Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BP7574

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
104708 / HA ZA 10-833
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

exceptio plurium lits consortium, 118 Rv, erfgenamen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 104708 / HA ZA 10-833

Vonnis van 23 februari 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S. Smeets,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. D.J.P.H. Stoelhorst.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Alvorens een comparitie van partijen te gelasten overweegt de rechtbank het volgende. Het onderhavige geding betreft de verdeling van een nalatenschap van de moeder van partijen. Naast partijen is tevens hun broer deelgenoot in de nalatenschap. Gedaagden hebben geen formeel punt gemaakt van het feit, dat de broer niet in de procedure is betrokken.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van een zodanig processueel ondeelbare rechtsverhouding en/of daarop gegronde vordering dat die aanleiding zou moeten geven tot toepassing van artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Gelet op de als productie 6 bij dagvaarding overgelegde verklaring van de broer over de medewerking die hij zal verlenen, kan naar het oordeel van de rechtbank nog wel een verdeling worden gegeven overeenkomstig het standpunt van eiseres, maar niet een daarvan afwijkende verdeling. Uit de verklaring blijkt niet, dat de broer ook daaraan zijn medewerking zal verlenen. Op dit moment is niet aan te geven wat de uitkomst van de onderhavige procedure zal zijn.

Verder is door gedaagden het aspect van een lening van de moeder aan de broer aan de orde gesteld met andere woorden de vraag of sprake is van een schuld die aan de broer dient te worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel, dat er op grond van bovenstaande omstandigheden aanleiding is om de broer in het geding te betrekken. De rechtbank zal daarom eiseres bevelen de broer op de voet van artikel 118 Rv in het geding op te roepen.

2.2. Voorts overweegt de rechtbank, dat tussen partijen overeenstemming bestaat over het feit, dat de rekening van de notaris ten bedrage van EUR 1.137,94 ten laste van de nalatenschap dient te worden voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen enkele reden om niet zo spoedig mogelijk tot uitbetaling aan de notaris, als buiten het geschil van partijen staande derde, over te gaan. Partijen kunnen dit onderling regelen en behoeven daartoe niet een uitspraak van de rechtbank.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt eiseres om haar broer [broer]

alsnog op de voet van artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als partij in het geding op te roepen en aan hem het procesdossier te betekenen,

3.2. verwijst de zaak naar de rol van 23 maart 2011 om eiseres in de gelegenheid te stellen het exploot waarmee de broer wordt opgeroepen ter griffie in te dienen en op de rol te laten inschrijven,

3.3. houdt verder iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.M. Bomans en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2011.?