Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2005:BA0923

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-12-2005
Datum publicatie
16-03-2007
Zaaknummer
223551 / HA ZA 04-2472
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Notebookproject; contractuele verhoudingen en onrechtmatige daad

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 223551 / HA ZA 04-2472

Uitspraak: 7 december 2005

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN,

gevestigd te Eindhoven,

2. de stichting STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT,

h.o.d.n. Katholieke Universiteit Nijmegen, meer in het bijzonder het Nijmeegs Instituut voor Informatica en Informatiekunde,

gevestigd te Nijmegen,

3. de stichting HOGESCHOOL ZUYD,

gevestigd te Heerlen,

eiseressen,

procureur mr. G. van der Wilt,

advocaat mr. dr. L.L.M. Prinsen te Eindhoven,

- tegen -

de vennootschap naar Duits recht TOSHIBA EUROPE GMBH, h.o.d.n. Toshiba Infomation Systems Benelux,

hoofdzetel te Neuss (Duitsland), tevens gevestigd en

kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,

gedaagde,

procureur mr. B.J.R. van Tongeren,

advocaat mr. M.J.M. Vromans te Brussel (België).

Partijen worden hierna afzonderlijk aangeduid als "TU/e" (eiseres sub 1), “NIII” (eiseres sub 2), “HZ” (eiseres sub 3), respectievelijk "Toshiba" (gedaagde).

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 4 augustus 2004 en de door eiseressen overgelegde

producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 5 januari 2005, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 31 maart 2005 en de ten behoeve van de comparitie toegezonden stukken, zoals vermeld in het proces-verbaal;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door de raadslieden

overgelegde spreekaantekeningen.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1

TU/e stelt eerstejaarsstudenten sinds 1997 in de gelegenheid deel te nemen aan de zogeheten Participatieovereenkomst Notebookregeling. Toshiba heeft in het verleden (1997, 1998, 2001 en 2001) notebooks geleverd in het kader van deze regeling van TU/e.

De regeling voor het studiejaar 2002/2003 (verder: de notebookregeling) hield in dat de student van TU/e het recht kreeg het Satellite Pro 6100 notebook met 14 inch beeldscherm van Toshiba (verder: het notebook) te kopen en geleverd te krijgen van Computer Services Solutions (verder: CSS) tegen een koopprijs van € 2.200,-, met een betalingsregeling.

2.2

De student die van de notebookregeling gebruik maakte, werd eigenaar van het notebook en betaalde voor het notebook aan TU/e.

2.3

NIII en HZ hebben eenzelfde notebookregeling ten aanzien van het notebook getroffen voor hun studenten. Ook bij de uitvoering hebben NIII en HZ “meegelift” met TU/e.

2.4

Voor de notebookregeling heeft CSS offertes aangevraagd bij in eerste instantie door Tu/e geselecteerde fabrikanten, waaronder Toshiba.

Toshiba heeft offerte uitgebracht aan CSS op 25 april 2002.

CSS heeft het aanbestedingsproces geregeld, eerst voor Tu/e en later ook voor NIII en HZ. De selectie vond uiteindelijk plaats door TU/e respectievelijk NIII en HZ.

2.5

Getronics heeft in opdracht van TU/e een preselectieonderzoek uitgevoerd naar de mechanische constructie van de drie notebooks uit de offerteronde. Ten aanzien van het notebook (Toshiba SP6100) vermeldt het rapport van Getronics onder meer:

De LCD-constructie is zeer zwak. Buigt alle kanten op, zowel in gesloten als in open toestand.

met als eindconclusie:

De Toshiba SP6100 notebook lijkt qua constructie minder geschikt voor een studentenomgeving.

2.6

Ten aanzien van de beide andere onderzochte notebooks meldt het rapport van Getronics als eindconclusie:

lijkt wat constructie betreft het minst geschikt voor een studentenomgeving

respectievelijk lijkt wat constructie betreft het meest geschikt voor een

studentenomgeving, maar is ook niet “student-proof”.

