Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BA0925

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-03-2007
Datum publicatie
16-03-2007
Zaaknummer
223551 / HA ZA 04-2472
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Notebookproject; contractuele verhoudingen en onrechtmatige daad

Zie ook tussenvonnis onder LJN nummer BA0923

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 223551 / HA ZA 04-2472

Uitspraak: 14 maart 2007

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN,

gevestigd te Eindhoven,

2. de stichting STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT, h.o.d.n. Katholieke Universiteit Nijmegen, meer in het bijzonder het Nijmeegs Instituut voor Informatica en Informatiekunde,

gevestigd te Nijmegen,

3. de stichting HOGESCHOOL ZUYD,

gevestigd te Heerlen,

eiseressen,

procureur mr. G. van der Wilt,

advocaat mr. L. Ritzema te Eindhoven,

- tegen -

de vennootschap naar Duits recht TOSHIBA EUROPE GMBH, h.o.d.n. Toshiba Information Systems Benelux,

gevestigd te Neuss, Duitsland,

gedaagde,

procureur mr. H.E. Schweers,

advocaat mr. M.J.M. Vromans te Brussel (België).

Partijen blijven hierna afzonderlijk aangeduid als "TU/e", "NIII", "HZ" en "Toshiba".

1 Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank van 7 december 2005 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- akte na tussenvonnis tevens akte aanvulling eis van eiseressen, met producties;

- antwoordakte na tussenvonnis, met producties;

- akte producties van 18 januari 2007 van Toshiba;

- pleitnotities van mr. Ritzema;

- pleitaantekeningen van mr. Vromans.

2 De verdere beoordeling

2.1 Bij voornoemd tussenvonnis heeft de rechtbank beslist dat er geen rechtsbetrekkingen (en meer in het bijzonder koopovereenkomsten) tot stand zijn gekomen tussen Toshiba enerzijds en eiseressen c.q. hun studenten anderzijds. Voorts heeft de rechtbank beslist dat eiseressen geen beroep kunnen doen op de garantieregeling.

2.2 De rechtbank dient nog te beoordelen of de vordering van eiseressen kan worden gegrond op een toerekenbaar tekortkomen door Toshiba in de nakoming van haar garantieverplichtingen jegens de studenten dan wel op een door Toshiba jegens eiseressen en/of hun studenten gepleegde onrechtmatige daad (tussenvonnis van 7 december 2005 onder 5.10 en 5.11).

2.3 Eiseressen zijn in de gelegenheid gesteld om nader en deugdelijk gespecificeerd aan te geven in hoeverre door eiseressen eigen schade wordt gevorderd dan wel schade van de studenten, en in dat laatste geval of eiseressen daartoe beschikken over een last/machtiging van de desbetreffende studenten (tussenvonnis van 7 december 2005 onder 5.12).

2.4 Eiseressen hebben de eventueel door studenten geleden schade niet gespecificeerd. Ter zitting van 18 januari 2007 hebben eiseressen medegedeeld dat voor de studenten nauwelijks schade is opgetreden. De rechtbank begrijpt hieruit dat eiseressen in deze procedure (nog) slechts eigen schade vorderen. Derhalve kan beoordeling van de stelling van eiseressen dat Toshiba toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar garantieverplichtingen jegens de studenten achterwege blijven. Ditzelfde geldt voor de stelling dat Toshiba onrechtmatig heeft gehandeld jegens de studenten.

2.5 De rechtbank acht geen grond aanwezig om terug te komen op haar beslissing dat eiseressen geen beroep kunnen doen op de garantieregeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Toshiba een standaard (fabrieks)garantie toegezegd van drie (in plaats van één) jaar. Kort gezegd dekt die garantie, wanneer het notebook een defect aan materiaal of afwerking zou vertonen tijdens normaal gebruik en service, de kosten van onderdelen en arbeidsloon. De garantie strekt ten gunste van de (eind)gebruikers/eigenaren. Dat kapotte notebooks van studenten door eiseressen ter reparatie onder de garantieregeling werden aangeboden en dat dit door Toshiba werd geaccepteerd, brengt niet mee dat eiseressen jegens Toshiba een zelfstandig recht hadden op reparatie van de notebooks. Voor Toshiba bestond er uiteraard geen reden om niet te accepteren dat de notebooks van de studenten door tussenkomst van eiseressen - daarbij in zoverre individuele studenten vertegenwoor-digende - ter reparatie werden aangeboden.

