Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BU2023

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
17-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
110845 / KG ZA 11-187
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Wijziging hoofdverblijfplaats

De vrees is gerechtvaardigd dat met elke dag dat de kinderen langer bij de vrouw verblijven, de kans groter wordt dat de kinderen voorgoed verstoken blijven van contact met de man, met wie zij nu nog een goed contact hebben. De voorzieningenrechter acht een onmiddellijke voorziening bij voorraad in het belang van de man en de kinderen vereist en bepaalt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 110845 / KG ZA 11-187

Vonnis in kort geding van 17 oktober 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J. Geuze te Best,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. C. Schouten te Venlo.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling op 6 september 2011;

- de pleitnota van de man;

- de pleitnota van de vrouw;

- de na de zitting van 6 september 2011 binnengekomen correspondentie;

- de mondelinge behandeling op 17 oktober 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van partijen zijn geboren de minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2004;

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2008.

De man en de vrouw hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen.

2.2. Bij uitspraak houdende voorlopige voorzieningen van de rechtbank te

’s-Hertogenbosch van 29 juli 2010 is een voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen bepaald.

2.3. Bij vonnis in kort geding van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 25 november 2010 heeft de voorzieningenrechter een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming gelast naar de ontwikkeling van de kinderen en naar een zorgregeling en is een voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen bepaald van één zaterdag per 14 dagen. De voorzieningenrechter heeft gelast de raadsrapportage in te brengen in de echtscheidingsprocedure.

2.4. Bij vonnis in kort geding van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch is de vrouw veroordeeld tot nakoming van de bij vonnis van 25 november 2010 bepaalde zorgregeling, onder verbeurte van een dwangsom (bij niet nakoming) en met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

2.5. De kinderen zijn bij uitspraak van de kinderrechter te ’s-Hertogenbosch van

11 maart 2011 onder toezicht gesteld.

2.6. Bij uitspraak van 8 april 2011 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank de raad voor de kinderbescherming verzocht nader te rapporteren over de wenselijkheid van wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen van de vrouw naar de man en de zorgregeling die in dat geval zou moeten gelden.

Tevens is een voorlopige zorgregeling bepaald tussen de man en de kinderen van een weekend per twee weken van vrijdag tot zondagavond en elke woensdag van 12.00 uur tot donderdagochtend, alsmede een regeling voor de vakanties en feestdagen.

De man heeft zijn verzoek tot vaststelling van het hoofdverblijf nadien op advies van de raad voor de kinderbescherming ingetrokken en dit verzoek op 5 september 2011, nadat de vrouw de omgangsregeling wederom niet nakwam, opnieuw bij de rechtbank te

‘s-Hertogenbosch ingediend. Bij tussenbeschikking van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 12 oktober 2011 heeft de rechtbank de man in dat verzoek ontvangen en de raad voor de kinderbescherming verzocht het onderzoek naar de wijziging van de hoofdverblijfplaats en de alsdan te treffen zorg- en contactregeling te hervatten.

3. Het geschil

3.1. De man vordert samengevat –

- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen;

- te bepalen dat de vrouw de goederen benodigd voor dagelijks gebruik van de

kinderen ter beschikking stelt;

- machtiging dit vonnis met behulp van de sterke arm te executeren;

- toestemming te verlenen de kinderen in te schrijven in de GBA van de woonplaats van de

man;

- toestemming te verlenen aan de man om de kinderbijslag aan te vragen en te ontvangen;

- veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure;

- een raadsonderzoek (bij vermeerdering van eis).

3.2. De vrouw voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De man heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering nu de vrouw de zorgregeling niet nakomt.

4.2. De man vordert de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen nu de vrouw de zorgregeling enkel traineert en frustreert. Hij stelt alles te hebben geprobeerd om nakoming af te dwingen maar dat niets structureel heeft geholpen. Daar komt bij dat de vrouw op 23 augustus 2011 ten gevolge van een huurachterstand met de kinderen uit huis is gezet en zonder overleg met en bericht aan de man of de gezinsvoogd bij haar ouders in Roermond is gaan wonen.

