Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BW4120

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
26-04-2012
Zaaknummer
04/860448-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3791, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Doodslag na uit de hand gelopen internetdate te Venray.

bewijs opzet, verwerping gedane beroep op (putatief) noodweer(excess).

Toerekening en culpa in causa

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/860448-11

Datum uitspraak : 20 april 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd [adres]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 6 april 2012.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2011 in de [gemeente 1] opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp, in de hals en/of het (boven)lichaam gestoken en/of (meermalen) met een hamer en/of met een of meer hard(e) voorwerp(en) op het hoofd en/of tegen het lichaam, geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 13 augustus 2011 in de [gemeente 1] opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp, in de hals en/of het (boven)lichaam gestoken en/of (meermalen) met een hamer en/of met een of meer hard(e) voorwerp(en) op het hoofd en/of tegen het lichaam, geslagen, tengevolge waarvan

voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 13 augustus 2011 in de [gemeente 1] aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer] (meermalen) opzettelijk met een mes, althans met een scherp voorwerp, te steken in de hals en/of het (boven)lichaam en/of door die [slachtoffer] (meermalen) opzettelijk met een hamer en/of met een of meer hard(e) voorwerp(en) op het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad;

(artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft blijkens het op schrift gestelde requisitoir ter terechtzitting van 6 april 2012 gevorderd dat het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich, zoals weergegeven in de ter terechtzitting van 6 april 2012 overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Er is geen sprake geweest van enig opzet om [slachtoffer] van het leven te beroven. Allereerst blijkt uit het rapport van de psycholoog dat verdachte verstoken was van elk inzicht in de reikwijdte van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan, omdat verdachte volledig gedecompenseerd was. Voorts blijkt uit het forensische onderzoek dat geen enkele van de toegebrachte messteken of slagen op het hoofd op zichzelf dodelijk zijn geweest, waardoor daaruit kan geen (voorwaardelijke) opzet worden gedestilleerd.

Daarnaast doet de verdediging een beroep op noodweer, noodweerexces en psychische overmacht.

7.2. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De rechtbank hanteert de volgende bewijsmiddelen . Het daarbij genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

De verbalisant [1] relateert naar aanleiding van het uitluisteren van de cd-rom betreffende de telefonische melding van een steekincident dat plaatsvond op 13 augustus 2011 omstreeks 07.00 uur het volgende .

De daadwerkelijk melding ging als volgt:

Meldkamer: Alarmcentrale politie goedemorgen.

[getuige]: Jullie moeten snel naar de [adres getuige] komen.

Meldkamer: Wat is daar aan de hand dan?

[getuige]: Ik woon op [adres getuige], mijn onderbuurman wordt helemaal total loss geslagen door iemand, helemaal total loss.

De verbalisanten [2], [4], [3] en [5] relateren in hun proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van een melding van [getuige] op 13 augustus 2011 te 07.04 uur waarin werd gemeld dat iemand op het adres [adres getuige] te [gemeente 1] in elkaar werd geslagen als volgt .

Wij verbalisanten [2] en [3] werden door de centralist van de regionale meldkamer politie Limburg-Noord ter plaatse gestuurd. Wij waren om 07.10 uur ter plaatse op de [adres]. Wij werden buiten opgewacht door een man die aangaf de melder te zijn. Wij zagen dat in de hal van het appartementencomplex de vloer en de deur van huisnummer [nummer] besmeurd waren met bloed. Wij hoorden dat binnen kennelijk personen aanwezig waren. Door ons werd meerdere malen aangeklopt en geroepen: “Politie maak de deur open”. Wij hoorden een man “help“ roepen. Door mij verbalisant [2] werd getracht de toegangsdeur van de woning in te trappen. Dit lukte niet. De melder die nog in de hal was gaf aan dat via zijn woning, die op de eerste verdieping lag, toegang tot de achterzijde van de woning op nummer [nummer] te verkrijgen was. Wij liepen vervolgens met de melder naar diens woning. Wij klommen uit het raam, via een nood/brand trap die tegen de buitenmuur zat naar een dak. Ik, verbalisant [3], sprong vanaf het dak in de achtertuin van de woning op nummer [nummer]. Ik, verbalisant [3], voelde aan de deurklink of de deur op slot was. Ik voelde dat de deur inderdaad op slot was. Ik heb toen op het raam en de achterdeur geklopt en mij bekend gemaakt als politie. Ik kon door het raam en de achterdeur niet in de woning kijken. Ik zag dat er lamellen voor het raam en de achterdeur hingen. Na enkele seconden zag ik dat een voor mij onbekende man de lamellen opzij deed. Ik zag dat deze man gekleed was in zwarte netkousen, een rode string, een wit hemd en een witte pet. Ik hoorde dat deze man om hulp riep. Ik riep hierop tegen de man dat hij de deur open moest maken. Ik hoorde dat de man zei: ”Dat gaat niet, ik zit opgesloten. Hij heeft alles op slot gedaan.” Ik zag hierna dat deze man met een sleutel de deur open maakte. Het is mij onbekend of deze sleutel al op de deur zat. Ik vroeg aan de man wie hij was. Ik hoorde dat de man zei: ”[verdachte], ik kom uit [gemeente 2].” Op dat moment ben ik via de achter zijde de woning betreden. Ik zag dat de gehele vloer van de woonkamer onder het bloed zat. Ik zag dat er midden in de woonkamer een persoon op de grond lag welke geheel naakt was en van boven tot onder onder het bloed zat. Ik zag dat deze man diverse steekwonden had ter hoogte van zijn hals. Op dat moment wilde ik de voordeur van de woning openen voor de overige collega’s. Ik zag dat de voordeur van de woning open ging. Ik hoorde dat er een douche aan stond in de badkamer, welke grenst aan de woonkamer. Ik heb deze douche uitgezet. Ik zag dat de gehele douche en de vloer van de badkamer onder het bloed zat. Ik zag dat de vloer van de slaapkamer, welke tegenover de badkamer gelegen is, ook onder het bloed zat. Ik ben hierna weer naar de achtertuin van de woning gegaan en bij de later te noemen verdachte [verdachte] gaan staan. Ik heb [verdachte] medegedeeld te 07.20 uur dat hij was aangehouden voor poging doodslag en dat hij niet tot antwoorden verplicht was. Ik hoorde dat verdachte spontaan verklaarde: ”Ja ik wil wel verklaren, ik heb gisteren speed en wiet gebruikt en heb hier geile ideeën van gekregen. Ik heb toen op een gay website gekeken en ben zo in contact gekomen met deze man. Ik ben helemaal niet zo weet je, ik doe dit normaal nooit. Die man heeft mij toen opgehaald in [gemeente 2]. Onderweg begon die man al aan mijn piel te voelen. Ik dacht toen al dat ik dit niet zo wilde. We zijn toen naar hier gegaan en hier heeft hij me opgesloten. Ik kon er niet uit en ik ben toen helemaal geflipt. Ik was bang dat hij opstond dus heb ik dat met hem gedaan. Oh shit, wat heb ik toch gedaan. Hij schreeuwt nu om hulp maar hij viel mij aan. Dit alles is ook te lezen op de computer, die chat.” Ik hoorde dat hij zij: ”die man heeft mij ook geslagen met zo’n stok. Ik heb ook last van mijn hand, ik moest wel afweren weet je. Oh mijn god, wat heb ik toch gedaan.”

