Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BW9597

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
115502 / FA RK 12-560
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vader is het niet eens met het voornemen van de moeder om te verhuizen naar de woonplaats van haar nieuwe partner.

Alles in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat in casu het recht van de moeder op een eigen toekomst zwaarder dient te wegen, te meer nu het welbevinden van de moeder

ook zijn directe weerslag heeft op de minderjarigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 115502 / FA RK 12-560

Beschikking van 04 juli 2012 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de moeder,

advocaat: mr. E. Kweens;

tegen:

[de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de vader,

advocaat: mr. A.P.C. Houben.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank tevens aan de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [2002],

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2003].

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 12 april 2012;

- het verweerschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 19 juni 2012;

- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 21 juni 2012 en waarbij zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door mr. Kweens;

- de vader, bijgestaan door mr. Houben;

- mevrouw [X], vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

2. De vaststaande feiten

2.1. De minderjarigen zijn geboren uit de buitenhuwelijkse relatie van de vader en de moeder.

De vader heeft de minderjarigen erkend. De relatie tussen partijen is beƫindigd. Beide ouders zijn belast met het gezag over de minderjarigen.

3. Het verzoek

3.1. De moeder verzoekt:

- te bepalen dat de moeder met de minderjarigen mag verhuizen naar Kessel en hen mag inschrijven op basisschool De Merwijck te Kessel;

- kosten rechtens.

De moeder geeft aan dat zij wil verhuizen naar Kessel om in de buurt van haar nieuwe partner te gaan wonen. Het is vooralsnog niet de bedoeling van de moeder om te gaan samenwonen, maar dat zal in de toekomst wel gaan gebeuren. De moeder heeft dit met de vader besproken. De moeder heeft de voorgenomen verhuizing met de minderjarigen besproken en de minderjarigen hebben hier enthousiast op gereageerd. De moeder is van mening dat een verhuizing de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen niet in de weg zal staan. De moeder brengt en haalt de minderjarigen nu en zal dat na de verhuizing ook blijven doen.

Ter zitting geeft de moeder aan dat ze deze procedure betreurt. De ouders hebben zaken betreffende de minderjarigen al vijf jaar lang steeds in goed onderling overleg kunnen regelen.

De moeder wil verhuizen naar Kessel, zodat haar gezin en het gezin van de nieuwe partner aan elkaar kunnen wennen en meer tijd met elkaar kunnen doorbrengen. De partner van de moeder heeft twee jongmeerderjarige thuiswonende kinderen, van wie de moeder een aantal jaar geleden is overleden, waardoor een samenwoning nu nog te gevoelig ligt.

De moeder geeft aan dat zij al twee jaar een relatie met haar nieuwe partner heeft en dat het een bestendige relatie is. Aangezien de relatie met de vader nu enigszins bekoeld is, is het niet het moment om haar partner aan de vader voor te stellen.

De scholen in Weert en in Kessel zijn al op de hoogte van de wens van de moeder om te verhuizen. De moeder heeft ook al een optie op een huurwoning in Kessel.

De moeder begrijpt het verzoek van de vader om het hoofdverblijf van de minderjarigen bij hem te bepalen niet, aangezien de vader vrachtwagenchauffeur is en lange dagen maakt.

4. Het verweer

4.1. De vader verzoekt:

- de verzoeken van de moeder af te wijzen;

- te bepalen dat als de moeder verhuist, de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader wordt bepaald en waarbij de ouders in goed overleg tot een verdeling van de zorg van de minderjarigen dienen te komen;

- kosten rechtens.

De vader geeft aan dat hij het verzoek van de moeder en de onderbouwing ervan ervaart als dat er wel rekening met het belang van de moeder, haar nieuwe partner en zijn kinderen wordt gehouden maar niet met de belangen van de minderjarigen.

Ter zitting geeft ook de vader aan het te betreuren dat de ouders het niet in onderling overleg kunnen oplossen. De vader voelt zich echter niet prettig bij een verhuizing. De vader is van mening dat dit niet in het belang van de minderjarigen is. De behoefte van de moeder aan een volgende stap in haar relatie met haar partner, weegt niet op tegen de voordelen van de minderjarigen om in hun vertrouwde woonomgeving te blijven wonen. De minderjarigen kunnen nu zelfstandig naar oma (vz), oma (mz) en de tante gaan in Weert. Door een verhuizing naar Kessel hebben ze dit netwerk niet meer. De vader maakt zich er ook zorgen over dat de moeder wil verhuizen naar een kleine gemeenschap, waar de minderjarigen het, als ze niet geaccepteerd worden, moeilijk zullen hebben.

De vader geeft aan dat hij er moeite mee heeft dat hij de nieuwe partner van de moeder niet kent. Het zou voor de vader makkelijker zijn geweest als de moeder was gaan samenwonen, waardoor de minderjarigen in een gezin terecht waren gekomen. Daaruit zou de vader kunnen afleiden dat het een stabiele en bestendige relatie is. De vader vreest ervoor dat de moeder, op het moment dat haar relatie eindigt, weer terugverhuist naar Weert. De minderjarigen zullen daar de dupe van worden.

