Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AY7866

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2006
Datum publicatie
08-09-2006
Zaaknummer
221129/ HA ZA 04-2104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diverse soorten amarylisbollen zijn verkocht, maar niet afgenomen. De vraag is aan wie dat ligt: aan de verkoper of aan de koper. Problemen die spelen zijn individualisatie bij soortkoop, risico , schuldeisersverzuim, kosten van bewaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 221129/ HA ZA 04-2104

Uitspraak: 6 september 2006

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

maatschap [X],

bestaande uit […] en […],

gevestigd te [gemeente],

eiseres,

procureur mr. J.G.A. van Zuuren,

- tegen -

[Y], h.o.d.n.

Bloemsierkunst de Kloosterhof, Handelskwekerij “De Riethof”,

wonende te [gemeente],

gedaagde,

procureur mr. W. Haagman.

Partijen worden hierna aangeduid als "[maatschap X]" respectievelijk "[Y]".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 16 juli 2004 en de door [maatschap X] overgelegde

producties;

- conclusie van antwoord, met productie;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 22 september 2004, waarbij een

comparitie van partijen is gelast;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door [maatschap X]

overgelegde producties;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 14 december 2004;

- brief van P.S.M. van den Enden aan de rechtbank d.d. 30 december 2004;

- akte in het geding brengen nadere stukken aan de zijde van [maatschap X]

met producties;

- antwoordakte aan de zijde van [Y].

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Bij overeenkomst van 9 januari 2002 heeft [maatschap X] aan [Y], beiden professionele kwekers, amaryllisbollen verkocht voor een totaalbedrag van € 36.075,53 (fl. 79.500,-) exclusief BTW.

2.2

De afspraken zijn door [maatschap X] vastgelegd in een faxbericht, welk bericht door [Y] voor akkoord is ondertekend. In dit bericht staat vermeld:

“ Bollen (20+)

± 20.000 Mont Blanc à f 1,-

± 10.000 Red Lion à f 0,70

Klisters: (8+)

± 10.000 Mont Blanc à f 0,25

10.000 à 20.000 ChristmasGift à f 0,25

50.000 à 100.000 Red Lion à f 0,20

Minerva (20+)

60.000 bollen + bijbehorende klisters voor f 25.000,-

Opmerking

1) Betaling 1 mei

2) [Y] zorgt voor bakken (fust voor te rooien)

3) [Y] regelt en betaald vracht.

4) [Y] zorgt dat bakken waarin Mont Blanc zitten binnen 7 dagen weeg retour zijn op afhaaladres.”

2.3

De bollen van de soort Mont Blanc en de bijbehorende klisters zijn door [Y] bij leverancier Ter Vetten opgehaald. [Y] heeft de kratten waarin deze bollen zaten binnen 7 dagen geretourneerd en de bollen betaald.

2.4

Afname van de overige bollen, te weten de soorten Red Lion, Christmas Gift en Minerva, heeft niet plaatsgevonden. Deze bollen vertegenwoordigen een waarde van € 25.865,47 (fl 57.000,-), welk bedrag niet door [Y] is voldaan.

2.5

In een brief van [Y] aan [maatschap X] van 19 april 2002 staat - voor zover relevant - vermeld:

“Op de rest van de bollen zitten wij 19-04-02 nog steeds te wachten, U zou ons inlichten wanneer ze e.v.t. afgehaald konden worden.

Wij hebben er in januari naar geinformeerd wanneer e.v.t. er geleverd zou worden, zo ook in febr - mrt, de levering werd telkenmale uitgesteld om door ons om onbekende redenen.

Daar het plant-seizoen van jonge amaryllisbollen die een redelijk groei seizoen moeten hebben, inmiddels ruimschoots is verstreken en we hebben het geplande huur bedrijf ook af moeten zeggen. Echter niet zonder kosten. U begrijpt dat we hier niet bij mee zijn. Mocht U overwegen om alsnog te willen leveren, dan moeten wij U teleurstellen. Wij willen de bollen nu niet meer hebben, het is te laat. Mogelijk dat U ze zelf kunt planten en ze e.v.t. volgend seizoen nog wilt leveren.”