2.7

Toshiba heeft bij het notebook de standaard (fabrieks)garantie van 3 jaar verstrekt op onderdelen en arbeidsloon. De garantievoorwaarden vermelden voor zover van belang:

De in dit boekje beschreven garantievoordelen zijn alleen beschikbaar voor gebruikers van Toshiba computers die hun product formeel hebben laten registreren (p 67: Garantie Toshiba computers en monitoren).

2.8

In het kader van de notebookregeling is door TU/e, zoals zij ook in het verleden steeds heeft gedaan, met elk notebook een rugtas van het merk Targus (niet afkomstig van Toshiba) aan de studenten ter beschikking gesteld. Door HZ werd een laptoptas, ook in het verleden, van het merk Marksman (evenmin afkomstig van Toshiba) aan de studenten uitgereikt. Die rugtas/laptoptas was bestemd voor het vervoer van het notebook (onder meer op de fiets).

2.9

Door TU/e werd voorheen ten behoeve van de studenten met Getronics een onderhoudscontract voor de notebooks afgesloten. De kosten van reparatie werden steeds door Toshiba vergoed. In geval van NIII en HZ werden en worden alle reparaties verricht door MSO.

2.10

Bij vonnis d.d. 13 november 2002 van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch is CSS in staat van faillissement verklaard.

2.11

Eiseressen hebben in brieven van 15 augustus 2003 (TU/e en NIII) respectievelijk 18 augustus 2003 (HZ) aan Toshiba geschreven dat zij de tussen hen en Toshiba gesloten koopovereenkomsten ter zake van het notebook ontbinden.

3. De vordering

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

- te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen TU/e en Toshiba, tussen NIII en Toshiba, alsmede HZ en Toshiba per 15 c.q. 18 augustus 2003 door de buitengerechtelijke verklaringen zijn ontbonden

en

- Toshiba dienovereenkomstig te veroordelen tot ongedaanmaking, te weten terugbetaling van de koopprijs van € 3.315.828,18 (incl. BTW) aan TU/e, te verminderen met de door TU/e gerealiseerde opbrengst van de verkoop van de notebooks;

- Toshiba dienovereenkomstig te veroordelen tot ongedaanmaking, te weten terugbetaling van de koopprijs van € 104.413,58 (incl. BTW) aan NIII,

- Toshiba dienovereenkomstig te veroordelen tot ongedaanmaking, te weten terugbetaling van de koopprijs van € 122.522,- (incl. BTW) aan HZ,

en

- Toshiba te veroordelen tot betaling van aanvullende schadevergoeding aan TU/e tot een bedrag van € 1.192.365,-

- Toshiba te veroordelen tot betaling van aanvullende schadevergoeding aan NIII tot een bedrag van € 7.990,-

- Toshiba te veroordelen tot betaling van aanvullende schadevergoeding aan HZ tot een bedrag van € 29.850,-

subsidiair

- Toshiba te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan TU/e tot een bedrag van € 2.721.415,-

- Toshiba te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan NIII tot een bedrag van € 112.403,-

- Toshiba te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan HZ tot een bedrag van € 152.371,-

of zoveel minder als de rechtbank in goede justitie gerechtvaardigd acht,

te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van (…) vanaf 13 februari 2003 en over de overige bedragen vanaf de dag der dagvaarding,

met veroordeling van Toshiba in de kosten van het geding.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben eiseressen aan de vorderingen de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

Toshiba heeft aan TU/e, NIII, HZ en aan hun studenten in totaal ca 1.700 exemplaren van het notebook geleverd, te weten: aan HZ 60, aan NIII 53 en aan TU/e 1.581.

3.2

CSS is steeds als bemiddelaar opgetreden, aanvankelijk alleen voor TU/e, maar later ook voor NIII en HZ, door ten behoeve van TU/e bij fabrikanten offertes aan te vragen en het aanbestedingsproces te regelen. Er was sprake van een bemiddelingsovereenkomst tussen Tu/e (en NIII alsmede HZ) als opdrachtgever en CSS als opdrachtnemer in de zin van artikel 7:425 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). De koopprijs werd door eiseressen via CSS voldaan.

