Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AZ3514

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-11-2006
Datum publicatie
01-12-2006
Zaaknummer
686369
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een uitgever van een proefschrift over een architect doet met succes een beroep op het citaatrecht ter afwending van een vordering op grond van auteursrecht van de fotografen op de in het proefschrift gepubliceerde foto's van gebouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

VONNIS

in de zaak van

de stichting

Stichting Nederlands Fotomuseum,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie bij exploot van dagvaarding van 15 november 2005,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

hierna te noemen: “NFM”,

gemachtigde: mr. D.R.D. van Lenningh / mr. J.M. van der Noordt,

tegen

1. de vennootschap onder firma

Uitgeverij 010,

en haar vennoten:

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Winter B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Oldewarris B.V.,

allen gevestigd te Rotterdam,

gedaagden in conventie,

eiseressen in voorwaardelijke reconventie,

hierna zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk te noemen: “010”,

gemachtigde: mr. F.I.S.A.L. van Velsen.

1. Het verloop van de procedure

In conventie en in voorwaardelijke reconventie

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding,

- de aktes van NFM tot overlegging van producties en tot deponering van het boek ‘Hugh Maaskant, Architect van de vooruitgang’, door Michelle Provoost,

- de conclusie van antwoord (met voorwaardelijke tegeneis), met producties,

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte wijziging eis, met producties,

- de conclusie van dupliek in conventie tevens voorwaardelijke conclusie van repliek in reconventie,

- de akte (herstel) overleggen producties, tevens conclusie van dupliek in reconventie, met producties,

- de akte uitlating producties in conventie van 010,

- de akte overlegging producties van 010, met één productie.

Op verzoek van 010 is aan partijen ter zitting van 10 oktober 2006 de gelegenheid geboden voor pleidooien. Ter zitting hebben beide partijen hun standpunten verduidelijkt. Zowel de gemachtigde van NFM als de gemachtigde van 010 hebben daarbij gebruik gemaakt van een pleitnota. Mevrouw Provoost heeft ter zitting kort het woord gevoerd.

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. De vorderingen

in conventie

NFM vordert - na wijziging van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, 010 te veroordelen om aan NFM te betalen:

1. de hoofdsom ad € 3.348,66 inclusief BTW, althans een zodanig bedrag als de rechtbank redelijk acht;

2. de wettelijke rente vanaf 11 december 2003 + 2% (ingevolge de algemene voorwaarden van NFM) tot de dag der dagvaarding ad € 605,10, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

3. de incassokosten ad € 502,30;

4. de kosten van deze procedure, de kosten van het beslag en het salaris van de gemachtigde van NFM daaronder begrepen.

in voorwaardelijke reconventie

010 vordert, onder de voorwaarde dat de vordering van NFM wordt afgewezen, veroordeling van NFM tot vergoeding van de - bij staat op te maken - schade van 010 in verband met onrechtmatig gelegd beslag, waaronder begrepen de kosten van de bankgarantie.

3. De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

De aan het geschil ten grondslag liggende feiten kunnen, voor zover erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken, als ook voor zover blijkende uit de overgelegde en in zoverre niet betwiste producties, voor zover thans van belang, als volgt worden samengevat:

1. In het voorjaar van 2003 heeft Michelle Provoost (hierna: Provoost), auteur van het proefschrift “Hugh Maaskant, architect van de vooruitgang” een aantal foto’s bij NFM besteld en van NFM ter beschikking gekregen. Zij heeft aan NFM meegedeeld dat 010 de financiële administratie van de publicatie van haar proefschrift beheerde. NFM heeft de bestelling aan 010 bevestigd.

2. Het proefschrift (hierna: de publicatie) is door 010 uitgegeven. Hierin is een groot aantal foto’s opgenomen van door de architect Maaskant ontworpen gebouwen.

3. NFM heeft aan 010 een factuur d.d. 27 november 2003 gezonden ter zake van onder meer auteursrecht op foto’s van acht verschillende in die factuur bij naam genoemde fotografen met een totaal bedrag van € 3.348,66 inclusief BTW.

4. 010 heeft die factuur niet voldaan.

5. Ten verzoeke van NFM is ten laste van 010 conservatoir beslag gelegd onder de bank van 010, tot zekerheid van betaling van de factuur. Nadat 010 een bankgarantie had gesteld, heeft NFM het beslag opgeheven.