2.6 Eiseressen hebben diverse omstandigheden aangevoerd ter ondersteuning van hun stelling dat Toshiba jegens hen een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

2.7 Eiseressen hebben gesteld dat de geleverde notebooks niet de eigenschappen bezaten die nodig waren voor gebruik door de studenten. Naar de rechtbank begrijpt is een van de bijzondere aspecten van dat gebruik dat de notebooks veelvuldig worden vervoerd in rugtassen. Dat betrof in het kader van het notebookproject - evenals in voorafgaande jaren - aan de studenten ter beschikking gestelde rugtassen, welke rugtassen tevens de ruimte bieden om andere zaken (boeken e.d.) te vervoeren. Gelet op de zeer hoge mate van uitval van de door de studenten gebruikte notebooks in het studiejaar 2002/2003 en het feit dat er in andere jaren nimmer sprake is geweest van een vergelijkbare problematiek, terwijl niet aannemelijk is dat de wijze van gebruik door de studenten in die jaren wezenlijk anders was, acht de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat deze notebooks minder geschikt waren voor gebruik door de studenten dan de in voorafgaande jaren aan de studenten geleverde notebooks. De enkele stelling dat de afgeleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoordden, kan echter niet tot toewijzing van de vordering van eiseressen leiden. Tussen eiseressen en Toshiba zijn immers geen overeenkomsten tot stand gekomen.

2.8 Eiseressen hebben gesteld dat Toshiba wist dat de notebooks behoren tot een onder invloed van marktontwikkelingen tot stand gekomen modernere generatie van lichtere - en daardoor meer kwetsbare - notebooks. Voor zover eiseressen daarmee hebben bedoeld te stellen dat Toshiba wist dat de notebooks minder geschikt waren voor gebruik door de studenten zodat zij jegens eiseressen onrechtmatig handelde door hen daar niet op te wijzen, hebben eiseressen die stelling niet voldoende gemotiveerd. Gesteld noch gebleken is dat Toshiba wist dat bij gebruik van deze notebooks door de studenten problemen zouden optreden. Dat op Toshiba een uit de in het maatschappelijk verkeer jegens eiseressen in acht te nemen zorgvuldigheid voortvloeiende plicht rustte om eiseressen erop te wijzen dat de notebooks kwetsbaarder waren voor wat betreft het beeldscherm dan het een jaar eerder door Toshiba geleverde type notebook (type SP 4600), kan derhalve niet worden aangenomen.

2.9 Eiseressen hebben gesteld dat Toshiba jegens hen een onrechtmatige daad pleegde door haar garantieverplichtingen jegens de studenten niet te blijven nakomen nadat was gebleken van de omvang van de problematiek en de daaraan verbonden consequenties. Eiseressen hebben er in dit verband op gewezen dat bij Toshiba bekend was dat het voor de ongestoorde voortgang van het door eiseressen verzorgde onderwijs noodzakelijk was dat de studenten over functionerende notebooks konden beschikken. Eiseressen hebben in dit verband voorts gewezen op een tussen Toshiba en eiseressen bestaande bijzondere relatie, voortvloeiende uit het feit dat Toshiba ook in eerdere studiejaren notebooks had geleverd ten behoeve van door eiseressen uitgevoerde notebookprojecten.

2.10 Vooropgesteld moet worden dat ook tussen de studenten en Toshiba geen koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen. De studenten konden jegens Toshiba slechts aanspraken ontlenen aan de garantieregeling. De voornaamste oorzaak van disfunctioneren van de notebooks was de uitval van het LCD scherm (hierna: "scherm"). Vast staat dat Toshiba aanvankelijk kapotte schermen voor haar rekening heeft (doen) vervangen. Toshiba heeft aangevoerd dat haar vervolgens is gebleken dat bij een aantal gevallen de storingen ook na vervanging van het scherm bleven terugkomen. Voortgaan met reparatie van de notebooks had in de visie van Toshiba geen zin omdat daarmee de - externe - oorzaak van de storingen niet was weggenomen (antwoordakte na tussenvonnis onder 42). Eiseressen hebben deze stellingen van Toshiba niet weersproken.

