Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AV9818

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
11-04-2006
Zaaknummer
230838 / HA ZA 05-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Eiser stelt dat advocaat hem onjuist heeft geadviseerd en dat hij als gevolg van die onjuiste advisering te hoge kinderalimentatie heeft betaald. Advocaat erkent dat alimentatieberekening niet klopte, maar betwist dat hij eiser heeft geadviseerd. Bewijsopdracht aan eiser van door gedaagde verrichte advieswerkzaamheden. Indien eiser slaagt in bewijs is zijn vordering slechts ten dele toewijsbaar. Een deel van de schade moet voor rekening van eiser blijven, omdat hij pas in een heel laat stadium bij de rechtbank om wijziging van de alimentatie heeft verzocht, terwijl vast staat dat zijn verzoek naar alle waarschijnlijkheid zou zijn toegewezen. Voorzover eiser een hoger bedrag vordert dan overeenkomstig de wijzigingsbeschikking van de rechtbank tussen hem en zijn ex-echtgenote is overeengekomen, ontbreekt causaal verband met eventuele beroepsfout van gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 230838 / HA ZA 05-56

Uitspraak: 5 april 2006

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser],

wonende te [gemeente],

eiser,

procureur mr. E.M. Buijs-van Bemmel,

advocaat mr. M.E. Visser te Alblasserdam,

- tegen -

mr. [X],

kantoorhoudende te [gemeente],

gedaagde,

procureur mr. J.H.A.M. Scheiffers,

advocaat mr. R. Kossen te 's-Gravenhage.

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 24 november 2004 en de door eiser overgelegde producties;

- conclusie van antwoord;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 9 maart 2005, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 7 juni 2005;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door eiser overgelegde producties.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemoti-veerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Op 26 juni 2001 heeft de voormalig echtgenote van eiser, mevrouw [E], zich tot gedaagde gewend met het verzoek haar belangen te behartigen in een echtscheidingsprocedure jegens eiser. Dat huwelijk was in Rotterdam gesloten op 23 september 1988. Uit dat huwelijk zijn twee kinderen geboren, op respectie-velijk 7 september 1993 en 29 maart 1995.

2.2 Gedaagde heeft op 28 juni 2001 een alimentatieberekening gemaakt, waaruit een draagkracht van eiser bleek van f 750,00 per kind plus een partneralimentatie van f 922,43 per maand. Gedaagde heeft verzuimd in die alimentatieberekening de op eiser toepasselijke bijstandsnorm per maand te verwerken.

2.3 Eiser en zijn ex-echtgenote hebben op 6 juli 2001 een echtscheidings-convenant ondertekend, waarbij zij - voor zover van belang - zijn overeen-gekomen:

"ARTIKEL 1

… De man is bereid en in staat om een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen voornoemd, te weten met een bedrag van fl. 750,-- per maand per kind …

Ten aanzien van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, hebben partijen afgesproken, dat van een dergelijke bijdrage ten titel van alimentatie geen sprake zal zijn, zodat de alimentatieplicht van de man beperkt zal blijven tot die ten aanzien van de kinderen, zulks als hierboven aangegeven;"

2.4 Gedaagde heeft namens eiser en mevrouw [E] gezamenlijk een echtschei-dings-verzoek bij de rechtbank ingediend. De rechtbank heeft hierop bij beschikking van 3 september 2001 uitspraak gedaan. In die beschikking is de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat eiser vanaf de datum van inschrijving van die uitspraak diende bij te dragen in de kosten van de kinderen met f. 750,00 (€ 340,34) per kind per maand. De beschikking is op 16 oktober 2001 ingeschre-ven in de registers van de burgerlijke stand.

2.5 Bij brief van 27 mei 2002 heeft eiser gedaagde aansprakelijk gesteld voor de schade die eiser als gevolg van de verkeerde alimentatieberekening van gedaagde meent te hebben geleden.

2.6 In oktober 2003 is namens eiser bij de rechtbank een verzoekschrift tot wijziging van de kinderalimentatie ingediend. In dat verzoekschrift zijn de kosten van de kinderen berekend op € 285,00 per kind per maand. Verzocht werd de kinder-alimentatieverplichting van eiser met ingang van 16 oktober 2001 te verminderen tot een bedrag van € 160,00 per kind per maand, dan wel vanaf een door de rechtbank te bepalen datum.