4.3. Volgens de vrouw is de man een leugenaar en bedrieger en iemand die niet goed voor de kinderen zorgt. Zij stelt wel te willen meewerken aan omgang maar ziet zich geconfronteerd met uitlatingen van [minderjarige 1] die duiden op seksueel grensoverschrijdend gedrag van de man. [minderjarige 1] verzet zich er daarnaast tegen om naar de man toe te gaan.

4.4. De raad voor de kinderbescherming ziet in zijn rapportage van 15 februari 2011 geen contra-indicaties voor omgang tussen de man en de kinderen. Er zijn tijdens het onderzoek geen aanwijzingen gevonden dat [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] seksueel misbruikt zijn door hun vader.

4.5. De vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg heeft ter zitting van 6 september 2011 opgemerkt dat er geen enkele contra-indicatie voor omgang is en dat de vrouw de omgang traineert. De vrouw heeft de gezinsvoogdes niet ingelicht over de ontruiming en de daarop volgende verhuizing naar haar ouders. Integendeel, de gezinsvoogdes heeft voor de vakantie gesproken met de vrouw en haar vader over de schulden en de vrouw en haar vader hebben de gezinsvoogdes meegedeeld dat de financiële problemen van de vrouw tijdig zouden worden opgelost. De vrouw betwist vorenstaande.

De vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg heeft ter zitting voorts opgemerkt dat zij een hoofdverblijf bij de man niet uitsluit maar nog niet in de gelegenheid is geweest daar onderzoek naar te doen.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat contact met de man noodzakelijk is in het belang van een gezonde (emotionele) ontwikkeling van de kinderen, temeer nu er geen sprake is van contra-indicaties.

4.7.Uit het overgelegde raadsrapport dat is opgemaakt ter onderbouwing van de ondertoezichtstelling, komt naar voren dat de vrouw zich verzet tegen elke vorm van omgang tussen de man en de kinderen en dat zij steeds nieuwe argumenten aanvoert om omgang te voorkomen.

4.8.De vrouw negeert rechterlijke uitspraken en komt ter zitting gedane toezeggingen niet na. Dit terwijl, zoals ook is overwogen door de rechtbank te ’s-Hertogenbosch in zijn beschikking van 29 juli 2010, het de plicht is van de vrouw om contact tussen de man en de kinderen te bevorderen.

4.9. Ondanks vorenstaande heeft de voorzieningenrechter de vrouw ter zitting van

6 september 2011 de kans geboden de omgangsregeling onvoorwaardelijk na te komen.

Uit het dezelfde dag door de vrouw aan de man gezonden e-mailbericht en haar

e-mailberichten aan de man van 9 september 2011 blijkt dat daarvoor bij de vrouw geen draagvlak bestaat. Zij werkt tegen door de naam van de school van [minderjarige 1] niet aan de man door te geven, zodat de man haar daar niet kan ophalen. Tussenkomst van de advocaat van de vrouw bleek nodig om alsnog een aanvang met de omgang te kunnen maken. Er vindt vervolgens driemaal omgang plaats op een woensdag, een weekend en een woensdag, en deze contacten verlopen goed. Daarna wordt de reguliere omgang stopgezet omdat [minderjarige 1] uitlatingen tegenover moeder en oma zou hebben gedaan die zouden kunnen duiden op seksueel grensoverschrijdend gedrag van de man op, naar de vrouw ter zitting van 17 oktober 2011 heeft meegedeeld, de eerste omgangswoensdag.

Die stelling heeft de vrouw echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt. Zij heeft ter zake geen enkele objectieve aanwijzing in het geding gebracht.

De gezinsvoogdes heeft ter zitting van 17 oktober 2011 opgemerkt geen bevestiging van de vermeende uitlatingen van [minderjarige 1] in het gedrag van [minderjarige 1] te hebben waargenomen in de twee begeleide contacten die onlangs hebben plaatsgevonden. Integendeel, de kinderen waren heel blij de man te zien en er was sprake van een spontaan en heel natuurlijk lijfelijk contact.

4.10. De voorzieningenrechter kan dan ook niet anders dan concluderen dat de vrouw de man niet meer in het leven van de kinderen wenst. De kinderen hebben echter een veilige, stabiele, steunende en stimulerende opvoedingssituatie nodig waarbij zij contact hebben met beide ouders. De vrouw kan zodanige opvoedingssituatie door haar gedrag en handelwijze, die wordt versterkt door haar ouders, bij wie zij en de kinderen op dit moment verblijven, niet danwel onvoldoende aan de kinderen bieden. De voorzieningenrechter verwijst ter zake ook naar de rapportage van de raad voor de kinderbescherming. De vrouw is daarenboven met de kinderen uit huis gezet en zonder bericht, laat staan overleg met de man of de gezinsvoogdes over een en ander, bij haar ouders in Roermond gaan wonen.

