Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2000:AA8747

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
132581 / HA ZA 00-243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

A R R O N D I S S E M E N T S R E C H T B A N K

T E R O T T E R D A M

Zaak/rolnummer: 132581 / HA ZA 00-243

Uitspraak: 30 november 2000

VONNIS van de enkelvoudige kamer

voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

procureur mr. W. van den Herik,

advocaat mr. L.J. Benistant te Utrecht,

- t e g e n -

Stichting Universele Kerk van Gods Rijk,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. F.C. de Wit-Facchetti.

Partijen worden nader aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "UKvGR".

1. De processtukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- de dagvaarding;

- de conclusie van eis, met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek, met een productie;

de conclusie van dupliek.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen -voor zover van belang- het volgende vast:

2.1

UKvGR heeft in het Nieuwsblad, een blad dat zij exploiteert, in de september/oktober 1999 editie een artikel geplaatst met de volgende inhoud:

Op de voorpagina:

[eiseres] van Curaçao afgejaagd

Een woedende groep invaliden en slechtzienden heeft [eiseres] van Curaçao afgejaagd!

Het ‘genezend’ medium uit Tiel wordt verweten op geld uit te zijn toen bleek dat haar ‘healings’ niet meteen de gewenste uitwerking hadden.

Zie verder, pag. 4

En op pagina 4:

Niet lang geleden bezocht [eiseres] Curaçao waar zij optrad om haar kunsten te vertonen. Niet lang na aanvang van haar show werd zij door een woedende groep invaliden en ouden van dagen weggejaagd van het podium en kreeg zij zelfs het advies Curaçao te ontvluchten.”

In hoeverre dit verhaal klopt kunnen wij niet beoordelen omdat we er niet bij waren.

Neen, Het is niet onze bedoeling om [eiseres] aan te vallen.

We willen, u dierbare lezers slechts een goede raad geven.

Waarom zou u uw geld, uw tijd en uw hoop vestigen op een mens die u niet altijd kan helpen en zeker géén wonderen kan verrichten. Wie weet verspilde u al een menig tientje aan [eiseres] of andere mediums, paragnosten, bonoemannen en ander spiritisten en zonder resultaat. Hoe vaak verdween er misschien een pijn maar kwam er geen vrede in uw hart maar verschoven de problemen naar een ander gebied van uw leven.

Ziet u, de Enige die niets terugvraagt van u, (slechts uw dankbaarheid) is tevens de Enige die u, mevrouw Santiroma, mij en [eiseres] wilt en kan genezen en bevrijden, Jezus Christus.

Kom vandaag langs om samen met ons te bidden en stop met lijden.

Bij dit artikel is een foto geplaatst van [eiseres] met daaronder de tekst: foto: Weekblad Story week 34.

2.2

Het bericht dat [eiseres] van Curaçao zou zijn verjaagd, is in strijd met de waarheid. UKvGR heeft dit verhaal ontleend aan het weekblad Story. Dit blad heeft het bericht gerectificeerd.

2.3

De UKvGR heeft het verspreiden van het Nieuwsblad na een brief van de advocaat van [eiseres] direct stopgezet. Het aantal Nieuwsbladen met het bericht over [eiseres] dat is verspreid, bedraagt ongeveer 15.000 exemplaren.

2.4

UKvGR heeft een rectificatie geplaatst in het Nieuwsblad met de volgende inhoud:

RECTIFICATIE

"In het nieuwsblad van september/oktober 1999 is op bladzijde 4 een artikel gepubliceerd over [eiseres] en het feit dat zij uit Curacao zou zijn verjaagd. De informatie voor dit artikel was ontleend aan het Weekblad Story van week 34. Achteraf is gebleken dat de informatie niet juist is en het Weekblad Story heeft de informatie ook gerectificeerd met excuses.

3. De vordering en de grondslag daarvan

De vordering luidt om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, UKvGR te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie op de voorpagina van het Nieuwsblad op straffe van een dwangsom, alsmede UKvGR te veroordelen tot betaling van fl. 35.000,= terzake van schadevergoeding, te vermeerderen met de buiten-gerechtelijke kosten van fl. 6.750,= en de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, alsmede UKvGR te veroordelen in de proceskosten.

