Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2012:BV2119

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
27-01-2012
Datum publicatie
27-01-2012
Zaaknummer
04-610046-08 OWVV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij, nihilstelling in verband met ontbreken draagkracht nu en in de toekomst wegens faillissement

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/610046-08 (owvv)

Datum uitspraak : 27 januari 2012

Tegenspraak

Uitspraak ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats]

wonende te [adres]

1. Onderzoek van de zaak

De rechtbank heeft op 13 januari 2012 gehoord:

- de officier van justitie;

- [verdachte], voornoemd, bijgestaan door mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 27 januari 2012 in de zaak met parketnummer 04/610046-08, waarbij [verdachte] voornoemd is veroordeeld wegens onder meer opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 29 april 2008.

2. Bewijsmiddelen

Het dossier bevat een proces-verbaal van berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat – zakelijk weergegeven – inhoudt:

Het onderzoek heeft zich gericht op het wederrechtelijk verkregen voordeel afkomstig uit de opbrengst van de kweek van hennepplanten in de periode van januari 2007 tot en met de datum van aantreffen van de kwekerij op 29 april 2008.

De verdachte wordt er van verdacht gedurende genoemde onderzoeksperiode illegaal hennep te hebben gekweekt. De volgende bevindingen zijn bij proces-verbaal gerelateerd:

- In de onderzochte hennepkwekerij werd hennep geteeld.

- De kwekerij was duidelijk gericht op het kweken van hennep.

- In de kwekerij zijn ongeveer 1150 hennepplanten aangetroffen.

- De kwekerij was qua professionaliteit hoog.

- De technische kennis van de kweker was gezien de toegepaste materialen en technieken goed te noemen.

- De gehele kwekerij was erop gericht om zowel kwalitatief als kwantitatief een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren.

Door de verbalisant is ten tijde van het ontmantelen van de hennepkwekerij getracht vast te stellen of er aanwijzingen waren die er op duiden dat er één of meerdere oogsten is/zijn geweest in de ontmantelde hennepkwekerij. Daarbij is het navolgende gebleken:

- Er lag dik stof op:

- de kappen van de armaturen van de assimilatielampen;

- het stoffilter van de koolstofcilinder;

- de aanwezige elektra.

- Er zat kalkaanslag op het materiaal van het irrigatiesysteem.

- Er was afval aanwezig:

- hennepaanslag op de grond;

- hennepafval in zakken;

- er was oude aardeafval in zakken / potten;

- er werden gebruikte lege potten aangetroffen;

- er was afval aanwezig in de vloeistofbak;

- er waren lege voedingsflessen aanwezig.

- Ten tijde van de doorzoeking zijn 1150 hennepplanten in beslag genomen en 1590 gedroogde henneptoppen.

Voorts bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen, betreffende in de hennepkwekerij aangetroffen kalenders, dat – zakelijk weergegeven – inhoudt:

In de aangetroffen kweekruimtes werden kalenders aangetroffen van de jaren 2007 en 2008. Ik zag dat er in deze kalenders aantekeningen gemaakt waren welke mogelijk in verband staan met de kweek van hennep in de aangetroffen kwekerijen. Van de aantekeningen in deze kalenders is een overzicht gemaakt. Gelet op de gehanteerde termijn voor de kweek en oogst van een teelt is dit 10 weken per oogst. De aantekeningen komen overeen met de cyclus van 10 weken. De kalenders waren verder vervuild door potgrond en mogelijk harsresten. In deze kalenders stonden verder aantekeningen over toevoegingen van groei-, bloei- en insectenmiddelen welke specifiek gebruikt worden om de hennepplant een zo hoog mogelijke kwaliteit te laten bereiken.

Uitgaande van deze kalenders kan gezegd worden dat hij in:

- kweekruimte 1 minimaal 5 oogsten heeft gehad. In de kweekruimte werden 300 hennepplanten aangetroffen;

- kweekruimte 2 minimaal 1 eerdere oogst gehad heeft. In de kweekruimte werden 300 hennepplanten aangetroffen;

- kweekruimte 3 minimaal 6 eerdere oogsten gehad heeft.

3. Standpunten der partijen

De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven te persisteren bij zijn vordering.

Door de raadsman is ter zitting primair betoogd dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat veroordeelde enig wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Subsidiair heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan voor een schriftelijke voorbereiding in deze ontnemings-procedure.

