Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BV7443

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
29-02-2012
Datum publicatie
01-03-2012
Zaaknummer
111590 / HA ZA 11-564
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Manipulatie van de elektriciteitsmeter, contractant aansprakelijk voor schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 111590 / HA ZA 11-564

Vonnis in verzet van 29 februari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENEXIS B.V.,

gevestigd te Rosmalen,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. G.E.M.C. Reinartz,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiser in het verzet,

advocaat mr. P.J.G. Goumans.

Partijen zullen hierna Enexis en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 november 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen partijen is een overeenkomst gesloten op grond waarvan Enexis aan [gedaagde] een elektriciteitsaansluiting ter beschikking heeft gesteld voor het bedrijfspand gelegen [adres 1] te [vestigingsplaats].

2.2. [gedaagde] was huurder van genoemde bedrijfsruimte.

2.3. De overeenkomst tussen partijen is met ingang van 18 februari 2009 beëindigd.

2.4. Op 18 februari 2009 is geconstateerd dat de telwerken van de meetinrichting op het aansluitadres [adres 1] te [vestigingsplaats] waren verwijderd, waardoor de hoeveelheid gebruikte elektriciteit niet kon worden afgelezen.

3. Het geschil

3.1. Enexis heeft in de verstekprocedure zakelijk weergegeven gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 22.776,48 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 18 februari 2009.

3.2. Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van Enexis integraal toegewezen en is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Enexis tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 1.839,81.

3.3. [gedaagde] vordert zakelijk weergegeven in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat Enexis niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen althans dat de vorderingen van Enexis alsnog worden afgewezen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

4.2. Enexis heeft aan haar vordering primair toerekenbare tekortkoming en subsidiair onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. In dat verband heeft zij het volgende aangevoerd.

Ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst was [gedaagde] verantwoordelijk voor de kWh-meter en diende hij voor het elektriciteitsverbruik te betalen. Doordat de telwerken van de meetinrichting voor het meten van het elektriciteitsgebruik waren verwijderd kon de verbruikte hoeveelheid elektriciteit niet op de meetinrichting worden afgelezen. [gedaagde] is aansprakelijk voor de daaruit voor Enexis voortvloeiende schade. Het werkelijke verbruik over de periode van 8 februari 2008 tot en met 18 februari 2009 is berekend aan de hand van het historisch verbruik over de periode 15 december 2006 tot en met 8 februari 2008.

4.3. [gedaagde] heeft aan zijn verweer het volgende ten grondslag gelegd. De meetinstallatie is niet door hem gemanipuleerd. Op 13 februari 2009 is door hem het huurcontract met betrekking tot de bedrijfsruimte aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] beëindigd. Toen hij op 14 februari 2009 nog wat spullen wilde ophalen bleken de sloten te zijn vervangen. [gedaagde] hield zich bezig met het ‘fokken’ (kweken) van vis op het terrein aan de [adres 2] te [plaats 2]. Vervolgens werden deze vissen in de ruimte aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] grootgebracht c.q. ‘vetgemest’ (opgekweekt). Ten gevolge van een forse brand op 8 augustus 2008 op het terrein van [gedaagde] aan de [adres 2] te [plaats 2] heeft [gedaagde] vanaf die datum maandenlang geen vis meer kunnen kweken met als gevolg dat vanaf die periode vrijwel geen vissen meer opgekweekt werden op het adres [adres 1] te [vestigingsplaats]. Na de brand moesten de activiteiten in de betreffende ruimte te [vestigingsplaats] steeds verder worden afgebouwd. Vanaf 8 augustus 2008 konden daar alleen nog maar vissen waarover op dat moment reeds beschikt werd nog verder worden opgekweekt. Vanaf begin november was er geen beschikbare vis meer en werden de activiteiten te [vestigingsplaats] noodgedwongen gestaakt. Vanaf begin november 2008 was er geen sprake meer van gebruik van elektriciteit op genoemd adres te [vestigingsplaats]. Het werkelijke verbruik in de periode 9 februari 2008 tot en met 26 januari 2009 bedroeg 65.764 kWh. [gedaagde] heeft de daadwerkelijke meterstanden doorgegeven. Nergens blijkt uit dat de door Enexis gehanteerde meterstanden op 8 februari 2008 juist zijn.

