Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2000:AA8919

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
148474/KG ZA 00-1731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

A R R O N D I S S E M E N T S R E C H T B A N K

T E R O T T E R D A M

Zaak/Rolnummer: 148474/KG ZA 00-1731

Uitspraak: 8 december 2000

VONNIS van de president in kort

geding in de zaak van:

1. het bestuur van de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting STICHTING KINDEROPVANG HONKI PONK, gevestigd te Schiedam;

2. [eiser1 in conventie], wonende te [adres];

3. [eiser 2 in conventie], wonende te [adres]

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. P.J. de Bruin,

- t e g e n -

1. [gedaagde 1 in conventie],wonende te [adres];

2. [gedaagde 2 in conventie],wonende te [adres];

3. [gedaagde 3 in conventie],wonende te [adres],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. C.A. Brouwer,

advocaat mr. R. Müller te Alphen aan den Rijn.

Partijen worden in het navolgende mede aangeduid als “[eiser1 in conventie]”, “[eiser 2 in conventie]”, “[gedaagde 1 in conventie]”, “[gedaagde 2 in conventie]” en “[gedaagde 3 in conventie]”

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het navolgende, door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

de dagvaarding d.d. 4 december 2000;

de conclusie van eis in reconventie;

de pleitnotities en producties van mr. De Bruin

de pleitnotities en producties van mr. Müller.

Ter terechtzitting van 7 december 2000 hebben de raadslieden van partijen hun respectieve standpunten nog nader toegelicht.

2. Het geschil en de beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1

Tot voor kort zat [eiser 2 in conventie] samen met [gedaagde 1 in conventie], [gedaagde 2 in conventie], en [gedaagde 3 in conventie], en samen ook met [medebestuurslid], die in deze procedure geen partij is, in het bestuur van de Stichting Kinderopvang Honki Ponk (hierna mede te noemen “de Stichting”). [eiser 1 in conventie] is de directeur van de Stichting.

2.2

Als Wij het goed begrijpen exploiteert de Stichting een kinderdagverblijf voor bijna 200 kinderen per dag op verschillende locaties in Schiedam. Die kinderopvang berust op specifieke, zo men wil, filosofische, grondslagen. Echt van belang is dat niet, maar her en der klonk door dat de trouw in de leer op de achtergrond een rol speelt. Een buitenstaander krijgt al gauw de indruk van een min of meer sectarische stemming. Tegen een dergelijke achtergrond plegen de emoties eerder een rol te spelen dan bij strikt zakelijk opgezette opvanginstellingen.

2.3

Eisers in conventie vorderen in deze procedure dat gedaagden in conventie zich niet langer gedragen en presenteren als bestuurders van de Stichting, met nevenvorderingen die erop neerkomen dat gedaagden in conventie geen contact moeten zoeken met de ouders van de kinderen en personeelsleden van de Stichting en met de pers en voorts dat gedaagden zich niet negatief over de Stichting uitlaten, alles op straffe van dwangsommen en met veroordeling van gedaagden in conventie in de proceskosten.

2.4

De vordering dat het gedaagden in conventie wordt verboden zich te gedragen als bestuurders van de Stichting berust met name op de grondslag dat gedaagden in conventie tijdens een bestuursvergadering van 6 november 2000 uit het bestuur getreden zijn. Dat uittreden is met name door de gedaagde [gedaagde 1 in conventie] bij brief van 8 november 2000 bevestigd en herhaald en vindt ook steun in de brief van 14 november 2000 van [gedaagde 1 in conventie]. In al die stukken (de notulen van de bestuursvergadering van 6 november 2000 en de brieven van 8 en 14 november 2000) klinkt overigens ook door dat de niet mede-gedaagde [medebestuurslid] eveneens terugtrad als bestuurslid.

2.5

[gedaagde 1 in conventie], [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] betwisten de ingestelde vorderingen en voeren aan dat zij terugkomen op hun besluit om af te treden als bestuurders van de Stichting. Zij voeren in dat kader aan dat zij dan ook hebben bevorderd dat zij nog steeds als bestuurslid genoemd worden in de het op de Stichting betrekking hebbende dossier van de Kamer van Koophandel; dat is niet toevallig, zij hebben dat bewust bevorderd, opdat ook naar buiten toe duidelijk zou zijn dat hun opzegging berustte op een overhaaste emotie en niet op een welgemeende en weldoordachte handeling.

2.6

In dit kort geding gaan Wij er inmiddels vanuit dat de opzeggingen van het bestuurslidmaatschap in beginsel onherroepelijk zijn. De genoemde bescheiden in onderling verband beschouwde (de notulen van de bestuursvergadering van 6 november 2000 en de brieven van [gedaagde 1 in conventie] van 8 en 14 november 2000) laten geen andere conclusie toe dan dat de genoemde bestuursleden zijn afgetreden. Terugkomen op een dergelijk besluit verdraagt zich niet met de rechtszekerheid en zou bovendien tot gevolg hebben dat de betrokken personen al naar gelang het hen uitkomt de ene of andere kaart zouden kunnen uitspelen: de kaart “Ik ben afgetreden en dus niet langer aansprakelijk” en de kaart “Ik ben nog steeds bestuurslid en derhalve mede bevoegd tot besluitvorming”. Het als bestuurslid ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel doet aan het bovenstaande niet af.

2.7

Ter zitting is met name heel concreet een beroep gedaan op vernietigbaarheid van de beslissingen tot opzegging van het bestuurslidmaatschap, die in een opwelling van emotie en onder zware druk en bedreiging zouden hebben plaatsgevonden.

Die gedachte kan, wat daar overigens van zij, in dit geval niet worden onderschreven, reeds omdat een paar dagen later en ook een weekje later de opzegging niet werd ingetrokken, maar integendeel door [gedaagde 1 in conventie], naar moet worden aangenomen met medeweten van [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie], in andere woorden werd herhaald.

2.8

Wij zullen op bovengenoemde gronden het sub 1 gevorderde in conventie toewijzen. Het meergevorderde in conventie zullen Wij niet toewijzen, omdat de vorderingen sub 2 tot en met 5 geen steun vinden in de wet en omdat Wij voor toewijzing van een dwangsom onvoldoende aanleiding zien.

2.9

In reconventie vorderen [gedaagde 1 in conventie], [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] dat [eiser 2 in conventie] wordt geschorst in zijn functie als bestuurder van de Stichting en dat [eiser1 in conventie] wordt verboden de panden van de Stichting te betreden en haar werkzaamheden als directeur en bestuurslid uit te oefenen totdat haar positie in rechte is komen vast te staan, alles op straffe van dwangsommen en met veroordeling van verweerders in reconventie in de proceskosten. Deze reconventionele vorderingen worden afgewezen: er is geen rechtsregel voor.

2.10

Nu partijen over en weer in het gelijk en in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd, des dat elke partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De president,

in conventie

verbiedt gedaagden in conventie om zich op te stellen en naar buiten toe te presenteren als waren zij bestuurders van de Stichting Kinderopvang Honki Ponk;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

weigert de gevraagde voorzieningen;

in conventie en in reconventie

compenseert de kosten van dit geding, des dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.B. Boot, president, in tegenwoordigheid van E. Monteiro Rodrigues, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.