2.6

Op 7 mei 2002 schrijft de raadsman van [maatschap X] aan [Y] naar aanleiding van de weigering om de bollen af te nemen, voor zover van belang:

“De door u gekochte bollen … staan voor u gereed.

Een eventueel kwaliteitsverlies door het langer dan nodig gereedstaan van de bollen in dier voege dat zij krimpen, en rotting kan optreden, komt geheel voor Uw rekening en risico. …

U wordt in de gelegenheid gesteld de bollen thans per omgaand af te nemen en deze te betalen,bij gebreke waarvan u aansprakelijk wordt gehouden voor alle door cliënt geleden en te leiden schade…”.

2.6

In een faxbericht d.d. 1 november 2002 schrijft […] - voor zover relevant -:

“Dag Leen,

Zoals, vrijdag 1-11-2002, afgesproken de aantallen die nog bij ons staan

Minerva (18+) ± 75000 (+ klisters hiervan)

Red Lion (14+) ± 70.000 (zijn gezoold!)

(8-14) ± 100.000

€ 35.000,

ChrismasGift (14+) ± 15.000 à 20.000 (zijn gezoold!)

(8-14) ± 20.000

Mont Blanc (12+) ± 10.000 ”.

3. De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [Y] te veroordelen tot betaling aan [maatschap X] van

€ 39.647,47 met veroordeling van [Y] in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [maatschap X] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

[Y] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van 9 januari 2002. Hij heeft de bollen van het soort Mont Blanc afgenomen, maar niet de overige - voor hem gereed gehouden - bollen (inclusief klisters) Red Lion, Christmas Gift en Minerva.

3.2

[Y] moet de schade vergoeden die [maatschap X] heeft geleden doordat de bollen niet zijn afgenomen, zijnde de niet-betaalde hoofdsom van € 25.865,47

(fl. 57.000,-), en de wettelijke rente vanaf 1 mei 2002.

3.3

De bollen waren voor [Y] beschikbaar vanaf februari 2002. Omdat [Y] bij brief van 19 april 2002 liet blijken dat hij de bollen mogelijk in het najaar van 2002 wilde hebben, zijn de bollen tot en met medio december 2002 (gekoeld) voor hem gereed gehouden.

3.4

[Y] is aansprakelijk voor de kosten die met het beschikbaar houden van de bollen zijn gemoeid. Deze kosten bedragen in totaal € 13.062,-, bestaande uit:

- de huur van 3.000 kratten à € 0,11 per krat, zijnde in totaal € 1.320,- (exclusief BTW);

- de huur van 60 pallets gedurende 40 weken à € 0,225 per 10 weken huur, zijnde in totaal € 54,- (exclusief BTW);

- bewaring in de koelcel van 60 pallets gedurende 40 weken maal € 0,535, zijnde in totaal € 8.988,- (exclusief BTW);

- bijkomende arbeidsuren ter bereddering, te weten 135 uren a € 20,- per uur, zijnde in totaal € 2.700,-.

3.5

[Maatschap X] heeft buitengerechtelijke kosten moeten maken, niet strekkende tot instructie van de zaak maar ter regeling in der minne, conform het rapport Voorwerk II te stellen op € 720,- (exclusief BTW).

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [maatschap X] in de kosten van het geding.

[Y] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1

Met uitzondering van de bollen van het soort Mont Blanc, die zijn afgenomen, waren de bollen niet voor levering gereed. Deze bollen zaten nog in de grond van [maatschap X] in [gemeente].

4.2

31 maart 2002 is aan te merken als een voor levering fatale termijn. Het was voor beide partijen, als professionele kwekers, duidelijk dat levering plaats moest vinden in het plantseizoen, zijnde januari tot en met maart. Na het verstrijken van deze termijn wilde [Y] de bollen niet meer hebben, hetgeen hij bij brief van 19 april 2002 aan [maatschap X] heeft laten weten.

4.3

Bij laatstgenoemde brief is [maatschap X] in overweging gegeven de bollen zelf te planten om ze eventueel het volgende seizoen te leveren. Dit was een vrijblijvend aanbod om in onderhandeling te treden over een nieuw te sluiten overeenkomst in het najaar, waar [maatschap X] geen gebruik van heeft gemaakt.