4.11. De voorzieningrechter dient zijn uitspraak in beginsel af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, en de zaak ex nunc, dat wil zeggen naar de huidige situatie te beoordelen.

In het kader van de echtscheiding heeft de rechtbank te s’-Hertogenbosch bij uitspraak van

8 april 2011 de raad voor de kinderbescherming verzocht nader onderzoek te doen naar de vraag of het in het belang van de kinderen is hun hoofdverblijfplaats te wijzigen. De man heeft zijn verzoek ter zake het hoofdverblijf in een later stadium op advies van de raad voor de kinderbescherming ingetrokken, om de inmiddels in gang gezette omgangsregeling niet in gevaar te brengen. Op 5 september 2011 heeft hij alsnog zodanig verzoek ingediend bij de rechtbank te ’s-Hertogenbosch in de echtscheidingsprocedure, welk verzoek bij tussenbeschikking van 12 oktober 2011 is geaccepteerd en ter zake waarvan de raad voor de kinderbescherming zijn onderzoek dient te hervatten.

4.12. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de beslissing van de bodemrechter niet kan worden afgewacht. In de gegeven omstandigheden acht de voorzieningenrechter een onmiddellijke voorziening bij voorraad, zoals door de man is verzocht, in het belang van de man en de kinderen vereist. De vrees is gerechtvaardigd dat met elke dag, dat de kinderen langer bij de vrouw verblijven, de kans groter wordt dat de kinderen voorgoed verstoken blijven van contact met de man, met wie zij nu nog een goed contact hebben.

Als de kinderen bij de man verblijven is het contact tussen de man en de kinderen gegarandeerd en kan er ook contact zijn tussen de vrouw en de kinderen. De man heeft ten tijde van het huwelijk, als de vrouw naar haar werk was, voor de kinderen gezorgd. Hij heeft voorts onweersproken ter zitting gesteld dat zijn ouders hem bij de verzorging en opvoeding van de kinderen zullen ondersteunen. De rechtbank acht de man dan ook in staat de kinderen een goede opvoedingssituatie te bieden.

4.13. De voorzieningenrechter zal de hoofdverblijfplaats van de kinderen dan ook bij de man bepalen. De man heeft zijn vordering betreffende een raadsonderzoek ter zitting van 17 oktober 2011 ingetrokken zodat deze geen nadere bespreking behoeft. De overige vorderingen zal de rechtbank toewijzen zoals hierna wordt bepaald.

4.14. De vrouw heeft door het niet nakomen van haar verplichtingen, deze procedure noodzakelijk gemaakt. Nu zij in het ongelijk wordt gesteld ziet de voorzieningenrechter aanleiding haar in de proceskosten te veroordelen.

De kosten aan de zijde van de man worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- griffierecht EUR 260,00

- salaris advocaatEUR 816,00

Totaal EUR 1.166,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man zal zijn en beveelt de vrouw daaraan haar medewerking te verlenen;

5.2. bepaalt dat de vrouw aan de man de goederen tot het dagelijks gebruik van de kinderen aan de man ter beschikking stelt;

5.3. machtigt de man om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien de vrouw in gebreke blijft binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis aan het bepaalde onder punt 5.1 en 5.2 te voldoen,

5.4. verleent de man toestemming de kinderen in te schrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie van zijn woonplaats op zijn woonadres en bepaalt dat daartoe de toestemming van de voorzieningenrechter in de plaats treedt van de toestemming van de vrouw,

5.5. verleent de man toestemming om voor bedoelde kinderen de kinderbijslag aan te vragen en te ontvangen en bepaalt dat daartoe de toestemming van de voorzieningenrechter in de plaats treedt van de toestemming van de vrouw,

5.6. veroordeelt de vrouw in de proceskosten, aan de zijde van de man tot op heden begroot op EUR 1.166,81,

5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. Wassenberg en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2011.?