Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BX3467

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
31-07-2012
Datum publicatie
02-08-2012
Zaaknummer
AWB 11 / 1075, 11 / 1101, 11 / 1162
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:BY8508, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eerder geconstateerde gebrek over de toegepaste parkeernorm is hersteld via de bestuurlijke lus. Verweerder heeft in de aanvulling op de besluiten gewezen op de Bouwverordening Venlo en het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan. In laatstgenoemd plan zijn parkeernormen voor nieuwbouwlocaties opgenomen. Voor woningen (middenklasse) in Tegelen geeft de tabel op pagina 39 aan dat hiervoor een minimale parkeernorm van 1,3 en een maximale parkeernorm van 1,5 geldt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat op grond van die tabel voor het bouwplan een parkeernorm van 1,3 mag worden gehanteerd. In het verkeer- en vervoersplan is ervoor gekozen bij alle categorieën woningen (behoudens die categorieën die elders in de tabel genoemd worden) eenzelfde minimum /maximumnorm toe te passen. De tabel is daarmee een versimpeling van de parkeernormen in de CROW-publicatie. Dat de appartementen in de eerder gebruikte tabel van het CROW binnen de categorie “duur” vielen, betekent dus niet dat de appartementen in de thans genoemde tabel niet binnen “woning (middenklasse)” zouden kunnen vallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 11 / 1075, AWB 11 / 1101, AWB 11 / 1162

uitspraak van de van de meervoudige kamer van 31 juli 2012 in de zaak tussen

1. [naam + woonplaats eiser 1], eiser sub 1

(gemachtigde: [naam gemachtigde 1]),

2. [naam + woonplaats eiseres 2], eiseres sub 2

(gemachtigde: [naam gemachtigde 1]),

3. [namen + woonplaats eisers 3], eisers sub 3

(gemachtigde: [naam gemachtigde 2]),

gezamenlijk: eisers

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venlo, verweerder

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[naam + plaatsnaam vergunninghoudster], vergunninghoudster

(gemachtigde: [naam gemachtigde 3]).

Procesverloop

Bij besluiten van 28 juni 2011 en 11 juli 2011 heeft verweerder aan vergunninghoudster (hierna: [naam vergunninghoudster]) een projectbesluit en een bouwvergunning verleend.

Eisers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2012, waar eisers, in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door J.M.G. Vincken, zijn verschenen. Voorts is [naam vergunninghoudster], vertegenwoordigd door haar gemachtigde en directeur [naam directeur], verschenen.

Op 13 maart 2012 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan. Naar aanleiding van het beroep van eiseres sub 2 is verweerder bij die tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld gebreken in de bestreden besluiten te herstellen. Verweerder heeft aangegeven van die gelegenheid gebruik te willen maken. Bij beslissing van 13 april 2012 heeft de rechtbank de hersteltermijn met vier weken verlengd. Binnen die termijn heeft verweerder een aanvulling op zijn besluiten toegestuurd. Eiseres sub 2 heeft daarop gereageerd.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek op 11 juni 2012 gesloten.

Overwegingen

1. Wat de beroepen van eisers sub 1 en 3 betreft, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en geoordeeld en waarbij zij blijft. Gelet op dat oordeel verklaart de rechtbank de beroepen van eisers sub 1 en 3 ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling van verweerder in de kosten van deze eisers is geen aanleiding.

2. Inzake het beroep van eiseres sub 2 (hierna: eiseres) verwijst de rechtbank in de eerste plaats eveneens naar hetgeen zij in de tussenuitspraak heeft overwogen. Op twee onderdelen heeft de rechtbank in haar tussenuitspraak geoordeeld dat de in het bestreden besluit gegeven motivering niet deugdelijk was en het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was genomen. Het betreft de motivering over de omvang van een deel van de muur tussen het perceel van eiseres en het te bouwen appartementencomplex (rechtsoverweging 22) en de bij het bouwplan gehanteerde parkeernorm (rechtsoverwegingen 24 en 25).