4.4

Als [Y] al gehouden zou zijn om ook na de fatale termijn van 31 maart 2002 de bollen van [maatschap X] af te nemen, dan beperkt die verplichting zich enkel tot de bollen die beschikbaar waren. Blijkens het - door [Y] niet ontvangen - faxbericht van […] d.d. 1 november 2002 waren dat alleen de bestelde bollen van de soorten Red Lion (8-14+) en Christmas Gift (8-14+), met een totale waarde van € 11.344,50.

4.5

[Y] betwist dat de door hem bestelde bollen van februari tot en met het najaar van 2002 voor hem beschikbaar zijn gehouden en dat daarvoor kosten zijn gemaakt. Ten aanzien van de door [maatschap X] gestelde arbeidsuren ter bereddering wordt in het bijzonder opgemerkt dat daarvoor een te hoog tarief wordt gehanteerd. Hooguit kunnen kosten worden geclaimd voor de genoemde beschikbaar gehouden soorten Red Lion (8-14+) en Christmas Gift (8-14+).

4.6

[Maatschap X] is tekortgeschoten in haar schadebeperkingsplicht. Zij had de bollen na weigering door [Y] aan een derde moeten verkopen, dan wel had zij de bollen zelf moeten planten om daarvan te oogsten.

4.7

Het laatste bericht van [maatschap X] dateert van oktober 2002. Tot het uitbrengen van de dagvaarding in juli 2004 is niets meer van [maatschap X] vernomen. [Maatschap X] heeft daarmee haar rechten verwerkt.

5. De beoordeling

5.1

[Y] heeft als meest verstrekkend verweer betoogd dat [maatschap X] haar recht, zich jegens [Y] op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van 9 januari 2002 te beroepen, heeft verwerkt omdat van oktober 2002 tot juli 2004 niets van haar is vernomen.

Dit verweer faalt. Voor het slagen van een beroep op rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of een enkel stilzitten onvoldoende. Gesteld noch gebleken is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat [Y] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [maatschap X] haar aanspraak niet meer geldend zou maken, of dat [Y] in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld doordat [maatschap X] alsnog haar aanspraak geldend zou maken.

5.2

De vraag moet worden beantwoord of het feit dat de bollen van de soorten Red Lion, Christmas Gift en Minerva niet zijn afgenomen, een toerekenbare tekortkoming van [Y] met zich brengt die moet leiden tot het alsnog betalen van de koopprijs. Daartoe moet worden bezien wat partijen omtrent levering en betaling zijn overeengekomen.

5.3

Bij koop ontstaat de verplichting tot betaling ingevolge artikel 7:26 Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) in beginsel op het moment van aflevering. Partijen zijn overeengekomen dat de bollen in ieder geval uiterlijk 1 mei - naar de rechtbank begrijpt - 2002 moesten zijn betaald. Dat door [Y] niet is betaald, staat vast. [Y] heeft echter het verweer gevoerd dat de bollen niet zijn geleverd en dus dat hij niet hoeft te betalen.

5.4

Omtrent het moment van levering en de wijze waarop [maatschap X] aan haar leveringsverplichting diende te voldoen, zijn de in de fax vastgelegde afspraken summier.

Met betrekking tot de voor levering afgesproken termijn heeft [maatschap X] ter comparitie gesteld dat de bollen uiterlijk 1 mei 2002 zouden worden geleverd. [Y] heeft betoogd dat de bollen half februari, uiterlijk op 31 maart 2002 zouden worden geleverd. [Maatschap X] heeft de uitvoerig toegelichte stelling van [Y] dat levering van de bollen, commercieel gezien, bij voorkeur dient plaats te vinden in het plantseizoen, te weten in januari, februari of maart, niet betwist. Nu [maatschap X] bovendien niet is ingegaan op het betoog van [Y] dat het gebruikelijk is dat een betalingstermijn van 1 maand na levering wordt gehanteerd, zodat bij de overeengekomen betaaldatum van 1 mei 2002 moet worden gesproken van een uiterste leverdatum van 31 maart 2002, staat als onvoldoende gemotiveerd weersproken vast dat partijen, zij het stilzwijgend, zijn overeengekomen dat 31 maart 2002 als een voor levering uiterste termijn heeft te gelden.

