Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AW9237

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
08-05-2006
Zaaknummer
10/090236-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Doorplaatsing van verdachte naar een psychiatrische kliniek onder de paraplu van de ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 10/661356-05

Parketnummer Tul: 10/090236-04

Datum uitspraak: 5 april 2006

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren [geboortedatum, -plaats]

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond - Huis van Bewaring Noordsingel te Rotterdam,

raadsman mr. O.G. Schuur, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2006.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie, aangeduid als A1 tot en met A2, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Pols heeft gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het primair ten laste gelegde en bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

- de oplegging aan verdachte van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee (2) jaren, zonder aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en met een tussentijdse toets van de maatregel na 6 maanden.

VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte, groot 3 maanden van de straf die aan de verdachte is opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 8 december 2004 onder parketnummer 10/090236-04.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat zijn vordering tot tenuitvoerlegging zal worden afgewezen indien de rechtbank de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders oplegt.

VRIJSPRAAK

Het primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zoals vermeld in de aangehechte bijlage, aangeduid als B1 tot en met B2. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Subsidiair: Oplichting.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

- Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één of meer misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 17 oktober 2005 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten tenminste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel veroordeeld. De betreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

Omtrent verdachte is op 2 januari 2006 door drs. B.F. Hoek, klinisch psycholoog, gerapporteerd. Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een borderline persoonlijkheidsstoornis en paranoïde, antisociale en afhankelijke trekken.

Deze stoornis heeft ook gespeeld ten tijde van het plegen van het feit, maar de relatie tussen de stoornis en het tenlastegelegde is niet van dien aard dat sprake is geweest van volledige ontoerekeningsvatbaarheid.

Bovendien is sprake van misbruik van cocaïne en heroïne. Mogelijk vervult het drugsgebruik de functie van zelfmedicatie. Verdachte beschikt over onvoldoende middelen om de aanschaf van deze drugs te kunnen bekostigen. Hij vult zijn financiële tekort aan door middel van criminaliteit. Wanneer verdachte geen behandeling zoekt voor zijn ziekelijke stoornis en persisteert in het gebruik van middelen is de kans op recidive groot.

Verdachte mist verder inzicht in zijn stoornis en in de negatieve invloed die drugsgebruik daarop heeft. Een verblijf in een gestructureerde omgeving waaruit hij niet kan vluchten, zou voor hem positief kunnen uitwerken. Binnen een dergelijke structuur zou hij door langdurige abstinentie en een begeleiding in de vorm van een afkickprogramma gemotiveerd kunnen raken zijn drugsgebruik te beëindigen. Verdachte zou kunnen profiteren van psychotherapie wanneer hij bereid en in staat is een diepte-investering te doen. Daarnaast zou verdachte betere sociale vaardigheden kunnen verkrijgen waarmee hij zich na detentie in de maatschappij kan staande houden. Hij wordt in staat geacht deel te nemen aan (begeleide) arbeid, waardoor hij over een zinvolle dagbesteding kan beschikken en daarnaast kan reeds in detentie een begin gemaakt worden met het zoeken naar een vorm van begeleid wonen

Omtrent verdachte is in eerste instantie op 28 december 2005 een maatregelrapport opgesteld door B. Manifarges, reclasseringswerker en M.J. Sjardin, unitmanager van Reclassering Nederland. Hierin komt naar voren dat verdachte op zich geschikt zou kunnen zijn voor het ISD-traject en hij ook nadien nog intensieve begeleiding nodig zou hebben, maar dat verdachte niet mee wilde werken aan een plan van aanpak, zodat dit ook niet tot stand was gekomen.

Ter terechtzitting van 11 januari 2006 is gebleken dat verdachte met name geen medewerking aan het plan van aanpak heeft willen geven, omdat de ISD-inrichting niet is toegerust om de behandeling te geven die voor verdachte - gelet op zijn psychische problematiek - noodzakelijk is. De benodigde behandeling kan slechts gerealiseerd worden door middel van plaatsing in De Loodds of een soortgelijke psychiatrische kliniek. Om die reden zou de ISD-maatregel slechts neerkomen op een sober ISD-regiem zonder begeleiding of behandeling van verdachte en voor hem dan ook alleen een aanzienlijk uitstel van de benodigde behandeling betekenen.