De vader heeft verzocht om het hoofdverblijf van de minderjarigen bij hem te bepalen. De vader heeft met zijn werkgever kunnen regelen dat zijn werktijden worden aangepast, mochten de minderjarigen hun hoofdverblijf bij hem krijgen.

5. De raad voor de kinderbescherming

5.1. De vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming geeft aan dat iedere minderjarige anders reageert op een verhuizing. Van belang is dat er snel duidelijkheid komt, anders kunnen de minderjarigen in een loyaliteitsconflict komen.

6. Het oordeel van de rechtbank

6.1. De verhuizing en de schoolkeuze.

Artikel 1:253a, eerste lid, BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank heeft ter terechtzitting op de voet van het vijfde lid van voornoemd artikel een vergelijk tussen partijen beproefd. Gebleken is dat partijen niet in onderling overleg tot een gezamenlijke oplossing kunnen komen. De rechtbank zal derhalve in het navolgende het verzochte inhoudelijk beoordelen en een beslissing nemen die haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

De rechtbank stelt in dit kader voorop dat zij daarbij alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen. Dit betekent dat de rechtbank naast het zwaarwegende belang van de minderjarigen, ook de belangen van elk van de ouders in haar afweging zal betrekken (HR 25 april 2008, LJN: BC5901).

De rechtbank overweegt dat de moeder het recht heeft om zich na het uit elkaar gaan van partijen elders te vestigen. Dit recht wordt echter beperkt door het feit dat beide ouders belast zijn met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

De verhuizing heeft tot gevolg dat de moeder en de minderjarigen 30 kilometer van hun huidige woonplaats Weert zullen gaan wonen. Hierdoor zullen de minderjarigen naar een andere school moeten. De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van woonplaats en school, niet nadelig hoeft te zijn voor de minderjarigen. Het is daarbij van belang dat de minderjarigen niet het gevoel hebben te moeten kiezen tussen de ouders.

Hoewel er voor de verhuizing geen echte noodzaak bestaat - de moeder kan haar relatie ook in stand houden zonder verhuizing, gelet op de beperkte afstand- begrijpt de rechtbank de wens van de moeder om dichter bij haar partner te gaan wonen en zo een stap te zetten richting de uiteindelijke samenwoning.

Daar staat tegenover dat de rechtbank ook de weerstand bij de vader ziet. Deze lijkt echter met name te zijn ingegeven door emoties. De omgangsregeling blijft ook na de verhuizing hetzelfde en de moeder heeft toegezegd de minderjarigen te zullen blijven brengen en halen. Nu de omgangsregeling door de verhuizing niet wordt aangetast en de vader en de minderjarigen er wat betreft onderling contact niet op achteruit gaan, kan dit niet als argument gelden om het verzoek van de moeder af te wijzen.

Hoe het met de minderjarigen zal gaan op de nieuwe school is niet te voorzien. Mochten zich daar problemen voordoen, dan gaat de rechtbank er vanuit dat de ouders in staat zijn om in goed onderling overleg een beslissing te nemen die in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

De rechtbank is van oordeel dat in casu het recht van de moeder op een eigen toekomst zwaarder dient te wegen, te meer nu het welbevinden van de moeder ook zijn directe weerslag heeft op de minderjarigen. Dat de moeder niet direct gaat samenwonen, ziet de rechtbank niet als contra-indicatie. De rechtbank acht het zelfs meer in het belang van de minderjarigen om eerst het gezin van de nieuwe partner te leren kennen, alvorens ermee te gaan samenleven. Bovendien zal een eventuele terugverhuizing naar Weert na het mogelijk beƫindigen van de relatie ook bij een samenwoning aan de orde kunnen zijn. De rechtbank merkt daar bij op dat zij het raadzaam acht dat, nu de moeder met de minderjarigen meer tijd gaat doorbrengen bij haar nieuwe partner, de vader en haar partner kennis maken. De rechtbank gaat er vanuit dat als de vader weet bij wie de minderjarigen (een deel van de tijd) verblijven, een deel van zijn zorgen zullen worden weggenomen.

De rechtbank zal gelet op vorenstaande het verzoek toewijzen in die zin dat de rechtbank de moeder vervangende toestemming zal verlenen om te mogen verhuizen naar Kessel.

Voorts acht de rechtbank het in het belang van de minderjarigen dat zij in hun woonplaats naar school gaan, zodat zij ook daar een sociaal netwerk kunnen opbouwen. De rechtbank zal derhalve de moeder vervangende toestemming verlenen om de minderjarigen in te schrijven op de basisschool De Merwijck in Kessel.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het verzoek van de vader, om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen, zal afwijzen, nu de rechtbank een wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in het belang van de minderjarigen acht.

6.2. De rechtbank acht termen aanwezig de proceskosten tussen de ouders te compenseren, in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt.

7. De beslissing

De rechtbank:

7.1. verleent de moeder toestemming om met de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [2002],

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [2003]

te verhuizen naar Kessel;

7.2. verleent de moeder toestemming om de minderjarigen in te schrijven op de Basisschool De Merwijck te Kessel;

7.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

7.4. compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt;

7.5. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.A.M.C. van de Winkel, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 04 juli 2012 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

IB

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.