2.7 Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 28 oktober 2003. Bij beschikking van 12 december 2003 heeft de rechtbank haar beschikking van 3 september 2001 gewijzigd, in die zin dat de daarbij aan eiser opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van 1 december 2003 is bepaald op € 227,00 per kind per maand. Daartoe heeft de rechtbank als volgt overwogen:

"Partijen hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt omtrent de hoogte en de ingangsdatum van de door de man te betalen kinderbijdrage. De rechtbank zal beslissen zoals partijen zijn overeengekomen.

Voorts blijkt uit de stukken dat tussen partijen is komen vast te staan dat:

- de destijds vastgestelde kinderalimentatie niet voldeed aan de wettelijke normen als gevolg van een alimentatieberekening van destijds, waarin verzuimd was het vrijgelaten bedrag aan bijstandsnorm op te nemen;

- de kinderalimentatie een consumptief karakter heeft als gevolg waarvan partijen terecht overeengekomen zijn dat de ingangsdatum voor de overeengekomen kinderalimentatie eerst in een tijdstip in de toekomst ligt, althans aanzienlijk later ligt dan 16 oktober 2001."

3. De vordering

De vordering luidt - zakelijk weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagde aansprakelijk te stellen voor de door hem gemaakte fout en gedaagde te veroordelen om aan eiser te betalen de schade die eiser heeft geleden, lijdt en zal lijden ten bedrage van in totaal € 15.005,96 met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft eiser aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Gedaagde heeft in opdracht van eiser en zijn ex-echtenote, mevrouw [E], bij hun echtscheiding hun wederzijdse belangen behartigd. Gedaagde is jegens eiser tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit die overeenkomst.

3.2 Mevrouw [E] heeft eiser voorgesteld dat hij als kinderalimentatie zou betalen een bedrag van f. 750,00 per kind per maand, zijnde het bedrag dat uit de hierboven onder 2.2 bedoelde alimentatieberekening van gedaagde volgde. Zonder voorbehoud en onder verwijzing naar die door hem gemaakte alimentatie-berekening, heeft gedaagde eiser geadviseerd het voorstel van mevrouw [E] te aanvaarden. Naast het verzuim van gedaagde om in de alimentatieberekening de op eiser toepasselijke bijstandsnorm per maand te verwerken, heeft gedaagde daarin ten onrechte geen rekening gehouden met de kosten die eiser op dat moment maakte.

3.3 Eiser is bij het sluiten van het echtscheidingsconvenant afgegaan op het advies van gedaagde. Dit advies was onjuist. Indien gedaagde een juiste berekening had uitgevoerd en derhalve de bijstandsnorm en de forfaitaire eigenaarslasten in de berekening had opgenomen, zou de draagkracht van eiser een kinderalimentatie van maximaal f 450,00 (€ 204,20) per kind per maand toelaten.

3.4 De schade ter zake van teveel betaalde kinderalimentatie bedraagt vanaf 16 oktober 2001 tot en met 1 december 2003, rekening houdend met de indexeringspercentages voor 2002 van 4,6 en voor 2003 van 3,9:

? in 2001: 2½ ? (2 ? € 340,34 - 2 ? € 204,20) = € 680,70

? in 2002: 12 ? (2 ? € 355,99 - 2 ? € 213,58) = € 3.417,46

? in 2003: 11 ? (2 ? € 369,87 - 2 ? € 221,92) = € 3.254,90 +

Totaal: € 7.353,06

De schade van eiser loopt zolang hij alimentatie voldoet. Hij gaat ervan uit dat hij alimentatie betaalt tot en met de maand dat de kinderen de 20-jarige leeftijd bereiken. Vanaf 1 december 2003, uitgaande van de gemiddelde indexering van 3% per jaar, bedraagt de schade voor eiser:

? 2003: 1 ? € 10,16 = € 10,16

? 2004: 12 ? € 10,42 = € 125,05

? 2005: 12 ? € 10,72 = € 128,64

? 2006: 12 ? € 11,04 = € 132,48

? 2007: 12 ? € 11,38 = € 136,56

? 2008: 12 ? € 11,72 = € 140,64

? 2009: 12 ? € 12,07 = € 144,84

? 2010: 12 ? € 12,43 = € 149,16

? 2011: 12 ? € 12,81 = € 153,72

? 2012: 12 ? € 13,19 = € 158,27

? 2013: 12 ? € 6,80 = € 81,60

? 2013: 9 ? € 6,80 = € 61,20

? 2014: 12 ? € 7,00 = € 84,00

? 2015: 3 ? € 7,21 = € 21,63 +

Totaal: € 1.527,95

3.5 De kosten van het voeren van de wijzigingsprocedure zijn kosten die zijn terug te voeren op de toerekenbare tekortkoming van gedaagde. De kosten van rechtsbijstand van eiser, inclusief de kosten van het begroten van de vordering en die van het voeren van onderhandelingen met mevrouw [E] bedragen tot en met 30 november 2003 € 6.124,95. Gedaagde dient deze schade te vergoeden alsmede de na 30 november 2003 gemaakte kosten van rechtsbijstand.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van eiser in de kosten van het geding.

Gedaagde heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Gedaagde heeft tot de datum van de vastlegging van de tussen eiser en mevrouw [E] gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant niet de belangen van eiser behartigd. Bij de totstandkoming van die afspraken, noch bij de daaraan ten grondslag liggende overwegingen heeft gedaagde, benevens de toezending van de draagkrachtberekening van 28 juni 2001, een rol gespeeld. Gedaagde heeft niet tussen mevrouw [E] en eiser bemiddeld. Even-min heeft hij eiser geadviseerd om in te stemmen met een kinder-alimentatie-verplichting van f. 750,00 per kind per maand.

4.2 De tussen eiser en mevrouw [E] gemaakte afspraken zijn begin juli 2001 aan gedaagde doorgegeven. Eiser en mevrouw [E] hebben hem verzocht deze afspraken op deugdelijke wijze in een convenant op te nemen en aansluitend door middel van een verzoekschrift van beide echtelieden gezamenlijk de echtscheiding te bewerkstelligen.

4.3 De aan gedaagde vanaf begin juli 2001 dan wel op enig moment nadien verstrekte opdracht strekte niet mede tot beoordeling van de door beide echtelieden gemaakte kinderalimentatieafspraak op zijn relevante juridische merites. De op 28 juni 2001 aan mevrouw [E] toegezonden draagkracht-berekening had een dergelijke beoordelende strekking niet. Gedaagde had deze berekening opgesteld aan de hand van de in het gesprek met mevrouw [E] op 26 juni 2001 aan gedaagde opgegeven inkomsten en lasten van eiser. De berekening diende als hulpmiddel voor mevrouw [E] voor haar onder-handelingen met eiser in zake de echtscheiding.

4.4 Tegenover het verzuim dat in de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met de op eiser toepasselijke bijstandsnorm staat dat in die berekening evenmin rekening is gehouden met de hypotheekrenteaftrek van eiser. Wel is er in die berekening rekening gehouden met eisers lasten. Het woningforfait in de berekening die aan de vordering ten grondslag ligt is onjuist. Een juiste berekening kan alleen als grondslg voor aansprakelijkheid en voor de berekening van de omvang van de eventuele schade dienen, indien daarin alle relevante inkomsten- en lastengegevens van eiser zijn verwerkt.

4.5 Eiser heeft verzuimd aan zijn schadebeperkingsplicht te voldoen. Pas in oktober 2003 heeft hij bij de rechtbank een wijzigingsverzoek ingediend, terwijl hij gedaagde al bij brief van 27 mei 2002 aansprakelijk heeft gesteld. De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat de schade van eiser in zijn geheel dan wel gedeeltelijk aan eiser toegedeeld dient te worden.

4.6 De in de wijzigingsprocedure vastgestelde kinderalimentatieverplichting van eiser van € 227,00 per kind per maand per 1 december 2003 voldoet aan de wettelijke maatstaven. Niet valt in te zien dat eiser na die datum schade heeft geleden die in causaal verband staat tot de aan gedaagde verweten beroepsfout.

4.7 Niet vast staat dat eiser tot de 20-jarige leeftijd van de kinderen alimentatie-plichtig zou zijn.

4.8 Eiser heeft met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incasso-kosten niet voldaan aan zijn stel- en specificatieplicht. Voor zover eiser nog zou bewijzen dat buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, dient voor de begroting van de omvang daarvan te worden aangesloten bij Aanbeveling II van het Rapport Voor-werk II.