De rechtbank verwerpt het primaire verweer van de raadsman. In deze is aan de orde de beoordeling of er voldoende aanwijzingen bestaan dat veroordeelde door een of meerdere eerdere oogsten van de aangetroffen hennepplantage voordeel heeft verkregen. De aanwezigheid van het stof, kalkaanslag, afval en de aangetroffen kalenders leiden naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat er eerder geoogst is.

Ten aanzien van het verzoek tot een schriftelijke voorbereiding van onderhavige procedure overweegt de rechtbank als volgt. Weliswaar biedt artikel 511d, eerst lid, Strafvordering de mogelijkheid tot een schriftelijke voorbereiding, doch als uitgangspunt dient te gelden dat geen schriftelijke voorbereiding plaatsvindt, tenzij de gecompliceerdheid van de vordering daartoe aanleiding geeft. De hoogte van de vordering behoeft daarbij niet doorslaggevend te zijn. Gelet op de voorhanden zijnde stukken, is de rechtbank van oordeel dat onderhavige vordering niet dermate gecompliceerd is, dat een schriftelijke voorbereiding aangewezen is. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding tot een schriftelijke voorbereiding nu de raadsman gedurende een langere periode reeds de mogelijkheid had om het dossier voor te bereiden. De rechtbank zal derhalve het verzoek tot een schriftelijke voorbereiding afwijzen.

4. Motivering van de maatregel

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] voornoemd voordeel heeft gekregen door middel van strafbare feiten, overigens soortgelijk als het strafbare feit waarvoor hij bij voormeld vonnis is veroordeeld, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door [verdachte] voornoemd zijn begaan. De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op na te noemen bedrag.

De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gelet op de aanwezigheid van het stof, kalkaanslag, afval en in het bijzonder gelet op de aangetroffen kalenders, uit van een kweekperiode van januari 2007 tot en met 29 april 2008. Voorts gaat de rechtbank uit van drie afzonderlijke kweekruimtes zoals deze zijn aangetroffen waarin elk afzonderlijk geoogst is. Voor wat betreft kweekruimte 1 gaat de rechtbank uit van 300 hennepplanten waarmee geoogst werd, voor kweekruimte 2 tevens 300 hennepplanten en voor kweekruimte 3 (1150 – 300 – 300 =) 550 planten. In overeenstemming met hetgeen uit de aangetroffen kalenders kan worden afgeleid, zal de rechtbank uitgaan van 5 eerdere oogsten in kweekruimte 1, 1 eerdere oogst in kweekruimte 2 en 6 eerdere oosten in kweekruimte 3.

Daar waar het onderzoek onvoldoende informatie heeft opgeleverd, zal de rechtbank bij haar schatting uitgaan van de standaardberekening en normen zoals verantwoord in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’, een uitgave van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van april 2005 (hierna te noemen: rapport BOOM).

Uit het onderzoek is niet gebleken hoeveel planten per m² geteeld werden. De rechtbank zal derhalve uitgaan van de in het rapport BOOM genoemde norm van 15 planten per m² en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram hennep per plant. Voorts is uit onderzoek niet gebleken wat [verdachte] voornoemd voor een kilo hennep heeft gekregen. Bij de berekening zal derhalve de landelijke norm uit het rapport BOOM worden gehanteerd, zijnde een bedrag van € 2.370,- per kilogram.

Dit levert op de navolgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Opbrengsten

Kweekruimte 1 had een productiecapaciteit van 300 planten. Deze planten zouden met een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram per plant (300 x 28,2 = 8460 gram) 8,46 kilogram verkoopbaar hennepproduct opleveren per oogst. Uitgaande van 5 voorgaande oogsten zou dit een opbrengst betekenen van (5 x 8,46 =) 42,3 kilogram hennep.

Kweekruimte 2 had een eveneens productiecapaciteit van 300 planten en derhalve een opbrengst van 8,46 kilogram verkoopbaar hennepproduct uitgaande van 1 voorgaande oogst.

Kweekruimte 3 had een productiecapaciteit van 550 planten. Deze planten zouden met een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram per plant (550 x 28,2 = 15510 gram) 15,51 kilogram verkoopbaar hennepproduct opleveren per oogst. Uitgaande van 6 voorgaande oogsten zou dit een opbrengst betekenen van (6 x 15,51 =) 93,06 kilogram hennep.