2.11 Nu het zonder meer (blijven) vervangen van schermen niet zinvol was, rustte daartoe op Toshiba uit hoofde van de garantieregeling geen plicht. Door de kosten van vervanging van schermen niet ongelimiteerd voor haar rekening te blijven nemen, handelde Toshiba jegens eiseressen niet onrechtmatig.

2.12 Ook het feit dat Toshiba bekend was met het onderwijsbelang, brengt niet mee dat Toshiba jegens eiseressen verplicht was de schermen te blijven vervangen. Op Toshiba rustte - anders dan op eiseressen - geen contractuele of buitencontractuele plicht om de goede voortgang van het onderwijs te waarborgen door ervoor zorg te dragen dat de notebooks bleven functioneren.

2.13 Toshiba was evenmin tot het blijven vervangen van de schermen gehouden op grond van een bijzondere relatie waarin zij tot eiseressen stond. Toshiba stond niet in een bijzondere relatie tot eiseressen. Daarvan zou mogelijk sprake zijn geweest indien eiseressen en Toshiba zich ter zake van de notebookprojecten voor meerdere jaren jegens elkaar hadden verbonden tot samenwerking. De keuze voor een bepaald type notebook, en daarmee voor een producent van dat notebook, werd door eiseressen echter jaarlijks gemaakt in het kader van een aanbestedingsprocedure. Aan het feit dat in het verleden de keuze enkele malen op een notebook van Toshiba was gevallen, kon Toshiba jegens eiseressen geen rechten ontlenen. Evenmin konden eiseressen daaraan rechten ontlenen jegens Toshiba.

2.14 Dat eiseressen Toshiba niet uit overeenkomst kunnen aanspreken ter zake van de gestelde non-conformiteit van de notebooks vloeit voort uit de door eiseressen gemaakte keuze om het notebookproject te doen uitvoeren door tussenkomst van een rechtspersoon die niet solvabel is gebleken. In de verhouding tussen Toshiba en eiseressen komen de daaruit voor eiseressen en de studenten voortvloeiende negatieve gevolgen in beginsel voor rekening en risico van eiseressen.

2.15 De rechtbank is niettemin van oordeel dat de normen van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, meebrachten dat Toshiba haar gedrag inzake de afwikkeling van de garantieaanspraken van de studenten mede door de voor haar kenbare belangen van eiseressen diende te laten bepalen. In praktische zin betekent dit dat Toshiba jegens eiseressen verplicht was om op serieuze wijze met hen in overleg te treden bij het zoeken naar - en zo mogelijk haar medewerking te verlenen aan - technische en praktische oplossingen voor de gerezen problematiek. Een dergelijke uit de jegens elkaar in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid voortvloeiende inspanningsverplichting is echter niet op een lijn te stellen met bijvoorbeeld een uit een contractuele relatie voortvloeiende verbintenis om het deugdelijk functioneren van de notebooks te waarborgen. Indien Toshiba de voor haar kenbare belangen van eiseressen onvoldoende zou hebben ontzien, zou zij jegens eiseressen - uit onrechtmatige daad - aansprakelijk kunnen zijn voor de daardoor voor eiseressen ontstane schade.

2.16 Eiseressen hebben niet weersproken dat Toshiba invulling heeft gegeven aan haar inspanningsverplichting jegens eiseressen door onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de problemen met de schermen en door naar aanleiding van de gerezen problematiek met eiseressen in overleg te treden. Uit onderzoek van Toshiba bleek dat de vermoedelijke oorzaak van de (gedeeltelijke) uitval van de schermen was gelegen in - kort gezegd - de wijze van bevestiging van de schermen aan de notebooks. Die wijze van bevestiging maakte dat de notebooks minder goed bestand waren tegen uitoefening van sterke druk aan de zijkant van de notebooks, welke druk in de praktijk bij het gebruik door de studenten kennelijk werd uitgeoefend. Nadat de waarschijnlijke oorzaak van de uitval was gevonden, hebben partijen overleg met elkaar gevoerd omtrent mogelijke oplossingen.

