Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AW1830

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-04-2006
Datum publicatie
13-04-2006
Zaaknummer
257973/KG ZA 06-215 en 257983/KG ZA 06-216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gemeente vordert terugbetaling van aan fractie betaalde voorschotten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende van een spoedeisend belang van de gemeente bij haar vorderingen is gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummers: 257973/KG ZA 06-215

257983/KG ZA 06-216

Uitspraak: 13 april 2006

VONNIS in kort geding in de zaak onder zaak-/rolnummer 257973/KG ZA 06-215 van:

de GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. R.W. van Harmelen,

advocaat mr. S.C. Borger,

- tegen -

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

in persoon verschenen,

2. de stichting STICHTING NIEUW RECHTS,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

niet verschenen,

- alsmede -

VONNIS in kort geding in de zaak onder zaak-/rolnummer 257983/KG ZA 06-216 van:

de GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. R.W. van Harmelen,

advocaat mr. S.C. Borger,

- tegen -

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

in persoon verschenen,

2. de stichting STICHTING NIEUW RECHTS,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als “de Gemeente” respectievelijk [“X” (gedaagde sub 1 in de zaak met nummer 257983/KG ZA 06-215)], “de Stichting” en [“Y” (gedaagde sub 1 in de zaak met nummer 257883/KG ZA 06-216)].

1. Het verloop van het geding

1.1

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaardingen van 6 maart 2006;

- pleitnotities en producties van mr. Borger;

- producties van [X] en de Stichting;

- producties van [Y];

- door [X] ter zitting gehanteerde aantekeningen.

De raadslieden van de Gemeente, alsmede [X] en [Y] hebben de respectieve standpunten nog toegelicht ter zitting van 30 maart 2006.

1.2

Ter terechtzitting heeft [X] gesteld in beide procedures ook namens de Stichting te verschijnen.

Onder verwijzing naar artikel 255, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (verder: Rv) merkt de voorzieningenrechter de Stichting niet als in rechte verschenen aan. De Stichting is niet verschenen bij procureur en evenmin “in persoon”, immers als zodanig kan in het onderhavige geval slechts in rechte optreden de persoon die volgens de statuten van de Stichting daartoe bevoegd is. Dat [X] daartoe bevoegd is, is niet gebleken, te meer niet nu [X] – hoewel daartoe door de voorzieningenrechter in de gelegenheid gesteld – ook na de behandeling ter zitting in dat verband geen stukken waaruit zijn bevoegdheid zou blijken heeft overgelegd.

Een en ander betekent dat de voorzieningenrechter verstek zal verlenen tegen de Stichting.

1.3

Mede nu van de zijde van de Gemeente daartegen geen bezwaar is gemaakt, heeft de voorzieningenrechter [X] toegelaten om het standpunt van de Stichting kenbaar te maken. Die informatie heeft de voorzieningenrechter in zijn beoordeling van het geschil meegewogen.

1.4

Aangezien de doelmatigheid is gediend met een gezamenlijke behandeling zijn beide gedingen, die ook overigens verknocht zijn, gelijktijdig behandeld en worden zij ook gelijktijdig berecht.

2. De feiten

2.1

Sinds februari 2003 vormt [X] als lid van de gemeenteraad van Rotterdam een eenmansfractie, genaamd “fractie-[X]”.

2.2

Bij besluit van 1 april 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam de fractie [X], bij wijze van voorschot, een tegemoetkoming in de fractiekosten toegekend voor het jaar 2003. Bij besluit van 23 april 2004 heeft het Presidium van de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam de fractie [X] een tegemoetkoming in de fractiekosten voor het jaar 2004 toegekend. Beide tegemoetkomingen zijn aan de fractie [X] voldaan en door de Stichting ontvangen.

2.3

Bij besluiten van 26 oktober 2005 is aan de fractie [X] medegedeeld dat

- het college van burgemeester en wethouders besloten heeft tot terugvordering van het over 2003 betaalde voorschot ad € 10.181,88, en

- het Presidium besloten heeft tot terugvordering van het over 2004 betaalde voorschot ad € 22.548,45.

2.4

In de periode van eind september 2003 tot begin februari 2004 heeft [X] samen met [Y] de fractie [X]/[Y] gevormd.

2.5

Bij besluit van 18 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders aan de fractie [X]/[Y] voor het jaar 2003 een tegemoetkoming in de fractiekosten toegekend. Deze tegemoetkoming is aan de fractie [X]/[Y] voldaan en door de Stichting ontvangen.

2.6

Bij besluiten van 26 oktober 2005 van het college van burgemeester en wethouders en van 10 januari 2006 van de Burgemeester van de gemeente Rotterdam is besloten over te gaan tot terugvordering van de fractie [X]/[Y] van een totaalbedrag van € 14.909,54 betreffende het jaar 2003.

Bij besluit van eveneens 26 oktober 2005 heeft het Presidium besloten de voor het tijdvak van 1 januari 2004 tot 5 februari 2004 verstrekte voorschotten ad € 4.883,= van de fractie [X]/[Y] terug te vorderen.

2.7

Tegen alle bovengenoemde terugvorderingsbesluiten is bezwaar gemaakt door [X] en [Y]. Bij besluiten van 31 januari 2006 en 2 februari 2006, allen verzonden op 8 februari 2006, zijn deze bezwaren ongegrond verklaard.

Tegen deze besluiten op bezwaar is beroep ingesteld bij deze rechtbank, sector bestuursrecht.

