Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BX5538

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
04/050565-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens ontbreken recidivegevaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/050565-01

RK-nummer : 12/721

Datum uitspraak : 22 augustus 2012

Beslissing beëindiging terbeschikkingstelling

Beslissing van de rechtbank te Roermond op de op 20 juni 2012 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van het openbaar ministerie in de zaak van:

[ter beschikking gestelde],

geboren te [geboortedatum en plaats],

thans verblijvende [verblijfadres]

(hierna te noemen: [ter beschikking gestelde]).

1. De vordering van de officier van justitie

1.1. De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 15 juni 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

1.2. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van:

1. verkrachting;

2. poging tot verkrachting,

terwijl de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

2. De stukken

2.1. In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van dhr. drs. H.J. van der L., hoofd van de inrichting, mevr. drs. Z. A.-S., psychiater, en dhr. drs. A.W. S., klinisch psycholoog/hoofd behandeling, allen verbonden aan de inrichting waar [ter beschikking gestelde] verblijft, d.d. 6 juni 2012;

- de omtrent [ter beschikking gestelde] gehouden wettelijke aantekeningen over de periode van derde kwartaal 2010 t/m eerste kwartaal 2012;

- de door de verdediging op 4 augustus 2012 aan de rechtbank verzonden brief, met als bijlagen een reactie van [ter beschikking gestelde] op het verlengingsadvies en een artikel van Trouw.nl d.d. 25 juli 2012;

- de door de verdediging op 8 augustus 2012 aan de rechtbank verzonden brief, met als bijlagen een verklaring van [de partner] en een verklaring van [de werkgever] d.d. 2 juli 2012;

- het persoonsdossier van [ter beschikking gestelde].

3. De procesgang

3.1. Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 15 juli 2002 is [ter beschikking gestelde] ter beschikking gesteld. De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 7 augustus 2003.

De terbeschikkingstelling is laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank d.d. 18 augustus 2010 met twee jaar verlengd.

3.2. De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 augustus 2012. Ter terechtzitting zijn gehoord de officier van justitie, [ter beschikking gestelde], de raadsman mr. J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, en als getuige-deskundige dhr. F. Verbrugge, psychotherapeut.

4. Het standpunt van de inrichting.

4.1. In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

4.3 Recidivegevaar

(…)

“Op de langere termijn, bij een theoretische situatie waarin alle structuur en ondersteuning wegvalt, wordt het delictgevaar als matig ingeschat. Dit is afhankelijk van de vaardigheden die betrokkene zichzelf nog eigen dient te maken en zijn huidige positieve ontwikkeling voortzet. Het reguleren van emoties, abstinent blijven van middelen, assertief blijven opkomen voor zichzelf en zich niet begeven binnen een crimineel milieu zijn hierbij belangrijke ingrediënten. Dit komt terug in de wisselende inschattingen van het toekomstige delictgevaar door de verschillende risicotaxatie-instrumenten. Met name de instrumenten die dynamische en klinische variabelen meenemen schetsen een wat gunstiger beeld met betrekking tot betrokkenes delictgevaarlijkheid, aangezien hij het laatste jaar op de goede weg is. Echter dient in het achterhoofd gehouden te worden dat betrokkene eerder op de goede weg was (tijdens zijn behandeling in de Van der Hoeven kliniek) en hij alsnog tot een onttrekking komt.”

Box 9 verlengingsadvies

(…)

“Betrokkene zet zich na overplaatsing naar de Oostvaarderskliniek goed in voor zijn behandeling. Hij heeft de fase van het begeleid verlof goed doorlopen. Op dit moment is er sprake van een machtiging onbegeleid verlof, waarbinnen betrokkene buiten de muren van de kliniek werk heeft gevonden, zijn sportactiviteiten plant en de gelegenheid krijgt om, gevolgd door het maatschappelijk werk, zijn relatie verder te ontwikkelen. Betrokkene heeft de afgelopen periode laten zien ook onder moeilijker omstandigheden binnen de kliniek abstinent te blijven van middelengebruik. Hij laat zich minder beïnvloeden door anderen en is beter in staat een eigen koers te varen en hier aan vast te houden. De ontwikkeling in de relatie kan, dankzij voldoende openheid, goed worden gevolgd door het maatschappelijk werk. Betrokkene staat inmiddels op de wachtlijst voor overplaatsing naar de resocialisatieafdeling. Het uiteindelijke doel is toewerken naar een zelfstandige woon-/werksituatie. De fase van onbegeleid verlof is, relatief gezien, nog maar van korte duur. Van belang is betrokkene, rekening houdend met de eerdere onttrekking, over langere tijd goed te kunnen blijven volgen binnen een controlerend en begeleidend kader, waarbij vrijheden en mate van zelfstandigheid stapsgewijs verder kunnen worden uitgebreid. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het recidiverisico, uitgaande van het huidige risicomanagement, laag is, maar bij het wegvallen van externe structuren op langere termijn matig is.