Daaraan heeft [eiseres] behalve vorenstaande onder 2. genoemde vaststaande feiten, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

UKvGR heeft een onjuist artikel over [eiseres] gepubliceerd, waardoor haar eer en goede naam zijn geschaad. UKvGR heeft derhalve onrechtmatig gehandeld, waardoor [eiseres] schade heeft geleden, voor welke schade UKvGR aansprakelijk is.

4. Het verweer

De conclusie van UKvGR strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

Zij heeft daartoe -zakelijk weergegeven en voor zover van belang- het navolgende aangevoerd:

4.1

UKvGR heeft niet onrechtmatig gehandeld. Het verhaal is door UKvGR overgenomen uit de Story en in het artikel is vermeld dat de juistheid van het verhaal niet beoordeeld kon worden. Direct na de brief van de advocaat van [eiseres], is de verspreiding stopgezet en zijn de nog niet uitgedeelde exemplaren vernietigd. Daarnaast heeft de UKvGR een rectificatie in het volgende Nieuwsblad geplaatst.

4.2

Voor zover de gedragingen van UKvGR al onrechtmatig zouden zijn, is de gevorderde schadevergoeding exorbitant en niet gerelateerd aan de gedragingen van UKvGR.

4.3

De buitengerechtelijke kosten zijn niet gemaakt en overigens ook niet overeengekomen. Deze kosten zijn aldus niet verschuldigd. De door [eiseres] opgesomde werkzaamheden vallen onder de voorprocessuele kosten die geen buitengerechtelijke kosten zijn.

5. De beoordeling van het geschil

5.1

Voorop staat de vraag, of door het gepubliceerde verhaal, dat [eiseres] van Curaçao zou zijn gejaagd, [eiseres]'s eer en goede naam zijn geschaad. Het gaat hierbij om de aantasting van het gevoel van eigenwaarde en de waardering die men bij anderen geniet. Door te publiceren dat [eiseres] door blinden en invaliden is weggejaagd en dat haar verweten werd op geld uit te zijn, is zij op een negatieve manier neergezet en is de waardering die zij bij anderen geniet, aangetast. In zoverre is [eiseres]’s eer en goede naam aangetast. Daarbij komt dat het artikel, zoals door UKvGR gepubliceerd, in strijd met de waarheid is. Dit brengt mee dat er onrechtmatig is gehandeld, tenzij er een rechtvaardigingsgrond aanwezig zou zijn. In casu zou die rechtvaardigingsgrond bestaan in het algemeen belang, zijnde de vrijheid om bepaalde boodschappen uit te dragen. Ook bij het publiceren van onjuiste feiten kan daarvan sprake zijn als men van de onjuistheid niet op de hoogte was of behoefde te zijn.

5.2

Van een dergelijke situatie is in de onderhavige zaak geen sprake. Hierbij wordt het volgende overwogen.

De UKvGR heeft op geen enkele wijze geprobeerd het verhaal, dat [eiseres] van Curaçao zou zijn afgejaagd, te verifiëren, terwijl dat op eenvoudige wijze had kunnen geschieden en daar ook alle aanleiding toe was. Het vermelden in het artikel van de zinsnede: "In hoeverre dit verhaal klopt kunnen wij niet beoordelen omdat we er niet bij waren", ontslaat UKvGR niet van haar verplichting te onderzoeken of de informatie juist is om te voorkomen dat zij in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid handelt. Daarbij komt dat onvoldoende duidelijk blijkt dat het verhaal is overgenomen uit de Story. Uit alleen "foto: story week 34" blijkt niet dat ook het artikel daaraan ontleend wordt. Voorts is de manier waarop het artikel wordt gebracht, namelijk met gebruikmaking van grote vette letters, aanhalingstekens en uitroeptekens, dusdanig dat het verhaal over [eiseres], ook bij snel doorbladeren van dit blad, goed opvalt. Tenslotte merkt de rechtbank op dat UKvGR ook op een andere manier, zonder de naam van [eiseres] te schaden, de boodschap, die zij kennelijk wenst uit te dragen, had kunnen overbrengen.

