Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BU5860

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
AWB 11 / 513
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling; gewicht van de zaak

Volgens vaste jurisprudentie van – onder meer – de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behoort de behandeling van een zaak in de bezwaar- en beroepsprocedure in beginsel tot de categorie ‘gemiddeld’, tenzij er duidelijke redenen zijn – gelegen in de juridische en/of feitelijke complexiteit – hiervan naar boven of naar beneden af te wijken.

De rechtbank volgt verweerder in de opvatting dat er in het onderhavige geval weliswaar in juridische zin sprake was van een weigering om een deel van een stuk openbaar te maken, maar dat aan die weigering slechts een administratieve vergissing ten grondslag lag. Het ontbreken van de achterzijde van de aankondiging van de Mulderbeschikking kan beschouwd worden als een voor de aanvrager aanstonds kenbare vergissing, die zonder twijfel door een eenvoudig verzoek te herstellen was. Voor zover in een dergelijk geval ervoor gekozen wordt om door middel van een – evenzeer eenvoudig – bezwaarschrift een herstel van de vergissing te bewerkstellingen, is er naar dezerzijds oordeel sprake van een omstandigheid die voldoet aan de maatstaf in de jurisprudentie van de Afdeling dat er een duidelijke reden is om in matigende zin van de categorie ‘gemiddeld’ af te wijken. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 11 / 513

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2011 in de zaak tussen

[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser

(gemachtigde: mr.drs. C.M.J.E.P. Meerts),

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leudal, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder gegevens verschaft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Bij besluit van 16 maart 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2011. Zoals vooraf schriftelijk is aangekondigd, zijn eiser noch zijn gemachtigde ter zitting verschenen. Namens verweerder is verschenen de heer C. Dehing.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 20 september 2010 een zogenoemde Mulderbeschikking ontvangen wegens overtreding van een verkeersvoorschrift. Naar aanleiding hiervan heeft eiser aan verweerder gevraagd om toezending van:

- de voor en achterkant van de aankondiging van de beschikking/het mini pv of een vergelijkbaar ander document en andere zaaksbescheiden;

- een schriftelijke opgave van de namen en verbalisantennummers althans personeelsnummers van de betrokken verbalisanten en andere betrokken personen, danwel documenten te verstrekken waaruit dezelfde informatie blijkt en

- van elke verbalisant althans elke betrokken persoon op te geven of deze bij de constatering van de gedraging, de totstandkoming van de beschikking of anderszins bij deze zaak betrokken was en diens aldus bepaalde rol kort toe te lichten, danwel documenten te verstrekken waaruit dezelfde informatie blijkt.

2. Op 11 november 2010 heeft verweerder op dit verzoek gereageerd door aan eiser stukken toe te zenden. Hierop heeft eiser op 12 november 2010 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Grond voor het bezwaar is, zo stelt eiser, dat verweerder de achterkant van de aankondiging van de Mulderbeschikking niet heeft verstrekt. Op 18 november 2010 is het gevraagde stuk alsnog verstrekt, waarmee volgens eiser sprake is van een tegemoetkoming aan het bezwaar en er aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling.

3. Nadat eiser op 6 januari 2011is gehoord door de commissie bezwaarschriften, heeft verweerder het bezwaar bij het bestreden besluit gegrond verklaard. Hierbij is besloten een vergoeding in de gemaakte proceskosten toe te kennen ter hoogte van € 437,--. Het betreft de kosten van een door eisers gemachtigde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, te weten het indienen van een bezwaarschrift en het verschijnen op de hoorzitting. Dit leidt tot het toekennen van twee punten. Verweerder heeft het gewicht van de zaak bepaald op licht, hetgeen correspondeert met de wegingsfactor 0,5. De reden voor het hanteren van deze wegingsfactor is dat er geen inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden, zo betoogt verweerder.

4. Eiser kan zich niet vinden in de hoogte van de proceskostenvergoeding. Volgens eiser was er wel sprake van een materieel geschil, nu verweerder aanvankelijk heeft geweigerd een document te verstrekken. Daardoor had verweerder het gewicht van de zaak op gemiddeld dienen vast te stellen in plaats van op licht en had hij de wegingsfactor 1 dienen toe te passen in plaats van de factor 0,5.

5. De rechtbank oordeelt ten aanzien van dit enige geschilpunt als volgt.

6. Volgens vaste jurisprudentie van – onder meer – de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) behoort de behandeling van een zaak in de bezwaar- en beroepsprocedure in beginsel tot de categorie ‘gemiddeld’, tenzij er duidelijke redenen zijn – gelegen in de juridische en/of feitelijke complexiteit – hiervan naar boven of naar beneden af te wijken.

7. Mede gelet op de toelichting van verweerders gemachtigde ter zitting, ziet de rechtbank het standpunt van verweerder aldus dat dit de strekking heeft dat er weliswaar in juridische zin sprake was van een weigering om een deel van een stuk openbaar te maken, maar dat aan die weigering slechts een administratieve vergissing ten grondslag lag. De rechtbank volgt verweerder in deze opvatting en voegt daaraan toe dat het ontbreken van de achterzijde van de aankondiging van de Mulderbeschikking beschouwd kan worden als een voor de aanvrager aanstonds kenbare vergissing, die zonder twijfel door een eenvoudig verzoek te herstellen was. Voor zover in een dergelijk geval ervoor gekozen wordt om door middel van een – evenzeer eenvoudig – bezwaarschrift een herstel van de vergissing te bewerkstellingen, is er naar dezerzijds oordeel sprake van een omstandigheid die voldoet aan de maatstaf in de jurisprudentie van de Afdeling dat er een duidelijke reden is om in matigende zin van de categorie ‘gemiddeld’ af te wijken.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.A. Timmers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

21 november 2011.

w.g. mr. F.A. Timmers,

griffier w.g. mr. T.M. Schelfhout,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 21 november 2011

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.