Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2006:AV6127

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-03-2006
Datum publicatie
21-03-2006
Zaaknummer
05/710
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In beroep heeft eiser gesteld dat deze 66 naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd. Volgens eiser is degene die zich zijn kentekenplaten heeft toegeëigend degene die steeds opnieuw op de locatie Schiekade parkeert terwijl eiser de naheffingen worden opgelegd.

Eiser kan niet aantonen dat hij zich bij de politie heeft gemeld met het verzoek een en ander uit te zoeken. Voorts hebben de naheffingen alle betrekking op een zelfde auto als die van belanghebbende die steeds op de schiekade is geparkeerd. De door hem overgelegde dagdeelkaarten zien op een andere periode, met uitzondering van één dagdeelkaart die niet volledig is uitgekrast. Nu vervolgens eisers auto met het betreffende kenteken, die wederom niet naar behoren op de Schiekade was geparkeerd, door de politie is onderzocht, waaruit bleek dat het chassisnummer van de auto overeenkomt met het kentekenbewijs van eiser is, de rechtbank van oordeel dat het hier niet gaat om een andere auto die met gebruikmaking van eisers kenteken zonder geldig parkeerbewijs parkeert, maar dat het de auto van eiser zelf was die daar steeds geparkeerd stond zonder een geldig parkeerkaartje.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/537
FutD 2006-0567
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector bestuursrecht

Registratienummers: PARKBL 05/710, 05/712 t/m 05/719, 05/728, 05/729, 05/736, 05/738, 05/739, 05/741 t/m 05/750, 05/753, 05/754, 05/756, 05/757, 05/759, 05/760, 05/762 t/m 05/778, 05/780 t/m 05/797 en 05/799-ZWI

Uitspraakdatum: 7 maart 2006

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in de gedingen tussen

[Belanghebbende], wonende te [woonplaats], eiser,

gemachtigde mr. M. Bonarius

en

de directeur gemeentebelastingen Rotterdam, verweerder, gemachtigde mr. B.F.W.J.M. van Boxtel.

1. Ontstaan en loop van de gedingen

Verweerder heeft, voorzover in deze uitspraak aan de orde, gedurende de periode 25 februari 2004 t/m 28 september 2004 eiser 66 maal voor het parkeren van een voertuig met kentekennummer [kentekennummer], op de locatie Schiekade te Rotterdam een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

Tegen deze aanslagen heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij uitspraken van 12 respectievelijk 13 januari 2005 heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard.

Tegen deze 66 uitspraken (hierna: uitspraak op bezwaar) heeft eisers gemachtigde bij brief van 18 februari 2005 beroep ingesteld, allen bekend onder de hierboven vermelde registratie nummers

Verweerder heeft bij brief van 28 april 2005 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2006. Eiser is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is eveneens verschenen bij gemachtigde.

2. Overwegingen

Diverse parkeercontroleurs van de gemeente Rotterdam hebben gedurende de periode van 25 februari 2004 tot 28 september 2004 uur geconstateerd dat een auto met kenteken [kentekennummer] op de locatie Schiekade te Rotterdam stond geparkeerd, zonder dat de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. In verband daarmee is een naheffingsaanslag opgelegd ten bedrage van € 46,25, bestaande uit € 1,25 aan verschuldigde parkeerbelasting (tarief voor 1 uur) en € 45,-- aan kosten voor het opleggen van de naheffing.

In beroep heeft eiser gesteld dat deze 66 naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de beide kentekenplaten van zijn auto met het kenteken [kentekennummer] tussen dinsdag 22 mei 2002 vanaf 22.30 uur en woensdag 29 mei 2002 tot 8.10 uur van zijn automobiel zijn gestolen. Op 29 mei 2002 heeft eiser van deze diefstal aangifte gedaan, van welke aangifte een proces-verbaal is opgemaakt. Volgens eiser is degene die zich deze kentekenplaten heeft toegeëigend degene die steeds opnieuw op de locatie Schiekade parkeert terwijl eiser de naheffingen worden opgelegd.

Verweerder heeft hetgeen eiser heeft aangevoerd gemotiveerd bestreden.

De rechtbank overweegt het volgende.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam heeft de locatie Schiekade aangewezen als een onder het regime van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting 2004 (hierna: Verordening) vallende parkeerplaats. Dit houdt in dat op deze locatie en gedurende bepaalde tijdvakken uitsluitend kan worden geparkeerd met een van gemeentewege verstrekte vergunning, dan wel met een parkeerkaartje dat is verkregen uit de parkeerautomaat.

In geschil is de vraag of de door parkeercontroleurs op meergenoemde locatie Schiekade aangetroffen auto van het merk BMW met het kenteken [kentekennummer]inderdaad de auto van eiser zelf is dan wel dat dit een andere auto betreft met de gestolen kentekenplaten van eisers auto.