Ik, verbalisant [2], ging, nadat [3] mij meedeelde dat de achterdeur gesloten was, meteen weer via de woning van de melder terug naar de voordeur van perceel [nummer]. Toen ik beneden in de hal arriveerde kwamen wij, verbalisanten [4] en [5], omstreeks 07.14 uur ter plaatse. Nadat ik, [2], hen op de hoogte bracht van hetgeen we op dat moment wisten, werd door mij, verbalisant [5], de toegangsdeur van nummer [nummer] open getrapt. Toen wij, verbalisanten [4], [5] en [2], vervolgens de woning betraden troffen wij een geheel naakte man van naar schatting 50 jaar aan. Deze lag op de vloer van de woonkamer. De man zat geheel onder het bloed en op de vloer was rondom de man een plas bloed. De gehele woning was met bloed besmeurd. Het slachtoffer lag met de voeten in de richting van de hal, ongeveer in het verlengde van de hal. De man bewoog en ging uit zichzelf kort hierna even zitten toen ik verbalisant [5] hem aansprak. De man ging vrijwel meteen nadat hij was gaan zitten ook weer liggen. Door mij, [5] werd voor zover mogelijk eerste hulp verleend. Ik probeerde hem rustig te houden door tegen hem te spreken. Ik hield zijn hoofd vast om hem te stabiliseren. Wij, [4], [5] en [2], zagen dat de man een grote gapende snij- steekwond had aan de voorzijde van zijn hals en diverse steekwonden had aan zijn buik, hoofd en armen. Omstreeks 07.23 uur arriveerde de eerste ambulance. Omstreeks 07.30 uur arriveerde de traumaheli met het mobiel medisch team. Het slachtoffer werd vervoerd naar het ziekenhuis.

De verbalisanten relateren in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2011 het volgende .

Op zaterdag 13 augustus 2011 te 08.41 uur werd ons door een van de behandelende artsen medegedeeld dat het slachtoffer was overleden.

Dit slachtoffer bleek na navraag genaamde te zijn:

[slachtoffer],

Geboren te [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres]

Arts en Patholoog [naam] constateert in haar sectierapport (pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood) van 10 januari 2012 dat [slachtoffer], 54 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend botsend, perforerend en klievend geweld op het lichaam. Mogelijk dat verstikkingsverschijnselen als gevolg van geweld op de hals aan het overlijden hebben bijgedragen. De ongeveer 20 steekkanalen die werden gemeten bij het slachtoffer varieerden in lengte van circa 3 tot maximaal 15 centimeter (pagina 50). Het merendeel van deze letsels werden geconstateerd aan de hals en aan de borst. Er waren letsels als gevolg van uitwendig inwerkend botsend mechanisch geweld op het hoofd, passend bij minimaal zesmaal slaan op het hoofd met een zwaar voorwerp. In relatie met de huidletsels waren er twee min of meer ronde impressiefracturen in het schedeldak links boven en rechts achteren en er was een ‘buts’ midden op de kruin met een begeleidende ronde uitsparing in het botvlies. De patholoog geeft aan dat het overlijden kan worden verklaard als gevolg van het massale bloedverlies door alle letsels tezamen en door het daardoor opgetreden zuurstofgebrek op weefselniveau.

