Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:1999:AA5131

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-10-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
TELEC 99/557-SIMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2000, 319 met annotatie van G.J.M. Cartigny
JB 1999/310
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROTTERDAM

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Reg.nr.: TELEC 99/557-SIMO

Uitspraak

in het geding tussen

de Stichting Lokale Omroep Haarlem, gevestigd te Haarlem, eiseres, gemachtigde mr M. Dellebeke, advocaat te Amsterdam,

en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verweerder.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluiten van 31 augustus 1998 heeft verweerder machtigingen als bedoeld in artikel 17 van de toenmalige Wet op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: WTV) verleend aan - onder andere - Young City Media B.V./City F.M. en v.o.f. Regio Radio & TV/Happy Radio.

Tegen deze besluiten heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 8 oktober 1998 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 2 februari 1999 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 15 maart 1999, aangevuld bij brief van 25 mei 1999, beroep ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 9 juli 1999 een verweerschrift ingediend.

Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat de zaak ter behandeling wordt gevoegd met de zaak betreffende het beroep van de vereniging Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland, gevestigd te 'sHertogenbosch (reg.nr. TELEC 99/556-SIMO) , en met de zaak betreffende het beroep van Omroepvereniging Mercurius, gevestigd te Leeuwarden (reg.nr. TELEC 99/558-SIMO).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 1999. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, met bijstand van P.M.G. de Wit, directeur van de vereniging Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr K. Sevinga, werkzaam bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank de behandeling van de gevoegde zaken gesplitst.

2. Overwegingen

Op grond van artikel 17, eerste lid, van de WTV is het verboden radio-elektrische zendinrichtingen aan te leggen, aanwezig te hebben of te gebruiken zonder machtiging van de minister van Verkeer en Waterstaat.

Ingevolge het toenmalige artikel 82d, eerste lid, aanhef en onder c, van de Mediawet - voorzover hier van belang -dragen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de minister van Verkeer en Waterstaat er gezamenlijk zorg voor dat voor iedere instelling die zendtijd heeft gekregen voor lokale omroep ten behoeve van de uitzending van haar radioprogramma tenminste één frequentie of samenstel van frequenties beschikbaar is met een bereik dat tenminste gelijk is aan het verzorgingsgebied van het programma, voorzover dit technisch mogelijk is en niet in de weg staat aan een doelmatig gebruik van frequenties.

Op grond van artikel 7:1, eerste lid, in verbinding met artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Eiseres is een lokale publieke radio-omroep. Haar verzorgingsgebied omvat de gemeenten Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Op 1 mei 1998 (Stcrt. 1998, nr. 82) heeft de hoofddirecteur Telecommunicatie en Post van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, in vervolg op de "Bekendmaking extra frequenties voor niet-landelijke commerciële radiostations" van 9 januari 1998 (Stcrt. 1998, nr. 5), de "Bekendmaking tijdelijke verdeling extra frequenties voor niet-landelijke commerciële radiostations" gepubliceerd. In de inleiding is vermeld dat de minister van Verkeer en Waterstaat "zal overgaan tot de tijdelijke toewijzing van etherfrequenties aan niet-landelijke commerciële radio-organisaties". De bekendmaking bevat verder onder meer een opsomming van de voor verdeling beschikbare frequenties, een omschrijving van het begrip "niet-landelijke commerciële radio-omroep", de selectiecriteria en een overzicht van de bij een aanvraag over te leggen gegevens, waaronder "gegevens waaruit blijkt sinds wanneer en waar de aanvrager actief is op de markt voor niet-landelijke commerciële radio". Voorts wordt medegedeeld dat tot 31 mei 1998 aanvragen kunnen worden ingediend.

Eiseres heeft geen aanvraag ingediend.

Bij besluiten van 31 augustus 1998 heeft verweerder voor 33 FM-frequenties en 7 AM-frequenties aan in totaal achttien niet-landelijke commerciële radio-omroepen machtigingen als bedoeld in artikel 17 van de WTV verleend, waaronder een machtiging aan Young City Media B.V. /City F.M. (FM-frequentie 91.3) en een machtiging aan v.o.f. Regio Radio & TV/Happy Radio (FM-frequentie 104.3).

Tegen de tot Young City Media B.V./City FM en v.o.f. Regio Radio TV/Happy Radio gerichte besluiten heeft eiseres bij brief van 8 oktober 1998 bezwaar gemaakt. Eiseres heeft daarbij -voorzover thans van belang - aangevoerd dat, waar zij als lokale publieke radio-omroep met - aldus aangeduide -verzorgingsproblemen te kampen heeft, het toekennen van de voor haar geschikte FM-frequenties 91.3 en 104.3 aan niet-landelijke commerciële radio-omroepen in strijd is met het in artikel 82d, eerste lid, aanhef en onder c, van de Mediawet neergelegde - aldus aangeduide - voorkeursrecht voor de lokale publieke radio-omroepen.

Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat, nu eiseres geen aanvraag voor de betrokken frequenties heeft ingediend, eiseres niet eerder enig belang terzake kenbaar heeft gemaakt dan op het moment van indiening van het bezwaarschrift. Aangezien naar het oordeel van verweerder een belang niet eerst in de bezwaarfase kan worden gecreëerd, dient het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten overvloede heeft verweerder -onder meer nog opgemerkt dat de verzorgingsproblemen van eiseres inmiddels zijn opgelost.

Eiseres heeft in beroep allereerst aangevoerd dat zij zonder meer belang heeft bij een besluit omtrent toewijzing van de betrokken frequenties en dat bovendien aan haar als lokale publieke radioomroep niet kan worden verweten dat zij zelf geen aanvraag terzake heeft ingediend. Het bezwaar is daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, zodat reeds om die reden het beroep gegrond dient te worden verklaard. Voorts heeft eiseres - kort weergegeven betoogd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de verzorgingsproblemen van eiseres inmiddels zijn opgelost.

Ter zitting is van de zijde van verweerder verklaard dat het niet zozeer gaat om de vraag of eiseres belang heeft bij een besluit omtrent de toekenning van de betrokken frequenties, maar om de vraag of - en zo ja, wanneer - zij dat belang had kunnen dan wel moeten inroepen. Door geen aanvraag in te dienen heeft eiseres er bewust voor gekozen haar belang niet te (doen) betrekken bij de door verweerder te maken belangenafweging. Van die keuze kan eiseres dan niet door het indienen van een bezwaarschrift terugkomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het bestreden besluit berust op de stellingname van verweerder dat het bezwaar van eiseres alleen dan ontvankelijk had kunnen worden geacht, als eiseres zelf een aanvraag had ingediend, hetgeen eiseres echter - verwijtbaar - niet heeft gedaan.

Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat aan eiseres niet kan worden tegengeworpen dat zij geen aanvraag heeft ingediend. De duidelijke bewoordingen van de bekendmakingen van 9 januari 1998 en 1 mei 1998 lieten immers - ook - voor eiseres geen andere conclusie toe dan dat toewijzing van de beschikbare frequenties slechts zou plaatsvinden aan niet-landelijke commerciële radio-omroepen. Voorts is niet gebleken dat van de zijde van verweerder in elk geval - voor het verstrijken van de aanvraagtermijn uitdrukkelijk en publiekelijk is kenbaar gemaakt dat in bijzondere gevallen toewijzing aan andere dan niet-landelijke commerciële radio-omroepen mogelijk zou zijn. In die omstandigheden kan niet worden volgehouden dat het belang van eiseres niet rechtstreeks is betrokken bij de tot Young City Media B. V. /City FM en v. o. f . Regio Radio & TV/Happy Radio gerichte besluiten van 31 augustus 1998. Dat andere lokale publieke radio-omroepen niettegenstaande het voorgaande wel een aanvraag hebben ingediend, leidt niet tot een ander oordeel.

Nu de rechtbank ook overigens geen grond ziet om vast te stellen dat eiseres niet als belanghebbende bij de tot Young City Media B.V./City FM en v.o.f. Regio Radio &- TV/Happy Radio gerichte besluiten van 31 augustus 1998 kan worden aangemerkt, is het bestreden besluit in strijd met artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De inhoudelijke grieven van eiseres kunnen - thans - buiten bespreking blijven.

Verweerder dient, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen, een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres van 8 oktober 1998. In dat verband wijst de rechtbank erop dat indien verweerder vasthoudt aan het standpunt dat de verzorgingsproblemen van eiseres inmiddels zijn opgelost, dit dient te leiden tot ongegrondverklaring van het bezwaar. In het voorgaande ligt vanzelfsprekend geen oordeel van de rechtbank besloten over de houdbaarheid in rechte van het hiervoor bedoelde standpunt.

Gelet op de samenhang van de onderhavige zaak met andere bij de rechtbank aanhangige beroepen tegen de besluiten van verweerder van 31 augustus 1998, zal de rechtbank verweerder een termijn - en wel van vier weken -stellen voor het nemen van een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres. Een mogelijk beroep daartegen zal dan gelijktijdig met de hiervoor bedoelde beroepen ter zitting kunnen worden behandeld.

De rechtbank ziet tenslotte aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank bepaalt de proceskosten op f 1065,-- aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Van overige kosten waarop een veroordeling in de proceskosten betrekking kan hebben, is de rechtbank niet gebleken.

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De rechtbank, recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit,

bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak,

bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van f 450,-- vergoedt,

veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van f 1065, - - en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr drs Th.G.M. Simons.

De beslissing is, in tegenwoordigheid van mr A. Gerbrandy als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 1999.

De griffier: De rechter:

Afschrift verzonden op: 3 november 1999

Een belanghebbende - waaronder in elk geval eiseres wordt begrepen en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen-bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.