Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2011:BP3325

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
98336 / HA ZA 10-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sectorcompetentie in ontslagzaak bestuurder. De voorliggende vordering raakt alleen aan arbeidsrechtelijke vragen zodat de kantonrechter bevoegd is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 241
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 681
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2011/85 met annotatie van mr. A.J. Hendriks
JOR 2011/113 met annotatie van mr. L.G. Verburg
AR-Updates.nl 2011-0113
NJF 2011/138
JAR 2011/85 met annotatie van mr. A.J. Hendriks
JRV 2011/325
JOR 2011/113 met annotatie van mr. L.G. Verburg
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 98336 / HA ZA 10-12

Vonnis van 2 februari 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in de hoofdzaak,

advocaat mr. A.L.W.G. Houtakkers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AQUA TERRA B.V.,

gevestigd te Heel,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. T. van den Bout.

Partijen zullen hierna [eiser] en Aqua Terra B.V. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 februari 2011

- de akte van 15 december 2010 zijdens [eiser],

- de antwoordakte van Aqua Terra B.V.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling ter zake de bevoegdheid van de sector civiel

2.1. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 november 2010 aan partijen de vraag voorgelegd of de onderhavige vordering moet worden behandeld en beslist door de sector civiel of door de kantonrechter. Daarbij heeft de rechtbank aan partijen het voorlopige oordeel voorgelegd, dat de voorliggende vordering louter en alleen een arbeidsrechtelijke kwestie lijkt te betreffen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren, wat beide hebben gedaan.

2.2. [eiser] stelt dat de sector civiel van de rechtbank bevoegd is te oordelen ook over de arbeidsrechtelijke aspecten als gevolg het ontslagbesluit, tenzij partijen anders zijn overeengekomen en ontslag is aangezegd in strijd met een wettelijk ontslagverbod. [eiser] wijst daarbij op de zogenaamde 15 april arresten, arresten van 15 april 2005 waarin de Hoge Raad -kort gezegd- heeft geoordeeld dat met het vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit tegelijkertijd een einde wordt gemaakt aan de arbeidsovereenkomst.

2.3. Aqua Terra B.V. concludeert tot verwijzing naar de kantonrechter.

2.4. De rechtbank is van oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter en heeft daartoe als volgt overwogen.

De vordering van [eiser] strekt tot het geven van een verklaring voor recht dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag alsmede tot het betalen van schadevergoeding op die grond. Met die vordering worden rechtsvragen aan de rechtbank voorgelegd die worden beheerst door het arbeidsrecht en niet door het vennootschapsrecht. De vragen of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en of op die grond plaats is voor schadevergoeding, worden namelijk beheerst door artikel 7:681 BW. Er zijn bij de beoordeling van de voorliggende vordering geen bepalingen uit Boek 2 BW aanwijsbaar die bepalend (zouden kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag naar de toewijsbaarheid van de vordering. Om die reden is geen sprake van een “rechtsvordering betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder” als bedoeld in artikel 2:241 BW. Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een rechtsvordering betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder als werknemer.

De omstandigheid dat de Hoge Raad in de al genoemde 15 april arresten heeft geoordeeld, dat een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit tevens beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg heeft, maakt dat niet anders. Met deze jurisprudentie van de Hoge Raad is namelijk alleen tot uitdrukking gebracht, dat het (vennootschapsrechtelijk) besluit tot ontslag een dubbel rechtsgevolg heeft, namelijk ontslag als statutair bestuurder (welk onderwerp speelt in de relatie vennootschap-bestuurder en wordt beheerst door het vennootschapsrecht van Boek 2 BW) en tot ontslag als werknemer (welk onderwerp speelt in de relatie vennootschap-werknemer en wordt beheerst door het arbeidsrecht van Boek 7 BW). Uit dit dubbele rechtsgevolg volgt niet dat het vennootschapsrechtelijk ontslag zou worden beheerst door Boek 7 BW of dat het arbeidsrechtelijk ontslag zou worden beheerst door Boek 2 BW. Evenmin zegt het iets over de invulling van de competentiebepaling van art. 2:241 BW. De maatstaf daar is gebaseerd op de voorliggende vordering en niet op de rechtsgevolgen van het achterliggende ontslagbesluit. Nu de hier voorliggende vordering geen aan Boek 2 gerelateerde vragen voorlegt maar alleen rechtsvragen die worden beheerst door het arbeidsrecht (art. 7:681 BW), moet worden geoordeeld dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter, omdat geen vordering voorligt als bedoeld in artikel 2:241 BW.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Roermond op dinsdag 15 februari 2011 om 10:00 uur,

3.2. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,

3.3. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011.