5.5

De rechtbank stelt voorop dat er bij een verbintenis tot aflevering van (diverse soorten) bollen er sprake is van een generieke verbintenis (soortkoop). Omtrent de wijze van levering begrijpt de rechtbank dat partijen het met elkaar eens zijn dat voordat er gerooid zou worden [Y] zou zorgen voor kratten (“fust voor te rooien”) en vervolgens de vracht zou regelen. [Y] diende mitsdien de nodige voorzieningen te treffen om de prestatie in ontvangst te nemen.

[Maatschap X] stelt dat [Y] op 7 februari 2002 om levering vroeg, doch dat [Y] vervolgens de daartoe benodigde kratten niet leverde. Op 14 en 27 februari 2002 heeft [maatschap X], naar haar zeggen, naar [Y] gebeld met het verzoek de kratten te leveren. Op 14 maart 2002 gaf [Y] volgens [maatschap X] aan dat levering niet kon plaats vinden omdat hij geen plek had om de bollen te planten. [Y] stelt daarentegen dat hij in januari, februari en maart 2002 diverse malen naar [maatschap X] heeft gebeld om te vragen wanneer er gerooid zou worden, waarna hij lege kratten zou komen brengen waarin [maatschap X] de bollen kon doen, maar dat [maatschap X] aangaf geen tijd te hebben om te rooien, reden waarom [Y] de kratten niet bezorgde.

Tegenover de gemotiveerde betwisting door [Y] dient [maatschap X] haar stelling te bewijzen dat zij op 14 en 27 februari 2002 aan [Y] het verzoek heeft gedaan de kratten te brengen zodat de diverse soorten gekochte bollen konden worden gerooid en geleverd.

Bij de bewijslevering kan tevens aan de orde komen hetgeen door [Y] omtrent de inhoud van genoemde telefoongesprekken naar voren is gebracht, namelijk dat [maatschap X] het te druk had om de bollen te rooien zodat het brengen van de kratten nog niet nodig was. Immers wil er, zoals hieronder zal worden overwogen, sprake zijn van schuldeisersverzuim dient het wel zo te zijn dat [maatschap X] tot levering van de door [Y] gekochte bollen bereid en in staat was en daartoe het nodige heeft gedaan alsmede dat de oorzaak van de verhindering uitsluitend is gelegen in een beletsel aan de zijde van [Y].

5.7

Indien [maatschap X] niet slaagt in het bewijs, is niet komen vast te staan dat [maatschap X] de bollen wilde leveren en is er, gelet op de afgesproken leveringstermijn, sprake van een tekortkoming aan de zijde van [maatschap X]. Mitsdien dient haar vordering alsdan te worden afgewezen.

5.8

Indien [maatschap X] slaagt in voormelde bewijsopdracht staat daarmee vast dat [maatschap X] aan [Y] kenbaar heeft gemaakt dat hij zijn medewerking diende te verlenen omdat zij aan haar leveringsverplichting wilde voldoen doch dat zij daartoe werd belemmerd doordat [Y] de vereiste medewerking in de vorm van het leveren van de kratten en afhalen van de bollen niet verleende.

[Maatschap X] baseert haar vordering op een toerekenbare tekortkoming van [Y] omdat hij de gereed staande bollen niet heeft afgenomen en vordert dientengevolge schadevergoeding welke wordt gesteld op de hoogte van de niet ontvangen koopprijs, alsmede beredderingskosten voortvloeiende uit de bewaring van de bollen.

Wil er sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming, dient vastgesteld te worden of [Y] rechtens verplicht was zijn medewerking aan de levering te verlenen, nu het wettelijk uitgangspunt is dat de schuldeiser in beginsel niet tot die medewerking verplicht is. Daartoe is nodig dat [maatschap X] een positief, aan [Y] kenbaar, belang heeft bij het ophalen van de zaak. Door [maatschap X] zijn geen, althans onvoldoende omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat op [Y] een rechtens afdwingbare verplichting rustte om af te nemen. Nu er mitsdien geen sprake is van een ontvangstverbintenis, is [Y] niet op de voet van art. 6:74 e.v. BW jegens [maatschap X] gehouden tot schadevergoeding.