De getuige [getuige] verklaart op 13 augustus tegenover de politie over het gebeuren het volgende . De tijd weet ik niet maar ik hoorde een knal onder, en nog een en nog een. Ik woon op [adres getuige] te [gemeente 1]. Ik hoorde gerommel in de woning beneden ons. Ik hoorde dit door het hele appartement heen gaan. Ik heb de voordeur toen open gemaakt van mijn eigen woning en toen hoorde ik dat er ruzie was. Ik hoorde geschreeuw, flink heftig gerommel en gestommel. Ik kon niet echt goed verstaan wat er allemaal geroepen werd maar ik heb wel heel duidelijk gehoord dat iemand riep:”Je hebt me fucking aangerand”. Ik stond toen nog boven aan de trap bij mijn woning. Ik zag toen dat [slachtoffer] naar buiten kwam en nog een andere jongen. Ik zag dat [slachtoffer] naakt was, volledig naakt. Die jongen was ook naakt maar had een string en een panty aan. Ik zag dat [slachtoffer] achteruit liep vanuit zijn voordeur de centrale gang in. Ik zag dat de jongen vanuit de woning naar voren liep in de richting van [slachtoffer]. Ik zag dat de jongen op [slachtoffer] afliep en hem naar achteren duwde. Ik kreeg het idee dat de jongen in paniek was want hij was aan het huilen. Ik stond op dat moment halverwege de trap. Ik bukte toen en keek vervolgens door de spijlen van de trap in de richting van [slachtoffer] zijn voordeur. Ik had toen dus [slachtoffer] vol in zicht. Ik zag dat hij naakt was en overal bloed had zitten op zijn lichaam. Ik hoorde dat [slachtoffer] om hulp riep. Ik heb hem vaak om hulp horen roepen. Ik hoorde de wanhoop in [slachtoffer] zijn stem. Ik zag ook dat er bloed op de voordeur en op de grond bij de voordeur lag. Ik zag ook dat de jongen met zijn armen in de richting van [slachtoffer] bewoog. Het was niet dat hij hem wilde slaan met een vuist of zo. Meer om [slachtoffer] van hem weg te krijgen.

Toen ik dus halverwege op de trap stond heb ik heel hard met een hamer tegen het ijzer van de trap geslagen waardoor er een hele harde knal hoorbaar was. Ik heb toen naar [slachtoffer] en de jongen geroepen: ”kappen nou”. Nadat ik dit tegen hun geroepen had ben ik meteen naar boven gegaan. Ik ben toen de politie gaan bellen. Ik heb 112 gebeld. Toen ik naar boven ging hoorde ik beneden niets meer. Het was toen stil. Ik heb toen boven aan de trap gewacht totdat de politie kwam. De ruzie die in de woning van [slachtoffer] had plaatsgevonden was echt heftig. Ik heb meerdere bonken gehoord en op enig moment ging het heel heftig. Ik hoorde toen ook gebonk en dergelijke door het hele appartement gaan van voren naar achteren. Ik kreeg echt het idee dat er iemand een flink pak slaag heeft gekregen, en hard.

Verdachte verklaart ter terechtzitting het volgende .

U houdt mij voor dat er bij mij sprake is van een groot verslavingsprobleem en polydrugsgebruik. Ook houdt u mij voor dat ik verklaard heb dat ik een enorm minderwaardigheidsgevoel heb, maar dat ik daar geen last van heb als ik onder invloed ben. Dit klopt allemaal.

Ook is het correct wat ik bij de politie heb verklaard dat ik in de middag en avond van vrijdag 12 augustus 2011 drugs heb gebruikt. Ook had ik daarnaast nog mijn gebruikelijke medicatie genomen van haldol en antidepressiva. Ik heb bij de politie zo eerlijk mogelijk alles verteld. Wel is het zo dat ik door al dat drugsgebruik soms nog maar flarden weet.

U houdt mij voor dat ik bij de politie verklaard heb dat ik bij thuiskomst weer een joint heb gerookt en een lijn speed heb genomen en dat ik toen op mijn zogenaamde “geile MSN” ben gegaan. Ook dat is juist. Mijn account heet “[account verdachte]”. Ik had contact met [slachtoffer]. Die kende ik al van een eerder chatcontact. Dat is de [slachtoffer] die mij toen ook later in [gemeente 2] is komen ophalen en die mij heeft meegenomen naar zijn huis in [gemeente 1].

De verbalisanten relateren in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 augustus 2011 het volgende .

Op maandag 29 augustus zijn wij gestart met het uitlezen van de MSN-berichten van het hotmail account “[account slachtoffer]” Door de verdachte [verdachte] werd in een verklaring aangegeven dat hij gebruik maakt van het Hotmail account [account verdachte]. Tijdens het uitlezen van de msn-berichten zagen wij dat op zaterdag 6 augustus 2011 te 04.48 uur een chatsessie werd gestart tussen voornoemde accounts waaronder de volgende berichtenuitwisseling:

4.50 [verdachte] zal ik zo de eerste trein pakken dan

4.50 [slachtoffer] Van [plaatsnaam] toch

4.50 [verdachte] [gemeente 2]

4.51 [slachtoffer] Ik zal eens kijken kan ik je bellen

4.57 [slachtoffer] maar je bent serieus en hoelang wil je dan blijven?

4.57 [verdachte] ik kan zolang als jij wil

4.58 [verdachte] ik gebruik wel chems hoor

4.58 [slachtoffer] maakt niet uit

4.58 [slachtoffer] dat is xtc

4.58 [verdachte] xtc speed hasj

4.58 [slachtoffer] ghb?

4.59 [verdachte] heb ik nie

4.59 [slachtoffer] ok kan ik wel aankomen

5.05 [verdachte] kan je me nie aub komen hale

5.07 [slachtoffer] is 280 km

5.08 [verdachte] ja oke maar dan ben ik wel voor jou

5.08 [slachtoffer] ja dat is wel zo

5.09 [verdachte] heledag in me stringetje en pantykouse door je huis heen lope

5.09[slachtoffer] Das lekker ja waar hou je van

5.10 [verdachte] pijpen stele zoenen gerimt worde en geneukt worde door me [naam]

5.11 [slachtoffer] en om te doen?

