Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BU6849

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
06-12-2011
Zaaknummer
04/127265-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internetbericht met betrekking tot politicus: smaadschrift of vrijheid van meningsuiting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

AANTEKENING MONDELING VONNIS

Parketnummer : 04/127265-11

Volgnummer : 11

Uitspraak van de politierechter mr. J.H.M. Delnooz-Engels van 30 november 2011, in de zaak tegen de verdachte

naam : [verdachte] Vrouw

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum]

wonende te : [adres]

Tegenspraak (art. 279 Sv)

OVERWEGINGEN

Vooraf

In de onderhavige zaak is – kort gezegd – tenlastegelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaad door middel van een geschrift jegens een lokale politicus. De tekst van dit geschrift, welk geschrift is gepubliceerd op een website, is ook reeds in geding geweest in een civiele procedure. Kern van het geschil in die procedure was de vraag of de gepubliceerde tekst onrechtmatig is. De rechtbank was in die zaak van oordeel dat van onrechtmatigheid geen sprake is. Het civiele vonnis is door de raadsman ingebracht en aan het strafdossier toegevoegd.

De verdediging heeft in de onderhavige strafzaak primair het standpunt ingenomen dat, gelet op het (uitvoerig gemotiveerde) oordeel van de civiele rechter, een afwijkend oordeel van de strafrechter niet op zijn plaats lijkt en dat vrijspraak dient te volgen.

De politierechter stelt voorop dat de strafrechter niet gebonden is aan het oordeel van de civiele rechter met dien verstande dat, indien de waardering van het tenlastegelegde feit afhangt van de beoordeling van een geschilpunt van burgerlijk recht, de strafrechter – eenvoudig gezegd – de zaak kan aanhouden ten einde de uitspraak van de burgerlijke rechter over het geschilpunt af te wachten. Een discretionaire bevoegdheid derhalve (artikel 14 van het Wetboek van Strafvordering). Maar ook daarvan geldt dat de strafrechter niet verplicht is de uitkomst van het civiele geschil over te nemen. In casu is het civiele vonnis zoals gezegd reeds voorhanden.

Het vorenstaande geldt indien een prejudicieel geschil aan de orde is. Hiervan is sprake indien het bewijs of de waardering, waaronder de strafbaarheid, van het tenlastegelegde feit van de civielrechtelijke beoordeling afhangt. Die situatie doet zich in de onderhavige situatie niet voor.

De strafrechtelijke beoordeling

In de onderhavige strafzaak dient de vraag beantwoord te worden of het internetbericht op de website Ruiver.nl door verdachte is geplaatst en, indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, of zij dit opzettelijk heeft gedaan, of de tekst een beledigend karakter heeft en indien ook die vraag bevestigend wordt beantwoord of deze uitlatingen binnen het kader van het publieke debat al dan niet zijn toegestaan.

Het bericht dat op de website Ruiver.nl is geplaatst vermeldt geen naam en is ondertekend met ‘een bezorgde burger’. Zoals blijkt uit het dossier heeft [naam], toenmalig redacteur van die website, de naam van verdachte bekend gemaakt. Verdachte heeft hierna een bekennende verklaring afgelegd.

Verdachte heeft het bericht uitdrukkelijk bij de nieuwsitems laten plaatsen, zoals blijkt uit een e-mailbericht van haar aan de redactie. Hieruit volgt dat de opzet van verdachte gericht was op het in het nieuws brengen van de betreffende tekst op een voor iedereen toegankelijke website. De mate van bekendheid van deze website maakt dit niet anders.

Indien voorts de bewoordingen van de tekst worden beoordeeld dan kunnen deze als beledigend worden ervaren – zoals door de benadeelde partij ook is aangegeven – zeker waar het betreft het gestelde opknappen van het fabriekspand van [naam] met gemeenschapsgeld en de gestelde zakkenvullerij. Daarin zijn elementen van smaad in strafrechtelijke zin in beginsel aanwezig.

Resteert de vraag of zulks ook geldt indien de uitlatingen zijn gedaan binnen het kader van het publieke debat. Daaraan raakt rechtstreeks de vraag of zich hier een situatie voordoet waarin het recht op vrijheid van meningsuiting wordt beperkt door een bepaling van strafrechtelijke aard.

Vast staat dat de benadeelde partij [naam] ten tijde van het feit politicus was in de gemeente Beesel. De jurisprudentie van het EHRM is dat het recht op vrijheid van meningsuiting daar waar het politici betreft, ruim moet worden geïnterpreteerd en beperkingen daarop niet snel worden toegestaan.

In de onderhavige zaak was sprake van een onderzoek naar de mogelijkheid van een verbouwing van het fabriekspand van [naam] ten behoeve van een dagopvang voor bepaalde doelgroepen binnen de gemeente. Uit het dossier en uit hetgeen daaromtrent ter terechtzitting is gesteld blijkt dat dit binnen de gemeente een veel besproken onderwerp was in het publieke debat en dat dit onderwerp populair gezegd de gemoederen behoorlijk bezig hield. Daaraan heeft verdachte met de plaatsing van de betreffende tekst op de website haar eigen bijdrage geleverd. En hoewel de politierechter het gevoelen van de benadeelde partij begrijpt en ook verdachte heeft erkend dat sommige bewoordingen beter anders hadden gekund, geoordeeld moet worden dat onder de geschetste omstandigheden het plaatsen van het internetbericht zich heeft afgespeeld binnen het kader van het publieke debat over genoemd onderwerp en dat de tekst niet van dien aard is dat deze een beperking zou rechtvaardigen van de vrijheid van meningsuiting waarvan verdachte gebruik heeft gemaakt.

Dit betekent dat de tenlaste gelegde tekst niet kan worden aangemerkt als een smaadschrift in de zin van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht en dat verdachte derhalve van het haar tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Dit leidt er voorts toe dat de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard.

BESLISSING

Vrijspraak

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [naam], in haar vordering.

De politierechter,