Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BX1723

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
04/850099-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overval op casino. Vrijspraak. Aanwijzing van verdachte als betrokkene bij de overval berust op herkennning aan de hand van camerabeelden. Herkenning door verbalisanten ontstijgt niet waarschijnlijkheidsniveau danwel is te algemeen om te worden aanvaard.

Een herkenning is specifiek, maar de rechtbank twijfelt aan de objectiviteit van de herkenning, nu de verbalisant met voorwetenschap van de overval bij de aanhouding aanwezig is geweest en ook achteraf niet onbevangen naar de beelden heeft kunnen kijken, nu hem al bekend was dat daarop de verdachten van de betreffende overval te zien waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer: 04/850099-12

Datum uitspraak: 18 juli 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats],

thans gedetineerd in [detentieadres].

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juli 2012.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 14 maart 2012 in de gemeente Weert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2764 EURO, in elk geval enig bedrag aan geld, geheel of ten dele toebehorende aan [Casino], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met bivakmutsen op en/of (een) pisto(o)l(en), in elk geval (een) vuurwapen(s) in zijn/hun hand(en) het [Casino] is/zijn binnengekomen

en/of

- (op dreigende toon) heeft/hebben geroepen, althans gezegd dat het een overval was en dat iedereen moest gaan liggen en/of

- (een) pisto(o)l(en), in elk geval (een) vuurwapen(s) op voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of

- met genoemd(e) pisto(o)l(en), in elk geval vuurwapen(s) op het glas van de kassaruimte heeft/hebben geslagen en/of

- op dreigende toon tegen deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd "Openmaken"en/of "Opschieten", waarbij een pistool op deze [slachtoffer 1] werd gericht en/of

- een of meerdere schoten heeft/hebben gelost;

(art. 312 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 4 juli 2012 gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is. Daartoe heeft de raadsvrouw – kort samengevat – onder meer de volgende feiten en omstandigheden aangevoerd.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat getuige [getuige] weliswaar verklaart over een zilverkleurige Mercedes, Baby-benz waarin hij vier verdachte heeft stappen en zien wegrijden, maar een dergelijke auto is niet bepaald uitzonderlijk. Daarnaast spreek de getuige uitdrukkelijk van vier verdachten, terwijl verdachte samen met zijn vriend in de auto zat en zij met z’n tweeën werden aangehouden.

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat indien verdachte bij de overval betrokken zou zijn geweest, zij in 6 minuten zouden moeten zijn gevlucht en weggereden. Het is naar de mening van de raadsvrouw absoluut niet mogelijk binnen dit korte tijdsbestek twee daders, wapens, bivakmutsen, kleding en geld te loodsen.

De raadsvrouw voert voorts aan dat gesteld kan worden dat er weliswaar sprake is van een gelijkenis tussen de man op de camerabeelden van het casino en medeverdachte [medeverdachte] op de camerabeelden op het politiebureau, maar opvallend is dat de man op de beelden bij het politiebureau andere kleding draagt dan de man die op de camerabeelden van het casino is te zien.

Met betrekking tot de herkenning van verdachte door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] stelt de raadsvrouw dat indien gekeken wordt naar de betreffende foto, daaruit met geen mogelijkheid kan worden geconcludeerd dat deze persoon gelijkenis vertoont met verdachte.

Met betrekking tot de herkenning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door verbalisant [verbalisant 3] en door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er over de lengte en postuur weinig gezegd kan worden, enkel kijkend naar de camerabeelden. Er is meer deskundigheid voor nodig. De raadsvrouw verwijst hiertoe naar een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2011.

7.2.Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.

Inleiding

Op 14 maart 2012 vond er een gewapende overval plaats bij [Casino] aan het [adres] te Weert. Vier personen zijn gewapend met een pistool en met bivakmutsen op [Casino] binnengelopen en hebben een geldbedrag weggenomen.

Getuige [getuige] verklaart dat hij de vier daders [Casino] uit ziet rennen richting de Parallelweg en 20 meter verder om de hoek in een zilverkleurige Mercedes Baby-benz ziet stappen. De getuige volgt vervolgens de auto over de Ringbaan-Zuid te Weert, maar verliest de auto daar ergens uit het zicht.