5.11 [verdachte] oo ik bedoel van ik pijp jou graag ik word graag gerimt & geneukt

Ten aanzien van 13 augustus 2011 relateren de verbalisanten de volgende chat sessie;

1.26 [slachtoffer] hi vent

1.26 [verdachte] hoi pap

1.27 [verdachte] best hoerig en met jou papa

1.27 [slachtoffer] Ja lekker wanneer kom je

1.27 [verdachte] wanneer ik door jou opgehaald word

1.29 [slachtoffer] ok

2.17 [slachtoffer] zoek even die lingerie op en als je speeltjes hebt ook

2.21 [verdachte] ben je wel beetje domi top

2.26 [slachtoffer] ok ja ik ben domi en top

2.29 [verdachte] wat papa wilt gebeurd ook

2.35 [slachtoffer] ik wil je wel gelijk lekker tongen

2.35 [verdachte] ja wnnr we iets bijna uit [gemeente 2] zijn

2.36 [slachtoffer] wat doe je aan ?

2.36 [verdachte] ik zal jogings broek ook wel uitdoen dan zodat ik in me stringetje pantykousen en tshirt naast je zit

2.36 [slachtoffer] mmmmmmmm

2.36 [verdachte] dan kan je me piemeltje beettje aanraken papa

2.37 [slachtoffer] lekker

2.37 [verdachte] wow en wat als ik nou niemeer naar huis wil

2.38 [slachtoffer] dan blijf je gewoon als het klikt.

ik heb je nog nooit gezien

2.43 [verdachte] maakt nie uit als je maar komt en me meeneemt, ik zoek al zo lang een vaste dad

2.44 [verdachte] sry maar ik wil jou eigendom worden klinkt meschien vreemd

Verdachte verklaart op 1 september 2011 bij de politie ten aanzien van het tenlastegelegde, nadat hij het slachtoffer had uitgeschakeld, het volgende . (V staat voor vragen van verbalisanten en A staat voor antwoorden van de verdachte).

Opmerking van de verbalisanten: De verdachte raakt emotioneel en begint te huilen. De verdachte verklaarde dat het allemaal zo’n pijn doet en het nog vers is. Hij praat over zijn schaamtegevoel.

V: Waar komt dat schaamtegevoel vandaan?

A: Door drugsgebruik, ik hoor dan stemmen en word para.

V: Waarom was je in paniek?

V: Het zag er gruwelijk uit. Ik begon toen te beseffen wat er was gebeurd. Ik wilde niet dat hij opstond, hij was aan het grijpen naar voorwerpen. Ik heb hem steeds weer terug geduwd en geslagen.

V: Oké, dat is duidelijk, maar waarom was je in paniek bij de achterdeur?

A: Waarom ik in paniek was? Je moet je voorstellen dat je opgesloten bent in een huis dat niet van jezelf is en je kan er niet uit komen. Het was echt een levensbedreigende situatie. Hij vond dat waarschijnlijk ook. Het was voor mij echt het gevoel, het was echt hij of ik.

A: Het was angst en razernij. Ik dacht die man wil mij hier houden, mij opsluiten. Het waren mijn eigen gedachten, daar waar ik met hem daarvoor had getypt. Ik had getypt: ”ik blijf wel bij jou.” Ik zit daar en dacht: ” Wat heb ik gezegd?” Ik ging koffie halen en ging kijken of de deuren dicht waren. De achterdeur was dicht. Ik had al gezien dat hij de voordeur dicht had gedraaid. Toen ik zag dat de achterdeur op slot was dacht ik: ” Whow, het komt nog uit ook “, dat wat ik een uur daarvoor op de MSN had gewenst. Ik dacht: “Waar ben ik mee bezig, waarom zei ik dat?”. Je hoort allemaal van die dingen. Hij begon handtastelijk te zijn wat ik in eerst instantie afwees dan krijg je zelf de realiteit in de ogen. Van de ene kant maak je het er zelf van en van de andere kant wil je het niet. Hij lijkt wel alsof iemand anders beslissingen maakt in je lichaam. Ik kan dat niet uitleggen…echt. Dat klinkt misschien raar voor jullie, maar in een keer maak je een beslissing. Het is als een engeltje en duiveltje op je schouders. Ze maken allebei een eigen beslissing.

V: Wat is het moment dat het uit de hand liep?

A: Toen ik naar de achterdeur liep om koffie te pakken. Ik keek naar de achterdeur, de sleutels zaten er niet in, ik loop weer terug naar de douche.. oh nee. Ik had een mes uit het keukenblok, messenblok gepakt. Deze messenblok stond achter bij de wastafel. Ik pakte het mes en loop naar de dinges en vraag aan hem: ”Waar zijn je sleutels want ik wil hier weg”. Hij zei:”Waar ben jij mee bezig”, gooit de deur open en komt naar mij toe. Uit reactie heb ik het mes met mijn linkerhand in zijn…even denken…. In zijn rechterschouder en dus ja… Ik schrok van mijn eigen en laat het mes los. Hij haalt het mes eruit die uit hem zelf bengelde. Daarna renden wij achter elkaar aan.

Verdachte verklaart op 14 augustus 2011 bij de politie ten aanzien van hetgeen op 13 augustus 2011 heeft plaatsgevonden het volgende.

Ik heb GHB, speed, coke, hasj wiet en ketamine gebruikt. Ik heb dat over de hele dag en nacht gebruikt. Het was de dag voordat ik werd aangehouden. Het was op vrijdagmiddag rond 14.00 uur en het laatste potje nam ik op zaterdag ongeveer om 02.30 uur. Blowen tellen jullie niet mee? Blowen beschouw ik als een ‘sjekkie’ en daarmee begin ik al bij het opstaan. Ik gebruik liever geen wiet in combinatie met speed want dan krijg ik stemmen. Ik hoor dan stemmen die over mij praten, terwijl die personen er niet bij zijn. Die stemmen zeggen dat ik niets waard ben en dat ik mij eigen op moet hangen. Ze vertellen mij dat ik een nietsnut ben. Ze zeggen nooit iets als ik wat goed doe.