5.9

Een en ander laat evenwel onverlet dat [Y] in het gegeven geval wel gehouden was zijn medewerking te verlenen en dat, nu hij zulks heeft nagelaten terwijl niet is gesteld of gebleken dat de reden van verhindering niet aan [Y] kan worden toegerekend, er ingevolge artikel 6:58 BW sprake is van schuldeisersverzuim.

Nu partijen hebben afgesproken dat uiterlijk op 1 mei 2002 betaald zou worden en voor het niet betalen geen goede grond is aan te wijzen, is er sprake van een tekortkoming aan de zijde van [Y], zodat [Y] in beginsel is gehouden de koopprijs en de daarover gevorderde rente vanaf 1 mei 2002 te voldoen.

5.10

Daartegenover blijft [maatschap X] in beginsel gehouden aan haar afleveringsverplichting, nu niet is gesteld of gebleken dat [maatschap X] de overeenkomst heeft ontbonden. Daarbij overweegt de rechtbank dat [maatschap X] in de gegeven omstandigheden - soortkoop - de bevoegdheid had om door middel van eenzijdige individualisatie de verbintenis te doen overgaan in een speciesverbintenis, met als gevolg dat het risico van tenietgaan van de zaak op de koper is gaan rusten.

[maatschap X] heeft gesteld dat zij de bestelde bollen in eigen kratten heeft gedaan en [Y] daarvan bij brief van 7 mei 2002 heeft verwittigd, waarmee zij mitsdien heeft voldaan aan de vereisten van art. 7:10 lid 2 BW. Uit de stelling bij dagvaarding - “Toen [1 november 2002] had eiseres de bollen nog voor gedaagde beschikbaar”- maakt de rechtbank evenwel op dat [maatschap X] de bollen kennelijk niet meer kan leveren. Omdat niet duidelijk is wat nadien met de bollen is gebeurd, wordt [maatschap X] in de gelegenheid gesteld in de conclusie na enquête toe te lichten wat de reden is dat zij de bollen niet meer voor [Y] beschikbaar heeft gehouden. Daarbij dient zij tevens te reageren op de stelling van [Y] dat op 1 november 2002 niet meer alle bestelde soorten bollen beschikbaar waren.

Voorzover [maatschap X] de bollen ingevolge art. 7:32 jo 7:30 BW mocht hebben verkocht, wordt zij verzocht de desbetreffende stukken, voor zover voorhanden, over te leggen.

5.11

Ingevolge artikel 6:63 BW heeft [maatschap X] binnen de grenzen der redelijkheid recht op vergoeding van de kosten van inbewaringstelling en overige kosten vanaf het moment dat [Y] in crediteursverzuim was. [Y] heeft gemotiveerd betwist dat de voor hem klaargezette bollen gedurende 40 weken (tot en met het najaar) zijn opgeslagen en dat er derhalve geen opslagkosten zijn gemaakt, zodat [maatschap X], op wie de bewijslast rust, zal worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling.

In haar conclusie na enquête wordt [maatschap X] in de gelegenheid gesteld haar kosten, onderbouwd met stukken, nader te specificeren en te reageren op al hetgeen te dien aanzien door [Y] bij conclusie van antwoord naar voren is gebracht.

5.12

In afwachting van de bewijslevering en de onder 5.10 en 5.11 bedoelde toelichting van [maatschap X] bij conclusie na enquête houdt de rechtbank alle overige beslissingen aan.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [maatschap X] op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat

- de bij overeenkomt van 9 januari 2002 aan [Y] verkochte bollen van de soorten Red Lion, Christmas Gift en Minerva vanaf februari 2002 voor levering gereed waren en dat zij op 14 en 27 februari 2002 aan [Y] het verzoek heeft gedaan de voor levering benodigde kratten te brengen;

- de bestelde en voor [Y] gerooide bollen (de soorten Red Lion, Christmas Gift en Minerva) door Weijnen- Keijsers gedurende 40 weken (februari 2002 - medio december 2002) zijn bewaard en opgeslagen;

bepaalt dat indien [maatschap X] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. M.J.A.M. Ahsmann;

bepaalt dat de procureur van [maatschap X] binnen twee weken na vonnisdatum opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden oktober, november en december 2006 en dat de procureur van [Y] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.M. Ahsmann.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1792/429