3.3

Het notebook is qua constructie niet geschikt gebleken voor normaal gebruik althans bleek niet over die eigenschappen te beschikken waarop TU/e, NIII, HZ en de studenten bij normaal gebruik mochten rekenen. Het notebook vertoonde herhaald optredende, duidelijke en eenvoudig aantoonbare ernstige gebreken.

3.4

Na de aflevering in augustus en september 2002 is eiseressen gebleken dat de notebooks, in een uitval bij TU/e van gemiddeld 23 exemplaren per week, twee structurele en zich ook na reparatie herhalende problemen vertoonden:

- de machine startte niet;

- het display viel voor één- of tweederde uit.

De oorzaak van het gebrek is gelegen in de zwakke constructie. Overgelegd is een onderzoeksrapport van KEMA waaruit volgens eiseressen blijkt dat de oorzaak van de defecten aan de notebooks ligt in een zwakke constructie van de notebooks. De constructie voor de bevestiging van de beeldschermen is te zwak uitgevoerd. Bij een bepaalde wijze van vastpakken van het notebook, bij normaal gebruik, braken door het uitoefenen van normale krachten de verbindingen in het beeldscherm. Voorts waren en problemen door loszittende VGA-kaartjes en door andere oorzaken. Uit het KEMA-rapport blijkt dat er simpelweg te weinig ruimte op de VGA-kaart was om extra bevestigingsschroeven te plaatsen. Ook dit is een constructiefout, aldus eiseressen.

3.5

Het lijkt er volgens eiseressen op dat de onderhavige notebooks “maandagmorgen-notebooks” zijn dan wel de eerste exemplaren in de nieuwe lichting 6100 waar bij de eerste aflevering problemen optraden door de zwakke randconstructie en het loszittende VGA-kaartje, die later door Toshiba zijn aangepast. De door Getronics voorgestelde beugel is later door eiseressen in alle 6100’s aangetroffen. Toshiba heeft in een later stadium bij meerdere gelegenheden erkend dat dit notebook behoort tot een nieuwe lichtere generatie die mechanisch tegen minder druk bestand is, hetgeen overeenstemt met de conclusie van Getronics dat dit notebook qua constructie minder geschikt lijkt voor een studentenomgeving.

De zwakke constructie is een eigen ontwerpkeuze van Toshiba voortgekomen uit de wensen van de markt. Toshiba had TU/e en NIII voorafgaand aan de aankoop moeten informeren over het feit dat sprake is van een lichtere generatie. Toshiba heeft in zoverre verwijtbaar niet aan haar mededelingsplicht voldaan.

3.6

Indien CSS niet als bemiddelaar kan worden gekwalificeerd, laat dit onverlet dat Toshiba een fabrieksgarantie is overeengekomen met TU/e ten behoeve van haar en de studenten. Dit blijkt ook uit haar offerte. Op het verwijtbaar niet nakomen van die garantieverplichting spreken eiseressen nu Toshiba aan.

3.7

Toshiba heeft zich onvoldoende ingespannen om voor zover deugdelijke nakoming niet reeds blijvend onmogelijk was, een voor eiseressen acceptabele oplossing te vinden.

Toshiba heeft zich als fabrikant en garantiegever in deze kwestie uiterst passief opgesteld en niet constructief meegewerkt aan het zoeken naar oplossingen. Zij wilde niet overgaan tot het verrichten van kostenloze reparatie, waar zij dat wel had moeten doen, en wees de verantwoordelijkheid voor de storingen af. Zij hield vol dat de notebooks geschikt waren voor normaal gebruik en dat de storingen te wijten zouden zijn aan ruw gebruik en aan het gebruik van bij de notebooks geleverde ongeschikte rugtassen. Dit verweer dient te worden verworpen: de studenten zijn juist heel zorgvuldig met hun notebook omgegaan, want zij weten dat zij daarvan voor hun studie afhankelijk zijn, en de rugtassen werden al jaren gebruikt zonder dat zich de onderhavige problemen voordeden. Toshiba heeft verzuimd haar (garantie)verplichtingen uit de overeenkomst met TU/e en NIII na te leven.