2.17 Uiteindelijk is het overleg dat tussen eiseressen en Toshiba is gevoerd, uitgemond in een tussen partijen gemaakte afspraak dat Toshiba een aantal notebooks zou configureren conform door Toshiba voorgestelde mogelijke technische oplossingen. Dat betrof in het bijzonder het aanbrengen van een ander scherm, weliswaar van een vergelijkbare kwaliteit maar met een andere - in de praktijk van het gebruik door de studenten wellicht minder kwetsbare - constructie voor wat betreft de aanhechting. KEMA en een aantal studenten zouden de door Toshiba geconfigureerde notebooks testen. Indien die notebooks zouden voldoen aan de relevante specificaties zouden alle notebooks aldus geconfigureerd worden. Hierbij werd tussen partijen in het midden gelaten voor wiens rekening de configuratie van de notebooks zou komen.

2.18 Uit hetgeen partijen omtrent de door KEMA uitgevoerde test hebben gesteld - en uit de daaromtrent overgelegde producties - leidt de rechtbank af dat partijen in de periode waarin die test plaatsvond slecht met elkaar - en met KEMA - hebben gecommuniceerd. Daarvan maken partijen elkaar verwijten. Uit hetgeen eiseressen daaromtrent stellen, kan de recht-bank echter niet afleiden dat Toshiba verwijtbaar nalatig is geweest, noch dat eiseressen dientengevolge schade hebben geleden. De slechte communicatie heeft er mede toe geleid dat Toshiba niet betrokken is geweest bij het door KEMA uitgevoerde onderzoek. KEMA heeft vervolgens weliswaar het door Toshiba ter beschikking gestelde scherm getest, maar niet de combinatie van dat scherm en het notebook ter beantwoording van de in het kader van een te vinden praktische oplossing voor de gerezen problematiek cruciale vraag of de aldus geconfigureerde notebooks bij gebruik door de studenten minder kwetsbaar zouden blijken.

2.19 Kort nadat de test door KEMA was uitgevoerd, hebben eiseressen eenzijdig de beslissing genomen om de notebooks van de studenten te vervangen door een ander type notebook van een andere producent. Op dat moment waren ook reeds enkele van de door Toshiba speciaal geconfigureerde notebooks aan studenten ter beschikking gesteld om deze in de praktijk te testen, maar er was - zo is ter zitting van 18 januari 2007 van de zijde van eiseressen desgevraagd mondeling toegelicht - onvoldoende tijd verstreken om uit die praktijktest enige conclusie te kunnen trekken.

2.20 De omstandigheden die eiseressen ertoe brachten om juist op dat moment te beslissen alle notebooks te vervangen, lagen naar het oordeel van de rechtbank in de risicosfeer van eiseressen. Door deze beslissing ontnamen eiseressen Toshiba de mogelijkheid om aan de hand van de resultaten van de praktijktest (en eventueel een nieuw uit te voeren test door KEMA) met een oplossing te komen voor de gerezen problemen. Evident is dat eiseressen door de problematiek van de notebooks en door de uiteindelijke vervanging van alle notebooks door notebooks van een andere producent schade hebben geleden. Die schade staat echter niet in causaal verband met enige door Toshiba jegens eiseressen gepleegde onrechtmatige daad.

2.21 Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de vordering van eiseressen evenmin op zaakwaarneming kan worden gegrond. Eiseressen lieten zich niet in met de behartiging van de belangen van Toshiba. Eiseressen behartigden hun eigen belang. Zij waren jegens de deelnemers aan het notebookproject verplicht ervoor zorg te dragen dat die deelnemers over functionerende notebooks konden beschikken.

2.22 De slotsom is dat de vordering van eiseressen bij gebreke van een deugdelijke grondslag dient te worden afgewezen. Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

3 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van eiseressen;

veroordeelt eiseressen in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Toshiba bepaald op € 4.535,00 aan vast recht en op € 14.449,50 aan salaris voor de procureur;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman, mr. M. Fiege en mr. J.F. Koekebakker.

Uitgesproken in het openbaar.

1729/204/1582