Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BP5975

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
04/994733-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bewezenverklaring van feitelijk leiding geven aan het opzettelijk meermalen bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater brengen.

Geen vrijspraak of o.v.a.r., nu geen sprake was van een WVO vergunning bij de rechtspersoon. Dat de gevaarzetting ten tijde van de feiten niet erger was dan ten tijde van de periode dat verdachte wel beschikte over een vergunning is niet relevant te achten. Strafmaat: een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand proeftijd 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer: 04/994733-09

Datum uitspraak: 2 maart 2011

Tegenspraak

Vonnis van de economische politierechter te Roermond,

in de ter terechtzitting van 11 februari 2010 gevoegde zaken van de officier van justitie in het arrondissement Roermond tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats],

wonende te [adres].

1.Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2011, nadat bij vonnis van de economische politierechter van 25 februari 2010 het onderzoek ter terechtzitting van 11 februari 2010 is heropend en vervolgens voor onbepaalde tijd is geschorst.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

[naam bedrijf] in of omstreeks de periode van 17 maart 2009 tot en met

2 april 2009 in de gemeente Maasgouw, zonder vergunning, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk, met behulp van een werk, te weten een riool en/of de rwzi Panheel, een hoeveelheid bedrijfsafvalwater, zijnde (een) afvalstof(fen), verontreinigende en/of schadelijke stof(fen) heeft gebracht in de Slijbeek, zijnde een oppervlaktewater;

hebbende hij, verdachte, tot bovengenoemd feit opdracht gegeven en/of feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedraging;

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de economische politierechter verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de politierechter

Krachtens de wettelijke bepalingen is de economische politierechter bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewezenverklaring

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 17 februari 2011 gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. De officier van justitie wijst daarbij op de metingen en het onderzoeksresultaat van [bedrijf], alsmede op het aanvullend proces-verbaal d.d. 22 maart 2010, waaruit blijkt dat het afvalwater, dat schadelijke en verontreinigende stoffen bevatte, door verdachte, directeur van [naam bedrijf], via de rwzi is geloosd in de Slijbeek. De officier van justitie is van mening dat een kortere periode dan de ten laste gelegde periode kan worden bewezen verklaard, dit gelet op het feit dat de metingen zien op een periode van 27 maart tot en met 2 april 2009. Voor het ten laste gelegde geldt dat de overschrijdingen vaker een factor duizenden betrof.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daarbij aangegeven dat het bedrijf vanaf 2005 stil ligt. Gesteld noch gebleken is dat de eigen waterzuivering van het bedrijf niet zou werken. Voorts stelt de raadsman dat de gevaarzetting van na 8 november 2008 (expiratiedatum vergunning verdachte) niet erger is dan wat was toegestaan onder de oude vergunning. Als dit destijds was toegestaan, is het de vraag wat ten tijde van het ten laste gelegde feit de gevaarzetting is geweest. Volgens de raadsman is er in 2009 niet geloosd buiten de eigen zuivering om; deze voorzuivering is er nog steeds en deze werkt gewoon. De situatie is thans dat het terrein er ligt en dat er regenwater valt dat moet worden afgevoerd. Dit geschiedde destijds legaal, thans wordt het niet geduld. Het moet naar de mening van de raadsman gaan om een acute gevaarzetting, hetgeen niet is geconstateerd. De raadsman concludeert tot vrijspraak, subsidiair tot ontslag van alle rechtsvervolging.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de economische politierechter

De overtuiging van de economische politierechter dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