Beide gesignaleerde problemen aan het notebook waren oplosbaar. Getronics heeft eind 2002 twee eenvoudige structurele oplossingen gesuggereerd, met in totaal slechts ongeveer € 70,- kosten per notebook. Toshiba is op deze oplossingen niet ingegaan.

De alternatieve oplossingsrichting van Toshiba was er géén, zodat sprake is van een blijvende onmogelijkheid om de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen.

3.8

Eiseressen hebben de notebookregeling, omdat het gebruik van een notebook bij het huidige onderwijs onmisbaar is. Toshiba heeft eerder geleverd aan TU/e en vertegenwoordigers van Toshiba zijn bij verschillende gelegenheden, onder andere bij de verkoop aan studenten, bij TU/e aanwezig geweest. Toshiba was dus steeds precies op de hoogte van de positie van TU/e, de omgeving waarin de notebooks terecht zouden komen en hoe daarvan gebruik zou worden gemaakt alsmede van het onderwijsbelang van een ongestoord gebruik van het notebook. TU/e nam in de offerte-aanvraag puntsgewijs een aantal specificaties op waaraan de te leveren notebooks in ieder geval moesten voldoen. Toshiba heeft gegarandeerd dat het notebook geschikt was voor een studentenomgeving.

3.9

De gebreken aan de notebooks hebben tot gevolg gehad dat het reguliere onderwijs aan TU/e, NIII en HZ waarin van de notebooks gebruik werd gemaakt, ernstige problemen ondervond. De universitaire “core business” werd hierdoor getroffen doordat practica niet konden doorgaan, tentamens moesten worden uitgesteld en verslagen niet konden worden ingeleverd.

3.10

TU/e heeft gedwongen door de vele uitval de “inruilvoorraad” vergroot van 39 naar 139. De kosten hiervan heeft TU/e onverplicht voor haar rekening moeten nemen. TU/e is voorts zelf onverplicht de kosten gaan dragen voor reparaties, toen bleek dat Toshiba de garantie-aansprakelijkheid afwees. TU/e moest wel, primair voor de uitvoering van haar wettelijke onderwijstaak, als ook ter beperking van de schade als uitvoerder van de met de studenten gesloten notebookregeling. TU/e is bovendien door haar studenten gemachtigd tot het nemen van rechtsmaatregelen. Datzelfde geldt voor NIII en HZ. Op die grondslag wensen eiseressen de door hen geleden schade op Toshiba te verhalen.

3.11

Toshiba is aldus toerekenbaar tekort geschoten in op haar rustende contractuele en/of buitencontractuele verplichtingen:

(1) wat betreft de primaire levering van deugdelijke aan de conformiteitseisen voldoende notebooks en/of

(2) wat betreft de deugdelijke en volledige informatie van eiseressen terzake van de lichtere constructie van het notebook, vóór de aankoop, op het moment dat daar gezien de doelgroep alle aanleiding toe was en Toshiba daartoe ook gehouden kon worden geacht en/of

(3) wat betreft het herstel van door TU/e en de studenten aan de notebooks geconstateerde gebreken waartoe Toshiba op basis van door haar afgegeven fabrieksgarantieverklaringen zowel contractueel als buitencontractueel kon worden gehouden en/of

(4) wat betreft de levering van vervangende notebooks en/of het aanbieden van vervangende schadevergoeding nadat herstel kennelijk onmogelijk was gebleken.

3.12

Gelet op het vorenstaande is sprake van toerekenbare tekortkoming van Toshiba in de nakoming van haar verplichtingen althans van onrechtmatige daad jegens NIII, TU/e en de studenten, waardoor Toshiba gehouden is de door eiseressen en de studenten geleden materiële en immateriële schade te vergoeden, zoals gespecificeerd in de dagvaarding.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiseressen in de kosten van het geding.

Toshiba heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1

Toshiba ontkent ten stelligste dat tussen haar en eiseressen één of meer koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen met betrekking tot de onderhavige notebooks. Er is ter zake een koopovereenkomst gesloten tussen Toshiba en CSS alsmede tussen CSS en eiseressen. De primaire vordering dient daarmee te worden afgewezen.