De rechtbank is gebleken dat door eiser niet weersproken is dat hij regelmatig zijn auto parkeert aan de Schiekade, nu eiser zelf tegenover de politie heeft verklaard dat hij elke avond naar zijn vriendin gaat die aan de Schiekade woont.

Eiser heeft voorts gesteld dat hij zich herhaaldelijk heeft vervoegd op het politiebureau van het district Noord te Rotterdam met het verzoek ter zake een nader onderzoek in te stellen. Deze stelling kan eiser niet onderbouwen nu – aldus eiser – de politie hem weigert afschriften van de notities van zijn meldingen in het X-pol systeem te verstrekken.

Nu eisers stelling op geen enkele wijze gestaafd wordt door middel van enig schriftelijk stuk, dan wel dat hij namen kan noemen van personen aan wie hij zijn verzoek heeft gedaan, terwijl verweerder evenmin is gebleken dat eiser zulke verzoeken heeft gericht aan de politie van het district Noord meent de rechtbank aan deze stelling van eiser voorbij te moeten gaan.

Dit klemt te meer nu eiser in een tijdsbestek van nog geen jaar in ieder geval – zoals de rechtbank thans bekend is – 81 naheffingsaanslagen heeft ontvangen. Terwijl voorts blijkens het verhandelde ter zitting van 27 februari 2006 voorafgaande aan het jaar 2004 reeds 56 naheffingsaanslagen zijn vernietigd door verweerder.

Van eiser had dan toch zeker verwacht mogen worden dat hij daadwerkelijk had kunnen aantonen dat op allerlei manieren geprobeerd is een eind aan deze situatie te maken.

De rechtbank is voorts uit de overlegde processen verbaal van de regio politie gebleken dat de kentekenplaten van de auto waarop de naheffingsaanslagen betrekking hebben geen duplicaatcode bevatte. Eiser zelf heeft ook tegen over de politie verklaard dat hij er niet van op de hoogte was dat er een mogelijkheid bestond om een “eentje” op zijn kentekenplaat te krijgen. Naar aanleiding van al de naheffingsaanslagen die eiser ontving had toch zeker van hem verwacht mogen worden dat hij zich ter zake beter zou (doen) informeren.

De rechtbank acht het niet dan wel weinig aannemelijk, dat de hier aan de orde zijnde naheffingsaanslagen betrekking hebben op het parkeren van een andere auto dan die van eiser.

Immers afgezien van het feit dat het hier steeds gaat om het parkeren op de Schiekade, waar eiser zegt elke avond zijn auto – een blauwe BMW – in verband met bezoek aan zijn vriendin te parkeren, betreft de auto, waarop de hier relevante naheffingsaanslagen betrekking hebben, eveneens een blauwe althans donkere BMW.

Voorts blijkt uit het door eisers gemachtigde mede ondertekende verslag d.d. 19 mei 2005 van de hoorzitting van de Bezwaarcommissie, waar zowel eiser als zijn gemachtigde zijn verschenen, dat eiser op zijn auto op dezelfde dag voor hetzelfde feit op dezelfde plaats een drietal parkeerboetes achter de ruitenwissers heeft aangetroffen, hetgeen hem bevreemdde. Hoewel eisers gemachtigde ter zitting de juistheid van deze passage van het verslag bestreed, meent de rechtbank hieraan voorbij te kunnen gaan, nu hij dit verslag voor accoord mede heeft ondertekend.

Dat eiser steeds als hij op de Schiekade zijn auto parkeerde, gebruik placht te maken van dagdeelvergunningen is niet aangetoond of gebleken. Immers voor zover eiser ter zitting deze vergunningen als ondersteuning van zijn stelling heeft overgelegd, moet deze stelling falen, nu de overgelegde dagdeelvergunningen met uitzondering van één geen betrekking hebben op de hier aan de orde zijnde periode, terwijl die ene, die wel op deze periode betrekking heeft, niet volledig en naar behoren is uitgekrast.

Nu vervolgens eisers auto met het kenteken [kentekennummer], die wederom niet naar behoren op de Schiekade was geparkeerd, door de politie is onderzocht, waaruit bleek dat het chassisnummer van de auto overeenkomt met het kentekenbewijs van eiser is de rechtbank van oordeel dat het hier niet gaat om een andere auto die met gebruikmaking van eisers kenteken zonder geldig parkeerbewijs parkeert, maar dat het de auto van eiser zelf was die daar steeds geparkeerd stond zonder een geldig parkeerkaartje.

Uit het vorenstaande volgt derhalve dat verweerder terecht de 66 hier aan de orde zijnde naheffingsaanslagen heeft opgelegd, zodat de beroepen van eiser hiertegen ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. van Zwieten. De beslissing is op 7 maart 2006

in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van J.S. Kortland, griffier.

De griffier: De rechter:

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.