6. De Stichting Rotterdam-Maaskant is beheerder van het erfgoed van Maaskant. Haar archief bevat foto’s waarvoor Maaskant opdrachtgever is geweest.

4. Het standpunt van NFM

in conventie

NFM heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat 010 haar contractuele betalingsverplichting jegens NFM ondanks aanmaningen en sommaties niet is nagekomen en dat NFM uit dien hoofde naast de gefactureerde hoofdsom op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden tevens aanspraak heeft op vergoeding van rente en kosten. NFM beroept zich op de mededeling van Provoost, die de foto’s kwam bestellen, en later ook van 010 zelf, dat 010 de financiële administratie van de publicatie van haar proefschrift beheerde, op de toezending aan 010 van de opdrachtbevestiging alsmede op een eerdere soortgelijke situatie waarbij NFM foto’s ter beschikking stelde van een auteur van een door 010 uit te geven proefschrift en 010 wel de factuur betaalde.

NFM grondt haar vordering voorts op schadeplichtigheid van 010 jegens haar, nu 010 jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, namelijk inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de fotografen wier auteursrechtelijke belangen door NFM worden behartigd. Volgens NFM kan 010 geen beroep doen op het citaatrecht als bedoeld in artikel 15a van de Auteurswet 1912. Het auteursrecht kent geen wetenschapsexceptie en niet is voldaan aan alle vereisten van het citaatrecht. De publicatie is wel een wetenschappelijke verhandeling, maar het gaat hier om de handelseditie van het proefschrift, wat blijkt uit de grote oplage. Het plaatsen van de foto’s waarop de auteursrechten rusten, is niet in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en het aantal en de omvang van de geciteerde foto’s zijn niet door het te bereiken doel gerechtvaardigd. Het doorslaggevende criterium voor een geslaagd beroep op het citaatrecht is dat de foto’s ondergeschikt moeten zijn aan de tekst. NFM verwijst naar HR 26 juni 1992 NJ 1993, 205 (Damave/Trouw). De vele foto’s, vaak groot en soms zelfs paginavullend afgedrukt, vervullen in de publicatie een zelfstandige rol. Zij dienen niet slechts ter ondersteuning van de tekst, maar de tekst heeft geheel en al betrekking op de foto’s. De tekst heeft betrekking op de gebouwen die op de foto’s staan afgebeeld en niet op de foto’s zelf met hun eigen artistieke kwaliteit. De foto’s zijn mede op grond van hun artistieke kwaliteit gereproduceerd. Zij scheppen een tijdsbeeld en dienen ter versiering. Kennelijk ging het in de publicatie ook om de foto’s en niet alleen om de gefotografeerde gebouwen. Veel van de gebouwen bestaan nog. Voor een toelichting op de tekst had dus ook gebruik kunnen worden gemaakt van in opdracht van 010 te maken foto’s. 010 had ook rechtenvrij bouwtekeningen kunnen reproduceren. Door deze wijze van publiceren van de foto’s komt de normale exploitatie van het auteursrecht van de fotografen in gevaar. NFM noemt als voorbeelden van foto’s die volgens haar geen verband hebben of een geheel vormen met de tekst en uitsluitend een versierende functie hebben, die op de pagina’s 27 en 70 van Jan Kamman, op de pagina’s 51 en 52 van Hans Spies en op de pagina’s 86 en 88 van Cas Oorthuys.

Voorts is de bron- en naamsvermelding onjuist, nu de naam van NFM (voorheen Nederlands Fotoarchief) niet bij alle foto’s is vermeld.

in reconventie

Omdat NFM een gegronde vordering op 010 heeft, die 010 niet betaalde, heeft NFM rechtmatig beslag gelegd ten laste van 010. Dat is een geijkt middel tot het zeker stellen van betaling. Als de vordering van NFM in conventie wordt afgewezen, moet aansprakelijkheid van NFM voor schade worden beoordeeld aan de hand van het criterium misbruik van recht. 010 heeft zelf voor vertraging gezorgd bij de vervanging van het beslag door een bankgarantie. De kosten van de bankgarantie zijn relatief laag en overigens ook thans reeds bepaalbaar, zodat een schadestaatprocedure niet nodig is.