De totale opbrengst bedroeg derhalve (42,3 + 8,46 + 93,06 =) 143,82 kilogram verkoopbare hennep. Uitgaande van een opbrengst van € 2.370,00 per kilogram hennep, zou dit een opbrengst betekenen van (143,82 x € 2.370,- =) € 340.853,40.

Kosten

Energiekosten

Weliswaar is uit het onderzoek niet gebleken welke kosten [verdachte] voornoemd heeft gemaakt ter zake elektriciteit, maar in diens voordeel zal de rechtbank er van uitgaan dat [verdachte] voornoemd wel kosten heeft gemaakt. De rechtbank zal hierbij uitgaan van de in het rapport BOOM genoemde normbedragen van € 125,- per oogst per lamp voor assimilatielampen van 600 Watt. Uitgaande van 22 assimilatielampen in kweekruimte 1, betreffen de kosten in deze (110 x € 125,- =) € 13.750,-. In kweekruimte 2 werden 4 assimilatielampen aangetroffen, hetgeen leidt tot een aftrek van (4 x

€ 125,- =) € 500,-. Voor wat betreft de in kweekruimte 3 aangetroffen 22 assimilatielampen zal de rechtbank (132 x € 125,- =) € 16.500,- aftrekken. De rechtbank zal derhalve in totaal € 30.750,- in mindering brengen ter zake elektriciteitskosten.

Afschrijvingskosten

Uitgaande van de in het rapport BOOM vermelde normbedragen, zal de rechtbank voor kweekruimtes 1 en 2 rekening houding met afschrijvingskosten van in totaal 6 oogsten à

€ 250,- per oogst, zijnde in totaal € 1.500,-. Voor wat betreft kweekruimte 3 zal de rechtbank rekening houden met afschrijvingskosten van 6 oogsten à € 350,- per oogst, zijnde in totaal € 2.100,-. De rechtbank zal derhalve in totaal € 3.600,- als afschrijvingskosten in aanmerking nemen.

Directe variabele kosten

Aangezien er geen concrete aanwijzingen zijn omtrent de variabele kosten, zal de rechtbank ook hier uitgaan van de in het rapport BOOM genoemde normbedragen, zijnde € 4,40 per plant. Uitgaande van in totaal 6 oogsten van 300 planten (kweekruimtes 1 en 2), zal de rechtbank rekening houden met directe variabele kosten van (1800 x € 4,40 =) € 7.920,- voor de kweekruimtes 1 en 2. In kweekruimte 3 hebben in totaal 6 oogsten van 550 planten plaatsgevonden, hetgeen leidt tot (3300 x € 4,40 =)

€ 14.520,- aan directe variabele kosten. De rechtbank zal derhalve in totaal € 22.440,- in mindering brengen.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank uit op de hierna vermelde netto-opbrengst:

Bruto-opbrengst € 340.853,40

Elektriciteitskosten € 30.750,00

Afschrijvingskosten € 3.600,00

Directe variabele kosten € 22.440,00

Netto-opbrengst € 284.063,40

Het totaal van het netto verkregen voordeel wordt aldus geschat op € 284.063,40.

Uit het onderzoek is gebleken dat het faillissement van [verdachte] voornoemd als privépersoon, [bedrijf 1], van welke rechtspersonen [verdachte] voornoemd bestuurder is, thans nog niet afgewikkeld zijn. Het totaal aan vorderingen in deze faillissementen bedraagt meer dan € 2.000.000,-. Gelet op de omstandigheid dat de aangetroffen activa volstrekt onvoldoende zijn om deze vorderingen te voldoen, zal te zijner tijd het faillissement worden opgeheven wegens gebrek aan baten en zal verdachte gehouden blijven deze vorderingen te voldoen. Op grond hiervan en hetgeen verder is gebleken uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, acht de rechtbank aannemelijk geworden dat [verdachte] voornoemd op dit moment geen draagkracht heeft en dat ook redelijkerwijs niet te verwachten valt dat hij deze in de toekomst zal krijgen. De rechtbank zal derhalve het te ontnemen bedrag vaststellen op nihil.

5. Toegepaste wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissing

De rechtbank stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € 284.063,40;

De rechtbank stelt het bedrag dat de [verdachte] voornoemd dient te betalen aan de staat ter ontneming van dit wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil.

Deze uitspraak is gegeven mrs. M.J.A.G. van Baal, V.P. van Deventer, J.H.M. Delnooz-Engels, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en mr. O.A.G. Corten als griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 januari 2012.