Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2005:AT5020

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-05-2005
Datum publicatie
03-05-2005
Zaaknummer
10.121006-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de bewezen verklaarde periode deelgenomen aan een gestructureerd crimineel samenwerkingsverband dat zich op professionele wijze bezighield met mensensmokkel. Verdachte is betrokken geweest bij twee transporten en één safehouse. Voorts was verdachte belast met het begeleiden van de illegale personen in Nederland alsmede met de verzorging en bewaking van hen in het safehouse.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2005, 264

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Nevenzittingsplaats Alkmaar

Parketnummer: 10.121006-04

Datum uitspraak: 2 mei 2005

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Rotterdam, zittinghoudende te Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte 5]

geboren te Lao Ya Tou (China) op [datum] 1987,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in RIJ De Doggershoek te Den Helder.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 december 2004, 20 januari 2005, 9 februari 2005, 15, 17, 21 en 24 maart 2005 en 4, 5, 7 en 18 april 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, zakelijk weergegeven tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 (te weten 2 transporten en 1 safehouse), 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

- veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebracht, een en ander met toepassing van het meerderjarigenstrafrecht;

- onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten een abonnement stads- en streekvervoer t.n.v. Zheng Zhong, geboren 5-9-1977 alsmede een voordeelurenkaart t.n.v. S.U. Zhi Qi, geboren 3-10-1984.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en mr. M.M. van Daalhuizen, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

Voorzover in dit vonnis de verschillende processen-verbaal met de daarbij behorende bijlagen van het zogenoemde onderzoek "Jonk", de zaaksdossiers worden aangehaald zullen de paginanummers worden genoemd zoals deze voorkomen in het met de latere aanvullingen door de officier van justitie aan de rechtbank overgelegde digitale dossier.

1. TENLASTELEGGING

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 maart 2005 gewijzigd op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de verdachte is, nadat een tweetal vorderingen van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging, gedateerd 4 respectievelijk 7 april 2005, is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam en/of of te Hazeldonk, gemeente Breda, en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, beroepsmatig, althans uit gewoonte, in elk geval meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een of meer perso(o)n(en) uit winstbejag opzettelijk behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of het verblijven in Nederland en/of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen en/of (telkens) een of meer perso(o)n(en) daartoe uit winstbejag gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans ernstige redenen had(den) om te vermoeden, dat die toegang en/of dat verblijf van die perso(o)n(en) in Nederland en/of enige staat welke gehouden was mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen (telkens) wederrechtelijk was/waren; hierin bestaande dat hij, verdachte, tezamen met een of meer mededader(s), althans alleen, (tegen betaling) (onder meer)

(Transport 29 mei 2004)

in of omstreeks de periode van 18 mei 2004 tot en met 29 mei 2004 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland

- Feng Lin (geboren 5 januari 1974 te Fuzhou, China), althans Ping Feng Li (geboren 5 januari 1974 te Chiangle, China) en/of

- Yi Guang Li (geboren 16 augustus 1976 te Fujian, China), althans Ai Guo Li (geboren 16 augustus 1974)

onderdak heeft verschaft in een pand (gelegen aan de [adres] te Rotterdam) en/of een (vervalst) paspoort heeft verstrekt en/of naar het Centraal Station te Rotterdam heeft begeleid en/of (bus)tickets heeft verstrekt, althans voor die Lin en/of Li heeft aangeschaft, en/of (vervolgens) in een bus (met bestemming Spanje) heeft doen instappen, althans naar die bus heeft begeleid;

en/of

(Transport 1 juni2004)

in of omstreeks de periode van 18 mei 2004 tot en met 1 juni 2004 te Rotterdam en/of te Hazeldonk, gemeente Breda, en/of (elders) in Nederland

- Fei Chen (geboren 10 februari 1987 te Fuzhou, China) en/of

- Xiaoyan Chen (geboren 30 maart 1988 te Fugian, China) en/of

- Qiuwen Liu (geboren 5 juli 1988 te Fuzhou/Fugian, China) en/of.