We hadden afgesproken dat het slachtoffer me op kwam halen bij het oude station in [gemeente 2]. Ik stap in de auto en zie hem. Hij was vies, dik en hij stinkt. Ik vond het niks toen ik instapte hij was heel aardig weet je, heel vriendelijk. Toen gingen we rijden en hij begon meteen aan mijn lijf en aan mijn been te zitten. En vroeg: ”Heb je er zin in?”. Ik zei: ”Jawel”. Toen ben ik op tilt geslagen, je wordt een object, ik voelde mij een prooi.

Ik had een witte joggingbroek van het merk Gucci, een wit hemd, een tanktop en een zwarte jas aan. Daaronder droeg ik een rode string en zwarte netkousen. Hij wilde al gelijk onder het rijden. Hij ging onder mijn broek voelen en ik zei dat ik dat liever niet deed omdat er nog andere mensen op straat waren. Ik ben heel discreet. Ik zag namelijk dat er nog auto’s en vrachtauto’s op straat waren en ik wilde niet dat die naar binnen keken en zagen wat wij deden. En toen begonnen we over de drugs, gems, ik wilde het zo brengen dat ik naar huis kon. Ik zei dat als ik geen drugs had, ik naar huis wilde. Ik vond het lastig om hem op zijn ziel te trappen. Hij pakte mijn hand en ik moest met zijn ballen spelen. Hij vroeg: ”Speel een beetje met mijn ballen”. Ik vond hem dominant. Ik wilde wel echt mijn eigen dingen doen. In mijn fantasie gaat het er soms wel over. Dan lijkt het mooi als iemand zo je hand pakt of je hoofd bij zijn piel duwt. In het echt vind ik het niets dan voel ik mijn er niet gemakkelijk bij, dan word ik angstig. We zijn gestopt naast de snelweg. Hij zei dat het een homo ontmoetingsplaats was, tenminste dat denk ik nu. Ik heb anderhalf potje GHB gepakt. Daar had ik ook speed ingegooid, daar weet ik van dat ik geil word. Ik dacht misschien word ik hier wel losser van. Ik dacht toen: “Waarom ook niet laat het maar gebeuren”.

Ten aanzien van de gebeurtenissen in de woning van het slachtoffer verklaart verdachte het volgende.

Op de vraag wat wij deden voordat het uit de hand liep verklaar ik het volgende. Mij de hele tijd betasten. Tegen mijn aan te rijden in zijn onderbroek. Ik zat eerst met mijn kleren aan en had een bakje koffie gedronken. Ik was zo onder de invloed. Nog een bak koffie gedronken en toen kwam het erop neer dat na de laatste bak koffie ik mijn broek uit had getrokken en dacht: “ga ik dat nou echt doen of niet?”. Ik had natuurlijk een oppep en van de GHB en na de bak koffie voelde ik mij nuchter worden en dacht: ”Is dit echt wat ik wil”. Ik liep naar de keuken en toen checkte ik voor de gein de deur, ik bedoel voor de zekerheid natuurlijk, niet dat jullie het verkeerd begrijpen. Ik dacht: ”Nu gaat hij mijn fantasieën in het echt uitvoeren”. En toen kwam dat messenblokverhaal. Ik moet eerst een stukje terug in de woonkamer. In de woonkamer waren we koffie aan het drinken, hij dronk cola. We raakten in gesprek. Ik vroeg of hij een vriend had. Hij zei:”Maakt dat uit dan? Jij bent nu toch bij mij?” Ik zei: “Oh ja dat is waar? ”Hij zei: “Jij hoeft nu toch niet meer weg. “en daarna……. Ja…..

Ik weet niet of hij dat echt gezegd heeft of dat het in mijn hoofd was. Maar ik hoorde toen”Anders laat ik je toch niet meer gaan.” Ik weet niet meer of hij dat echt gezegd heeft of dat het in mijn sick mind was. Toen werd ik para en ik kreeg de fucking deur niet open. Ondertussen in mijn nek te kussen en ‘dit en dat’. ‘Wow’en toen raakte ik in een soort van paniek. We zaten op de bank in de woonkamer. Ik zat op de bank aan de kant van de hal en hij kwam naast mij zitten. Hij zat in zijn onderbroek. Ik stond op en vroeg voor een tweede bakje koffie en ging die halen. Toen ik terug kwam met mijn tweede kopje koffie vroeg ik: ”Ga jij je even opfrissen” en hij ging onder de douche. Ik ging op de stoel zitten. Vanuit de stoel had ik zicht op de douche. Ik zag dat de man de deur van de badkamer open liet en ik zag dat de man naakt stond en dan…. Ik weet niet… ik dacht ik heb geen geld, geen rijbewijs, wat zijn mijn opties.