Gerelateerd wordt dat de WVO vergunning V97-164 op 8 november 2008 is geëxpireerd, waardoor [naam bedrijf] geen afvalwater meer mag lozen via de rwzi Panheel op oppervlaktewater de Slijbeek. Uit onderzoek door het team Vergunning van het Waterschap Peel en Maasvallei is gebleken dat de door [naam bedrijf] aangevraagde verlenging van de aan het bedrijf verleende vergunning niet verleend kan worden. Ook kan er geen gedoogverklaring worden verleend, omdat er geen zicht is op legalisering. De provincie Limburg heeft op 11 maart 2009 een controle op gevaarzettende situaties binnen [naam bedrijf] uitgevoerd, waarbij is gebleken dat het bedrijfsafvalwater onder andere de zware metalen cadmium, koper, zink, chroom, lood, zilver en kwik bevatte en dat er sprake was van een hoog CZV gehalte. Teneinde te kunnen beoordelen of lozing van bedrijfsafvalwater op de rioolzuiveringsinstallatie (rwzi) Panheel plaatsvindt, is meetapparatuur geplaatst op het voormalige lozingspunt van [naam bedrijf] Uit metingen op het voormalige lozingspunt van de geëxpireerde WVO vergunning V97-164, is gebleken dat er vanaf 27 maart tot en met 2 april 2009 te 08.00 uur totaal ongeveer 448,5 m3 afvalwater via de rwzi Panheel is geloosd op het oppervlaktewater de Slijbeek te Panheel. Van dit geloosde afvalwater zijn op 28, 29, 30 en 31 maart en op 1 en 2 april 2009 tot 08.00 uur, proportionele monsters genomen. Uit de analysecijfers van [bedrijf] blijkt dat het afvalwater dat via de rwzi Panheel geloosd is op het oppervlaktewater de Slijbeek onder andere de navolgende verontreinigende en/of schadelijke stoffen bevatte.

Datum CZV Kj-N fosfor chroom nikkel koper zink lood totaal Cr,

mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l Ni, Cu, Zn,

Pb mg/l

27-03-09 370 260 1,8 0,63 0,66 0,25 2,2 0,81 4,55

28 +

29-03-09 415 260 1,8 0,61 0,67 0,2 1,8 0,67 3,95

30-03-09 760 515 3,9 1,1 1 0,26 3,4 1,1 6,86

31-03-09 905 705 5,7 1,5 1,3 0,3 4,9 1,4 9,4

01-04-09

02-04-09

te 08.00 uur 430 345 2,1 0,71 0,86 0,12 2 0,61 4,3

In het aanvullend proces-verbaal worden de MTR (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau)-waarden vermeld:

CZV fosfor chroom nikkel koper zink lood

mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l

MTR: < 10 0,15 0,084 0,0063 0,0038 0,04 0,22

Verdachte verklaart dat hij ervoor heeft gekozen om het afvalwater naar de rwzi Panheel te lozen en dat hij de door het Waterschap geconstateerde lozingen zelf heeft gedaan. Verder verklaart verdachte dat hij als enige werknemer ook verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van [naam bedrijf] Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij geen water zal afvoeren naar een andere verwerker en dat de afvoer van dit water ongeveer € 20,-- per ton kost.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij tot 2008 nog een WVO vergunning had en dat over de vergunningverlening thans nog steeds wordt geprocedeerd. Verder heeft hij verklaard dat het bedrijf in 2005 is stilgelegd.

In het aanvullend proces-verbaal wordt over de maximaal toegestane normen bij de gevonden stoffen het volgende aangegeven – zakelijk weergegeven – :

Van verontreinigende of schadelijke stoffen is sprake indien afvalwater of hemelwater wordt geloosd, waarin stoffen zitten in een concentratie, hoger dan de MTR-waarden (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau).

Uit onderstaande tabel blijkt dat de MTR-waarde van diverse parameters wordt overschreden. De geconstateerde stoffen zijn niet van nature in hemelwater aanwezig. Vermenging van hemelwater met de op het bedrijfsterrein van [naam bedrijf] opgeslagen en deels niet afgedekte afvalstoffen en/of aanwezig reeds vervuild afvalwater zijn de oorzaak van de aangetroffen stoffen in het geloosde (bedrijfs)afvalwater c.q. verontreinigd hemelwater.

stof MTR

CZV * < 10 mg/l

pH 6,5 / 9

fosfor 0,15 mg/l

chroom 0,084 mg/l

nikkel 0,0063 mg/l

koper 0,0038 mg/l

zink 0,04 mg/l

lood 0,22 mg/l

* CZV: norm lager dan 10 mg/l betekent schoon water.