De rechtbank heeft onderschreven dat - gelet op de dubbele problematiek van verdachte - plaatsing van verdachte in De Loodds na enige tijd aangewezen zou zijn en een verblijf gedurende twee jaar in de Stadsgevangenis, zonder die doorplaatsingsmogelijkheid, in het geval van verdachte de facto neer zou komen op een kale detentie. Anderzijds heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen dat verdachte zijn behandeling aldaar zal continueren op vrijwillige basis of onder druk van het opleggen van die behandeling als bijzondere voorwaarde bij een maatregel of detentie.

Om die reden heeft de rechtbank het onderzoek geschorst en laten onderzoeken in hoeverre de aangegeven plaatsing in De Loodds ook gerealiseerd kan worden onder de paraplu van de ISD-maatregel en die doorplaatsing vanuit de instelling ook deel uit kan maken van het plan van aanpak.

Door de reclassering is hierover nader gerapporteerd ter terechtzitting van 5 april 2006. Het navolgende plan van aanpak is voorgesteld:

"(...)

- verdachte wordt geobserveerd door het psycho-medisch team van P.I. de Stadsgevangenis te Hoogvliet. De psychische gesteldheid wordt wekelijks behandeld. In de Stadsgevangenis dient in overleg met stichting Mozaïek en de Loodds gekeken te worden naar een mogelijke doorplaatsing naar de Loodds.

- Om de vaardigheden van verdachte te vergroten kan betrokkene deelnemen aan een training psycho-educatie en/of leefstijltraining.

- Verder is het belangrijk dat verdachte een dagstructuur en -ritme aangeboden krijgt. Hiertoe kan verdachte deelnemen aan de arbeid.

- Het opgestelde plan van aanpak kan in het kader van de maatregel door de P.I. de Stadsgevangenis uitgevoerd worden. Zij zullen het proces volgen, sturen en uitvoeren."

- Dit Plan van Aanpak is met verdachte besproken en hij is hiermee akkoord gegaan. Ter zitting is nogmaals bevestigd dat verdachte geschikt is voor plaatsing in de Loodds en dat dit ook onder de vigeur van de maatregel gerealiseerd zal kunnen worden.

Volgens Reclassering Nederland is het raadzaam om na zes maanden te evalueren en te bekijken of het plan van aanpak aanslaat en welke stappen er dienen te worden gezet voor het vervolgtraject.

De rechtbank constateert dat de vele tot op heden aan verdachte opgelegde straffen er tot op heden niet toe geleid geleid dat hij zijn gedrag heeft veranderd.

Gelet op het door verdachte steeds weer veroorzaakte leed en de door hem veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist, mede gelet op al hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, dat aan verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de maximale duur van twee jaren, zonder aftrek van de duur van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de ernst van het begane feit en de veelvuldigheid van de voorafgaande veroordelingen.

Daarbij heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat de maatregel er mede toe strekt de maatschappij te beveiligen en op de wijze waarop thans blijkens het plan van aanpak invulling gegeven zal gaan worden aan de maatregel, deze ook feitelijk kan meewerken aan het verminderen c.q. beëindigen van de recidive van verdachte.

Teneinde de feitelijk invulling en voortgang van de maatregel te kunnen bezien zal de rechtbank deze na zes maanden tussentijds beoordelen.

Alles afwegend acht de rechtbank oplegging van na te noemen maatregel passend en geboden.

VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij op tegenspraak gewezen vonnis d.d. 8 december 2004 van de meervoudige kamer in deze rechtbank is de verdachte ter zake van meerdere diefstallen, een poging tot oplichting en het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

De proeftijd is op grond van artikel 14b, derde lid van het Wetboek van Strafrecht ingegaan op 22 juni 2005. Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd.

Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Gezien echter de door de rechtbank op te leggen maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders, wijst de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 38s en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (TWEE) JAREN;

- gelast dat er over 6 maanden een tussentijdse beoordeling van de maatregel zal plaatsvinden;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 8 december 2005 van de meervoudige kamer in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van de Grampel, voorzitter,

en mrs. Derkx en Geurts - De Veld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 april 2006.