4.4. De rechtbank overweegt het volgende. De overeenkomst met Enexis is met ingang van 18 februari 2009 beëindigd. De meterstanden op 8 februari 2008 van 79.550 (meter 1) en 189.755 (meter 2) blijken uit de tijdens de comparitie van partijen overgelegde jaarafrekening 2008/2009. Tevens blijkt uit de op die jaarafrekening aanwezige codes ‘A’ (pagina 3) dat die standen door [gedaagde] zelf zijn doorgegeven. Derhalve zal de rechtbank uitgaan van de juistheid van die standen. Verder is onweersproken door Enexis gesteld dat op 15 december 2006 de meterstanden 2 (telwerk 1) en 2 (telwerk 2) bedroegen, zodat gedurende de periode van 15 december 2006 tot 8 februari 2008 (420 dagen) sprake was van een verbruik van 269.301 kWh (79.550 + 189.755 - 4). Het historisch verbruik bedroeg derhalve 641,1928571 kWh per dag. [gedaagde] heeft aangegeven dat door hem in januari 2009 in verband met de jaarrekening de meterstand is doorgegeven, welke op dat moment volgens hem 65.764 kWh bedroeg. Verder heeft [gedaagde] gesteld dat er slechts tot 8 augustus 2008 sprake is geweest van de gebruikelijke bedrijfsvoering. Nog daargelaten dat die stelling op geen enkele wijze is onderbouwd overweegt de rechtbank dat, gezien eerdergenoemd historisch gebruik, een verbruik van 65.764 kWh al niet te rijmen is met voortzetting van de gebruikelijke bedrijfsvoering tot in ieder geval 8 augustus 2008. Immers uitgaande van een verbruik van 641,1928571 kWh per dag zou het verbruik over de periode van 8 februari 2008 tot

8 augustus 2008 al aanzienlijk meer belopen dan 65.764 kWh, namelijk 182 dagen x 641,1928514 hetgeen uitkomt op afgerond 116.698 kWh. Uit vorenstaande blijkt dat de meetinrichting al in de periode voor eind januari 2009 het verbruik niet juist registreerde.

4.5. Daarbij komt dat de door [gedaagde] gestelde huuropzegging per 13 februari 2009 nergens uit is gebleken. Tevens heeft [gedaagde] geen verklaring gegeven voor het feit dat vervolgens de beëindiging van de overeenkomst met Enexis pas met ingang van 18 februari 2009 heeft plaats gevonden. Het feit dat er sprake was van manipulatie van de meetinrichting is geconstateerd op 18 februari 2009 derhalve de dag direct gelegen na de dag van beëindiging van de overeenkomst tussen partijen.

4.6. Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat er reeds voor beëindiging van de overeenkomst tussen partijen met ingang van 18 februari 2009 sprake was van manipulatie van de meetinrichting en derhalve op een moment dat er nog sprake was van een contractuele relatie tussen partijen.

4.7. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] als contractant aansprakelijk is voor de schade die Enexis daardoor heeft geleden. Immers als contractuele wederpartij van Enexis rustte op [gedaagde] een zorgplicht om manipulatie van de meetinstallatie te voorkomen. Het ten gevolge van manipulatie van de meetinrichting niet (op juiste wijze) kunnen registreren van de afgenomen stroom levert een tekortkoming op in de nakoming van deze zorgplicht. [gedaagde] is aansprakelijk voor de uit die tekortkoming voor Enexis voortvloeiende schade.