- Wen Hui Xu (geboren 6juli1987 te Sanning, China)

onderdak heeft verschaft in een pand (gelegen aan de [adres] Rotterdam) en/of met een auto (merk Renault, kenteken 5771 RS76) heeft opgehaald (in Rotterdam) en/of (vervolgens) in die auto heeft vervoerd in de richting van de Belgische grens (teneinde die Fei Chen en/of Xiaoyan Chen en/of Qiuwen Liu en/of Wen Hui Xu naar Spanje (en/of Parijs) te vervoeren/begeleiden); en/of

(Safehouse [adres])

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland

een of meer (deels onbekend gebleven) perso(o)n(en) (met Aziatische persoonskenmerken en/of vermoedelijk met de Chinese, althans een buitenlandse, nationaliteit), waaronder in elk geval op of omstreeks 8 juni 2004

- Jing Lin (geboren 20 augustus 1970 te Liang Jiang, China) en/of

- Qiuwen Liu (geboren 5juli1988 te Fuzhou, China) en/of

- Ming Chen (geboren 2 maart 1981 te Pu Dong, China),

onderdak heeft verschaft in een pand (gelegen aan de [adres] te Rotterdam);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 mei 2004 tot en met 4 juni 2004 te Barendrecht en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer afpersing] heeft gedwongen tot de afgifte van 2.000 euro, althans geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten den dele toebehorende aan die [slachtoffer afpersing] en/of restaurant [naam restaurant], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- aan die [slachtoffer afpersing] (telefonisch) (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Ik zit krap en heb 5.000 euro nodig" en/of "Als je dat geld niet geeft dan weet je wel wat er van komt" en/of "Ik heb je een aantal dagen geleden gebeld over die 5.000 euro. Als je niet betaalt, dan stuur ik een aantal mensen naar je toe" en/of

- (in restaurant [naam restaurant]) opzoeken van die [slachtoffer afpersing] en/of (daarbij) vragen

om geld uit de kassa en/of aan die [slachtoffer afpersing] (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Zorg dat je vrijdag het geld hebt, want dan komen wij het halen" en/of "Wij hebben voor vandaag afgesproken. Ik kom de 5.000 euro ophalen" en/of "Geef me 2.000 euro" en/of "Bij jou in de keuken werkt iemand die ook uit hetzelfde gebied als ik komt. Hij weet hoe wij werken in Rotterdam";

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[verdachte 1] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 2] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 mei 2004 tot en met 4 juni 2004 te Barendrecht en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer afpersing] heeft gedwongen tot de afgifte van 2.000 euro, althans geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten den dele toebehorende aan die [slachtoffer afpersing] en/of restaurant [naam restaurant], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- aan die [slachtoffer afpersing] (telefonisch) (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Ik zit krap en heb 5.000 euro nodig" en/of "Als je dat geld niet geeft dan weet je wel wat er van komt" en/of "Ik heb je een aantal dagen geleden gebeld over die 5.000 euro. Als je niet betaalt, dan stuur ik een aantal mensen naar je toe" en/of

- (in restaurant [naam restaurant]) opzoeken van die [slachtoffer afpersing] en/of (daarbij) vragen om geld uit de kassa en/of aan die [slachtoffer afpersing] (dreigend) toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Zorg dat je vrijdag het geld hebt, want dan komen wij het halen" en/of "Wij hebben voor vandaag afgesproken. Ik kom de 5.000 euro ophalen" en/of "Geef me 2.000 euro" en/of "Bij jou in de keuken werkt iemand die ook uit hetzelfde gebied als ik komt. Hij weet hoe wij werken in Rotterdam";

aan welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 26 mei 2004 tot en met 4 juni 2004 te Barendrecht en/of (elders) in Nederland

medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen daarvan,

deze medeplichtigheid bestond hierin dat hij, verdachte, toen daar opzettelijk naar restaurant [naam restaurant] is gereisd en/of dat restaurant heeft betreden en/of (vervolgens) heeft meegenomen een visitekaartje van dat restaurant, waarop (onder meer) een of meer telefoonnummer(s) van dat restaurant stond(en) en/of (vervolgens) dat visitekaartje heeft verstrekt, althans heeft doen toekomen, aan [verdachte 4] (en/of aan [verdachte 1] en/of [verdachte 2]) en/of (aldus) die [verdachte 4] (en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 2]) heeft bekendgemaakt met een of meer telefoonnummer(s) van dat restaurant en/of [slachtoffer afpersing];

3.

