Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BW8956

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
04-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
04/650109-06, ontneming
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Drie grootschalige hennepkwekerijen in Duitsland op meerdere locaties met capaciteiten variërend van circa 3000 tot ruim 4000 planten, waarin verdacht een leidende rol had. Wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting gesteld op ruim 2 miljoen Euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/650109-06

Datum uitspraak : 4 juni 2012

Tegenspraak

Uitspraak ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres en woonplaats].

1. Onderzoek van de zaak

De rechtbank heeft op 14 mei 2012 gehoord:

- de officier van justitie, die alstoen de schriftelijke vordering heeft gewijzigd in dier voege dat thans wordt gevorderd dat het door [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 4.555.416,67 en dat aan [verdachte] de betalingsverplichting wordt opgelegd ter hoogte van € 1.518.472,00;

- [verdachte] voornoemd, bijgestaan door mr. [advocaat]

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 4 juni 2012 in de zaak met parketnummer 04/650109-06, waarbij [verdachte] voornoemd is veroordeeld wegens 3x medeplegen van overtreding van een in artikel 3, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, medeplegen van overtreding van een in artikel 3, onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en witwassen.

2. Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de bewijsmiddelen die gebezigd zijn voor een bewezenverklaring van de in de tenlastelegging vermelde feiten voldoende aannemelijk is geworden dat [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met die feiten geld hebben verdiend, en derhalve daaruit wederrechtelijk voordeel hebben gekregen. Daarnaast is het Openbaar Ministerie van mening dat genoemden voordeel hebben genoten uit drie andere in het strafdossier nader genoemde en met bevindingen/verklaringen toegelichte kwekerijen, namelijk die te Sonsbeck ([adres 4]), Sonsbeck ([adres 5]) en te Issum-Sevelen.

Door de raadsman is ter terechtzitting betoogd dat de vordering dient te worden afgewezen aangezien naar de mening van de verdediging door het onvoldoende rechercheren door de politie de aan de vordering ten grondslag liggende feiten niet kunnen worden bewezen en [verdachte] derhalve van deze feiten dient te worden vrijgesproken. Door het onvoldoende rechercheren van de politie is ook niet aannemelijk geworden dat [verdachte] enig voordeel heeft gehad uit soortgelijke feiten, in dit geval uit de opbrengst van de twee kwekerijen te Sonsbeck en die te Issum-Sevelen. De in België aangetroffen gelden zijn het resultaat van het hard en spaarzaam leven dat [verdachte] vele jaren heeft geleid. Dat deze gelden uit crimineel handelen zijn voortgekomen, blijkt uit niets.

3. Motivering van de maatregel

3.1. Bij vonnis van de rechtbank d.d. 4 juni 2012 heeft de rechtbank op grond van wettige bewijsmiddelen bewezen verklaard dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt - voorzover relevant voor de beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel - aan het meermalen medeplegen van het telen van hennep:

- in de periode van 1 mei 2005 tot en met 11 februari 2006 te St Hubert, 47906 Kempen

- in de periode van 1 mei 2005 tot en met 12 april 2006 te Pulheim

- in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 maart 2006 te Wankum.

Als medeplegers zijn ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] veroordeeld.

Uit de voor die bewezenverklaring gebruikte bewijsmiddelen is aannemelijk geworden dat met de verkoop van de oogsten van die hennepkwekerijen geld is verdiend en dus wederrechtelijk verkregen voordeel is genoten.

3.2. Ten aanzien van de door de officier van justitie naar voren gebrachte soortgelijke feiten is de rechtbank van oordeel dat uit diverse met betrekking tot de beide kwekerijen te Sonsbeck in het dossier aanwezige stukken enkel blijkt dat mogelijk [medeverdachte 1] op enige wijze bij die kwekerijen betrokken is geweest omdat hij enkele malen in die kwekerijen is geweest. Welke daadwerkelijke betrokkenheid [medeverdachte 1] bij deze kwekerijen heeft gehad, is niet uit stukken duidelijk geworden. De betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte 2] bij deze kwekerijen is evenmin af te leiden uit de stukken. Zelfs de mogelijke betrokkenheid acht de rechtbank niet aannemelijk.

Met betrekking tot de door de officier van justitie opgevoerde kwekerij te Issum is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten aanzien daarvan op geen enkele wijze aannemelijk is geworden. Nu naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat [verdachte] bij de drie kwekerijen betrokken is geweest, ook niet in het licht van het bewezen verklaarde medeplegen bij 3 andere kwekerijen, is het evenmin aannemelijk dat hij uit de drie kwekerijen enig voordeel heeft gekregen. Daarom heeft de rechtbank deze kwekerijen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel buiten beschouwing gelaten.