Uit de camerabeelden blijkt dat de daders rond 21.26 uur uit [Casino] naar buiten zijn gekomen.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] krijgen de melding dat er een overval was geweest bij [Casino] te Weert. Het zou gaan om vier personen die bewapend zouden zijn, bivakmutsen en zwarte kleding zouden dragen en ingestapt zouden zijn in een grijskleurige Baby-benz, type A. Ter hoogte van de Ittervoorterweg op de Roermondseweg te Weert zagen verbalisanten een grijskleurige Mercedes-benz, Baby-benz, type A rijden, waarna zij de auto tot stoppen hebben gemaand. De bestuurder bleek te zijn medeverdachte [medeverdachte]. De bijrijder bleek [verdachte] te zijn, zijnde verdachte. In de auto is verder niets bijzonders gevonden dat in relatie kan worden gebracht met een overval. Verbalisanten bekijken vervolgens bij [Casino] de camerabeelden die zijn opgenomen voor, tijdens en na de overval. Verbalisanten relateren dat de persoon die het eerst in beeld komt en rechts vooraan loopt nagenoeg gelijkend is aan het signalement van verdachte. De eerstvolgende persoon links vooraan in beeld is volgens de verbalisanten nagenoeg gelijkend aan medeverdachte [medeverdachte]. Gezien het postuur, het signalement en de kleding van de inzittenden van de Mercedes-Benz zijn dit volgens de verbalisanten zeer waarschijnlijk dezelfde personen als genoemde twee van de vier personen die op de camerabeelden zijn te zien van [Casino].

Ook verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 6] kregen omstreeks 21.30 uur een melding dat er in Weert een overval had plaatsgevonden bij [Casino]. De overvallers zouden volgens de melding weg zijn gereden in een grijze Mercedes-Benz, klasse A. Omstreeks 21.35 uur werd aan verbalisanten door verbalisant [verbalisant 1] doorgegeven dat zij een grijze Mercedes-Benz, klasse A zagen rijden over de Roermondseweg te Weert en dat ze deze auto een stopteken hadden gegeven. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 6] zijn vervolgens naar de Roermondseweg gereden waar zij de Mercedes-Benz, klasse A zagen staan.

Later bekijkt verbalisant [verbalisant 3], die, zoals hiervoor blijkt, betrokken was bij de controle van de Mercedes, de fotoprints van de camerabeelden van [Casino] en herkent de bestuurder, zijnde medeverdachte [medeverdachte] als een van de overvallers. Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft de bestuurder als een lange man, van circa 25 jaar oud, buitenlandse komaf, korte zwarte haren met een baard die doorloopt vanaf de bakkenbaarden in een strak geschoren streep en bij zijn kin een streepje omhoog en een kleine snor. Met betrekking tot verdachte verklaart verbalisant [verbalisant 3] dat de kleur broek, de lengte en het postuur van de dader op de camerabeelden overeenkomt met de kleur broek, lengte en het postuur van verdachte.

De afstand tussen de plaats van vertrek van de auto (in de buurt van [Casino]) en de plaats van controle is blijkens het proces-verbaal van bevindingen 3,9 kilometer, waarover onder normale omstandigheden ongeveer 6 minuten wordt gedaan.

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben de beelden bekeken van [Casino], waarbij de daders van de overval ongemaskerd voorbij het casino lopen, en deze beelden vergeleken met de beelden van de bewakingscamera van het politiebureau waarop medeverdachte [medeverdachte] het politiebureau binnen komt lopen. Verbalisanten verklaren dat de persoon die links in beeld loopt langs het [Casino] dezelfde persoon is als bij de entree van het politiebureau te Roermond.

Zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte] hebben verklaard dat zij in Roermond naar een bordeel wilden gaan en ontkennen ieder elke betrokkenheid bij de gewapende overval.

Overwegingen

Uit het voorgaande blijkt een aantal zaken.

De getuige ziet na de overval, na 21.26.22 uur, vier personen in een auto stappen, terwijl er bij het zien rijden en controle van de auto rond 21.35 uur maar twee in blijken te zitten.

