Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BO3652

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
11-11-2010
Zaaknummer
Awb 10 / 1021
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om een proceskostenveroordeling. Eiser heeft adviesbureau en verleent rechtsbijstand aan zichzelf. De rechtbank stelt zich op het standpunt dat er in dit geval geen aanleiding bestaat om een proceskostenveroordeling uit te spreken aangezien uit de stukken niet blijkt van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, nu eiser uitsluitend zijn eigen belangen heeft behartigd (waarbij onder verwezen wordt naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 31 mei 1999, AB 1999, 312). Gesteld noch gebleken is dat eiser het Wob-verzoek en de verdere procedure namens iemand anders dan zichzelf heeft gedaan respectievelijk gevoerd. Dat eiser in zijn beroepschrift de naam van zijn (eigen) adviesbureau heeft aangegeven, maakt dit niet anders, nu hij het is die het adviesbureau voert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-2634
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 10 / 1021

Uitspraak van de rechtbank met toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[eiser] te Nederweert, eiser,

tegen

de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder.

1. Procesverloop

1.1. In deze uitspraak wordt onder verweerder tevens verstaan de rechtsvoorganger van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, als het bevoegde bestuursorgaan in procedures als de onderhavige.

1.2. Bij schrijven van 4 augustus 2010 is door eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een door hem op 8 juni 2010 ingediend verzoek om informatie te verschaffen op grond van de Wet openbaarheid van het bestuur (WOB).

1.3. Bij brief van 26 augustus 2010 is aan partijen meegedeeld dat de rechtbank ambtshalve heeft besloten tot versnelde behandeling als bedoeld in artikel 8:52 van de Awb.

1.4. Bij brief van 9 september 2010 heeft verweerder aan de rechtbank meegedeeld dat bij beslissing van 9 september 2010 aan eiser een dwangsom is toegekend van

EUR 1260,00. Verweerder heeft erkend dat hij te laat heeft beslist op het verzoek om informatie van 8 juni 2010 en daarbij is vermeld dat op het verzoek om informatie binnen 14 dagen alsnog een beslissing zal worden genomen.

1.5. Verweerder heeft op 14 september 2010 een beslissing op het verzoek om informatie genomen.

1.6. Eiser heeft bij brief van 17 september 2010 meegedeeld dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt ingetrokken. Tevens is verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

1.7. Gelet op het bepaalde in artikel 8:75a, tweede lid, van de Awb is verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Van deze gelegenheid heeft verweerder geen gebruik gemaakt.

1.8. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb is de rechtbank bevoegd om bij intrekking van het beroep als gevolg van het alsnog geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan de indiener van het beroepschrift, het bestuursorgaan in de proceskosten te veroordelen, mits die indiener daar bij de intrekking om verzoekt. Indien de rechtbank van die bevoegdheid gebruik maakt dient zij daarbij het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in acht te nemen.

1.9. In artikel 1 van het Bpb is, voor zover hier van belang, bepaalt dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 Awb uitsluitend betrekking kan hebben op kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

1.10. De rechtbank stelt zich op het standpunt dat er in dit geval geen aanleiding bestaat om een proceskostenveroordeling uit te spreken aangezien uit de stukken niet blijkt van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, nu eiser uitsluitend zijn eigen belangen heeft behartigd (waarbij onder verwezen wordt naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 31 mei 1999, AB 1999, 312). Gesteld noch gebleken is dat eiser het Wob-verzoek en de verdere procedure namens iemand anders dan zichzelf heeft gedaan respectievelijk gevoerd. Dat eiser in zijn beroepschrift de naam van zijn (eigen) adviesbureau heeft aangegeven, maakt dit niet anders, nu hij het is die het adviesbureau voert.

1.11. Ten aanzien van restitutie van het betaalde griffierecht wijst de rechtbank erop dat vergoeding ingevolge artikel 8:41, vierde lid, van de Awb van rechtswege dient te geschieden door het bestuursorgaan.

1.12. Op grond van het vorenstaande wordt met toepassing van het bepaalde in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb beslist als volgt.

2. Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Aldus gedaan door mr. drs. E.J. Govaers in tegenwoordigheid van J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2010

w.g. A. Caelers-Sijbers,

griffier w.g. mr. drs. E.J. Govaers,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier:

verzonden op: 4 november 2010

AC

Tegen deze uitspraak staat het rechtsmiddel verzet open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na dagtekening van de verzending van het afschrift van deze uitspraak, een verzetschrift aan deze rechtbank (p.a. Rechtbank Roermond, Postbus 950, 6040 AZ, Roermond) te zenden.

Daarin vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt. Tevens gelieve u aan te geven of u wel/niet in de gelegenheid gesteld wilt worden over het verzet te worden gehoord.