Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BX5119

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
116565 / JE RK 12-780
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"ots / uithuisplaatsing.

Een minderjarige is wel belanghebbende, maar procesrechtelijk niet bekwaam om zelfstandig in rechte op te treden. De raadsman kan zich derhalve niet stellen als zijn advocaat. De kinderrechter ziet wel reden tot benoeming van een bijzondere curator."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2012/139

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaak-/rolnummer: 116565 / JE RK 12-780

Beschikking van 31 juli 2012 betreffende een jeugdbeschermingsmaatregel

op het verzoek van de

Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te Roermond, mede kantoorhoudende te Roermond

hierna te noemen de stichting,

in de zaak van

[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna te noemen de minderjarige.

De kinderrechter merkt naast de minderjarige en verzoekster als belanghebbenden aan:

- [de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de moeder,

- [de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de vader.

1. Het verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter verwijst naar de beschikking d.d. 12 juli 2012.

1.2. De stichting heeft het plan van aanpak d.d. 27 juli 2012, alsmede het indicatiebesluit d.d. 17 juli 2012 overgelegd.

1.3. Ter griffie van de rechtbank is voorts binnengekomen de brief d.d. 17 juli 2012 van

mr. F. Dronkers.

1.4. Op 31 juli 2012 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.

Bij de behandeling zijn verschenen:

- de minderjarige,

- mr. D. Dronkers, als vervanger van mr. F. Dronkers,

- de moeder, bijgestaan door mr. N. Birrou,

- [de tolk], als tolk,

- [X], vertegenwoordiger van de stichting.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder.

De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de stichting. De ondertoezichtstelling loopt tot 6 januari 2013.

Bij beschikking van 12 juli 2012 heeft de kinderrechter zijn beslissing omtrent het verzoek tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige aangehouden.

2.2. De kinderrechter overweegt allereerst ten aanzien van het verzoek van mr. F. Dronkers om hem toe te laten als advocaat van de minderjarige, als volgt.

De kinderrechter heeft kennis genomen van de brief van mr. F. Dronkers en de verwijzing daarin naar internationale verdragen. De kinderrechter is echter van oordeel dat de door mr. Dronkers genoemde artikelen zien op het horen van minderjarigen. De minderjarige dient in de gelegenheid te worden gesteld zijn mening kenbaar te maken hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, die verenigbaar is met de procedureregels van het nationaal recht. De kinderrechter is van oordeel dat het Nederlands recht in casu voldoende waarborgen biedt.

De kinderrechter overweegt voorts dat een minderjarige in de onderhavige procedure weliswaar belanghebbende is, doch procesrechtelijk niet bekwaam is om zelfstandig, dat wil zeggen zonder wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator als bedoeld in art. 1:250 BW, in rechte op te treden. De kinderrechter verwijst daarbij naar de uitspraak van de Hoger Raad van 11 februari 2011 (LJN:BO9615).

Naar het oordeel van de kinderrechter kan mr. F. Dronkers derhalve niet als advocaat van de minderjarige optreden.

2.3. Subsidiair heeft mr. F. Dronkers verzocht hem te benoemen tot bijzondere curator.

De kinderrechter kan blijkens artikel 1:250 BW op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger dan wel ambtshalve een bijzondere curator benoemen, indien de belangen van de ouder(s) strijdig zijn met de belangen van de minderjarige.

De kinderrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval daarvan sprake is, gelet op de ambivalente houding van de moeder, waarbij zij – hoewel zij thans ontkent – op meerdere momenten, ook in eerdere procedures aangaande de minderjarige, heeft aangegeven zich niet negatief te kunnen uitlaten over haar zoon (al dan niet) in zijn bijzijn. De moeder heeft ter zitting kenbaar gemaakt geen bezwaren te hebben tegen het benoemen van mr. F. Dronkers als bijzondere curator van de minderjarige.

De kinderrechter overweegt ten aanzien van dat verzoek dat in beginsel de bijzondere curator en de advocaat (in een eerdere procedure) niet eenzelfde persoon moeten zijn. In de onderhavige zaak heeft mr. Dronkers echter voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn rol als advocaat in de onderhavige zaak en in de eerdere zaken van de minderjarige, geen wezenlijke verschil maakt met de rol van een bijzondere curator. Dit gelet op het beleid dat zijn kantoor voert ten aanzien van zaken van minderjarigen.

De kinderrechter zal mr. F. Dronkers benoemen tot bijzondere curator over de minderjarige.

2.4. De stichting heeft ter onderbouwing van het verzoek tot verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing gesteld dat [de minderjarige] in januari 2012 is onderzocht. De hulpverleners van [de minderjarige] vonden de behandelgroep van Mikx in Maastricht de beste plek voor hem. De behandeling sluit het beste aan bij wat [de minderjarige] nodig heeft. De gezinsvoogdes is bereid, gelet op de weerstand van de moeder en [de minderjarige] tegen een uithuisplaatsing, om te onderzoeken of [de minderjarige] op termijn weer thuis kan gaan wonen. Op dit moment is dat echter niet in zijn belang.