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2004 tot en met 29 mei 2004 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het bezit was van een reisdocument, te weten

een (Chinees/Hong Kongs) paspoort (ten name gesteld van Yung Moon Bark, paspoortnummer Hol 580242), waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het reisdocument vals of vervalst was (blijkende uit het feit dat het voorste en het achterste schutblad (persoonsgegevensblad) waren verwisseld);

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam en/of Den Haag en/of Schiedam en/of (elders) in Nederland en/of China en/of Tsjechië en/of Duitsland en/of België en/of Frankrijk en/of Spanje en/of Engeland

(mede) leiding heeft gegeven, althans heeft deelgenomen, aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

te weten het (onder meer) plegen van mensensmokkel (uit beroep of gewoonte) en/of (gewoonte)witwassen,

immers, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar (meermalen) (onder meer):

- een of meer perso(o)n(en), van wie de toegang en/of het verblijf in Nederland wederrechtelijk was/waren, (tegen betaling) uit het buitenland opgehaald en/of in Nederland ondergebracht en/of van een of meer (valse/vervalste) reisdocument(en) en/of (trein/bus)ticket(s) voorzien en/of naar het buitenland vervoerd/doen vervoeren en/of

- geld(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van geld(en) gebruik gemaakt, terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat/die geld(en) -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VOORVRAGEN

1. Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is.

2. Bevoegdheid rechtbank

De rechtbank verklaart zichzelf bevoegd tot kennisneming van de zaak.

3. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank overweegt met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie het volgende.

Vast staat dat verdachte niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en dat de aan verdachte ten laste gelegde strafbare gedragingen deels buiten Nederland hebben plaats gevonden. Op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Vervolging in Nederland is mogelijk, ook ten aanzien van van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen, die buiten Nederland hebben plaats gevonden, indien een relevant deel van de strafbare gedragingen in Nederland is verricht. Deze situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank in casu voor.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het ten laste gelegde het volgende.

4. Aanwezigheid van redenen tot schorsing van de vervolging

Uit het onderzoek op de terechtzitting zijn de rechtbank geen gronden gebleken die moeten leiden tot schorsing van de vervolging.

3. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2. Primair en subsidiair en 3 is ten laste gelegd.

3.1 Ten aanzien van feit 2. primair en subsidiair:

De rechtbank is van oordeel dat - mede gelet op hetgeen hierna onder rubriek 6. (Nadere Bewijsmotivering), is overwogen met betrekking tot de bruikbaarheid van de afgeluisterde telefoongesprekken - niet kan worden bewezen dat verdachte handelingen heeft verricht gericht op de realisatie van de ten laste gelegde afpersing.

3.2 Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte op enig moment het vervalste reisdocument in zijn bezit heeft gehad.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, beroepsmatig, althans uit gewoonte, meermalen,

personen uit winstbejag opzettelijk behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of het verblijven in Nederland en/of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen en/of personen daartoe uit winstbejag gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) ernstige redenen had(den) om te vermoeden, dat die toegang en/of dat verblijf van die personen in Nederland en/of die toegang tot enige staat welke gehouden was mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen wederrechtelijk was/waren,

hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

(Transport 29 mei 2004)

in de periode van 18 mei 2004 tot en met 29 mei 2004 te Rotterdam

- Feng Lin (geboren 5 januari 1974 te Fuzhou, China), althans Ping Feng Li (geboren 5 januari 1974 te Chiangle, China) en

- Yi Guang Li (geboren 16 augustus 1976 te Fujian, China), althans Ai Guo Li (geboren 16 augustus 1974)

onderdak heeft verschaft in een pand (gelegen aan de [adres] te Rotterdam) en/of een vervalst paspoort heeft verstrekt en/of naar het Centraal Station te Rotterdam heeft begeleid en/of bustickets heeft verstrekt, en/of vervolgens naar een bus met bestemming Spanje heeft begeleid;

en

(Transport 1 juni 2004)

in de periode van 18 mei 2004 tot en met 1 juni 2004 te Rotterdam en te Hazeldonk, gemeente Breda, en elders in Nederland

- Fei Chen (geboren 10 februari 1987 te Fuzhou, China) en

- Xiaoyan Chen (geboren 30 maart 1988 te Fugian, China) en

- Qiuwen Liu (geboren 5 juli 1988 te Fuzhou/Fugian, China) en

- Wen Hui Xu (geboren 6 juli1987 te Sanning, China)

onderdak heeft verschaft in een pand gelegen aan de [adres] Rotterdam en met een auto merk Renault, kenteken 5771 RS76 heeft opgehaald in Rotterdam en vervolgens in die auto heeft vervoerd in de richting van de Belgische grens teneinde die Fei Chen en Xiaoyan Chen en Qiuwen Liu en Wen Hui Xu naar Spanje te vervoeren

en

(Safehouse [adres])

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam personen, vermoedelijk met de Chinese, althans een buitenlandse, nationaliteit, waaronder in elk geval op 8 juni 2004

