeft mede als partij deelgenomen de Nederlandse Staat, eigenares van het schip Otapan, vertegenwoordigd door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 3 april 2007 heeft de voorzieningenrechter on-mid-del-lijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

recht doende:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Gronden

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers willen dat verweerder op grond van de Havenverordening het binnenkomen in de Waalhaven en het innemen van een ligplaats aldaar door het schip Otapan verbiedt. Verzoekers stellen dat de aan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gerichte brief van 12 februari 2007, ondertekend door onder meer de havenmeester, een besluit inhoudt, namelijk het besluit om het binnenkomen in de Waalhaven en het innemen van een ligplaats aldaar niet te verbieden. De voorzieningenrechter volgt verzoekers stelling niet. De brief van 12 februari 2007 gaat niet over het (niet) verbieden van het binnenkomen en het innemen van een ligplaats. Er is geen besluit genomen om geen verbod op te leggen. Een bezwaar tegen het niet opleggen van een verbod zal daarom niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.

Over het door verzoekers subsidiair ingenomen standpunt dat verweerder alsnog een verbod dient op te leggen overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Gesteld dat in de door verzoekers als bezwaarschrift aangeduide brief van 28 februari 2007 aan verweerder een verzoek tot het opleggen van een verbod gelezen kan worden, moet verweerder daarop eerst te beslissen. Dat is (nog) niet gedaan. Er is tegen het niet of niet tijdig beslissen geen bezwaar gemaakt. De op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en een bezwaar of beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet (tijdig) nemen van een besluit ontbreekt. De voorzieningenrechter is dan niet bevoegd.

Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel kan geven over de aanwezigheid van het schip Otapan in de Waalhaven en de asbestverwijderingswerkzaamheden die daarin plaatsvinden.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door mr. J.H. de Wildt, voorzieningenrechter, en M.B. van Zantvoort, griffier is ondertekend.

De griffier: De voorzieningenrechter:

Afschrift verzonden op: