Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0401

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
246132 / HA ZA 05-2621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeraar is geen gebruiker van algemene voorwaarden in zin artikel 6:231b BW indien polis door makelaar op de beurs is aangeboden. Clausule "sproeien en spuiten" zet "opzichtclausule" niet opzij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 246132 / HA ZA 05-2621

Uitspraak: 11 oktober 2006

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE GROENE RUTTEN LANDBOUW B.V.,

gevestigd te Rutten, gemeente Noordoostpolder,

eiseres,

procureur mr. L.J. den Hollander,

- tegen -

1. de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de naamloze vennootschap FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagden,

procureur mr. R.B. Gerretsen,

advocaat mr. W.C.T. Weterings te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “De Groene Rutten” respectievelijk “verzekeraars”.

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 27 juli 2005 en de door De Groene Rutten overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met productie;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 23 november 2005, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 6 februari 2006.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 De houdstermaatschappij van De Groene Rutten, Holding De Groene B.V. (hierna: de Holding), heeft via Univé Verzekeringen (hierna: Univé) met verzekeraars een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering gesloten onder polisnummer 7700350V0001 (hierna: de verzekering). De Groene Rutten is verzekerde onder de polis.

2.2 In het clausuleblad d.d. 4 juli 2003, behorend bij aanhangsel nummer 4, is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:

“(…)

Sproeien en spuiten*

A) Van deze verzekering is uitgesloten de aansprakelijkheid van verzekerden voor schade veroorzaakt of ontstaan door of in verband met het sproeien of spuiten met chemische en/of biochemische middelen.

B) In tegenstelling tot het bovenstaande geldt deze uitsluiting niet voor sproei- en spuitschade ten gevolge van werkzaamheden ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering.”

2.3 De Algemene Voorwaarden Aansprakelijkheid ASG 010787/372 (hierna: de algemene voorwaarden) luiden – voor zover hier van belang – als volgt:

“(…)

Uitsluitingen

Artikel 3

Deze verzekering geeft geen dekking indien:

(…)

3.2 zaakschade is veroorzaakt, terwijl:

3.2.1 verzekeringnemer de eigenaar of huurkoper van die zaken is;

3.2.2. verzekerde of iemand namens hem of in zijn opdracht die zaken ter bewaring, in gebruik, in huur, te leen, ten vervoer of krachtens enige andere overeenkomst onder zich had, (…)

(…)

Afwijkende polisvoorwaarden

Artikel 11

Indien in de polis (waaronder te verstaan het polisblad, de Algemene, Bijzondere en de Aanvullende voorwaarden) wordt afgeweken van bepaalde voorwaarden, dan blijven niet-genoemde voorwaarden onverminderd van kracht.

Mededelingen/geschillen

Artikel 12

12.1 Alle mededelingen aan of van verzekeraars, zullen geschieden via Sedgwick B.V. en zullen alsdan gelden als door partijen aan elkaar gedaan.

(…)”.

2.4 De Groene Rutten heeft teeltcontracten gesloten met verschillende contractgevers, inhoudende dat de contractgevers plantmateriaal aan De Groene Rutten ter beschikking stellen. Uit hoofde van de contractteelt zorgt De Groene Rutten voor het planten van bloembollen, alsmede de verzorging en de oogst daarvan.

2.5 Een medewerker van De Groene Rutten heeft op 30 maart 2004 het bij haar opgeplante tulpengewas bespoten met het middel Agrichem Asulan 2. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden heeft deze medewerker per abuis aan de spuitvloeistof het middel Agrichem Diquat toegevoegd. De medewerker heeft vervolgens met de tank, waarin ook het middel Agrichem Diquat zat, ongeveer 25 hectare bespoten, tengevolge waarvan schade is ontstaan aan het tulpengewas van vijf contractgevers. De Groene Rutten is door deze contractgevers voor de schade aansprakelijk gesteld.

2.6 Op 2 april 2004 is de schade aan Marsh B.V., voorheen Sedgwick B.V., gemeld. Marsh B.V. (hierna: Marsh), heeft vervolgens verzekeraars op de hoogte gebracht van de schademelding.

2.7 Bij brief van 3 mei 2004 heeft Marsh namens verzekeraars aan Univé medegedeeld dat verzekeraars niet tot uitkering van de schade over zullen gaan.

3. De vordering

De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat de aansprakelijkheid van De Groene Rutten voor de schade die op 30 maart 2004 is toegebracht aan tulpenbollen van haar contractgevers wordt gedekt door de verzekering, met veroordeling van verzekeraars in de kosten van de procedure.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft De Groene Rutten, mede in reactie op het verweer, aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 De schade die het gevolg is van toepassing van het verkeerde spuitmiddel is gedekt onder de verzekering. Verzekeraars zijn ten onrechte niet overgegaan tot vergoeding van deze schade.

3.2 De Holding heeft de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233b BW vernietigd, nu deze bij het sluiten van de overeenkomst haar niet ter hand zijn gesteld. Verzekeraars kunnen zich derhalve niet op artikel 3.2.2 van de verzekering beroepen.

3.3 Indien de algemene voorwaarden wel van toepassing zouden zijn op de verzekering, is artikel 3.2.2 niet van toepassing, nu de bijzondere bepaling van de aanvullende clausule “sproeien en spuiten” prevaleert. Krachtens onderdeel B van deze clausule is de schade gedekt. De bespuiting is uitgevoerd ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering van De Groene Rutten. Tot deze eigen bedrijfsvoering behoort het telen van producten, waaronder ook de zogenaamde contractteelten van tulpenbollen valt.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van De Groene Rutten in de kosten van het geding.

Verzekeraars hebben daartoe het volgende aangevoerd:

Primair

4.1 Op de verzekering zijn de algemene voorwaarden van toepassing verklaard.

Op grond van de opzichtclausule vermeld in artikel 3.2.2 van deze voorwaarden is er geen sprake van verzekeringsdekking. Er is onmiskenbaar sprake van opzicht van De Groene Rutten met betrekking tot de tulpenbollen van de contractgevers.

4.2 De vernietiging door de Holding is niet rechtsgeldig geschied. De algemene voorwaarden zijn opgesteld door Sedgwick B.V., welke optrad als makelaar voor de Holding. Het is niet mogelijk om algemene voorwaarden die door de eigen makelaar zijn opgesteld te vernietigen op grond van het feit dat zij niet ter hand zijn gesteld. In dit verband is artikel 12 van de algemene voorwaarden relevant. In ieder geval dient de kennis en wetenschap van haar makelaar met betrekking tot de algemene voorwaarden aan de Holding te worden toegerekend, hetgeen betekent dat zij heeft ingestemd met de algemene voorwaarden. Voorts is van belang dat het een feit van algemene bekendheid is dat verzekeringsovereen-komsten worden gesloten met toepassing van algemene voorwaarden.

4.3 Indien de vernietiging rechtsgeldig is geschied, brengt dit mee dat er geen sprake (meer) is van verzekeringsdekking omdat dan alle algemene voorwaarden zijn vernietigd, mitsdien ook artikel 2 dat ingaat op de verzekeringsdekking.

Subsidiair

4.4 De voorwaarden op het clausuleblad beogen hetgeen bepaald is in de algemene voorwaarden aan te vullen. Het zijn geen bijzondere voorwaarden die de algemene voorwaarden nader invullen en die in bepaalde situaties voorgaan. De clausule “sproeien en spuiten” heeft ook zelfstandige betekenis naast de opzichtclausule. Voorts wordt gewezen op artikel 11 van de algemene voorwaarden.

4.5 Ook op grond van de clausule “sproeien en spuiten” is er geen dekking onder de verzekering. De bespuiting door de medewerker van De Groene Rutten valt onder de uitsluiting van deze clausule, nu deze bespuiting niet kan worden beschouwd als een bespuiting uitgevoerd ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering. Het betrof immers sproei-/spuitwerkzaamheden ten behoeve van derden, de contractgevers.

5. De beoordeling

5.1 Als niet weersproken staat vast dat onderhavige verzekering met de daarbij behorende algemene voorwaarden door de makelaar Sedgwick B.V. op de beurs is aangeboden. De voorgangers van verzekeraars hebben hierop vervolgens ingetekend. In die situatie kunnen verzekeraars niet als gebruiker in de zin van artikel 6:231 onder b BW worden aangemerkt. Dit betekent dat ook in het geval de stelling van De Groene Rutten juist is dat de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst niet aan de Holding ter hand zijn gesteld, de Holding niet de bevoegdheid had om op grond van artikel 6:233b BW de algemene voorwaarden te vernietigen. De vernietiging is mitsdien niet rechtsgelding geschied, zodat de algemene voorwaarden onderdeel uitmaken van de verzekeringsovereenkomst.

5.2 De Groene Rutten heeft niet betwist dat zij het bij haar opgeplante tulpengewas onder zich had op een wijze als bedoeld in artikel 3.2.2 van de algemene voorwaarden en dat er dus sprake was van opzicht als in dat artikel bedoeld. De Groene Rutten heeft zich op het standpunt gesteld dat de bijzondere bepaling van de clausule “sproeien en spuiten” de opzichtclausule opzij zet. De rechtbank kan De Groene Rutten daarin echter niet volgen. Gesteld noch gebleken is dat dit expliciet in de verzekeringsovereenkomst is bepaald. Ook overigens kan de rechtbank dit niet uit de verzekeringsovereenkomst afleiden. Onderdeel A van de clausule “sproeien en spuiten” sluit aansprakelijkheid voor sproei- en spuitschade uit. Onderdeel B van deze clausule maakt hierop een uitzondering van sproei- en spuitschade ten gevolge van werkzaamheden ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering. Het dient dan echter nog steeds te gaan om schade aan zaken van derden. Nu er sprake was van contractteelt oefende De Groene Rutten een zo’n grote feitelijke macht uit over het tulpengewas dat de kans op schade aan dit tulpengewas voor haar op een lijn lag met die van een eigenaar, het zogenaamde quasi-eigenaarsrisico. De opzichtclausule heeft juist de strekking om dit risico van dekking uit te sluiten. Niet valt in te zien waarom de clausule “sproeien en spuiten” zo uitgelegd dient te worden dat onderdeel B beoogt dit quasi-eigenaarsrisico wel onder de verzekering te laten vallen.

Beide clausules zijn ook niet strijdig met elkaar en de clausule “sproeien en spuiten” heeft zelfstandige betekenis naast de opzichtclausule, namelijk voor die gevallen waarin er sproei- en spuitschade ten gevolge van werkzaamheden ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering ontstaat aan zaken van derden die niet onder opzicht van De Groene Rutten staan.

Uit het voorgaande volgt dat verzekeraars terecht niet tot uitkering zijn overgegaan omdat dekking op grond van de opzichtclausule is uitgesloten. In het midden kan derhalve blijven of de bespuiting door de medewerker van De Groene Rutten al dan niet onder de uitsluiting van de clausule “sproeien en spuiten” valt.

5.3 Gezien het voorgaande dient de vordering van De Groene Rutten te worden afgewezen. Zij zal als de geheel in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

6. De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van De Groene Rutten;

veroordeelt De Groene Rutten in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van verzekeraars bepaald op € 244,- aan vast recht en op € 904,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis voorzover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

204/1729