- Jing Lin (geboren 20 augustus 1970 te Liang Jiang, China) en

- Qiuwen Liu (geboren 5juli1988 te Fuzhou, China) en

- Ming Chen (geboren 2 maart 1981 te Pu Dong, China),

onderdak heeft verschaft in een pand gelegen aan de [adres] te Rotterdam;

4.

hij in de periode van 21 augustus 2003 tot en met 8 juni 2004 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland

heeft deelgenomen, aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

te weten het plegen van mensensmokkel uit beroep of gewoonte,

immers, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar meermalen:

personen, van wie de toegang en/of het verblijf in Nederland wederrechtelijk was/waren, tegen betaling in Nederland ondergebracht en/of van (trein/bus)ticket(s) voorzien en/of naar het buitenland doen vervoeren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

6. NADERE MOTIVERING

De rechtbank overweegt met betrekking tot de hierna te noemen onderwerpen het volgende.

Stemherkenning en bruikbaarheid van verslagen van afgeluisterde telefoongesprekken

In dit onderzoek is veelvuldig gebruik gemaakt van het met een technisch hulpmiddel opnemen van telefoongesprekken, welke vervolgens door een tolk zijn vertaald van een Fuzhou-dialect in het Engels, dan wel in het Mandarijn. Het aldus verkregen resultaat is vervolgens door een andere tolk vertaald in de Nederlandse taal en opgenomen in de zogenaamde tapverslagen. Deze tapverslagen bevatten een woordelijke weergave van het gesprek, dan wel een kennelijk door de tolk gemaakte samenvatting van de inhoud van het gesprek.

In het merendeel van de tapverslagen is de identiteit van (één van de) verdachten als (één van de) deelnemers aan het telefoongesprek vermeld.

Daarbij doen zich drie verschillende situaties voor:

a. die waarbij de deelnemer(s) aan een telefoongesprek door middel van het noemen van een naam wordt (worden) geïdentificeerd;

b. die waarbij is aangegeven dat identificatie door stemherkenning door de betrokken tolk heeft plaats gevonden. Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, dat op verzoek van de rechtbank is uitgebracht, blijkt, dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van de betrouwbaarheid van de stemherkenning door de tolken.

c. die waarbij de deelnemer(s) aan het telefoongesprek wordt (worden) geïdentificeerd, maar waarbij niet duidelijk is geworden hoe de identificatie heeft plaats gevonden, terwijl in het gesprek geen namen worden genoemd. Uit de verhoren van de tolken daaromtrent kan evenmin worden opgemaakt hoe deze identificatie heeft plaatsgevonden.

De rechtbank zal voor het bewijs slechts die verslagen van afgeluisterde telefoongesprekken als "ander geschrift" laten meewerken, indien:

1. de deelnemer(s) door middel van het noemen van een naam wordt (worden) geïdentificeerd;

2. op grond van de inhoud van andere bewijsmiddelen (bijv. observaties en/of camerabeelden en/of verklaringen) de identiteit van ten minste één van de deelnemers aan dat gesprek vaststaat en

3. voorts de inhoud van het betreffende gesprek uit een oogpunt van beantwoording van de bewijsvraag voldoende steun vindt in de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Het onder 2. en 3. gestelde vindt ook toepassing in het geval dat geen woordelijk verslag van het telefoongesprek is opgenomen, maar een samenvatting van de inhoud van het gesprek is weergegeven.

De rechtbank is voorts van oordeel dat

- niet is gebleken dat dit dwangmiddel zonder voldoende grond is toegepast;

- de gesprekken op rechtmatige wijze zijn afgeluisterd;

- met betrekking tot de kwaliteit van de door de tolken gemaakte vertalingen niet is gebleken dat er voldoende redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit bewijsmateriaal.

Illegale vreemdeling

Het geven van hulp bij het verblijf van personen in Nederland is strafbaar als deze hulp verstrekt wordt aan personen die wederrechtelijk hier te lande verblijven. Verdachte moet van de wederrechtelijkheid van dat verblijf op de hoogte zijn of ernstige reden hebben te vermoeden dat hiervan sprake is.

Dat de betrokken vreemdelingen daadwerkelijk wederrechtelijk in Nederland verbleven leidt de rechtbank af uit de verklaringen van de betrokken vreemdelingen zelf en/of het feit dat zij niet in het Vreemdelingen Administratie Systeem(VAS) voor kwamen en/of uit de modus operandi.