5. Het standpunt van 010

in conventie

010 heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Aanvankelijk had 010 voorts aangevoerd, dat NFM noch zelf de auteursrechthebbende is noch door de rechthebbenden gemachtigd is om vorderingen op basis van vermeende auteursrechtinbreuk in te stellen, maar ter zitting van 10 oktober 2006 heeft 010 dat verweer laten varen, stellende dat zij er belang bij heeft om in deze procedure een uitspraak te krijgen over de kern van het geschil: de vraag of 010 in dit geval een beroep toekomt op het citaatrecht, zodat zij geen inbreuk heeft gemaakt op auteursrechten.

010 heeft ter ondersteuning van haar beroep op het citaatrecht onder meer gesteld dat zij de namen van de fotografen steeds heeft vermeld en dat zij NFM als bron niet behoefde te vermelden omdat zij de gepubliceerde foto’s heeft betrokken van de Stichting Rotterdam-Maaskant, die het erfgoed van Maaskant beheert, zodat zij heeft voldaan aan het vereiste bestaande uit het in acht nemen van de persoonlijkheidsrechten.

Voorts heeft zij gemotiveerd betoogd dat ook aan de andere vereisten voor een beroep op het citaatrecht is voldaan, omdat de publicatie een wetenschappelijke verhandeling is, het gebruik van de foto’s in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang van de geciteerde foto’s gerechtvaardigd zijn door het te bereiken doel. Zij verwijst voor de uitleg van deze vereisten ook naar het arrest Damave/Trouw en naar “Auteursrecht in de Uitgeverij: Regelingen en Modellen” van de Nederlandse Uitgeversbond, onderdeel “Handleiding omgang met fotografische werken”, paragraaf 3.3., waarin staat dat het erom gaat dat een geciteerde foto verband moet houden met de context van het betoog en geen zelfstandige functie mag innemen: “De foto mag dus niet op zo’n wijze worden overgenomen dat sprake is van exploitatie van het geciteerde werk. Bij een afbeelding kan daar al vrij snel sprake van zijn en het afbeelden van een foto louter als illustratie valt dan ook niet onder het citaatrecht.” Volgens 010 ondersteunen de foto’s de tekst van de publicatie en zijn zij noodzakelijk om een goed beeld te geven van de architectuur, het onderwerp van de publicatie.

Voor de overige stellingen van 010 wordt verwezen naar de beoordeling van de standpunten.

in reconventie

Het beslag is ten onrechte gelegd. Bij volledige afwijzing van de vordering van NFM in conventie draagt NFM risicoaansprakelijkheid voor de schade als gevolg van het beslag. 010 heeft schade geleden door het beslag omdat betalingen niet meer konden worden gedaan en 010 kosten heeft moeten maken voor een bankgarantie ter opheffing van het beslag. De omvang van de schade kan nu nog niet worden vastgesteld, omdat de kosten doorlopen.

6. De beoordeling van de standpunten

in conventie

Er is geen contractuele relatie ontstaan tussen NFM en 010. Provoost was niet bevoegd 010 te vertegenwoordigen. Dat 010 in een eerder geval wel de factuur van NFM betaalde voor door een auteur bestelde foto’s brengt niet mee dat 010 daarmee de schijn heeft gewekt dat ook andere auteurs namens haar bestellingen kunnen doen. Dat 010 niet protesteerde tegen de toezending en adressering van de opdrachtbevestiging is in de gegeven omstandigheden, waarin 010 wel de administratie beheerde, onvoldoende om mee te brengen dat 010 zelf contractspartij werd. De vordering zal dan ook niet op grond van een contractuele relatie tussen partijen worden toegewezen.

Met betrekking tot de gestelde inbreuk op auteursrecht is tussen partijen in geschil of 010 een beroep kan doen op de uitzondering van artikel 15a Auteurswet, het citaatrecht. Met name moet worden beoordeeld of aan twee van de daarin genoemde criteria is voldaan: (1) of het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd en (2) of voor zover redelijkerwijs mogelijk de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld. Niet is gedebatteerd over de vereisten dat het werk waaruit geciteerd is rechtmatig openbaar is gemaakt en dat artikel 25 Auteurswet in acht wordt genomen, zodat ervan wordt uit gegaan dat aan die vereisten is voldaan. Wel hebben partijen gediscussieerd over de aard van de publicatie, volgens NFM een handelseditie van een proefschrift en volgens 010 het proefschrift zelf, maar door NFM is niet betwist dat de publicatie een wetenschappelijke verhandeling is.

