Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BO2569

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-10-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
101872 / FA RK 10-904
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 69 Rv. Zelfstandig verzoek om verdeling huwelijksvermogensgemeenschap kan enkel bij dagvaarding worden gevorderd en niet ook bij verzoekschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2011/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rekestnummer: 101872 / FA RK 10-904

Beschikking van 21 oktober 2010

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat mr. B.T.M. de Kinkelder,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

advocaat mr. J.M.G. Cox.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. Ter uitvoering van de door de rechtbank op 4 augustus 2010 gegeven tussenbeschikking heeft verzoekster bij brief van 23 augustus 2010 en verweerder bij brief van 26 augustus 2010 gereageerd op het voorshands oordeel van de rechtbank.

1.2. Vervolgens is beslissing bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij voormelde tussenbeschikking heeft de rechtbank overwogen dat zij ter zake het verzoek tot vaststelling van de verdeling van huwelijksgoederengemeenschap voorshands van oordeel is dat verzoekster een verkeerd procesinleidend stuk heeft gehanteerd en dat gelet hierop overeenkomstig het bepaalde in artikel 69 Rv dient te worden gehandeld. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. Verzoekster heeft op 23 augustus 2010 een schriftelijke reactie ingediend en haar standpunt gehandhaafd dat een zelfstandig verzoek tot het vaststellen van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet alleen middels een dagvaarding, maar ook met een verzoekschrift kan worden ingeleid. Dit onder verwijzing naar hetgeen de toenmalige Staatssecretaris van Justitie in de Memorie van Toelichting op artikel 1:135 BW (Kamerstukken II 2000/01, 27 554 nr. 3, p. 9) heeft gezegd, namelijk “dat een verdelings- of een verrekeningsprocedure zowel met een dagvaarding als met een verzoekschrift kan worden ingediend”. Echter, indien het volledige citaat van de Staatssecretaris in de Memorie van Toelichting wordt gelezen dan blijkt dat het dan steeds gaat om een nevenverzoek. De stelling van de Staatssecretaris dat zowel een verdelings - als een verrekeningsprocedure kan worden ingeleid bij zowel dagvaarding als verzoekschrift dient te worden gelezen in het licht van het feit dat niet eerder een verzoek tot verrekening van het huwelijksvermogensrecht als nevenverzoek kon worden ingediend bij een echtscheidingsverzoek, maar inmiddels wel na de wetswijziging van Burgerlijke Rechtsvordering in september 2002.

2.2. De rechtbank blijft aldus bij haar standpunt dat een zelfstandig verzoek tot vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap enkel bij dagvaarding kan worden ingeleid zoals is bepaald in art. 261 lid 2 Rv juncto art. 677 Rv door het gebruik van de bewoordingen van ‘vonnis’ en ‘de vordering’ in laatstgenoemd artikel. De procedure is dan ook verkeerd ingeleid. Dit brengt mee dat de rechtbank, rekening houdend met het bepaalde in artikel 69 Rv, zal bevelen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

2.3. De rechtbank bepaalt dat de zaak zal komen op de rol van woensdag 10 november 2010 en beveelt dat verzoekster verweerder tegen deze roldatum zal oproepen. De rechtbank zal verder verzoekster op grond van het vierde lid van artikel 69 Rv in de gelegenheid stellen haar stellingen voor zover nodig aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen.

2.4. Wat betreft de proceskosten die verband houden met het ingediende verzoek tot vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap beslist de rechtbank dat deze, gelet op de relatie van partijen, zullen worden gecompenseerd.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

3.2. stelt verzoekster voor zover nodig in de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

3.3. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 10 november 2010;

3.4. bepaalt dat deze roldag door verzoekster bij exploot aan verweerder wordt aangezegd;

3.5. compenseert de proceskosten.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2010.

km