Een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met een termijn van één jaar doet recht aan bovenstaande ontwikkelingen en is voldoende overzichtelijk om de behandelmotivatie in stand te houden.

Wij adviseren u de tbs maatregel te verlengen. Gelet op de ons inziens benodigde behandelduur is ons advies de tbs met één jaar te verlengen.”

4.2 De getuige-deskundige Verbrugge heeft ter terechtzitting de

bovengenoemde informatie bevestigd. Hij heeft voorts - zakelijk weergegeven - medegedeeld dat de ontwikkelingen van [ter beschikking gestelde] gunstig zijn. [ter beschikking gestelde] is open en de samenwerking verloopt goed. De kliniek wil de vrijheden geleidelijk uitbreiden. Het punt waarop hij zich de vorige keer aan de behandeling heeft onttrokken is nu bereikt, maar de tekenen zijn dit keer gunstiger. De vraag is of zijn copingvaardigheden voldoende zijn, bijvoorbeeld als er spanningen in zijn relatie zouden komen. De kliniek vindt het belangrijk om hem daar goed in te begeleiden. Controle en ondersteuning blijft noodzakelijk.

De kliniek vindt het te snel om de begeleiding nu door de reclassering te laten overnemen. De volgende stap is eerst transmuraal verlof. Het toezicht wordt dan minder. Tijdens het transmuraal verlof gaat de reclassering kijken hoe proefverlof gerealiseerd kan worden. Als na het transmuraal verlof het proefverlof goed verloopt, kan de terbeschikkingstelling voorwaardelijk worden beëindigd.

Als de stappen te snel worden genomen dan bestaat de kans dat hij door zijn eigen emoties wordt overspoeld. Hij heeft nu nog een duidelijke beperking in zijn vrijheden en de afdeling kan controleren of er niet teveel spanningen zijn. Dat wordt de komende periode minder.

Desgevraagd heeft de getuige-deskundige medegedeeld dat er de afgelopen maanden geen incidenten hebben plaatsgevonden waarbij de kliniek moest ingrijpen. De kliniek heeft ook niet het niveau van spanningen bij [ter beschikking gestelde] zien oplopen. Geen enkele vorm van ingrijpen of bijsturen is nodig geweest om het spanningenniveau te reguleren.

5. Het standpunt van de officier van justitie

5.1 De officier van justitie heeft ter zitting van 9 augustus 2012 aangevoerd dat het goed gaat met [ter beschikking gestelde] en dat de kliniek tevreden is. Het recidivegevaar wordt als matig ingeschat. Door eerdere ervaringen vindt de kliniek het te riskant om de terbeschikkingstelling voorwaardelijk te beëindigen. In afwijking van dit advies heeft de officier van justitie verzocht om de beslissing omtrent de dwangverpleging aan te houden voor de duur van maximaal drie maanden teneinde door de reclassering een maatregelenrapport te laten opmaken met betrekking tot de vraag of voorwaardelijke beëindiging mogelijk is.

De officier van justitie acht het nog te vroeg om de terbeschikkingstelling thans onvoorwaardelijk te beëindigen.

6. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

6.1. [ter beschikking gestelde] heeft op 9 augustus 2012 naar voren gebracht dat hij inmiddels op de resocialisatieafdeling verblijft. Die overgang is goed gegaan en hij heeft nu meer rust. Hij gaat verantwoord met zijn vrijheden om en kan goed omgaan met tegenslagen. Hij heeft thans geen begeleiding meer.

De risicotaxatie is in december 2011 gemaakt, dus de nieuwe omstandigheden van de afgelopen maanden zijn daar niet in meegenomen. Inmiddels heeft hij praktische zaken wel geregeld. Zijn woon- en werksituatie is stabiel, aangezien hij anderhalf jaar een relatie heeft en een baan. Hij draait volledig mee in de maatschappij.

In de Van der Hoeven kliniek ging het mis door omstandigheden. Nu laat hij al anderhalf jaar zien dat hij het aan kan.