De politierechter overweegt dat, gelet op het vorenstaande, vast staat dat verdachte ten tijde van de feiten in maart/april 2009 niet beschikte over een WVO vergunning. Voorts staat vast dat verdachte het afvalwater heeft geloosd. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat sprake is van bedrijfsafvalwater, waarin blijkens de analysecijfers van verschillende metingen, verontreinigende en schadelijke stoffen zaten, die de MTR-waarden veelal met een grote factor overschreden.

Een WVO vergunning beoogt middels in die vergunning te stellen voorwaarden, dat voldaan wordt aan de wettelijke normen met betrekking tot lozingen. Een voorwaarde zou kunnen zijn dat enkel geloosd zou kunnen worden via een bedrijfszuiveringsinstallatie en dat schadelijke stoffen slechts in bepaalde, beperkte concentraties aanwezig mogen zijn in het afvalwater. Nu er geen sprake was van een vergunning voor het lozen van bedrijfsafvalwater en er dan ook geen voorwaarden voor lozingen zijn, die gehandhaafd kunnen worden, is er alleen al op die grond sprake van het bewijs dat opzettelijk, zonder vergunning, meermalen is geloosd in het oppervlaktewater de Slijbeek.

De stelling van de verdediging dat de gevaarzetting na 2008 niet erger is geweest dat hetgeen daarvoor vergund was, is dan ook geheel niet relevant. Ook de omstandigheid dat het gehalte schadelijke stof per liter na vermenging met schoner water in de rwzi afneemt en de gemeten waardes per liter als zodanig niet in de Slijbeek terecht komen, doet aan vorenstaande niet af.

De politierechter acht het een feit van algemene bekendheid dat Panheel deel uitmaakt van de gemeente Maasgouw.

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de economische politierechter wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[naam bedrijf] in de periode van 27 maart 2009 tot en met 2 april 2009 in de gemeente Maasgouw, zonder vergunning, meermalen, telkens opzettelijk, met behulp van een werk, te weten een riool en de rwzi Panheel, een hoeveelheid bedrijfsafvalwater, zijnde afvalstoffen, verontreinigende en schadelijke stoffen heeft gebracht in de Slijbeek, zijnde een oppervlaktewater, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedraging.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de economische politierechter niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1.Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert de navolgende misdrijven:

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1, eerste lid van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (oud), meermalen gepleegd, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 6 juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten.

9.De strafbaarheid van verdachte

De raadsman heeft – subsidiair – ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, zulks gelet op het feit dat de gevaarzetting ten opzichte van de periode dat verdachte wel beschikte over een vergunning, niet erger is geweest dan hetgeen was toegestaan onder de oude vergunning. Gelet op het hiervoor overwogene (pagina 4) wordt dit verweer verworpen.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de economische politierechter van oordeel dat aan verdachte na te melden straf behoort te worden opgelegd.

10.1.De bijzondere overwegingen

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 17 februari 2011 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

10.2.De overwegingen van de economische politierechter

Bewezen is verklaard dat verdachte zonder vergunning, meermalen – kort gezegd – bedrijfsafvalwater met daarin verontreinigende en schadelijke stoffen in een oppervlaktewater heeft gebracht. Deze handelwijze van verdachte heeft grote schade aan het milieu toegebracht.

De politierechter acht sprake van ernstige feiten, met grote schade voor het milieu, waarbij verdachte ervoor heeft gekozen het afvalwater niet af te voeren naar een afvalverwerker, doch zelf zonder vergunning te lozen.

Bij de strafoplegging zal de politierechter rekening houden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder ter zake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is veroordeeld.

De politierechter acht de door de officier van justitie gevorderde straf passend. Met oplegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 51, 57, 91.

Wet op de economische delicten art. 1a, 2, 6.

Wet verontreiniging oppervlaktewateren (oud) art. 1.

12.Beslissing

De economische politierechter verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

De economische politierechter verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

De economische politierechter verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte terzake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 1 maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vonnis gewezen door de economische politierechter mr. M.J.A.G. van Baal, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting

op 2 maart 2011.