Ik zag hem op zijn rug. Ik zag dat hij zich aan het douchen was. Ik deed de douchedeur open en toen zag hij mij. Ik had ook nooit mogen steken, ik stak met mijn ogen dicht en draaide met mijn hoofd weg. Ik maakte dit gebaar (de verdachte maakt een horizontale beweging met zijn linkerhand en draaide zijn hoofd weg). Ik stond bij de douchecabine en hij stond onder de douche. Hij zei: ”waar ben jij mee bezig”. Ik zei dat hij me de sleutel moest geven of de deur open moest maken. Hij liep naar voren en ik had het mes vast. Op de een of andere manier zat op een gegeven moment het mes in zijn schouder. Ik heb toen meteen losgelaten. We zijn daarna naar het kamertje gegaan, maar we zijn ook een hele tijd in de woonkamer geweest. We liepen allebei rond en we riepen allebei om hulp. De man kwam binnen met het mes in zijn hand. Ik weet nu niet meer of ik het mes uit zijn handen heb geslagen, of dat ik hard tegen de deur aan ben gerend zodat het mes uit zijn hand viel. Het mes is in ieder geval niet in het kamertje op de grond gevallen, want anders had ik het mes weer in mijn handen gehad. Ik heb het mes redelijk wat keren in mijn handen gehad maar dat werd weer uit mijn handen geslagen. Dat waren verschillende messen. Ik pakte vaker een mes uit het keukenblok. Hij deed dat ook. Ik heb ook een hamer in mijn handen gehad. Ik sloeg met mij linkerhand want ik kon rechts niets vast pakken. De man had mij met een houten plankje op mijn rechterhand geslagen. Ik kan niet eens mijn vingers bewegen. In de woonkamer was veel bloed. Ik heb de man geslagen, ik heb hem een paar tikken gegeven met houtjes. De man pakte een hamer en gooide deze naar mij toe. Deze kwam op mijn hoofd. Rechts boven. Misschien wilde hij wel slaan en vloog deze uit zijn handen. Toen de hamer op mijn hoofd kwam, ging ik ook door het lint. Ik pakte van alles en sloeg ermee. Ik gaf hem met de hamer een paar tikken op zijn hoofd, dit was aan de achterkant van zijn hoofd. De man bukte en het leek alsof hij iets wilde pakken. Ik dacht dat hij een wapen wilde pakken of zo. Ik rende op hem af en gaf hem en paar tikken met de hamer op zijn hoofd. Ik wilde eigenlijk op zijn schouder slaan, maar sloeg hem op zijn hoofd.

Verdachte verklaart op 24 augustus bij de politie ten aanzien van hetgeen op 13 augustus 2011 heeft plaatsgevonden het volgende. (V staat voor vragen van verbalisanten en A staat voor antwoorden van de verdachte).

A: “Ik dacht, die man wil mij hier houden. Mij opsluiten. Het waren mijn eigen gedachten, daar waar ik met hem daarvoor had getypt.”

“Ik had al gezien, dat hij de voordeur had dichtgedraaid. Toen ik zag, dat de achterdeur op slot was dacht ik: “Whow… het komt nog uit ook.

Dat wat ik een uur daarvoor op MSN had gewenst”.

V: Wat hadden jullie nog meer afgesproken?

A: Dat hij me opsloot en dat hij me als neukobject gebruikte. Maar ja, eenmaal daar krijg je een stemmingswisseling en wil je dat niet meer. Dan komt de heldere ik. Alsof mijn heldere ik dan de plaats overneemt van de andere gedaante.

V: Heb jij aan [slachtoffer] gevraagd of jij daar weg kon?

A: Ja.

V: Wanneer?

A: In de auto nog wel. Toen we in [gemeente 1] aan kwamen zei hij: ”Ik ga je niet gelijk weer naar huis brengen, dat snap je wel hè”. Ik had toen de gedachtegang: “Dan zit je hier vast nou”.

V: In de woning gevraagd of je weg kon?

A: In de woning niet, pas toen ik met het mes dreigde.

Overwegingen

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer] meermalen met een mes in de hals en het bovenlichaam heeft gestoken en meermalen me een hamer op het hoofd heeft geslagen, ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden.

Met betrekking tot het opzet.

Volgens de psycholoog moet verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd, omdat bij verdachte, toen het slachtoffer in de aanval ging het contact met de realiteit volledig verbroken werd en hij niet meer in staat was zijn gedrag te sturen, zodat hij ook geen opzet kan hebben gehad. Krachtens vaste jurisprudentie is er enkel geen opzet aanwezig indien verdachte verstoken is van elk inzicht in zijn handelen. De rechtbank is, anders dan de psycholoog, van oordeel dat deze situatie zich in deze zaak niet voordoet. Het is niet uit te sluiten dat het handelen van verdachte is voortgekomen vanuit paranoïde angsten. Vanuit zijn angst heeft hij echter eerst beredeneerd het besluit genomen om het slachtoffer met een mes te bedreigen om de sleutels van de woning te verkrijgen. Nadat dit tot fysieke geweld had geleid heeft hij veel doelgericht geweld toegepast, net zo lang tot het slachtoffer uitgeschakeld was. Hieruit blijkt dat er wel degelijk sprake is geweest van inzicht in het handelen en opzet met betrekking tot de gewelddadige handelingen. De rechtbank concludeert dan ook dat bij verdachte door het toebrengen van 20 messteken in hals en romp en het een aantal malen slaan met een hamer op het hoofd van [slachtoffer], er sprake is geweest van opzet gericht op de dood van [slachtoffer].

Vrijspraakoverweging moord.

Voor een eventuele bewezenverklaring van de tenlastegelegde voorbedachte raad (moord) moet komen vast te staan dat het handelen van verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat verdachte tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan de gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank is van oordeel dat noch uit de verklaringen die verdachte heeft afgelegd, noch uit enig ander bewijsmiddel deze conclusie kan worden getrokken. Immers, de primaire actie van verdachte was het dreigen met een mes teneinde de sleutels te verkrijgen. Daarna is een aaneenschakeling van geweld gevolgd, waardoor en waarin geen ruimte was voor kalm beraad en rustig overleg. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de primair tenlastegelegde moord.

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 augustus 2011 in de [gemeente 1] opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een mes in de hals en het bovenlichaam gestoken en meermalen met een hamer op het hoofd geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

7.4 Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende strafbare misdrijf:

doodslag

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

8.1. De strafbaarheid

De raadsman heeft een beroep op noodweer gedaan en daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte was in paniek omdat hij niet weg kon. Hij zag zich daardoor genoodzaakt om een mes te pakken uit het messenblok en is daarmee naar de douche gelopen. Daar heeft hij het slachtoffer met een mes gedreigd om de sleutels van de woning te verkrijgen. Volgens de raadsman heeft verdachte toen een afwerende beweging met het mes gemaakt waarbij het slachtoffer in het mes liep. Hierop schrok verdachte en liet hij het mes los. Volgens de raadsman zijn vanaf dat moment de rollen omgedraaid en komt het slachtoffer achter verdachte aan waarna verschillende handelingen elkaar snel opvolgen. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [getuige] dat zowel verdachte als [slachtoffer] zich in het halletje voor de voordeur bevinden en [slachtoffer] weer naar binnen gaat, terwijl verdachte volgens zijn verklaring de voordeur juist probeert te sluiten.