Het is echter de vraag of de problematiek van [de minderjarige] een thuisplaatsing in de weg staat. Voorts is het de vraag of de moeder, mede in het licht van de problematiek, voldoende capaciteiten heeft om [de minderjarige] op te voeden. De moeder krijgt ambulante hulp vanuit de Mutsaersstichting voor haar andere kinderen. De hulpverleenster, mevrouw [hulpverleenster], heeft naar de gezinsvoogdes aangegeven dat de moeder leerbaar is, maar dat de zorgen rondom [de minderjarige] blijven bestaan. De Mutsaersstichting vindt een opname noodzakelijk. Volgens de hulpverleenster wil de moeder het beste voor [de minderjarige] en wil zij ook een opname, alsmede het onderzoek dat [de minderjarige] bij Mikx in Maastricht zal krijgen. De moeder wil dit standpunt echter niet herhalen in het bijzijn van [de minderjarige]. Ook niet nadat door hulpverleners, waaronder ook de gezinsvoogdes, is aangegeven dat de moeder hier open over zou moeten communiceren.

2.5. Namens en door de moeder is naar voren gebracht dat zij niet achter een uithuisplaatsing kan staan. De moeder kan zich wel vinden in een ambulant hulpverleningstraject. De moeder stelt dat het sinds ongeveer zes maanden goed gaat met [de minderjarige]. Hij heeft onder meer minder last van driftbuien.

De moeder ontkent dat zij tegen (een) hulpverlener(s) heeft gezegd wel achter een uithuisplaatsing van [de minderjarige] te staan.

De advocaat van de moeder heeft eveneens contact gehad met mevrouw [hulpverleenster]. Volgens de advocaat van de moeder kan deze hulpverleenster na 5 april 2012 echter geen zorgpunten meer benoemen. De advocaat van de moeder verzoekt om naar de situatie te kijken na 5 april 2012, zijnde de periode na de thuisplaatsing van [de minderjarige].

2.6. Mr. D. Dronkers heeft ter zitting gesteld dat ook [de minderjarige] de grens legt bij 5 april 2012. Volgens [de minderjarige] gaat het sedertdien goed met hem. Blijkens zijn schoolrapport van het OPCD gaat het goed met [de minderjarige]. Hij kan in die setting op een plezierige manier met anderen omgaan en hij weet resultaat te boeken. Mr. Dronkers mist in het plan van aanpak de visie van de stichting over wat er nodig zou zijn aan hulpverlening en doelen, indien [de minderjarige] thuis bij de moeder zou wonen. [de minderjarige] weet dat hij hulp nodig heeft en staat daarvoor open.

2.7. [de minderjarige] wil het liefst thuis wonen en vraagt zich af of de groep in Maastricht de beste plek voor hem is. Ook [de minderjarige] maakt zich soms zorgen om zichzelf en weet dat er daarom thuis hulp ingezet moet worden van bijvoorbeeld de Mutsaersstichting.

2.8. De kinderrechter is van oordeel dat hij – alvorens een beslissing te nemen over het verzoek – nader geïnformeerd dient te worden. Aangezien de Mutsaersstichting een belangrijke informant van de stichting is geweest, wenst de kinderrechter de hulpverleenster [hulpverleenster] te horen in de onderhavige zaak. De kinderrechter zal de beslissing derhalve aanhouden tot de datum als hierna vermeld.

Aangezien [de minderjarige] sinds 23 juli 2012 op vrijwillige basis is geplaatst binnen Mikx in Maastricht en hij en de moeder ter zitting hebben toegezegd dat hij daar in elk geval ook de komende maand vrijwillig zal verblijven, acht de kinderrechter op dit moment een machtiging voor kortere duur niet noodzakelijk.

3. De beslissing

De kinderrechter

3.1. benoemt tot bijzondere curator mr. F.A. Dronkers, advocaat te Roermond;

3.2. houdt aan de beslissing met betrekking tot het verzoek van de stichting om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling;

3.3. bepaalt dat de behandeling zal worden voortgezet ter terechtzitting van 21 augustus 2012 te 12.00 uur in het gerechtsgebouw te Roermond, Willem II Singel 67;

3.4. roept op mevrouw [hulpverleenster], hulpverleenster van de Mutsaersstichting, om alsdan als getuige te verschijnen;

3.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is uitgesproken ter terechtzitting van 31 juli 2012 door

mr. J.J.M. Wassenberg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld en ondertekend op 3 augustus 2012 door de kinderrechter voornoemd.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.