4.8. Met betrekking tot de door Enexis gevorderde schade overweegt de rechtbank allereerst dat Enexis ter onderbouwing van haar stelling een uiteenzetting heeft gegeven van de systematiek van de elektriciteitsmarkt. De rechtbank is van oordeel dat uit die uiteenzetting voldoende duidelijk naar voren komt dat Enexis, ook al is zij als netbeheerder geen leverancier van elektriciteit, schade lijdt door het feit dat afgenomen elektriciteit niet (op juiste wijze) wordt geregistreerd.

4.9. Verder overweegt de rechtbank dat bij gebreke van registratie de schade ingevolge artikel 6:97 Burgerlijk Wetboek (BW) dient te worden begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. De rechtbank is van oordeel dat Enexis voor de berekening van de hoeveelheid energie heeft kunnen uitgaan van het historisch verbruik. [gedaagde] heeft nog gesteld dat er met ingang van 8 augustus 2008 geen sprake meer is geweest van de gebruikelijke bedrijfsvoering. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] op dit punt niet aan zijn stelplicht heeft voldaan aangezien hij aan die stelling nog geen begin van onderbouwing ten grondslag heeft gelegd. Daarop stuit de stelling al af. [gedaagde] heeft tijdens de comparitie van partijen nog wel een uitdrukkelijk bewijsaanbod gedaan. Echter nu niet aan de stelplicht is voldaan komt de rechtbank niet meer toe aan de bewijsfase.

Derhalve is niet komen vast te staan dat het hanteren door Enexis van het historisch verbruik als maatstaf over de gehele periode tot 18 februari 2009 ten onrechte zou zijn.

4.10. De rechtbank zal bij het schatten van de schade dan ook uitgaan van het door Enexis berekende historisch verbruik over een periode van 375 dagen x 641,1928514 per dag zijnde totaal afgerond 240.447 kWh. Het hanteren door Enexis van een tarief van 12 cent alles inclusief komt de rechtbank niet onredelijk voor aangezien dit lager is dan het tarief alles inclusief zoals dit uit de jaarafrekening blijkt. De rechtbank zal het bedrag in verband met niet geregistreerde energie stellen op 174.683 (240.447 - 65.764) x 12 cent =

€ 20.961,96. Daarvan dient nog het over de periode eind januari 2009 tot en met 17 februari 2009 betaalde bedrag van € 239,00 te worden afgetrokken.

Op grond van bovenstaande stelt de rechtbank de schade in verband met niet geregistreerd gebruik op € 20.722,96.

Met betrekking tot de overige schadeposten ten bedrage van totaal € 650,46 overweegt de rechtbank dat de hoogte daarvan niet door [gedaagde] is betwist. Tevens komen de bedragen de rechtbank niet onredelijk voor.

4.11. Concluderend schat de rechtbank de schade op € 21.373,42.

4.12. Enexis heeft de wettelijke rente gevorderd met ingang van de dag waarop de fraude werd geconstateerd, te weten 18 februari 2009.

De rechtbank overweegt dat er sprake is van de situatie dat nakoming van de overeenkomst door [gedaagde] blijvend onmogelijk is, zodat [gedaagde] zonder dat daartoe een ingebrekestelling nodig was in verzuim is komen te verkeren met ingang van de datum van de fraude, zijnde een datum gelegen voor 18 februari 2009.

De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen.

4.13. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Enexis worden begroot op:

- dagvaarding € 79,81

- griffierecht 1.181,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2 punt x tarief € 579,00)

Totaal € 2.418,81

4.14. Gezien vorenstaande zal de rechtbank het vonnis van 3 augustus 2011 vernietigen en opnieuw beslisssen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. vernietigt het door deze rechtbank op 3 augustus 2011 onder zaaknummer / rolnummer 109726 / HA ZA gewezen verstekvonnis,

en opnieuw beslissend,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Enexis te betalen een bedrag van € 21.373,42, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 18 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Enexis tot op heden begroot op € 2.418,81,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst de vorderingen voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.M. Bomans en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2012.?