4.2

Tussen Toshiba en eiseressen is evenmin een fabrieksgarantieovereenkomst tot stand gekomen, aangezien deze blijkens de garantievoorwaarden onder bepaalde voorwaarden alleen tot stand komt tussen Toshiba en de eindgebruikers van de notebooks (i.c. de studenten) en eiseressen geen eindgebruikers zijn. Om die reden dienen ook de subsidiaire vorderingen tot vervangende schadevergoeding te worden afgewezen.

4.3

Indien en voor zover eiseressen bedoelen te stellen dat Toshiba door de fabrieksgarantieovereenkomst jegens de studenten toerekenbaar niet na te komen onrechtmatig jegens eiseressen zou hebben gehandeld waardoor eiseressen schade leden, is Toshiba van mening dat zo’n tekortkoming (waarvan geen sprake is) geen onrechtmatige daad jegens eiseressen oplevert. Ook ontbreekt het causaal verband tussen zo'n tekortkoming en de door eiseressen gemaakte kosten van reparatie c.q. vervanging van notebooks. Eiseressen waren niet verplicht een notebookregeling aan hun studenten aan te bieden. Het belang dat de overheid heeft bij een ongestoorde voortgang van het onderwijs behoort niet tot de belangen die artikel 6:162 BW beoogt te beschermen. Tenslotte geldt dat gestelde schade voor Toshiba niet voorzienbaar was.

4.4

Subsidiair is Toshiba van oordeel dat geen sprake is van non-conformiteit en dat het relatief hoge percentage uitval van de notebooks het gevolg is van door de studenten bij het gebruik uitgeoefende extreme druk op de behuizing. Dit valt niet onder de garantie. De uitvalpercentages van de beeldschermen bij de studenten van eiseressen liggen aanmerkelijk hoger dan die bij de overige gebruikers, zowel in de Benelux als in Europa. Toshiba Japan heeft bij haar onderzoek geconstateerd dat door die externe druk de VGA-kaart loskwam. Zij heeft geadviseerd de gebruikers erop attent te maken zorgvuldig met het notebook om te gaan. De KEMA-test is zonder waarde, omdat deze uitgevoerd had moeten worden met 3 in plaats van 1 volledig aangedraaid schroefje bij de VGA-kaart.

4.5

Toshiba betwist voorts de omvang van de opgevoerde schade alsmede dat deze het gevolg is van enige contractuele of buitencontractuele tekortkoming aan haar zijde jegens eiseressen. Toshiba behoudt zich het recht voor hiertegen nader verweer te voeren, indien eiseressen de schade hebben onderbouwd. De fabrieksgarantie strekt zich in elk geval niet uit tot vervanging door een ander apparaat, hooguit een ander exemplaar van de SP 6100. Op grond van de garantiebepalingen is Toshiba evenmin aansprakelijk voor schade bestaande uit inkomstenderving, gevolgschade, verlies van gegevens of programmatuur of kosten van het opnieuw figureren van notebooks.

Nu eiseressen zelf hebben aangegeven dat de oplossing om de storingen te verhelpen € 70,- kostte, kan de schade nooit meer bedragen dan ongeveer

€ 120.000,-

4.6

Toshiba heeft zich niet passief opgesteld. Zij heeft reeds eind oktober 2002 uitdrukkelijk laten weten wat naar haar mening de oorzaken waren van de opgetreden storingen. In de bespreking op 15 april 2003 heeft zij een technische oplossing (andere constructie tab’s) aan eiseressen geadviseerd. KEMA heeft nagelaten die oplossing te testen.

4.7

Getronics constateerde in het preselectieonderzoek dat geen van de drie notebooks geschikt waren voor een studentenomgeving (dat zij niet “student-proof” waren). Desondanks hebben eiseressen het notebook voor hun studenten geselecteerd. De enige reden die Toshiba hiervoor kan bedenken is de aantrekkelijke prijsstelling. Dit levert eigen schuld c.q. medeschuld op ten aanzien van de gestelde schade.