5.3

Bovenstaande brengt mee dat het belang van [eiseres] niet door publicaties in haar eer en goede naam te worden aangetast zwaarder weegt dan het belang van UKvGR. Mitsdien heeft UKvGR door het plaatsen van het artikel onrechtmatig gehandeld. De rechtbank merkt in dit verband op dat de onrechtmatigheid alleen betrekking heeft op de uitlating dat [eiseres] door blinden en invaliden van Curaçao zou zijn gejaagd en dat haar verweten werd op geld uit te zijn. De overige uitlatingen, in het bijzonder die waarin twijfel wordt geuit over de werking van de genezingsmethoden van [eiseres], zijn niet onrechtmatig. Deze uitlatingen zijn niet aantoonbaar onjuist. Daarnaast vallen deze uitlatingen, gelet op de opvattingen die UKvGR huldigt, naar het oordeel van de rechtbank onder de vrijheid van meningsuiting en zijn deze uitlatingen overigens ook niet onnodig grievend.

5.4

Een onjuiste publicatie van gegevens van feitelijke aard, zoals gedaan door UKvGR, rechtvaardigt een rectificatie. UKvGR is inmiddels overgegaan tot een rectificatie, zoals hierboven onder 2.4 omschreven.

5.5

Uit deze rectificatie blijkt dat het artikel onjuist is en dat ook de Story heeft gerectificeerd. De rectificatie is niet heel groot en opvallend, of op de voorpagina geplaatst, maar is wel duidelijk en omlijnd. De rectificatie is ook direct na de publicatie geplaatst, zodat de schade beperkt is gebleven. Verspreiding van het Nieuwsblad is na de brief van de advocaat direct stopgezet, zodat de verspreiding beperkt is gebleven tot ongeveer 15.000 exemplaren. Daarbij komt dat [eiseres], zoals gesteld door UKvGR en door [eiseres] niet is betwist, in de gelegenheid is gesteld om te reageren op het voornemen van UKvGR om een rectificatie te publiceren, van welke gelegenheid zij geen gebruik heeft gemaakt.

Al deze omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat de rectificatie voldoende is geweest, zodat er thans geen ruimte is voor een nadere rectificatie. De gevorderde rectificatie wordt mitsdien door de rechtbank afgewezen.

5.6

[eiseres] vordert voorts fl 35.000,= schadevergoeding terzake van materiële en immateriële schade. Ten aanzien van de materiële schade merkt de rechtbank op dat op geen enkele wijze is onderbouwd waaruit die schade bestaat of heeft bestaan. Ten aanzien van deze schade is mitsdien onvoldoende gesteld, zodat deze reeds hierom niet voor toewijzing in aanmerking komt.

5.7

Ten aanzien van de immateriële schade geldt dat de hoogte van schadevergoeding een indicatie is voor de wijze waarop in rechte omtrent de laakbaarheid van de onrechtmatige publicatie en de ernst van het daardoor veroorzaakte leed wordt gedacht. Bij het toekennen van de immateriële schadevergoeding, heeft de rechtbank dan ook rekening gehouden met hetgeen onder 5.3 en 5.4 is overwogen. [eiseres] is gezien haar werkzaamheden mede afhankelijk van haar goede naam en zij heeft er derhalve belang bij dat deze niet op onzorgvuldige wijze geschaad wordt. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schadevergoeding ook rekening gehouden met de omstandigheden genoemd onder 5.8 in het bijzonder ook met het feit dat de schade door het direct stoppen met het verspreiden van het Nieuwsblad, welk blad niet algemeen bekend is en het plaatsen van de rectificatie, beperkt is gebleven. De rechtbank zal, dit alles in aanmerking nemend, de immateriële schadevergoeding vaststellen op een bedrag van fl. 3.000,=. Voor het overige zal de gevorderde schadevergoeding worden afgewezen.

5.8

Ter onderbouwing van de vordering betreffende de buitengerechtelijke kosten heeft [eiseres] een aantal werkzaamheden opgesomd die via haar advocaat zijn verricht. Ter staving hiervan zijn drie uitgebreide brieven overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de betreffende werkzaamheden moeten worden aangemerkt als verrichtingen ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak. Derhalve kan geen vergoeding wegens buitengerechtelijke kosten worden toegekend, aangezien deze kosten vallen onder de artikelen 56 en 57 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering dan ook afwijzen.

5.9

De rechtbank zal, nu partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, de proceskosten compenseren.

6. De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt UKvGR om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van fl. 3.000,= (zegge: drieduizend gulden) ter zake van de door [eiseres] geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten, zodat ieder partij haar eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.