6.2. De raadsman heeft primair verzocht om de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af te wijzen. Hij heeft daartoe –zakelijk weergegeven – aangegeven dat de risicotaxatie maanden geleden is opgesteld. De baan en relatie van [ter beschikking gestelde] zijn daar niet in meegenomen. [ter beschikking gestelde] is stabiel. Hij blijft abstinent van middelen. Hij kan goed voor zichzelf opkomen en verblijft niet meer in een crimineel milieu. Bovendien heeft hij de steun van zijn familie, vriendin en werkgever. [ter beschikking gestelde] wordt thans niet meer behandeld, er vindt enkel toezicht plaats.

In het verlengingsadvies wordt een risicoanalyse gemaakt. De historische factoren daarvan kan [ter beschikking gestelde] niet veranderen en de klinische factoren zijn positief.

Het gestelde recidivegevaar wordt in het advies noch door de getuige ter zitting onderbouwd. Gelet op het vorenstaande wordt niet meer voldaan aan het gevaarscriterium, zodat de vordering dient te worden afgewezen. Bovendien worden de belangen van [ter beschikking gestelde] groter naarmate de terbeschikkingstelling langer duurt.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht, indien de rechtbank uitgaat van een recidivegevaar (ondanks het gebrek aan motivering op dit punt door de kliniek), om de beslissing tot dwangverpleging aan te houden voor de duur van maximaal drie maanden teneinde door de reclassering een maatregelenrapport te laten opmaken, alsmede dr. Van Panhuis als getuige-deskundige te benoemen teneinde [ter beschikking gestelde] te onderzoeken en te rapporteren of ook hij van mening is dat een onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling gerechtvaardigd is.

7. De beoordeling

7.1 De rechtbank dient thans te beoordelen of het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen nog steeds vereist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.

De rechtbank constateert dat uit het verlengingsadvies en het verhandelde ter terechtzitting naar voren is gekomen dat [ter beschikking gestelde] zich inmiddels dermate positief heeft ontwikkeld dat hij volledig in de maatschappij kan meedraaien. Zijn werksituatie is stabiel en hij heeft een serieuze relatie. De afgelopen periode heeft hij laten zien ook onder moeilijker omstandigheden abstinent te blijven van middelengebruik. De afgelopen maanden hebben dan ook geen incidenten plaatsgevonden waarbij de kliniek moest ingrijpen. Dit terwijl het leven van [ter beschikking gestelde] een duidelijke wending heeft gekregen omdat hij -na verlening van het onbegeleid verlof- een welhaast fulltime baan in de maatschappij heeft gekregen.

Hoewel de rechtbank de behoefte om [ter beschikking gestelde] zo goed mogelijk te begeleiden begrijpt, kan de rechtbank de gevorderde verlenging slechts toetsen aan het ‘gevaarscriterium’.

In dit verband kent de rechtbank gewicht toe aan het gegeven dat het delictgevaar op de langere termijn, bij een theoretische situatie waarin alle structuur en ondersteuning wegvalt, als matig wordt ingeschat. Noch het verlengingsadvies noch de getuige-deskundige ter zitting maken inzichtelijk waar dat risico in bestaat.

Gelet op het vorenstaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat het recidivegevaar zodanig is dat dit een verlenging van de terbeschikkingstelling noodzakelijk zou maken. De rechtbank ziet derhalve onvoldoende redenen om aan te nemen dat er thans bij beëindiging van de begeleiding in het kader van de terbeschikkingstelling een gevaar voor anderen zou bestaan.

Het enkele gegeven dat [ter beschikking gestelde] zich in 2009 tijdens de transmurale fase aan het toezicht heeft onttrokken, acht de rechtbank onvoldoende om het kader van terbeschikkingstelling te rechtvaardigen. Er zijn immers geen aanwijzingen dat [ter beschikking gestelde] in die periode gerecidiveerd heeft. Dit temeer gelet op de hiervoor omschreven huidige stabiele werksituatie en relatie.

Geconstateerd kan worden dat [ter beschikking gestelde] mede door zijn eigen inzet optimaal van de behandeling heeft geprofiteerd en al grote stappen heeft gezet richting een volwaardige positieve bijdrage aan de maatschappij.

De rechtbank is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat een beëindiging van de terbeschikkingstelling geïndiceerd is.

8. Toepasselijke wetsartikelen

Wetboek van Strafrecht: artikel 38d, 38e;

Wetboek van Strafvordering: artikel 509o, 509q, 509t.

9. Beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J.A.G. van Baal, J.H.M. Delnooz-Engels en J.M.G. Gunsing, rechters, van wie mr. J.H.M. Delnooz-Engels voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.E.A. van Eijk-Bronkhorst als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 augustus 2012.

Mr. J.M.G. Gunsing is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.