5. De beoordeling

5.1

Volgens de ter zitting met partijen gemaakte afspraak zal de rechtbank zich in het onderhavige vonnis beperken tot de beoordeling van de rechtsbetrekkingen tussen partijen.

de primaire vordering: de koopovereenkomsten

5.2

Ter beoordeling is allereerst de vraag of tussen de afzonderlijke eiseressen enerzijds en Toshiba anderzijds overeenkomsten ter zake van de koop en verkoop van de notebooks tot stand zijn gekomen, zoals eiseressen hebben gesteld en Toshiba heeft betwist. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.

5.3

Tussen partijen is niet in geding dat CSS een van de vaste wederverkopers van Toshiba, maar niet alleen Toshiba, was en als zodanig onafhankelijk van partijen opereerde. CSS heeft in het kader van de notebookregeling - onder meer ten aanzien van Toshiba - de specificaties verstrekt en de offertes aangevraagd en ontvangen. De communicatie met Toshiba over de transactie verliep via CSS.

De opdrachtbevestiging van TU/e vermeldt CSS als leverancier.

5.4

De levering van de notebooks door Toshiba vond plaats aan CSS, die de notebooks op eigen naam en risico van Toshiba kocht en op haar beurt heeft doorverkocht en geleverd, met een zekere marge per notebook.

5.5

Toshiba heeft gefactureerd aan CSS. Op haar beurt heeft CSS gefactureerd aan elk der eiseressen, die op grond van de notebookregeling betaling verkregen van hun studenten. Eiseressen hebben geen raamovereenkomst met Toshiba gesloten, doch hebben wel met hun studenten de notebookregeling gesloten.

5.6

Op grond van de bovengenoemde gegevens zoals deze volgen uit de offerte en offerteaanvraag, de positie van CSS, de notebookregeling, de aflevering en de facturatie concludeert de rechtbank dat er ten aanzien van de notebooks een overeenkomst van koop en verkoop tot stand gekomen is tussen Toshiba als verkoper en CSS als koper.

5.7

Niet kan worden volgehouden dat CSS als bemiddelaar een koopovereenkomst tussen elk der eiseressen en Toshiba tot stand heeft gebracht als bedoeld in artikel 7:425 BW. CSS kocht niet op naam en voor rekening van een opdrachtgever (i.c. eiseressen). Evenmin is gebleken dat eiseressen aan CSS enig loon voor haar werkzaamheden hebben betaald. CSS trad zelf jegens Toshiba als koper op en heeft daarmee ook in economische zin het risico gelopen. CSS trad vervolgens op als wederverkoper die de notebooks (met een zekere marge) op eigen naam en voor eigen rekening en risico verkocht. Hierdoor is geen rechtsbetrekking tussen partijen tot stand gekomen.

5.8

Nu een contractuele relatie middels een koopovereenkomst tussen partijen heeft ontbroken, treft de ontbinding door eiseressen van dergelijke koopovereenkomsten geen doel. Uit het voorgaande volgt dat evenmin een contractuele relatie uit een koopovereenkomst tot stand gekomen is tussen de studenten en Toshiba.

De primaire vordering ligt in zoverre voor afwijzing gereed.

de subsidiaire vordering: de garantieregeling

5.9

De aanspraak op basis van de garantieregeling betreft blijkens de stellingen van eiseressen uitsluitend Tu/e en NIII, want bij HZ zijn de notebooks blijkens die stellingen wèl in reparatie genomen onder de garantieregeling.

Op grond van de hiervoor onder 2.7 weergegeven garantievoorwaarden is de (fabrieks)garantie uitsluitend beschikbaar voor de gebruiker, die bovendien het notebook moet hebben laten registreren. Aan die voorwaarde wordt voldaan door de studenten van Tu/e en HIII en niet door de afzonderlijke eiseressen zelf.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de afzonderlijke eiseressen geen partij zijn bij de garantieregeling en op die regeling geen beroep kunnen doen. Dat in de offerteronde de garantie bedongen is ten behoeve van TU/e maakt dit niet anders. In zoverre ligt ook de subsidiaire vordering voor afwijzing gereed.

