Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AW9820

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
09-05-2006
Zaaknummer
236167 / HA ZA 05-1052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De zaak betreft een incidentele procedure waarin Van Holstein (per abuis aangeduid als verweerster in het incident) de rechtbank verzoekt om, met een beroep op artikel 21 en 22 Rv., Teco c.s. te bevelen stukken over te leggen ter onderbouwing van haar conclusie van antwoord. De vordering wordt afgewezen omdat het niet gaat om nader bepaalde en benoemde stukken, terwijl bovendien niet is gebleken dat deze stukken voorhanden zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 618

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 236167 / HA ZA 05-1052

Uitspraak: 5 april 2006

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN HOLSTEIN WATERSERVICES B.V.,

gevestigd te 's-Gravenzande, gemeente Westland,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. O.E. Meijer,

advocaat mr. P.J.L.J. Duijsens te 's-Gravenhage,

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TECO HOLDING B.V.,

gevestigd te Bergschenhoek,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

procureur mr. M.A. T Schroots,

advocaat mr. J.P. Koets te Haarlem.

Partijen worden hierna aangeduid als "Van Holstein" respectievelijk "Teco" en “[gedaagde sub 2]”. Gedaagden gezamenlijk worden aangeduid als “Teco c.s.”.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in het griffiedossier.

1. Het geschil

in het incident

1.1 De incidentele vordering luidt om Teco c.s. te bevelen de bescheiden over te leggen welke dienen ter staving van haar conclusie van antwoord, met name:

- Aanvullende financiële stukken genoemd in § 3.7 van de conclusie van antwoord op de paginawissel van pagina 5 naar 6 maar niet overgelegd door Teco c.s.;

- Overeenkomst van rekening-courant tussen de vennootschap in faillissement en haar moeder Teco. Stukken waaruit de positieve verwachtingen blijken van de eerste helft 2004;

- Stukken met betrekking tot waarschijnlijkheid leverancier van Jaro te worden, onderhandelingen met Metroline en [X] en het “Glaskasteel” in Bleiswijk;

- De brieven van de bank, met name de overgang naar bijzonder beheer, en de kredietopzegging van september 2004 genoemd in § 3.7 alsmede het kredietverloop en de overeenkomsten van krediet, welke opgezegd zijn in september 2004;

- Stukken waaruit blijkt dat “Teco en [gedaagde sub 2] het gerechtvaardigd vertrouwen [hadden, toevoeging rechtbank] dat deze [onbetaald gelaten facturen, toevoeging rechtbank] betaald konden worden”;

- Stukken waaruit blijkt het uitblijven van betalingen van enkele grote debiteuren uit de glastuinbouwindustrie, alsmede pogingen tot incasso en aanmaningen.

1.2 Aan haar vordering heeft Van Holstein ten grondslag gelegd dat Teco c.s. niet voldoet aan de in de artikelen 21 en 22 Rv. vervatte productieplicht zodat Van Holstein niet kan vaststellen of de gevolgtrekking die Teco c.s. maakt uit de stukken waarop zij zich beroept juist is.

1.3 Teco c.s. heeft de vordering gemotiveerd betwist.

2. De beoordeling

in het incident

2.1 Artikel 21 Rv. bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Op grond van artikel 22 Rv. kan de rechter in alle gevallen, ook indien hier een verzoek van een der partijen aan voorafgaat, en in elke stand van de procedure, een van partijen bevelen bepaalde op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Artikel 85 lid Rv. bepaalt voorts, onder meer, dat wanneer een partij zich bij conclusie op enig stuk beroept, zij verplicht is een afschrift hiervan bij te voegen.

2.2 Teco c.s. heeft onder 3.7 van haar conclusie van antwoord in de hoofdzaak, ter onderbouwing van haar stelling dat zij ten tijde van het sluiten van de in het geding zijnde overeenkomsten wisten noch behoorden te weten dat NVM haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, een aantal feiten en omstandigheden genoemd.

2.3 Van de genoemde feiten en omstandigheden biedt Teco c.s. bewijs aan door het horen van getuigen en door het in het geding brengen van aanvullende financiële stukken. Zij beroept zich hierbij, anders dan Van Holstein in haar incidentele conclusie heeft gesteld, niet op stukken die niet (reeds) in het geding zijn gebracht. Van Holstein verzoekt om overlegging van niet nader bepaalde en benoemde stukken (de overeenkomst van rekening-courant daargelaten), terwijl voorts niet is gebleken dat deze stukken voorhanden zijn. Mitsdien, en ook overigens, is niet gebleken van redenen om Teco c.s., in dit stadium van de procedure, te bevelen nadere stukken, althans de stukken als door Van Holstein verzocht, in het geding te brengen. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

2.3 De uitspraak over kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

3. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

wijst af de vordering van Van Holstein;

reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 mei 2006 te 10.00 uur voor conclusie van repliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. de Loor-Alwin.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1225/1548