5. De beoordeling

5.1 Eiser heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde jegens hem een beroepsfout heeft gemaakt. Volgens eiser diende gedaagde op grond van de door eiser en mevrouw [E] aan hem gegeven opdracht zowel eisers belangen als die van mevrouw [E] te behartigen bij hun echtscheiding, maar heeft gedaagde eiser dienaangaande onjuist geadviseerd. Volgens eiser heeft gedaagde onder verwij-zing naar de door hem gemaakte draagkrachtberekening eiser geadviseerd akkoord te gaan met het voorstel van mevrouw [E], inhoudende dat hij een kinderalimentatie van f 750,- per kind per maand zou betalen. Gedaagde heeft deze stellingen van eiser gemotiveerd betwist. Volgens gedaagde heeft hij geen adviserende rol gehad, maar heeft hij ten behoeve van de echt-scheidings-procedure van eiser en mevrouw [E] bij de recht-bank alleen een echt-scheidings-convenant en een verzoek-schrift opgesteld en ingediend, terwijl dat echtscheidingsconvenant zonder zijn hulp was totstandgekomen.

5.2 Gedaagde heeft erkend dat hij een draagkrachtberekening heeft gemaakt, in welke ten onrechte geen rekening is gehouden met de op eiser van toepassing zijnde bijstandsnorm. Vast staat dat in het echt-schei-dings-convenant de door eiser te betalen kinderalimentatie overeen-komstig deze draag-kracht-berekening is bepaald op f 750,00 (€ 340,34) per kind per maand en dat de recht-bank in haar beschikking van 3 september 2001 dienovereen-komstig heeft beschikt. Partijen zijn het er over eens dat deze kinderalimentatie niet voldeed aan de wettelijke normen.

5.3 Maatstaf voor de aansprakelijkheid van een advocaat is of de advocaat bij de uitvoering van de aan hem gegeven opdracht de zorgvuldigheid van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot heeft betracht.

5.4 Indien komt vast te staan dat gedaagde voorafgaand aan of bij het sluiten van het echtscheidingsconvenant onder verwijzing naar de door hem gemaakte draagkrachtberekening eiser heeft geadviseerd akkoord te gaan met de betaling van een kinderalimentatie van f. 750,00 per kind per maand, moet worden geoor-deeld dat gedaagde niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht als zojuist bedoeld. Immers, van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht dat hij bij het advies aan zijn cliënt ter zake van de door de cliënt te betalen kinder-alimentatie rekening houdt met de van toepassing zijnde wette-lijke normen, hetgeen niet is geschied.

5.5 Gelet op de gemotiveerde betwisting aan de zijde van gedaagde, zal eiser, die zich beroept op enig rechtsgevolg, worden opgedragen te bewijzen dat gedaagde hem heeft geadviseerd als hiervoor bedoeld. Indien eiser niet slaagt in het hem opgedragen bewijs, zal de vordering worden afgewezen.

5.6 Indien eiser slaagt in het hem opgedragen bewijs, is gedaagde aansprakelijk voor de schade die eiser als gevolg van de beroepsfout van gedaagde heeft geleden.

5.7 Ten aanzien van die schade overweegt de rechtbank reeds nu dat in ieder geval niet voor toewijzing in aanmerking komt de schade waarvan eiser stelt dat hij die na 1 december 2003 heeft geleden, lijdt en zal lijden, bestaand uit het verschil tussen de conform de wijzigingsbeschikking van de rechtbank d.d. 12 december 2003 te betalen kinder-alimentatie van € 227,00 per kind per maand en de door eiser berekende alimentatie van € 221,92 (geïndexeerd naar 2003) per kind per maand. Zoals uit de wijzigingsbeschikking blijkt, heeft eiser zelf met mevrouw [E] overeenstemming bereikt over de hoogte van de door eiser per 1 december 2003 te betalen kinderalimentatie. Niet gesteld of gebleken is dat de door de rechtbank dienovereenkomstig per 1 december 2003 vastgestelde kinder-alimentatie niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven. Niet valt in te zien derhalve dat na die datum sprake is van schade die in causaal verband staat met de eventuele beroepsfout van gedaagde.