De inzittenden van de auto droegen niet dezelfde kleding als de overvallers. Of de inzittenden jassen droegen, zoals bij de overvallers wel het geval was, is niet gebleken.

Er is in de auto noch op verdachten iets aangetroffen dat met de overval in verband kan worden gebracht.

Tussen het moment van het uit het oog verliezen van de auto door de getuige en het eerste contact met de politie zit, hoewel niet precies vast te stellen, gelet op de afstand in elk geval maar heel korte tijd, een kwestie van minuten.

De door de getuige genoemde vluchtauto, een zilvergrijze Mercedes Baby-benz is noch qua type noch qua kleur uitzonderlijk te noemen, terwijl ook tijdstip en plek van aantreffen van de auto niet bijzonder te noemen zijn.

De inzittenden zeggen op weg te zijn naar Roermond en niets te maken te hebben met een overval.

In het licht van deze omstandigheden is een volledige en onomstotelijke herkenning van de inzittende(n) als zijnde (een van) de overvallers bij [Casino] van cruciaal belang voor het bewijs.

De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Voor de betrouwbaarheid van een herkenning van een verdachte op basis van camerabeelden is naar het oordeel van de rechtbank conform vaste jurisprudentie van belang of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken.

Door verschillende verbalisanten is gerelateerd over de herkenning/vergelijking van verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] op (prints van) de camerabeelden. Met betrekking tot de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] relateren verbalisanten dat gezien het postuur, het signalement en de kleding van de inzittenden van de Mercedes-Benz het zeer waarschijnlijk dezelfde personen zijn als de twee van de vier personen die op de camerabeelden te zien zijn van [Casino]. Nog los van het feit dat in elk geval de kleding niet overeenkomt kunnen de bevindingen van deze verbalisanten niet beschouwd worden als herkenning in eerder genoemde zin. De bevindingen kunnen aldus niet bijdragen aan het bewijs.

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], niet bij de controle van verdachten betrokken, hebben beelden met elkaar vergeleken van het [Casino] en de beelden van het politiebureau. Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] verklaren na vergelijking van de camerabeelden van [Casino] en het politiebureau dat een van de overvallers dezelfde persoon is als op het politiebureau, zijnde medeverdachte [medeverdachte]. Niet wordt gerelateerd op welke waarnemingen/bevindingen/kenmerken deze toch wel stellige conclusie wordt gebaseerd, terwijl de vergelijking niet kan worden overgedaan omdat de bewegende beelden van het politiebureau niet meer beschikbaar zijn. De stellige, niet nader onderbouwde conclusie van de verbalisanten is aldus niet te controleren voor de rechtbank. Wél bevinden zich in het dossier fotoprints van deze beelden, doch deze prints acht de rechtbank niet van dien aard dat zo stellig kan worden verklaard en geconcludeerd dat de persoon die links in beeld loopt langs het [Casino] te Weert dezelfde persoon is als bij de entree van het politiebureau, te weten medeverdachte [medeverdachte]. Reeds hierom zal de rechtbank deze “herkenning” buiten beschouwing laten.

Verbalisant [verbalisant 3] is de enige die een gedetailleerde en specifieke verklaring met betrekking tot de persoonskenmerken van medeverdachte [medeverdachte] heeft afgelegd. Hij relateert onder meer over een baard die doorloopt vanuit de bakkenbaarden en - nog specifieker - over een streepje dat bij de kin omhoog loopt. Aan de bevinding met betrekking tot verdachte door verbalisant [verbalisant 3] komt naar het oordeel van de rechtbank geen overtuigende kracht toe, nu van deze persoon op de camerabeelden geen specifieke details zichtbaar zijn. Dit betekent dat een vaststelling van de eventuele betrokkenheid van verdachte helemaal afhangt van de herkenning van medeverdachte [medeverdachte] bij wie hij in de auto zat. De herkenning van medeverdachte [medeverdachte] door [verbalisant 3] moet gelet op de beslissende betekenis ervan dus zeer kritisch worden beschouwd. De vraag is of de herkenning voldoet aan de minimale regels voor betrouwbaarheid en als zodanig bruikbaar is voor het bewijs. De rechtbank moet deze vraag ontkennend beantwoorden en wel om de navolgende redenen. Verbalisant [verbalisant 3] en zijn collega krijgen op 14 maart 2012 rond 21.30 uur een melding dat er een overval had plaatsgevonden, dat de overvallers waren gevlucht in een grijze Mercedes-Benz, klasse A en dat de betreffende auto later was aangehouden op de Roermondseweg te Weert. Met die informatie is [verbalisant 3] naar de Roermondseweg gereden, waar hij verdachte en