3.3. Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank is bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de bewezen verklaarde oogsten uitgegaan van een landelijk gemiddelde. Het heeft daarvoor de door BOOM gehanteerde normen die in mei 2005 door BOOM zijn gepubliceerd gehanteerd. Deze normen vormen ook het uitgangspunt voor de berekening zoals deze is gemaakt door het Bureau Financiele Ondersteuning (BFO).

De berekening van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt hierna verder uitgewerkt. De rechtbank heeft daarbij voornoemd BFO-rapport als leidraad gehanteerd en alle bedragen op hele euro’s naar beneden afgerond. Per aangetroffen hennepkwekerij wordt hieronder aangegeven hoe groot de productiecapaciteit was, hoeveel oogsten er vermoedelijk hebben plaatsgevonden en welke de kosten waren. Onderstaande gegevens zijn afgeleid uit het door de Duitse autoriteiten ter beschikking gestelde dossier. Hieruit kan worden afgeleid dat er door de verdachten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], in Duitsland een aantal hennepkwekerijen werden geëxploiteerd.

3.3.1. Productie

3.3.1.1 Hennepkwekerij Kempen

Uit het Duitse onderzoek is het vermoeden gerezen dat er in de periode van april/mei 2005 tot 11 februari 2006 in Duitsland op het adres [adres 1] te St. Hubert, 47906 Kempen, in een opslagloods (kelder) hennep werd gekweekt. Bij de ontdekking hiervan op 11 februari 2006 werden 3.081 hennepplanten aangetroffen. Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.081 planten. De rechtbank heeft, onder meer op grond van de verklaring van [getuige 1] , bewezen verklaard dat er in deze kwekerij in ieder geval twee oogsten hebben plaatsgehad, namelijk in augustus en december 2005. Daarom is er waarschijnlijk een opbrengst geweest van 2 x 3.081 = 6.182 planten. De rechtbank gaat dan verder ook uit van 2 oogsten, anders door politie en officier van justitie die bij de berekening en vordering van 1 oogst zijn uitgegaan.

3.3.1.2. Hennepkwekerij te Wachtendonk-Wankum

Op 12 april 2006 werd op aangeven van de Duitse verdachte [getuige 1] door de Duitse politie een inrichting aangetroffen voor de kweek van hennepplanten in diverse ruimtes van een boerderij, gelegen aan de [adres 3] te Wankum (Duitsland). Er werden geen planten meer aangetroffen. Op grond van de aangetroffen situatie werd de productiecapaciteit van de aangetroffen kwekerij berekend. Deze werd berekend op 4.880 planten per kweek. Vermoed wordt dat de desbetreffende kwekerij in Wankum van december 2004 tot 02 maart 2006 werd gedreven, welke periode onder andere wordt afgeleid van de periode van verhuur. De eigenaar [getuige 4] verklaarde dat hij de desbetreffende ruimtes verhuurde aan [medeverdachte 2] en [verdachte] voor een bedrag van € 2.500,00 per maand. Volgens verhuurder [getuige 4] vonden er minstens 4 oogsten plaats. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat in deze kwekerij vermoedelijk 4 eerdere oogsten hebben plaatsgevonden met een opbrengst van (4 x 4.880 =) 19.520 planten.

3.3.1.3 Hennepkwekerij te Pulheim

Op 12 april 2006 werd door de Duitse politie in een bij een boerderij behorende schuur, die gevestigd was aan de [adres 2] in Pulheim (Duitsland), een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal 3.204 hennepplanten aangetroffen. Vermoed wordt dat de desbetreffende kwekerij in Pulheim van april 2005 tot 12 april 2006 werd gedreven. De eigenaar [getuige 3] verhuurde de ruimtes voor een bedrag van € 1.000,00 per maand. Bij deze kwekerij werd onder andere (ter plaatse) de Pool [ge[getuige 2] aangehouden. Het oogsten en het opnieuw planten van de hennep werd, volgens afgelegde verklaringen, gedaan door Russen.

Op 03 maart 2006 werd een transport met geoogste hennepplanten, afkomstig uit Pulheim, onderschept en in beslag genomen. Hierbij werd [getuige 7] aangehouden. In de door hem bestuurde auto bevonden zich ca. 2.600 hennepplanten. In deze kwekerij hebben volgens de verklaring van [getuige 2] 5 kweken plaatsgevonden. De laatste kweek werd in beslag genomen en zal daarom niet meegenomen worden voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarom is er waarschijnlijk een opbrengst geweest van 4 x 3.204 = 12.816 planten. De onder [getuige 7] in beslag genomen hennepplanten (2.600 stuks) dienen hier echter weer vanaf getrokken te worden, waardoor aldus 10.216 planten resteren.