Voor een rechtens te respecteren beroep op noodweer (exces) dient sprake te zijn van een noodweersituatie, te weten een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed. Naar eigen zeggen van verdachte stond het slachtoffer te douchen toen verdachte besloot om het slachtoffer met een mes te bedreigen, teneinde de sleutels van de woning te verkrijgen. Hierbij zij nog vermeld dat verdachte aan het slachtoffer niet kenbaar had gemaakt dat hij wilde vertrekken. Tot op dat moment had het slachtoffer niet meer gedaan dan hij met verdachte via internet al had besproken en was hij ook overigens aan de wensen van verdachte tegemoet gekomen door koffie te zetten en te douchen. Het is daarmee verdachte geweest die, gewapend met een mes, de confrontatie heeft gezocht met het slachtoffer. Reeds hierom was er, voor verdachte, geen sprake van een noodweersituatie.

Voor zover verdachte heeft aangevoerd dat hij meende opgesloten te zijn, merkt de rechtbank op dat het enkele gegeven dat zowel de voordeur als de achterdeur waren afgesloten onvoldoende is om deze conclusie te rechtvaardigen. Dit geldt temeer nu verdachte op geen enkele wijze te kennen heeft gegeven te willen vertrekken. Ook uit de opmerkingen van het slachtoffer dat hij verdachte niet gelijk thuis zou brengen en dat verdachte van hem was, valt deze conclusie niet te trekken. Immers de eerste opmerking is niet vreemd gezien het slachtoffer reeds een reistijd van ongeveer drie uur had afgelegd om verdachte op te halen. De tweede opmerking past geheel in de via internet uitgewisselde fantasie.

Voor zover bedoeld is een beroep te doen op psychische overmacht, wordt dit verworpen. Voor zover verdachte in een paranoïde paniek is geraakt toen hij meende dat hij was opgesloten, moet het ontstaan van deze paranoia als ook het ontstaan van de omstandigheden die in die toestand tot paniek hebben geleid aan hem worden toegerekend. De rechtbank werkt dit nader uit onder punt 9.

Met betrekking tot het omdraaien van de rollen overweegt de rechtbank als volgt.

Op basis van de verklaring van [getuige] en de bevindingen van de politie stelt de rechtbank vast dat [getuige], nadat hij een hevig gestommel hoorde komen uit de woning van het slachtoffer, de gemeenschappelijke gang op liep waarna hij nog meer gerommel en geschreeuw hoorde. Hij zag het slachtoffer en verdachte vanuit de voordeur richting hal lopen. Op dat moment zag hij al veel bloed en hoorde hij het slachtoffer om hulp roepen. Voorts zag hij dat verdachte van zich afsloeg. Vervolgens belde hij om 07.04 uur 112. (tijdstip pv bevindingen). De politie was op 07.10 uur ter plaatse. Gelet op het feit dat er in de hal al veel bloed aanwezig was en de getuige [getuige] pas ter plekke was nadat hij gestommel en geschreeuw hoorde enerzijds en het feit dat tussen de melding en de komst van de politie 6 minuten zaten anderzijds gaat de rechtbank er van uit dat het grootste deel van de gewelddadige handelingen hebben plaatsgevonden voordat verdachte en het slachtoffer in het halletje door [getuige] gezien werden. In die korte periode immers heeft verdachte, nadat het slachtoffer niet meer in staat was zich te weren, nog handelingen verricht. Hij heeft zich gedoucht, naar sleutels gezocht, de broek van het slachtoffer proberen aan te trekken, zijn eigen met bloed besmeurde witte joggingbroek in een krat gedaan alsook de computer, tomtom en gsm van het slachtoffer. Ook heeft hij getracht het bloed in het halletje op te vegen.

De stelling van de verdediging dat de rollen omgedraaid waren toen het slachtoffer vanuit de halletje weer naar binnen ging vindt dan ook geen steun in de feiten. Evenmin is gebleken van een cesuur in het gevecht. Uit de verklaringen van de getuige [getuige] blijkt dat de gevechtshandelingen in het halletje doorgingen. Deze stelling gaat ook juridisch gezien niet op nu verdachte degene is geweest die het geweld heeft geïnitieerd.

Het noodweerverweer wordt dan ook verworpen.

9. De strafbaarheid van verdachte

Door de psychiater [naam] is omtrent de geestvermogens van verdachte op 22 februari 2012 een rapportage uitgebracht. De deskundige geeft aan dat verdachte lijdt aan een afhankelijkheid van verschillende psychoactieve middelen, aan een psychotische stoornis en aan een persoonlijkheidsstoornis. Verdachte had voorafgaande aan het tenlastegelegde een grote hoeveelheid psychoactieve middelen tot zich genomen. Vorengenoemde stoornissen beïnvloedden verdachtes gedragskeuze en gedrag ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat zijn gedrag hieruit verklaard kan worden. Verdachte verkeerde ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde in een verwarde, angstige, misschien wel psychotische toestand die per acuut was teweeggebracht door zijn psychische persoonlijkheidsstructuur c.q. zijn psychotische kwetsbaarheid, het excessieve middelen gebruik en de doodsangst die hem plotsklaps overviel. In deze psychotische toestand kon verdachte niet meer ten volle sturing geven aan zijn gedragingen en gedragskeuzen. Nu verdachte echter wist dat hij na gebruik van drugs psychotische belevingen had zoals het horen van stemmen, valt hem het ondanks deze wetenschap gebruiken van drugs aan te rekenen. De psychiater concludeert ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid om het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen aan verdachte.