Winstbejag

Voorts is voor strafbaarheid noodzakelijk dat de hulp aan personen bij het zich verschaffen van toegang tot en/of het verblijven in Nederland gegeven wordt uit winstbejag. Uit de stukken betrekking hebbend op de diverse zaken leidt de rechtbank af dat de betrokken vreemdelingen voor hun reis en/of aansluitend verblijf in Nederland (hoge) geldbedragen betaalden aan - mededaders van - verdachte. Voorts blijkt uit een aantal afgeluisterde telefoongesprekken dat ook door verdachte over geldbedragen en betalingen is gesproken. Gelet hierop, alsmede gelet op de omstandigheden dat verdachte en/of zijn mededaders zonder kosten gebruik mochten maken van woningen welke kennelijk met het oog op het plegen van de ten laste gelegde mensensmokkel waren gehuurd en/of daarbij kosteloos kost en inwoning genoten en/of zakgeld ontvingen en/of konden delen in de met de transporten behaalde winst en/of tegen een zeer geringe vergoeding over arbeidskrachten kon beschikken en nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte uit louter ideële motieven heeft gehandeld, neemt de rechtbank aan dat verdachte heeft gehandeld uit winstbejag.

Per 1 januari 2005 is artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht gewijzigd door het laten vervallen van het begrip winstbejag in lid 1 van genoemd artikel.

Deze wijziging heeft onmiddellijke werking. Ten opzichte van artikel 197a(oud) van genoemd wetboek betekent de wijziging van de tekst van het artikel voor de verdachte een minder gunstige strafrechtelijke positie. De rechtbank zal derhalve overeenkomstig het gestelde in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht bij haar beoordeling van de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde transporten aansluiting zoeken bij artikel 197a(oud) van genoemde wet.

Voorzover aan verdachte ten laste is gelegd, kort gezegd, het behulpzaam zijn van een vreemdeling bij het verblijven in Nederland, zal de rechtbank het "nieuwe" artikel 197a lid 2 toepassen, aangezien toepassing van dit artikel geen voor de verdachte ongunstiger situatie oplevert. In dat geval geldt onverkort dat bewezen moet worden dat verdachte uit winstbejag heeft gehandeld.

Organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte deel nam aan een organisatie die het oogmerk had het plegen van mensensmokkel. Deze organisatie was internationaal georganiseerd en stond in Nederland onder leiding van de medeverdachte [verdachte 2], alias [verdachte 2]. De transporten vonden plaats over het grondgebied van diverse landen.

Binnen Nederland gaf [verdachte 2] leiding aan het Nederlandse deel van de organisatie, gericht op de realisatie van transporten van illegale personen naar Nederland en/of via Nederland naar een ander westers land en op het beheer van safehouses en verrichtte verdachte allerlei handelingen ten behoeve van deze organisatie.

Beroep of gewoonte

Voor zover blijkens de bewezenverklaring verdachte zich meerdere keren heeft schuldig gemaakt aan de op mensensmokkel gerichte activiteiten, is de rechtbank van oordeel dat tussen die handelingen een zodanig verband bestaat, dat er sprake is van een door een pluraliteit van handelen gevormde "gewoonte" van verdachte. De rechtbank heeft een keuze tussen de wettelijke alternatieven beroep of gewoonte achterwege gelaten, omdat een dergelijke keuze voor de rechtskundige betekenis van hetgeen bewezen is verklaard in voorkomende gevallen van geen belang is nu de gebezigde bewijsmiddelen tevens het oordeel toelaten dat verdachte van het hiervoor bedoelde verboden handelen een beroep heeft gemaakt.

7. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van

Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen, terwijl hij ernstige redenen heeft om te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd.

en

Medeplegen van

Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij ernstige redenen heeft om te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft in de bewezen verklaarde periode deelgenomen aan een gestructureerd crimineel samenwerkingsverband dat zich op professionele wijze bezig heeft gehouden met mensensmokkel.

Bij mensensmokkel worden mensen die, om wat voor reden dan ook, hun land willen verlaten op illegale wijze naar een veelal westers land getransporteerd. De smokkelaars maken daarbij misbruik van de afhankelijkheid van deze personen, door voor het transport uit winstbejag (veel) geld te vragen. Ook in dit geval heeft verdachte ertoe bijgedragen dat een aantal Chinezen, tegen betaling van forse bedragen geholpen werd wederrechtelijk toegang tot Nederland of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen te verkrijgen of zich verblijf te verschaffen. De organisatie maakte gebruik van zogenaamde "safehouses", waar wederrechtelijk in Nederland verblijvende personen in woningen werden ondergebracht en vastgehouden tot de betaling van een transport had plaats gevonden.