Ad (1):

De publicatie bevat een groot aantal, ook veelal groot afgedrukte, foto’s van door Maaskant ontworpen gebouwen, op welke foto’s auteursrechten rusten – naar in deze procedure tussen partijen vaststaat – bij NFM. Beoordeeld moet worden of die foto’s in overwegende mate ter versiering of verfraaiing van de publicatie dienen of ondergeschikt zijn aan de tekst, daarmee redelijkerwijs een geheel vormen en ertoe strekken de lezer een indruk van het beschrevene te geven. Anders dan NFM stelt hebben ook de door haar als voorbeelden genoemde foto’s niet uitsluitend of in overwegende mate een versierende functie en houden zij wel degelijk nauw verband met de tekst en vormen zijn daarmee een geheel. Daarvoor is niet vereist dat de foto’s en de erbij behorende tekst op dezelfde bladzijde of klein zijn afgedrukt. In de genoemde voorbeelden, maar ook bij de andere foto’s, verwijzen de teksten naar de gefotografeerde gebouwen, zijn de teksten dicht in de buurt van de bladzijden met de foto’s afgedrukt en beschrijven de teksten de gebouwen zeer uitvoerig, zodat er geen sprake is van een wanverhouding in grootte of opmaak. De foto’s maken de bespreking van de gebouwen beeldend. De plaatsing van de foto’s is gezien de context gerechtvaardigd om de lezer van de tekst een indruk te geven van de beschreven architectuur, omdat zij de tekst ondersteunen. Mogelijk zou in een aantal gevallen ook een nieuwe foto hebben kunnen worden geplaatst, maar het tijdsbeeld, zoals dat tot uitdrukking komt in de gebruikte foto’s, vormt een wezenlijk onderdeel van het proefschrift, wat expliciet blijkt uit de tekst. De foto’s zijn dan ook ondergeschikt aan de tekst en vormen daarmee een geheel. Daaraan doet niet af dat de teksten gaan over de gefotografeerde onderwerpen en niet over de foto’s zelf. Dat de foto’s een eigen artistieke kwaliteit hebben staat niet in de weg aan een geslaagd beroep op het citaatrecht. Dat van het proefschrift mogelijk een meer dan gebruikelijk aantal exemplaren is gedrukt doet hieraan niet af en brengt niet mee dat er daardoor sprake is van exploitatie van de foto’s. Aan het vereiste (1) is dan ook voldaan.

Ad (2):

NFM heeft niet betwist dat de namen van de fotografen steeds zijn vermeld, maar doelt op vermelding van haar eigen naam. Zij heeft niet gemotiveerd gereageerd op de stelling van 010 dat 010 alle afgedrukte foto’s (ook) heeft betrokken van de Stichting Rotterdam-Maaskant, die het erfgoed van de architect Maaskant beheert. Het niet vermelden van de naam van NFM staat er in de gegeven omstandigheden, met name de omstandigheid dat de namen van de fotografen wel zijn vermeld, niet aan in de weg dat aan de vereiste bronvermelding is voldaan.

De conclusie is dat 010 een beroep toekomt op het citaatrecht en zij daarom geen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht, zodat de daarop gegronde vordering van NFM zal worden afgewezen.

De bijvorderingen zullen daarom ook worden afgewezen.

in reconventie

Nu is voldaan aan de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld, zal deze worden beoordeeld. NFM moet als beslaglegger de door het beslag geleden schade vergoeden, nu het ten onrechte blijkt te zijn gelegd. Er zijn in dit geval geen bijzondere omstandigheden gesteld of anderszins gebleken die zouden moeten leiden tot een ander oordeel. De hoogte van de schade kan nog niet bepaald worden, reden waarom wordt toegewezen de vordering tot vergoeding van schade als gevolg van het op verzoek van NFM gelegde beslag, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zoals hierna weergegeven.

in conventie en in reconventie voorts

NFM zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt NFM tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van 010 bepaald op € 200,- wegens salaris gemachtigde;

in reconventie

veroordeelt NFM tot vergoeding van de schade van 010 als gevolg van het gelegde beslag, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt NFM tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van 010 bepaald op € 100,- wegens salaris gemachtigde;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn en uitgesproken ter openbare terechtzitting.