3.4. Opbrengst

Uit onderzoek is niet gebleken wat de verdachten voor een kilo hennep hebben gekregen. In de handel in hennep werd in de groothandel tot en met 2004 gemiddeld € 2.332,00 per kilo betaald, vanaf 2005 wordt uitgegaan van gemiddeld € 2.370,00 per kilo. Hoewel de gemiddelde prijs vanaf 2004 alleen maar gestegen is en inmiddels (ruim) boven de gestelde € 2.370,00 per kilo ligt, wordt de landelijke norm uit de eerder genoemde rapportage van het BOOM aangehouden, te weten: de opbrengst van € 2.370,00 per geoogste kilo eindproduct hennep, hetgeen in het voordeel is van verdachten.

Aangezien niet bekend is hoeveel planten er per m² per kwekerij werden gekweekt, is in de berekening ten aanzien van de opbrengst per plant uitgegaan van de mediaan van het verrichte onderzoek, hetgeen een opbrengst veronderstelt van 28,2 gram per plant.

3.4.1. Kempen.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.081 planten. In deze kwekerij hebben 2 eerdere oogsten plaatsgevonden. Opbrengst: 6.162 x 28,2 gram x € 2.370,00 = € 412.780,00.

3.4.2. Wachtendonk-Wankum.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 4.880 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Opbrengst: 19.520 x 28,2 gram x € 2.370,00 = € 1.304.599,00.

3.4.3. Pulheim.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.204 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Opbrengst 12.816 x 28,2 gram x € 2.370,00 = € 856.544,00.

3.5. Afschrijvingen

De rechtbank heeft daarbij de door BOOM gepubliceerde norm aangehouden.

3.5.1. Kempen.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.081 planten. In deze kwekerij hebben in ieder geval 2 eerdere oogsten plaatsgevonden. Afschrijving: 2 x € 1.650,00 = € 3.300,00.

3.5.2. Wachtendonk-Wankum.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 4.880 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Afschrijving: 4 x € 2.500,00 = € 10.000.00.

3.5.3. Pulheim.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.204 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Afschrijving: 4 x € 1.700,00 = € 6.800,00

3.6. Directe kosten per plant

De rechtbank heeft daarbij de door BOOM gepubliceerde norm aangehouden, te weten

€ 4,40 per plant per cyclus van 10 weken.

3.6.1. Kempen.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.081 planten. In deze kwekerij hebben in ieder geval 2 eerdere oogsten plaatsgevonden. Kosten: 2 x 3.081 x € 4,40 = € 27.112,00.

3.6.2. Wachtendonk-Wankum.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 4.880 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Kosten: 4 x 4.880 x € 4.40 = € 85.888,00.

3.6.3. Pulheim.

Deze kwekerij had een productiecapaciteit van 3.204 planten. In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Kosten: 4 x 3.204 x € 4,40 = € 44.950,00.

3.7. Personeelskosten

Ook hier heeft de rechtbank de door BOOM gepubliceerde norm aangehouden. Hoewel uit het politieonderzoek niet expliciet is gebleken dat in elke kwekerij gebruik is gemaakt van knippers, wordt dit toch verondersteld. Er is verklaard dat de planten door Russen of Oekraïners geoogst en ingeladen werden. Behoudens deze knipkosten houdt de rechtbank ook rekening met kosten verbonden aan de dagelijkse verzorging van de planten en bewaking van de kwekerij. Hiervoor zou per dag een bedrag van € 62,00 betaald worden. De kosten voor bewaking/verzorging: per kweekcyclus van 10 weken (70 dagen) worden deze kosten als volgt berekend: 70 dagen x € 62,00 = € 4.340,00 per oogst.

3.7.1. Kempen.

In deze kwekerij hebben in ieder geval 2 eerdere oogsten plaatsgevonden. Knipkosten:

2 x 3.081 x € 2,00 = € 12.324,00. Overige personeelkosten 2 x € 4.340,00 = € 8.680,00.

3.7.2. Wachtendonk-Wankum.

In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Knipkosten:

4 x 4.880 x € 2,00 = € 39.040,00. Overige personeelkosten: 4 x € 4.340,00 = € 17.360,00.

3.7.3. Pulheim.

In deze kwekerij hebben vermoedelijk 4 eerdere oogsten plaatsgevonden. Knipkosten:

4 x 3.204 x € 2,00 = € 25.632,00. Overige personeelkosten: 4 x € 4 .340,00 = € 17.360,00.