Voor zover Tu/e en NIII bedoeld hebben de vordering uit hoofde van de garantieregeling mede te hebben ingesteld namens haar studenten, wordt verwezen naar het hierna volgende.

voorts

5.10

Nu geen sprake is van rechtsbetrekkingen (en meer in het bijzonder koopovereenkomsten) tussen Toshiba enerzijds en eiseressen c.q. hun studenten anderzijds en nu eiseressen evenmin een beroep kunnen doen op de garantieregeling, is vervolgens ter beoordeling of sprake is van

- toerekenbaar tekortkomen door Toshiba in de nakoming van haar

garantieverplichtingen jegens de studenten (van Tu/e en NIII ) als gebruikers

van de notebooks (voor zover de vorderingen mede zien op de gestelde schade van de studenten)

- onrechtmatig handelen door Toshiba jegens eiseressen dan wel hun studenten door gebreken aan de notebooks en

- onrechtmatig handelen door Toshiba jegens Tu/e dan wel NIII door

niet nakoming van de garantieverplichtingen jegens haar studenten.

Volgens de ter zitting met partijen gemaakte afspraak zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich hierover alsmede over de overige geschilpunten nader uit te laten. De zaak zal hiertoe naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte door eiseressen. Toshiba kan hierop vervolgens eveneens bij akte reageren. Met het oog hierop overweegt de rechtbank alvast het volgende.

5.11

Het ligt in de rede dat partijen in de te nemen akten in elk geval (nader) ingaan op de na te noemen vragen die in het partijdebat naar voren zijn gekomen:

a) de vraag of sprake is van ernstige gebreken die non-conformiteit van de notebooks opleveren;

b) t.a.v. Tu/e en NIII: de vraag of Toshiba verzuimd heeft tot reparatie over te (doen) gaan, hoewel zij daartoe was gehouden (door non-conformiteit dan wel garantie) en zo ja welke schade hiervan het gevolg was;

c) de vraag in hoeverre Toshiba rekening diende te houden met het gestelde onderwijsbelang en in dat verband de vraag of de notebookregeling er louter is in het belang van de studenten of mede in het belang van het onderwijs;

d) de vraag naar de gestelde eigen schuld c.q. medeschuld van eiseressen door het selecteren van een notebook dat volgens het preselectieonderzoek van Getronics minder geschikt was voor een studentenomgeving.

5.12

Eiseressen zullen tevens in de gelegenheid worden gesteld in de te nemen akte de bij dagvaarding gestelde schade nader te onderbouwen en daarbij in te gaan op het verweer dat een deel van de kosten nodeloos gemaakt is. Tevens dienen eiseressen nader en deugdelijk gespecificeerd aan te geven in hoeverre eigen schade wordt gevorderd dan wel schade van de studenten, en in dat laatste geval of eiseressen daartoe beschikken over een last/machtiging van de desbetreffende studenten. Ook hierop kan Toshiba bij akte reageren.

5.13

De rechtbank sluit niet uit dat zij in de vervolgprocedure behoefte zal hebben aan voorlichting door een of meer van partijen onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van de hiervoor onder 5.11 (sub a, b en d) en 5.12 genoemde punten. Om redenen van proceseconomie wordt partijen verzocht zich bij de te nemen akten tevens (mede op basis van hetgeen ter zitting hierover reeds aan de orde is geweest) uit te laten over het aantal en de persoon/personen van de te benoemen deskundigen, de aan deze(n) te stellen vragen en de (maximale) hoogte van het voorschot.

5.14

Bepaald zal worden dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld en dat daartoe het eindvonnis niet behoeft te worden afgewacht.

Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 11 januari 2006 voor het nemen van een akte door - eerst - eiseressen voor de in de rechtsoverwegingen 5.10 tot en met 5.13 aangegeven doeleinden;

bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld en dat daartoe het eindvonnis niet behoeft te worden afgewacht.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.L. van Zetten.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

377