3. Het geschil (in conventie) in de gevoegde zaken

3.1

De Gemeente vordert in deze procedures, verkort en zakelijk weergegeven, om [X], [Y] en de Stichting te veroordelen tot terugbetaling van de ontvangen voorschotten en in de kosten van deze gedingen.

3.2

Aan deze vorderingen heeft de Gemeente, kort gezegd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd.

Uitgegaan dient te worden van de rechtmatigheid van de terugvorderingsbesluiten. Mitsdien heeft de Gemeente op [X], [Y] en de Stichting uit de wet volgende vorderingen, welke zij weigeren te voldoen. De Gemeente heeft er een spoedeisend belang bij dat bedoelde bedragen op zo kortst mogelijke termijn worden geïncasseerd.

Gezien de financiële daadkrachtigheid van de Gemeente is een restitutierisico niet aan de orde. Aangenomen mag worden dat de bodemrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de vorderingen zal toewijzen.

3.3

[X] en [Y] hebben, kort gezegd, geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.

4. Het geschil in reconventie in de zaak met zaak-/rolnummer 257973/KG ZA 06-215

4.1

[X] vordert in deze procedure om de Gemeente te veroordelen alle nog openstaande opgeschorte betalingen (vanaf juni 2005) tot en met 16 maart 2006 per direct volledig uit te betalen aan de Stichting.

4.2

Aan deze vordering heeft [X] ten grondslag gelegd dat hij de financiële verantwoording over de jaren 2003 en 2004 heeft ingeleverd en dat hij alle medewerking heeft verleend om tot een zo spoedig mogelijke controle van die verantwoording te komen, zodat de Gemeente voldoende tijd heeft gehad om de controle en besluitvorming nader af te handelen.

5. De beoordeling

in reconventie in de zaak met zaak-/rolnummer 257973/KG ZA 06-215

5.1

Uitgangspunt is dat voor het instellen van een reconventionele eis in kort geding procureurstelling vereist is. Aangezien zich voor [X] geen procureur gesteld heeft, zal zijn vordering in reconventie niet-ontvankelijk worden verklaard.

in de gevoegde zaken voor het overige

5.2

Ingevolge artikel 254, lid 1, Rv is in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven.

Daarbij geldt dat - ook bij een geldvordering in kort geding – feiten en omstandigheden moeten worden gesteld welke meebrengen dat in het ter beoordeling voorgelegde geval uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

5.3

De Gemeente heeft in dit verband gesteld dat zij ter zake (door raadsleden) onterecht ontvangen gemeenschapsgelden een rechtlijnig en eenduidig beleid wenst te voeren, dat leidt tot een zo spoedig als mogelijk zijnde terugbetaling daarvan. Voorts heeft zij gesteld dat in het licht van behoorlijke en zuivere bestuurlijke verhoudingen binnen de gemeente(lijke) organen, waarin financiële integriteit van groot belang is, het gewenst is dat een functionerend raadslid een onbetwistbare vordering van de Gemeente wegens ten onrechte genoten subsidie voor diens functioneren als raadslid op hem ten spoedigste en zonder gedraal voldoet. De Gemeente acht een dergelijke zo spoedig als mogelijke betaling ten opzichte van haar inwoners een publieke noodzaak.

Tenslotte heeft de Gemeente gesteld dat de invordering van een opeisbare schuld aan de overheid per definitie een spoedeisend belang heeft en dat het hier gaat om gemeenschapsgeld dat door de overheid besteed moet worden ten algemene nutte.

5.4

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in casu onvoldoende van een spoedeisend belang van de Gemeente bij haar vorderingen is gebleken.

Het moge zo zijn dat de Gemeente een rechtlijnig en eenduidig beleid wenst te voeren en een zo spoedig mogelijke betaling als publieke noodzaak acht, zulks maakt echter niet dat reeds om die redenen van een spoedeisend belang bij de door de Gemeente ingestelde vorderingen kan worden gesproken. De Gemeente heeft, ook ter zitting, niet kunnen aangeven op basis van welke voor dit geval specifieke geldende feiten en omstandigheden sprake is van een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Daarbij tekent de voorzieningenrechter aan dat het voor wat betreft de vordering jegens [Y] om een relatief klein bedrag gaat, zodat niet kan worden ingezien dat de Gemeente door het niet incasseren van dat bedrag in liquiditeitsproblemen geraakt. Zulks is overigens in het geheel ook niet gesteld door de Gemeente.

De stelling van de Gemeente dat de invordering van een opeisbare schuld aan de overheid per definitie spoedeisend is, kan bij gebreke van een nadere onderbouwing van die stelling, niet worden gevolgd.

Tenslotte zijn door de Gemeente geen relevante feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de slotsom kunnen leiden dat een beslissing in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

5.5

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van de Gemeente bij gebreke van spoedeisend belang zullen worden afgewezen.

De overige stellingen van partijen kunnen derhalve onbesproken blijven.

De Gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [X] en [Y]. [X] heeft de door hem gevorderde kosten van juridische bijstand niet nader met schriftelijke bewijsstukken onderbouwd, zodat deze kosten niet aannemelijk zijn geworden. Deze kosten zullen derhalve niet worden toegewezen.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter,

in de zaak onder zaak-/rolnummer 257973/KG ZA 06-215

in conventie

verleent verstek tegen de niet verschenen Stichting;

wijst af de vorderingen van de Gemeente;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [X] bepaald op € 248,= aan verschotten;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

verklaart [X] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

in de zaak met zaak-/rolnummer 257983/KG ZA 06-216

verleent verstek tegen de niet verschenen Stichting;

wijst af de vorderingen van de Gemeente;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [Y] bepaald op € 248,= aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Groen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Wal-de Jong, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1194/153