3.8. Huurkosten

De huurkosten voor de gehele periode worden in mindering gebracht. Per locatie:

3.8.1. Kempen

Vermoed wordt dat de desbetreffende kwekerij in Kempen vanaf 15 maart 2005 tot in februari 2006 in bedrijf was. De eigenaar [betrokkene], verhuurde de desbetreffende ruimte aan [getuige 1] voor een bedrag van € 2.645,00 per maand. De totale huurkosten voor deze locatie kunnen daarom worden berekend op 11 (maanden) x € 2.645,00 = € 29.095,00.

3.8.2. Wachtendonk-Wankum

Vermoed wordt dat de desbetreffende kwekerij in Wankum van december 2004 tot 02 maart 2006 werd gedreven. De eigenaar [getuige 4] verhuurde de desbetreffende ruimtes aan onder andere [verdachte] voor een bedrag van € 2.500,00 per maand. De totale huurkosten voor deze locatie kunnen daarom worden berekend op 16 (maanden) x € 2.500,00 = € 40.000,00. Ondanks het feit dat de verhuurder [getuige 4] verklaarde dat hij slechts € 20.000,00 huur had gekregen, wordt, in het voordeel van de verdachten de (aftrekbare) huur voor deze locatie aangehouden op € 40.000,00 (16 (maanden) x € 2.500,00).

3.8.3. Pulheim.

Vermoed wordt dat de desbetreffende kwekerij in Pulheim van april 2005 tot 12 april 2006 werd gedreven. De eigenaar [getuige 3] verhuurde de ruimtes voor een bedrag van € 1.000,00 per maand. De totale huurkosten voor deze locatie kunnen daarom worden berekend op 12 (maanden) x € 1.000,00 = € 12.000,00.

3.9. Energiekosten

Gelet op het feit dat de elektriciteit op illegale wijze werd verkregen en niet is gebleken dat de energieleverancier(s) (een) navordering(en) hebben opgelegd, wordt hiermee in deze rapportage geen rekening gehouden.

3.10. Samenvatting van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Kwekerij Kempen:

Opbrengst: € 412.780,00

-/-Afschrijving € 3.300,00

-/-Directe kosten € 27.112,00

-/-Personeelskosten € 21.004,00

-/-Huurkosten € 29.095,00

----------------

€ 80.511,00

Netto opbrengst: € 332.269,00

Kwekerij Wachtendonk-Wankum:

Opbrengst: € 1.304.599,00

-/-Afschrijving € 10.000,00

-/-Directe kosten € 85.888,00

-/-Personeelskosten € 56.400,00

-/-Huurkosten € 40.000,00

----------------

€ 192.288,00

Netto opbrengst: € 1.112.311,00

Kwekerij Pulheim:

Opbrengst: € 856.544,00

-/-Afschrijving € 6.800,00

-/-Directe kosten € 44.950,00

-/-Personeelskosten € 42.992,00

-/-Huurkosten € 12.000,00

----------------

€ 106.742,00

Netto opbrengst: € 749.802,00

Totaal netto opbrengst van de drie hennepkwekerijen:

€ 332.269,00 + € 1.112.311,00 + € 749.802,00 = € 2.194.409,00

De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 2.194.409,00.

3.11 Verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uit de verklaringen van onder meer [getuige 1] en [getuige 2] is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk geworden dat in de onderlinge verhouding tussen de veroordeelden [verdachte] bij de hennepkwekerijen de belangrijkste man was. Dit wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 1] die hem de ‘Generalmanager’ noemde. De rechtbank acht aannemelijk dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], die eveneens bij de drie hennepkwekerijen betrokken waren, voor hun werkzaamheden verricht binnen die kwekerijen een vergoeding hebben ontvangen. Hoe hoog deze vergoeding is geweest, blijkt niet uit de bewijsmiddelen, doch de rechtbank gaat er vanuit, gelet op de rol die [verdachte] heeft gehad zoals uit het dossier naar voren komt, dat deze niet meer betreft dan een vergoeding voor verrichte werkzaamheden - en als zodanig verdisconteerd in de aftrekpost ‘personeelskosten’ - en geen winstdeling. Of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] overigens uit de opbrengst van de teelt financieel voordeel hebben gehad, blijkt niet uit het dossier. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het wederrechtelijk verkregen voordeel geheel naar [verdachte] is gegaan.

4. Toegepaste wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. Beslissing

De rechtbank stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € 2.194.409,00.

De rechtbank legt [verdachte] voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 2.194.409,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij door middel van de strafbare feiten heeft verkregen.

Deze uitspraak is gegeven door mrs. E.H.M. Druijf, M.B.T.G. Steeghs en A.K. Kleine, rechters, van wie mr. M.B.T.G. Steeghs voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. O.A.G. Corten en J.A.H. Bicker als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2012.

RECHTBANK ROERMOND