Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:AZ9178

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-02-2007
Datum publicatie
22-02-2007
Zaaknummer
10/661317-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Harddrugs en wapens aangetroffen in woning waar verdachte verbleef: gemotiveerde vrijspraak

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 352
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2007/111
NbSr 2007/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 10/661317-06

Datum uitspraak: 19 februari 2007

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] (Ierland)

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. Rijnmond, Huis van Bewaring De Schie te Rotterdam,

raadsman mr. J.L.A.M. le Cocq d'Armandville, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 05 februari 2007.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie, aangeduid als A1 tot en met A3, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Horstink heeft gerequireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

VRIJSPRAAK

Het onder 1, 2 en 3 telastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De in de te laste legging bedoelde 6,9 kg heroïne, vuurwapens, onderdelen van vuurwapens en munitie zijn aangetroffen in de kruipruimte van een woning waar de verdachte sedert enige dagen verblijf hield. Voor bewezenverklaring van het telastegelegde voorhanden of aanwezig hebben van deze voorwerpen is in ieder geval vereist dat de verdachte zich min of meer bewust moet zijn geweest van die aanwezigheid. Gelet op de bergplaats is, tegenover de ontkenning door de verdachte, zijn enkele verblijf in de woning in de periode voorafgaande aan en op het moment dat de drugs, vuurwapens etc. werden aangetroffen onvoldoende om die bewustheid aan te nemen. Dit klemt te meer nu in de betreffende periode de woning niet alleen door de verdachte werd gebruikt, doch ook door anderen, onder wie degene aan wie de woning door de (onder)huurder ter beschikking was gesteld en deze persoon, toen hij over deze kwestie als verdachte werd gehoord, op een aantal punten wisselende en/of onjuiste verklaringen heeft afgelegd.

Met betrekking tot de op een patroonhouder en op een van de inbeslaggenomen pistolen aangetroffen DNA-sporen van de verdachte kan niet worden uitgesloten dat deze sporen, zoals namens de verdachte is aangevoerd, door middel van zgn. indirecte overdracht, d.w.z. via een andere persoon, op die voorwerpen terecht zijn gekomen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat zich op het pistool ook DNA-sporen van ten minste twee andere personen bevonden, terwijl ook op de patroonhouder DNA-materiaal, zij het zwak aanwezig, van een andere persoon is geconstateerd.

Bij de - zoals in casu niet uitgesloten - mogelijkheid van indirecte overdracht dient bij het interpreteren van de resultaten van het DNA-onderzoek bijzondere zorgvuldigheid en voorzichtigheid te worden betracht. Op basis daarvan kan in ieder geval niet zonder meer worden aangenomen dat de verdachte bedoelde voorwerpen in handen heeft gehad.

Ook uit de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt onvoldoende van betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten, nog daargelaten dat de verdachte heeft ontkend die gesprekken te hebben gevoerd. Tijdens de gesprekken wordt weliswaar gesproken over "wit", "bruin", "snuffelspullen" en "witte rockies" etc. doch enkel daaruit kan onvoldoende worden afgeleid dat er enig verband bestaat tussen die gesprekken en de aangetroffen wapens en drugs. Enige andere aanwijzing daarvoor ontbreekt.

Gelet op het vorenstaande en bij gebreke van ander bewijsmateriaal, waartoe -anders dan door de officier van justitie naar voren is gebracht- niet kan worden gerekend het feit dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht, dient de verdachte te worden vrijgesproken van het telastegelegde, voor zover betrekking hebbend op de in de kruipruimte aangetroffen heroïne, vuurwapens, wapenonderdelen en munitie.

Voor zover de te laste legging betrekking heeft op de in de woning gevonden rol met 48,6 gram cocaïne en twee plastic zakje met 59,6 gram heroïne dient eveneens vrijspraak te volgen. Het zakje met heroïne is aangetroffen in een pot op de kachelschouw in de woonkamer. De rol met cocaïne werd aangetroffen op de tv-kast, eveneens in de woonkamer. Gelet op de ontkenning door de verdachte, het feit dat de woning niet alleen bij hem in gebruik was, de niet-zichtbare plaats waar de heroïne werd bewaard en het feit dat ten aanzien van de gevonden rol met cocaïne geen foto's en/of een duidelijke beschrijving beschikbaar is van de plek waar deze werd gevonden, wordt ook met betrekking tot deze drugs onvoldoende bewezen geacht dat de verdachte van de aanwezigheid daarvan op de hoogte was.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. Van 't Hul en De Knoop, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Broersma griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2007.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.