3. Bij brief van 24 april 2012 heeft verweerder zijn besluiten op de twee genoemde onderdelen aangevuld.

4. Over het desbetreffende gedeelde van de scheidsmuur tussen de percelen zijn partijen overeengekomen dat die muur verlaagd wordt tot twee meter en de muur aan de straatzijde één meter naar achteren zal worden geplaatst. De bezwaren van eiseres tegen de omvang van die muur zijn hiermee weggenomen, zo blijkt uit de reactie van eiseres van 4 juni 2012. De rechtbank is van oordeel dat de bestreden besluiten met deze aanpassing thans voldoende deugdelijk zijn gemotiveerd. De rechtbank volgt niet het betoog van eiseres dat de aanpassingen nog niet in de bouwvergunning zijn doorgevoerd en er daarom onvoldoende zekerheid over die aanpassingen bestaat. In de brief van 24 april 2012 is immers duidelijk aangegeven dat en op welke wijze de muur aan de voorzijde zal worden gemaakt en deze aanvulling op de bestreden besluiten geven eiseres hierover voldoende zekerheid.

5. Over de parkeernorm heeft verweerder, anders dan in de eerdere besluiten, gewezen op de Bouwverordening Venlo en het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan. In laatstgenoemd plan zijn in hoofdstuk 8 parkeernormen voor nieuwbouwlocaties opgenomen. Voor woningen (middenklasse) in [woonplaats eiser 1, eiseres 2 en eisers 3] geeft de tabel op pagina 39 aan dat hiervoor een minimale parkeernorm van 1,3 en een maximale parkeernorm van 1,5 geldt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat op grond van die tabel voor het bouwplan een parkeernorm van 1,3 mag worden gehanteerd. Eiseres heeft betoogd dat de tabel, anders dan de CROW-normen waarnaar verweerder eerder heeft gewezen, geen onderscheid maakt naar klassen woningen en dat daarom niet zonder meer van de norm “woning (middenklasse)” mag worden uitgegaan. Vast staat immers dat de appartementen vallen binnen het hogere segment. Dit is weliswaar op zichzelf een terechte constatering, maar uit de passage over parkeernormen in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder er in dat beleidsstuk kennelijk voor heeft gekozen voor alle categorieën woningen (behoudens die categorieën die elders in de tabel genoemd worden) eenzelfde minimum /maximumnorm toe te passen. De tabel is daarmee een versimpeling van de parkeernormen in de CROW-publicatie. Dat de appartementen in de eerder gebruikte tabel van het CROW binnen de categorie “duur” vielen, betekent dus niet dat de appartementen in de thans genoemde tabel niet binnen “woning (middenklasse)” zouden kunnen vallen. De tabel uit het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan kent immers geen onderverdeling in duur, midden en goedkoop. Uit de toevoeging “midden” kan niet worden afgeleid dat deze norm niet zou gelden voor de thans aan de orde zijnde appartementen. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder er met juistheid van uitgegaan dat woningen in andere categorieën (zoals de aan de orde zijnde appartementen), gelet op de tabel en de daarbij gegeven toelichting, in de categorie “middenklasse” vallen. Tot slot leidt de rechtbank uit de woorden “aandeel bezoekers” af dat de reservering voor bezoekers van 0,3 al in de norm van 1,3 is meegenomen. Bij de norm hoeft dan ook niet, zoals eiseres stelt, nog een norm van 0,3 per woning voor bezoekers te worden opgeteld.

6. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder, met de thans gegeven aanvullingen, de bestreden besluiten voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Dit betekent dat de bestreden besluiten, gelet op de daarin geconstateerde gebreken, worden vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van die besluiten in stand zullen worden gelaten. Verweerder zal in de proceskosten aan de zijde van eiseres worden veroordeeld. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.311,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 1 punt voor de nadere reactie, met een waarde per punt van € 437,- en een wegingsfactor 1). Voorts dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep van eiseres sub 2 gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand blijven;

- verklaart de beroepen van eisers sub 1 en 3 ongegrond;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 152,- aan eiseres sub 2 te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.311,-, te betalen aan eiseres sub 2.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Voncken (voorzitter), mr. C.M. Nollen en

mr. M.C.M. Hamer, leden, in aanwezigheid van mr. F.A. Timmers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2012.

w.g. mr. F.A. Timmers,

griffier w.g. mr. P.J. Voncken,

voorzitter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 31 juli 2012.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op grond van artikel 1.6a van de Crisis- en herstelwet kunnen na de termijn van zes weken geen gronden meer worden aangevoerd.