5.8 Voorts heeft te gelden dat een benadeelde binnen redelijke grenzen gehou-den is tot het nemen van maatregelen ter voorkoming of beper-king van de schade. Onduidelijk is gebleven waarom eiser, nadat hij gedaagde bij brief van 27 mei 2002 aansprakelijk had gesteld, tot oktober 2003 heeft gewacht met het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank tot wijziging van de kinder-alimentatie. Nu vast staat dat de oorspronkelijk vastgestelde kinder-alimen-tatie niet voldeed aan de wettelijke maatstaven, zou een verzoek tot wijziging, gelet op het bepaalde in artikel 1:401 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek naar alle waar-schijnlijkheid zijn toegewezen. Van eiser had in redelijkheid verwacht mogen worden dat hij al in een eerder stadium een verzoekschrift bij de recht-bank had inge-diend. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is van de zijde van eiser onweersproken verklaard dat gedaagde naar aanleiding van de aansprakelijk-stelling d.d. 27 mei 2002 op 20 augustus 2002 heeft gereageerd. Het had voor de hand gelegen dat eiser in ieder geval kort nadien een wijzigingsverzoek bij de rechtbank had ingediend. Gelet op het voorgaande is het redelijk dat de schade die eiser stelt na 2002 te hebben geleden, voor zover die nog niet onder 5.7 aan de orde is geweest, voor zijn rekening blijft.

5.9 Resteert de door eiser gestelde schade over de periode van 16 oktober 2001 tot en met 31 december 2002. Gedaagde heeft de omvang van die schade gemotiveerd betwist. De rechtbank overweegt dat de omvang van die schade niet zonder meer kan worden afgeleid uit een correcte draagkrachtberekening. Eiser heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen immers zelf verklaard dat, indien uit de draagkrachtberekening was gevolgd dat hij € 204,- aan kinder-alimentatie zou moeten betalen, terwijl zijn ex-echtgenote hem zou hebben voorgesteld € 207,- te betalen, hij ook met dat laatste bedrag akkoord zou zijn gegaan. Gelet ook op de eigen stelling van gedaagde dat er in ieder geval van kan worden uitgegaan dat in de wijzigingsprocedure aan de hand van alle relevante inkomsten en kostengegevens van mevrouw [E] en eiser in overleg is vast-gesteld dat een kinderalimentatie van de zijde van eiser van € 227,- per kind per maand aan de wettelijke maatstaven voldeed, ziet de rechbank aanleiding de schade, voor zover na bewijslevering komt vast te staan dat gedaagde een beroepsfout heeft gemaakt, te schatten waarbij het per 1 december 2003 vastgestelde bedrag van € 227,- tot uitgangspunt wordt genomen. Eiser heeft onweersproken gesteld dat de indexeringspercentages voor 2002 en 2003 respectievelijk 4,6 en 3,9 bedroegen. Een en ander leidt tot een bedrag aan kinderalimentatie voor 2001 van € 208,11 per kind per maand en voor 2002 van € 218,14 per kind per maand. De gestelde schade laat zich derhalve schatten op:

* 2001: 2½ x (340,33 -/- 208,11) x 2 = € 661,10

* 2002 12 x (351,68 -/- 218,14) x 2 = € 3.204,96 +

Totaal € 3.866,06

5.10 Indien eiser slaagt in het hierboven onder 5.5 bedoelde bewijs, moet worden geoordeeld dat de kosten die eiser heeft moeten maken in verband met het voeren van de wijzigingsprocedure in causaal verband staan met de beroepsfout van gedaagde en als geleden schade voor vergoeding in aanmerking komen. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de omvang van die kosten, zal eiser om proceseconomische redenen bij conclusie na enquête in de gelegenheid worden gesteld die kosten door middel van schriftelijke bescheiden te bewijzen.

5.11 De gevorderde kosten van de raadsvrouw van eiser na 30 november 2003 dienen als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd gesteld te worden afgewezen.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt eiser op te bewijzen dat gedaagde voorafgaand aan of bij het sluiten van het echtscheidingsconvenant onder verwijzing naar de door hem gemaakte draagkrachtberekening eiser heeft geadviseerd akkoord te gaan met de betaling van een kinderalimentatie van f. 750,00 per kind per maand;

bepaalt dat indien eiser dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter-commissaris mr. S.C.C. Hes-Bakkeren;

bepaalt dat de procureur van eiser binnen twee weken na vonnisdatum opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden mei tot en met september 2006 en dat de procureur van gedaagde binnen dezelfde termijn opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.C.Hes-Bakkeren.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

336/777