Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BU2973

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
110417 / FA RK 11-1236
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grootouders niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek om vaststelling van een omgangsregeling met de kleinkinderen ex artikel 1:377a, nu er geen bijkomende omstandigheden zijn gesteld waaruit voortvloeit dat er tussen hen en de minderjarigen een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life in de zin van artikel 8 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 110417 / FA RK 11-1236

Beschikking van 09 november 2011 betreffende een omgangsregeling

in de zaak van:

[grootmoeder] en

[grootvader]

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de grootouders,

advocaat: mr. J.H.M. Verstraten;

tegen:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. R.A.N.H. Verkoeijen.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank naast de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,

tevens aan:

[de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: de vader.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 28 juli 2011;

- het verweerschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 05 oktober 2011;

- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 06 oktober 2011 en waarbij zijn verschenen:

- de grootouders, bijgestaan door mr. Verstraten;

- de moeder, bijgestaan door mr. Verkoeijen;

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

1.2. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2. De vaststaande feiten

2.1. De minderjarigen zijn geboren uit de buitenhuwelijkse relatie van de zoon van de grootouders en de moeder. De vader heeft de minderjarigen erkend.

De relatie tussen de ouders is beëindigd. Moeder heeft alleen het gezag over de minderjarigen.

3. Het verzoek

3.1. De grootouders verzoeken:

- vaststelling van een omgangsregeling tussen hen en de minderjarigen in die zin dat er eenmaal per veertien dagen omgang is op zaterdag van 10.00 uur tot zondag 18.00 uur.

De grootouders hebben aangegeven dat de minderjarigen gedurende tien maanden bij de grootouders hebben gewoond, samen met de moeder. In die periode hebben de grootouders ook veelvuldig de zorg voor de minderjarigen op zich genomen. Na het uiteengaan van de ouders, hadden de grootouders in het kader van de omgangsregeling van de vader nog elke twee weken contact met de minderjarigen. Daarnaast hebben de grootouders in augustus 2009 de minderjarigen gedurende een week opgevangen, toen de moeder met haar nieuwe partner naar Griekenland ging.

Nadat de moeder de omgang tussen de vader en de minderjarigen in februari 2011 heeft stopgezet, is er geen contact meer geweest tussen de grootouders en de minderjarigen.

De grootouders zijn van mening dat, nu de minderjarigen bij hun gewoond hebben en zij ook door de grootouders zijn opgevoed, er sprake is van family life in de zin van artikel 8 EVRM, zodat zij bij de rechtbank een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling kunnen indienen.

4. Het verweer

4.1. De moeder verzoekt:

- de grootouders niet ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, dan wel het verzoek af te wijzen.

De moeder heeft betwist dat de grootouders de minderjarigen zouden hebben opgevoed. Tijdens de periode dat de moeder met de minderjarigen bij de grootouders hebben verbleven, heeft de moeder steeds zelf de zorg voor de minderjarigen gehad. Bovendien is er sinds het verblijf van de minderjarigen bij de grootouders tweeënhalf jaar verstreken. De moeder is derhalve van mening dat er geen sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de minderjarigen en de grootouders.

Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij altijd een goed contact heeft gehad met de grootouders en dat er na de samenwoning steeds sprake is geweest van een normaal grootouder-kind contact. Naar de mening van de moeder is dit echter onvoldoende om te spreken van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW.

De moeder heeft aangegeven dat zij open staat voor contact tussen de grootouders en de minderjarigen.

5. Het oordeel van de rechtbank

5.1. De omgang.

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge artikel 1:377a, lid 1, BW heeft het kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Blijkens het tweede lid stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

5.2. Ter toetsing van de ontvankelijkheid van de grootouders in hun verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling ligt de vraag voor of de grootouders in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarigen staan. Op grond van vaste jurisprudentie betekent dit dat de grootouders, naast het zijn van grootouders, bijkomende omstandigheden moeten stellen waaruit voortvloeit dat er tussen hen en de minderjarigen een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life in de zin van artikel 8 EVRM. De rechtbank overweegt in verband hiermee als volgt.

5.3. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de stukken en het verhandelde ter zitting dat, hoewel er sprake is van een goede band tussen de grootouders en de minderjarigen, deze niet kan worden aangemerkt als een nauwe persoonlijke betrekking dan wel als family life in de zin van artikel 8 EVRM. Niet gebleken is dat de contacten tussen de grootouders en de minderjarigen qua frequentie en vorm meer hebben omvat dan het normale grootouder-kind contact. De minderjarigen hebben weliswaar in 2008 tien maanden bij de grootouders verbleven maar dit was samen met de moeder, waarbij de moeder steeds het merendeel van de zorg voor de minderjarigen heeft gehad.

De rechtbank zal de grootouders derhalve niet ontvankelijk verklaren in hun verzoek.

Ten overvloede heeft de rechtbank overwogen dat partijen in onderling overleg moeten proberen te komen tot afspraken over omgang tussen de grootouders en hun kleinkinderen.

5.4. De rechtbank acht termen aanwezig de proceskosten tussen de grootouders en de moeder te compenseren, in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De rechtbank:

6.1. verklaart de grootouders niet ontvankelijk in hun verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling;

6.2. compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 09 november 2011 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

IB

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.