Verdachte is betrokken geweest bij twee transporten en één safehouse. Daartoe heeft hij veelvuldig telefonisch contact onderhouden met andere deelnemers aan de organisatie. Voorts was verdachte belast met het begeleiden van de illegale personen in Nederland alsmede met de verzorging en bewaking van hen in het safehouse.

Deze gedragingen van verdachte hebben de instandhouding van de organisatie bevorderd. Verdachte en zijn mededaders hebben met deze mensensmokkel tevens het beleid van de Nederlandse overheid met betrekking tot illegaal verblijf gefrustreerd.

Verdachte heeft gehandeld om daarmee zelf inkomen te verwerven en dus uit winstbejag gehandeld. Het handelen uit winstbejag vergroot het risico dat de belangen van de illegale vreemdelingen ondergeschikt worden gemaakt aan het behalen van winst.

Ten gunste van verdachte dient te worden vermeld dat met betrekking tot de ten laste van verdachte bewezen verklaarde feiten niet is gebleken dat die transporten en dat verblijf onder mensonwaardige omstandigheden hebben plaats gevonden.

Georganiseerde criminaliteit als hiervoor omschreven vormt een bedreiging voor de Nederlandse samenleving. Die bedreiging is met name gelegen in de macht die een criminele organisatie uitoefent over haar leden en over delen van de samenleving.

De door verdachte gepleegde feiten zijn ernstig en daarop kan naar het oordeel van de rechtbank in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 29 maart 2005, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van enig misdrijf tot straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 29 augustus 2004 van E.A.M.H. Steffens als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Rotterdam.

- een op verdachte betrekking hebbend schrijven, gedateerd 10 januari 2005 van dr. M.H. Lequin, kinderradioloog.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen:

De verdachte heeft als geboortedatum opgegeven 1 juli 1987.

Het hiervoor aangehaalde schrijven van dr. Lequin houdt ten aanzien van de vaststelling van de leeftijd van verdachte onder meer het volgende in:

De skeletontwikkeling komt overeen met de kalenderleeftijd van minimaal 16 jaar. Gezien de handfoto zal de persoon zeer waarschijnlijk ouder zijn dan 16 jaar maar een verdere differentiatie of deze 18 jaar of ouder is kan niet verder worden gespecificeerd.

Nu niet van het tegendeel is gebleken, is de rechtbank op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat er vanuit gegaan dient te worden dat verdachte minderjarig is.

Blijkens het gestelde in artikel 77b van het wetboek van Strafrecht kan ten aanzien van degene, die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren doch nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, de rechter het strafrecht voor meerderjarigen toepassen, indien hij daartoe grond vindt in de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hiertoe geen grond bestaat.

Verdachte, die als minderjarige vanuit China naar Nederland is gesmokkeld, heeft ten opzichte van de organisatie die hem naar Nederland heeft gesmokkeld en opgevangen, in een afhankelijke positie verkeerd voor het verkrijgen van voedsel en onderdak. Gelet op zijn afhankelijkheid van de organisatie mag van hem als minderjarige in geringere mate dan van een volwassene verwacht worden zijn eigen weg te gaan en zich van de organisatie af te keren.

Voorts heeft verdachte in de bewezen verklaarde feiten een overwegend ondergeschikte rol gespeeld.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het hiervoor overwogene op verdachte het minderjarigen strafrecht dient te worden toegepast.

Alles afwegend acht de rechtbank na te noemen straf passend en geboden.

9. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- een abonnement stads- en streekvervoer t.n.v. Zheng Zhong, geboren 5-9-1977;

- een voordeelurenkaart t.n.v. S.U. Zhi Qi, geboren 3-10-1984,

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting het volgende gebleken.

De voorwerpen behoren toe aan de verdachte, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 1, 36d, 47, 77i, 77gg, 140 en 197a(oud), 197a leden 2 en 4 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder feit 2 primair en subsidiair en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een jeugddetentie voor de tijd van 12 (TWAALF) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- een abonnement stads- en streekvervoer t.n.v. Zheng Zhong, geboren 5-9-1977;

- een voordeelurenkaart t.n.v. S.U. Zhi Qi, geboren 3-10-1984.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. B. Franke en mr. F.J. Lourens, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra en mr. A. de Graag, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 mei 2005.