Door de psycholoog drs. [naam] is omtrent de geestvermogens van verdachte 23 februari 2012 gerapporteerd. De deskundige geeft aan dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de zin van een psychotische stoornis NAO, mogelijk binnen het kader van een zich ontwikkelende schizofrenie. Daarnaast is er sprake van poly drugsverslaving, onder andere aan hasj, wiet, speed, cocaïne en GHB. De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestaat uit een borderline persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens beïnvloedden de gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Alle keuzes die verdachte in aanloop naar het tenlastegelegde maakte waren pathologisch gestuurd waardoor verdachte geen keuze had met betrekking tot zijn drugsgebruik. Het gebruiken van drugs was voor verdachte de enige mogelijkheid om om te gaan met de spanningen voortkomende uit de diverse stoornissen. Als gevolg van het drugsgebruik nam het contact met de realiteit steeds verder af en werd verdachte steeds meer psychotisch totdat hij handelde onder invloed van zijn paranoïde psychotische overtuiging en alle sturing kwijt was. Op basis hiervan adviseert de psycholoog om verdachte ontoerekeningsvatbaar te verklaren.

De kernvraag met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid is of het drugsgebruik van verdachte voortkomt uit zijn andere pathologie en derhalve niet verwijtbaar of dat verdachte ook met betrekking tot het gebruiken van drugs enige keuzevrijheid had. Gelet op hetgeen de psycholoog daarover heeft opgemerkt is het heel wel mogelijk dat het gebruik van drugs eerder die avond (met vrienden) en meteen na thuiskomst deels tot doel had om de ontstane onrust en minderwaardigheidsgevoelens te dempen. Het gebruik van de drugs onderweg van [gemeente 2] naar [gemeente 1] in aanwezigheid van het slachtoffer had echter tot doel om de wegzakkende geilheid weer op te wekken en zodoende toe te werken naar de eerder via de chat uitgewisselde seksuele fantasieën. Dit laatste drugsgebruik van verdachte komt naar het oordeel van de rechtbank niet voort uit de pathologie van verdachte, maar uit de wens tot seksuele behoeftebevrediging. Nu verdachte voorts wist dat hij na het innemen van drugs psychotisch kon worden en hij desalniettemin dat wetende dit risico heeft aanvaard, zijn er geen argumenten om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Nu het handelen van verdachte wel grotendeels is te verklaren vanuit de aanwezige stoornissen en pathologie zal de rechtbank overeenkomstig het advies van de psychiater verdachte verminderd toerekeningsvatbaar verklaren.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu overigens niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid volledig opheft.

10. De straffen en maatregelen

10.1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en dat hem de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging wordt opgelegd.

10.2. De verdediging heeft verzocht om bij het opleggen van een straf rekening te houden met de adviezen van de deskundigen waarbij zo snel mogelijk kan worden overgegaan tot een ambulante behandeling.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

De verdachte heeft het slachtoffer met naar schatting 20 messteken en een aantal slagen met een hamer op het hoofd op een uiterst gewelddadige manier om het leven gebracht.

Het opzettelijk benemen van het leven van een ander - diens meest kostbare bezit - behoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die het Wetboek van Strafrecht kent.

De rechtbank heeft acht geslagen op het feit dat blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister verdachte niet eerder is veroordeeld in Nederland.

Omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, de voorbedachte raad niet bewezen acht komt zij tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist is.

De rechtbank acht in beginsel -¬ ter vergelding van het leed dat aan de nabestaanden is aangedaan en ter effening van de schok die aan de rechtsorde is toegebracht – een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank houdt ook rekening met hetgeen de deskundigen in hun rapportages naar voren hebben gebracht en oordeelt op grond daarvan dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van het delict. Deze omstandigheid heeft de rechtbank doen besluiten om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaar op te leggen.

De rechtbank leidt uit hetgeen de deskundigen in hun rapportages naar voren hebben gebracht af dat er bij verdachte sprake is van een afhankelijkheid van verschillende psychoactieve middelen, aan een psychotische stoornis en aan een persoonlijkheidsstoornis. Gelijktijdig met de stabilisatie van verdachtes psychiatrische toestandsbeeld middels een inname van medicatie dient de verslavingsproblematiek van verdachte behandeld te worden. Daarna is een psychotherapeutisch traject aangewezen dat gericht is op de persoonlijkheidsstoornis met veel aandacht voor het ontwikkelen van een realistisch zelfbeeld, het beheersen van de impulsen, het aanbrengen van structuur, het leren om zich meer weerbaar op te stellen en het vermijden van risicovolle situaties. Deze behandeling dient binnen een forensische kliniek plaats te vinden en zal waarschijnlijk langere tijd in beslag nemen. Vanwege het feit dat verdachte gemotiveerd is voor behandeling en gelet op de behoefte aan een hoge mate van zorg adviseert de psycholoog TBS met voorwaarden.

De psychiater acht eveneens een behandeling binnen het kader van een TBS met voorwaarden het meest aangewezen.

Gelet op de ernst van de problematiek en de hoge recidivekans is de rechtbank van oordeel dat een behandeling geboden is. Nu de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden slechts kan worden opgelegd in combinatie met een gevangenisstraf voor de maximale duur van vijf jaren en de rechtbank - zoals reeds hiervoor overwogen - een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar passend acht, is een terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals door de deskundigen geadviseerd en door de raadsman verzocht niet mogelijk. De rechtbank zal daarom een tbs met dwangverpleging opleggen.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 37a, 37b, 287

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 8 jaren;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, V.P. van Deventer, S.G.M. Schellekens, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.A.H. Peters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 20 april 2012.

Mr. S.G.M. Schellekens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.