medeverdachte [medeverdachte] bij een grijze Mercedes-Benz ziet. Hij spreekt kort met de bestuurder van de auto (medeverdachte [medeverdachte]) en heeft hem van dichtbij gezien.

De volgende dag op 15 maart 2012 rond 11.00 uur krijgt hij foto’s te zien van de beveiligingscamera’s van de [Casino] te Weert, waarop, zo relateert hij, de verdachten van de daar gepleegde overval te zien waren. Hij herkent op een foto genoemde bestuurder als een van de verdachten van de overval.

Het is niet onbegrijpelijk hoe [verbalisant 3] tot zijn conclusie is gekomen, maar de rechtbank is van oordeel dat in het licht van vorenstaande gang van zaken getwijfeld kan worden aan de objectiviteit van de herkenning. Immers [verbalisant 3] ging niet alleen met voorwetenschap naar de auto toe, maar heeft ook niet onbevangen naar de foto’s kunnen kijken nu hem al bekend was dat daarop de verdachten van de betreffende overval te zien waren.

Daarenboven neemt de rechtbank nog een tweetal omstandigheden in aanmerking die afdoen aan de zekerheid van de herkenning door [verbalisant 3]. In de eerste plaats neemt de rechtbank waar dat de foto waarop [verbalisant 3] medeverdachte [medeverdachte] herkent niet van goede kwaliteit is, waardoor naar het oordeel van de rechtbank herkenning wordt bemoeilijkt. Voorts is gebleken dat anders dan [verbalisant 3] twee andere verbalisanten, eerder genoemde [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die als eersten bij medeverdachte [medeverdachte] waren gekomen en met hem contact hebben gehad, op basis van de camerabeelden, niet tot een eenduidige herkenning komen van medeverdachte [medeverdachte] als zijnde een van de overvallers.

Aan de herkenning door [verbalisant 3] kan derhalve niet de kracht en waarde worden toegekend die nodig zijn om tot een bewezenverklaring te komen, zodat niet vast is komen te staan dat verdachte of medeverdachte [medeverdachte] (een van de) op de camerabeelden zichtbare personen is zodat verdachte zal worden vrijgesproken.

7.3.Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de op de beslaglijst het onder 1 genummerde voorwerp onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien dit aan verdachte toebehorende voorwerp bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten waarvan hij wordt verdacht, is aangetroffen, terwijl dit voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en dit voorwerp van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

7.4.Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn: een paar schoenen en een aantal kledingstukken.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene(n) aan wie deze toebehoren, zoals hierna in het dictum genoemd.

7.5.De vorderingen van de benadeelde partij

[Casino], [slachtoffer 3], [slachtoffer 5], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vorderingen betrekking hebben, is vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partijen dienen te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8.Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [Casino] [adres], niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres],

niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres], niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres], niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering, tot op heden begroot op nihil;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

verklaart onttrokken aan het verkeer:

2012024955 1 munitie

Voorwerpnummer 280287

gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

2012024955 2 1 broek, kleur: bruin

Voorwerpnummer 280288

2012024955 3 Kleding, kleur: bruin

Voorwerpnummer 280289

2012024955 4 1 sok, kleur: wit

Voorwerpnummer 280290

2012024955 5 1 paar schoenen, kleur: zwart

Voorwerpnummer 280292

Vonnis gewezen door mrs. M.B.T.G. Steeghs, E.H.M. Druijf en N.H.W. Montulet-Van

der Meer, rechters, van wie mr. E.H.M. Druijf voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. J. Zijlstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op

18 juli 2012.